
[Dit is de vertaling die Bas Jongenelen maakte van hoofdstuk 14 uit De lamiis liber, waarmee Jan Wier in 1577 aantoonde dat weerwolven niet kunnen bestaan. Een inleiding was hier en het Latijn is daar.]
Mensen kunnen door geen enkele kracht in beesten veranderd worden (hoofdstuk 14)
Aan de almacht van heksen wordt ook toegeschreven dat zij zich echt en geheel kunnen veranderen in wolven, bokken, honden, katten en dieren beesten; om hun lusten te bevredigen, en dat zij zich per direct weer terug kunnen veranderen in mensen. Zelfs door zeergeleerden wordt deze waanzin als absolute waarheid verdedigd.
Ik kan me er enorm over opwinden dat er onder de mensen genoeg te vinden zijn met gezond verstand, die dit waanidee geloven én die geloven dat de mens geschapen is naar Gods gelijkenis en beeld. God heeft lichaam, ziel en geest geschapen als tempel van God, als woning van de rede, als instrument van kennisverwerving. De mens staat rechtop om de hemel te zien, zijn oorspronkelijke thuis. Hij is een microkosmos, aan wie God alles uitgeleend heeft: schapen, runderen, het vee van het veld, de vogels in de lucht en de vissen in de zee. Voor de mens heeft God dit alles geschapen.
Dus déze mens, zeg ik, zou kunnen veranderen in een wolf? Een redeloos beest? Of in een beest van de afgrond of draaikolk? Of in een ander beest? Door een of andere kracht? Veranderd door een verborgen of openlijke felle handeling? De goddelijke orde laat dit echter niet toe. De Bijbel zegt dat zo, de kerkgeleerden ook, zoals Augustinus en Thomas van Aquino.
Ook hoe de dingen zijn in de natuur laten het ook niet toe. Deze argumenten tonen aan dat deze metamorfosen in de werkelijkheid nooit hebben kunnen plaatsvinden. Niemand met gezond verstand zal hierover twisten. Bekentenissen hierover zijn imaginair en vals. Welk geloof moeten we hechten aan bekentenissen van andere misdaden? Misdaden die gepleegd zouden in de gedaante of schim van een wolf? En die op geen andere wijze hadden kunnen gebeuren?
Het is echt niets anders dan wartaal, dwaasheid en volstrekte waanzin. Het is echt jammer dat de ogen van verstandige mannen door een dichte mist verduisterd zijn en dat zij dit geloof in gekkigheid aanhangen.
Het was de domheid en blindheid van de voorbije eeuw waarin de oude duivel op zeer grove, belachelijke en schadelijke wijze met de mensen speelde, precies zoals hij er zin in had. Hopelijk zal ieders ziel van zij die zo betoverd zijn de allerzoetste stem van God horen: ‘Ga open!’ Dat woord uit de mond van Christus zal de dove oren openen, zodat zij zich naar de waarheid kunnen wenden. De riem van de tong wordt losgemaakt, om de waarheid te verkondigen.
Door goddelijke genade flitst een straal van licht, zodat de machteloze duisternis die de duivel over de mensen geworpen heeft weggeslagen wordt. Iedereen kan dan de heldere waarheid zien en er kennis van nemen, zonder dat er goochelkunsten in de weg staan.
Laat de fictie van schrijvers buiten beschouwing: de almachtige Circe, het verhaal van Damarchus, De Gouden Ezel van Apuleius en de veranderingen van Lucianus. Raadpleeg over de ziekte van lycantropie, waarbij mensen geloven dat zij in wolven veranderen, boek 4, hoofdstuk 23 van De Praestigiis Daemonum, en over de natuurlijke verandering van het menselijk geslacht het daaropvolgende hoofdstuk van hetzelfde boek.
Het lijkt er inderdaad op dat er in Lijfland e.o. schadelijke wolven rondzwerven, die de Duitsers Werwölfe noemen. Dit zijn echter echte wolven die door de duivel tot gruweldaden opgejut worden. De duivel zelf gaat rond om bij lycantropen de zintuigen te verwarren, zodat ze waanzinnige fantasieën beleven. Hij bederft hun verbeeldingskracht om hen te laten bekennen dat zij daders zijn van strooptochten en andere misdaden in de buurt. Dit is heel eenvoudig voor de duivel.
