De laatste vragen aan Richard Kroes

Maar weinig mensen weten dat Richard Kroes onderzoek heeft gedaan naar antieke drinkhoorns.

[In de rubriek “zes vragen”, waarin oudheidkundigen vertellen wat zij nu eigenlijk doen, is het woord nu aan mijn goede vriend Richard Kroes, die archeologisch bureauonderzoek doet. Hij had zó veel interessants te vertellen over de wijze waarop momenteel in Nederland archeologie wordt bedreven, dat ik zijn antwoorden heb verdeeld over drie blogs. De eerste was hier.]

Hoe vergroot dit welk inzicht?
Dat weet niemand. Ik neem nu even ook het werk mee dat mijn collega’s in het veld doen nadat ik mijn bureauonderzoekshypothese heb opgesteld: de “gespecificeerde archeologische verwachting” testen. Ze zoeken eerst naar archeologische indicatoren om te beoordelen of iets überhaupt een vindplaats is. Het gaat dan om zaken als aardewerkfragmenten, huttenleem, houtskool, bot of vuursteen, die meestal worden opgespoord door booronderzoek. Vervolgens beoordelen ze wat een vindplaats “waard” is: wat zit er eigenlijk aan resten? hoe oud zijn die? zijn ze nog gaaf en goed geconserveerd? gaat het om iets zeldzaams? Dit is meestal proefsleuvenonderzoek. Daarna volgt het besluit over de wijze waarop waardevolle informatie behouden moet blijven. Lees: moeten we het opgraven of kunnen we het behouden door het plan aan te passen?

Lees verder “De laatste vragen aan Richard Kroes” →