Alexander de Grote bij de Perzische Poort

De toegang tot de Perzische Poort

We gaan vandaag verder met de reeks over Alexander de Grote. Het laatste blogje in de reeks is alweer een paar weken geleden. De Macedoniërs waren toen bezig met een terreurcampagne tegen de Ouxiërs, die het Zagrosgebergte leefden langs de kortste weg naar Persepolis. Alexanders rechterhand Parmenion volgde een zuidelijkere route, maar ook hij was op weg naar de Perzische hoofdstad. De verdediging van het Perzische moederland was in handen van de satraap van Persis, Ariobarzanes.

Die zal Ahuramazda hebben gedankt toen hij hoorde langs welke route Alexander naderde, want bij de zogeheten Perzische Poort had hij, hoewel zijn leger kwalitatief minder was dan dat van zijn vijand, een redelijke kans. Als hij Alexander daar terug zou kunnen drijven, kon de zegevierende Perzische strijdmacht terugkeren naar Persis en het leger van Parmenion overvallen.

In de val

Aangekomen bij het huidige Yasuj, beval Alexander zijn mannen naar de Perzische Poort op te rukken door een lang en smal dal dat aan weerszijden was omgeven door steile hellingen. Na een uur zagen ze dat ze vanaf heuveltoppen aan weerszijden van de weg werden nagekeken door mannen die daar in paniek naar toe leken te zijn gevlucht. Alexander moet met genoegen hebben vastgesteld dat zijn intimidatietactiek ook hier werkte en zette de opmars voort.

Even verderop werd de toch al smalle vallei nog smaller en en maakte ze een bocht. Omdat de nog laag staande zon hun in de ogen scheen, konden de soldaten slecht zien dat een muur de doorgang versperde. Ze waren al een eind voorbij de bocht toen ze de hinderlaag begrepen en zich realiseerden dat de “vluchtelingen” op de heuveltop een flankaanval uitvoerden.

De Perzische Poort, met een moderne doorgang

Op het moment dat Ariobarzanes zag dat de voorste Macedoniërs aarzelden, begreep hij dat ze de muur hadden gezien en hadden begrepen dat ze in de val waren gelopen. Eén bevel was voldoende om de smalle vallei te veranderen in een heksenketel: Perzische katapulten losten pijlen, boogschutters en slingeraars op de hellingen lieten hun projectielen regenen op de Macedoniërs, en van alle zijden rolden grote stenen en rotsen naar beneden die, zo zegt Curtius Rufus, “geen enkelingen verpletterden, maar hele pelotons”.

Er restte de Macedoniërs niets anders dan te vluchten. Alexander had de weg onvoldoende laten verkennen. De achtergelaten lijken getuigden van zijn blunder.

De omtrekkende beweging

Die avond overwoog hij zijn opties. De rotsige zijwanden van de vallei waren te steil om ze systematisch van vijanden te ontdoen en daarna de muur te laten bestormen. Áls het al zou lukken eerst de hellingen te bezetten, zou dat honderden doden kosten. Onderhandelen over de teruggave van de doden was vernederend voor een vorst die claimde al koning van Azië te zijn. Verder marcheren naar het zuiden om zich bij Parmenion te voegen kwam neer op het erkennen van een nederlaag.

Gelukkig bleek er onder de krijgsgevangenen een man te zijn die Grieks sprak en de omgeving goed kende, een Lyciër die ooit door de Perzen was gevangengenomen en te werk was gesteld als herder. Hij bood de Macedoniërs aan een bergpad te wijzen waarmee zij om de Perzische Poort heen konden. Alexander had geen andere mogelijkheid dan de man te geloven, liet Krateros, achter met twee bataljons en ging zelf na middernacht op pad.

Op de plaats waar tegenwoordig het mausoleum staat voor een zoon van Imam Huseyn, sloegen de Macedoniërs rechtsaf. Bij het licht van fakkels en de volle maan begonnen ze over de bergweiden naar boven te klimmen. Vermoedelijk waren de velden besneeuwd en was het minuscule beekje dichtgevroren, zodat het glad was.

Het pad van de omtrekkende beweging

Sommige soldaten gleden weg en sleepten degenen mee die probeerden hen weer omhoog te trekken. De meesten marcheerden echter probleemloos verder, tot ze de bevroren bron bereikten van een ander beekje, waarvan hun gids zei dat het uitkwam bij de heuveltoppen die enkele uren eerder hadden gediend als basis voor de Perzische flankaanval. Arrianus vertelt:

Voordat het licht werd overviel Alexander de eerste wachtpost van de Perzen. Die werd uitgemoord, evenals het grootste deel van de bezetting van de tweede post. Van de derde ontkwamen de meesten. Zij vluchtten echter niet naar het kamp van Ariobarzanes, maar renden in hun paniek meteen van hun post de bergen in, zodat Alexander bij zonsopgang volkomen onverwacht het kamp van de vijand kon overvallen. Op hetzelfde moment dat hij een aanval deed op de gracht, gaven de trompetten het signaal aan de troepen van Krateros en voerde Krateros ze naar de versperring.noot Arrianus, Anabasis 3.18.6-7; vert. Simone Mooij.

De overwinning was compleet. Alleen Ariobarzanes, een paar dozijn ruiters en misschien vijfduizend man voetvolk wisten uit te breken naar Persepolis. De plaatselijke garnizoenscommandant liet hen echter niet binnen omdat hij van mening was dat het verstandiger was de hoofdstad aan de onoverwinnelijke Alexander over te geven. Dat was de enige manier om de stad te redden, want de ongeschreven regels van het oorlogsrecht verboden een veroveraar een nederzetting na capitulatie te vernietigen.

Het Perzische kamp (aan de overzijde van het dal)

Zo zat Ariobarzanes klem tussen zijn landgenoten, die verder bloedvergieten wilden vermijden, en zijn vijanden, die hem haatten omdat hij hun bijna een nederlaag had toegebracht. Niemand had er belang bij dat hij in leven bleef. Waarschijnlijk waren het de Macedoniërs die hem doodden.

[Ik haalde al eens eerder een persoonlijke herinnering aan de Perzische Poort op. Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]


Dacia Felix: de Geten

december 28, 2019

Nieuwe plannen

november 8, 2022
Deel dit:
Reageren is alleen mogelijk voor site‑leden.
Log in met je uitgenodigde account of vraag lidmaatschap aan bij de redactie.