
Hij was, met een woord van de Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos, wel de allergelukkigste krijgsgevangene: Juba II. Hij was de zoon van Juba I, de koning van Numidië (zeg maar Algerije) die in het conflict tussen de Romeinse Republiek en de opstandige generaal Julius Caesar op het verkeerde paard had gewed en, in 46 v.Chr. verslagen bij Thapsus, op een wonderlijke manier zelfmoord had gepleegd. Caesar had geen reden om Juba’s tweejarige zoon te doden, voerde hem mee in zijn triomftocht en nam hem vervolgens op in zijn huishouding. Zijn achternichtje Octavia Minor voedde de kleuter op.
Octavia’s tiental
Octavia’s broer Gaius was een van de potentaten die na de dood van Caesar vochten om de heerschappij. Om een bondgenootschap te sluiten, huwde hij zijn zus uit aan zijn rivaal Marcus Antonius, die haar in 33 verstootte om te kunnen trouwen met Kleopatra VII Filopator van Egypte. Terwijl haar broer en haar voormalige echtgenoot een burgeroorlog uitvochten, en ook daarna, bleef Octavia in Italië wat op de achtergrond, maar (of: want) ze was verantwoordelijk voor een complete klas aan hoogadellijke kinderen.









Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.