Wie de ziekte lycantropie kent, weet dat de lichaamssappen en denkvermogens in beweging gebracht kunnen worden bij mensen wier hersenen vatbaar zijn voor de nevels door hun zwarte gal. Dat zijn dwaze en monsterlijke mensen.
Of deze wolven zijn demonen. Demonen die zich voordoen als wolven om lichtgelovige mensen te grazen te nemen, om onschuldigen te belasten of om de overheid schuldig te maken aan het vergieten van onschuldig bloed. Ondertussen blijken degenen die geloven dat zij in wolven zijn veranderd ergens diep te slapen, veroorzaakt door de duivel. Hun dromen vult hij bedrieglijk met beelden alsof ze het echt meemaken: ze achtervolgen of verslinden kinderen; ze brengen schade toe aan vee, ze zwerven en springen wild in het rond.
Ik verbaas mij er altijd zeer over, dat verstandige mannen blind vertrouwen op bekentenissen van mensen die misleid zijn. En dat zij denken dat er waarheid gesproken wordt. Zonder moeite spreken zij het doodvonnis uit. Ik zou willen dat zij eens een helder antwoord gaven op de vraag of zij werkelijk geloven dat mensen in wolven veranderd kunnen worden.
De duivel heeft nooit iets echts kunnen scheppen, en zijn dienaren al helemaal niet. Dat heb ik aangetoond in De Praestigiis Daemonum. Het scheppend vermogen ligt bij alleen bij God. Niemand anders heeft het recht op scheppen. Bloeddorstige mannen kunnen schreeuwen en tieren wat ze willen.
Zelfde tijdvak
De historische canonnovember 25, 2019
Simon Stevindecember 29, 2014
Wij Batavieren (1)november 21, 2016

Nogmaals, leuk dit!
“cui Deus omnia subiecit”: Vanwaar de keuze voor “uitgeleend”? Dat zou je in deze context echt wel met “onderworpen” kunnen vertalen. Het idee dat we de Schepping beheren en haar slechts lenen van onze kinderen lijkt me, hoewel vandaag gelukkig gangbaar bij veel christenen, niet vervat in “subicere”, laat staan dat het in de 16de eeuw gemeengoed was.
Ik vrees dat ik je niet veel kan helpen bij het inkorten van de tekst. Ik zou zelfs op meer woorden uitkomen om het retorische effect te behouden, bijvoorbeeld waar Wier er met variatie van werkwoorden op hamert dat het ondenkbaar is: “non admittit, occlamant, contradicunt, non patiuntur”.
“Solius id Dei munus & opus est” – Een verwijzing naar Cicero, wellicht. In Tusculanae Disputationes, 1.28.70 vraagt hij zich af of we bij het beschouwen van de natuur wel kunnen twijfelen aan het bestaan van een “effector” (schepper) of “moderator” (beheerder) “tanti operis et muneris” (werk, geschenk, maar evengoed een taak die je toegewezen krijgt).
” quos lamias putant” – Deze zin is verdwenen in de vertaling, maar lijkt me niet onbelangrijk.
“Ook hoe de dingen zijn in de natuur laten het ook niet toe.” Hier kan je “rerum natura” wel gewoon als “de natuur” vertalen. Sowieso moet het werkwoord in deze Nederlandse zin enkelvoud zijn aangezien het onderwerp niet “de dingen” is maar de bijzin “hoe de dingen zijn”. Deze zin wringt wat, onder andere door de dubbele “ook”.
Baring-Gould houdt zich in de 19de eeuw niet meer bezig met het bestrijden van bijgeloof, maar verzamelt folklore over weerwolven en wil aantonen dat menselijke wreedheid en geestesziekte aan de basis hiervan liggen. Op het einde verwijst hij naar een preek uit 1508 door Johann Geiler von Keysersperg. Deze man uit Straatsburg verklaarde weerwolven als gewone wolven met een zucht naar mensenvlees omwille van zeven mogelijke redenen, waaronder zulke banale als honger, maar ook de duivel die hen bezeten had of een straf van God.
Bedankt voor je vertaling en om deze tekst onder de aandacht te brengen!
Dank je wel voor je reactie.
Ik heb voor ‘uitgeleend’ gekozen met het leenstelsel in mijn achterhoofd: de mens is een leenman van God en heeft de aarde slechts in leen. Ik vond dat wel een feodale vertaling.
Waarom dat ‘quos lamiant putant’ verdwenen is, weet ik niet. Zal wel slordigheid zijn.