Over een Romeins parasolletje

De auteur met parasol (© D. Mittendorp)

Als kind wilde ik al archeoloog worden. Toen ik eenmaal wat ouder was, werd ik dan ook lid van de Nederlandse Jeugdbond voor Geschiedenis (NJBG) waarbij ik zowel actief was bij de Werkgroep Archeologisch Onderzoek (WAO) als de Werkgroep Experimentele Archeologie (WEA). In de zomer ging ik graven, een week naar het HAPS-project in Apeldoorn, of op reis langs de geschiedenis en archeologie van bijvoorbeeld Ierland. De rest van het jaar ging ik regelmatig in het weekend op pad met een van beide werkgroepen. Het kon dus niet uitblijven dat ik archeologie ging studeren.

Re-enactment

Toen ik eenmaal van mijn hobby mijn beroep had gemaakt, had ik natuurlijk een nieuwe hobby nodig. Ook, omdat ik inmiddels te oud werd voor de NJBG. Zo kwam ik eerst bij de Laat-Romeinse re-actmentgroep Fectio terecht en kort daarna ook bij de Levende Romeinse Geschiedenis Groep Corbvlo.

Lees verder “Over een Romeins parasolletje”

Zonsverduistering

Zichtbaarheid van de zonsverduistering van 12 augustus 2026 volgens de Franse IMCCE. De grijze lijn geeft de smalle strook aan waar de zonsverduistering totaal is.

Vandaag (12 augustus) vindt een zonsverduistering plaats die in de namiddag ook in Nederland goed waarneembaar zal zijn. De smalle strook waarin de zon totaal wordt verduisterd begint bij de Siberische kust (nabij Tajmyr) en passeert iets ten zuiden van de noordpool achtereenvolgens het oostelijke deel van Groenland, het westelijke deel van IJsland, de Atlantische Oceaan, Noord-Spanje en eindigt boven de Balearen. In Nederland is deze zonsverduistering niet totaal maar bij het maximum (ongeveer een uur voor zonsondergang) zal ongeveer 88½% van de zonneschijf door de maan worden bedekt zodat slechts nog maar een smalle sikkel van de zonneschijf overblijft.noot In Utrecht begint de zonsverduistering om 19:17, vindt het maximum plaats om 20:11 en eindigt de verduistering om 21:03, slechts enkele minuten voor zonsondergang. Elders kunnen de tijdstippen enkele minuten afwijken.

Zonsverduisteringen verklaard

Een zonsverduistering vindt plaats wanneer de maan tijdens nieuwe maan precies (of bijna precies) tussen de aarde en de zon kruipt. De smalle kegelvormige schaduw van de maan valt dan op het aardoppervlak en waarnemers op of nabij de centrale lijn zien dan dat de maan voor enkele minuten de zonneschijf bedekt. Als de schijnbare grootte van de maan groter is dan die van de zon wordt de gehele zonneschijf bedekt en spreekt men een totale verduistering; is de schijnbare diameter van maan iets kleiner dan die van de zon dan wordt de zonneschijf niet geheel bedekt en ziet men een felle ring rondom de maan. Deze wordt een ringvormige zonsverduistering genoemd.noot Soms kan een zonsverduistering beginnen als een ringvormige zonsverduistering, dan overgaan in een totale zonsverduistering en weer eindigen als een ringvormige zonsverduistering: deze wordt een ringvormig-totale of een hybride zonsverduistering genoemd.

Lees verder “Zonsverduistering”

Zes vragen aan Gert Knepper

Vollgraff aan het werk op het Domplein in Utrecht (1934)

De trouwe lezers van deze blog kennen inmiddels de rubriek waarin dit de derde aflevering is: ik wil de aandacht weghalen bij de gemakzuchtige stukken over archeologie en de ongefundeerde parallellen tussen toen en nu, en terugleggen bij het eigenlijke wetenschappelijke proces. Vandaag is het woord aan classicus Gert Knepper, die weleens eerder schreef voor deze blog en geen onbekende is in de reageerpanelen van deze blog.

***

Wat bestudeert u?
De afgelopen jaren heb ik me beziggehouden met een onderzoek naar het leven van de Nederlandse classicus Carl Wilhelm Vollgraff (1876-1967, z’n achternaam spreek je gewoon op z’n Nederlands uit), met de bedoeling om diens biografie te schrijven.

Lees verder “Zes vragen aan Gert Knepper”

Zes vragen aan Wil Kuijpers

Wil Kuijpers (© H. Kolkert)

Als er journalistieke aandacht is voor de Oudheid, gaat het meestal over archeologische vondsten, die nogal stereotiep worden gebracht (“schat”, “mysterie”). Verder zijn er altijd weer slecht onderbouwde parallellen tussen toen en nu (West-Europa wacht al twee eeuwen het veronderstelde lot van het Romeinse Rijk). Met de rubriek “zes vragen” wil ik de aandacht terugleggen bij het eigenlijke wetenschappelijke proces. Als lezers weten wat onderzoekers doen, begrijpen ze immers beter wat er op het spel staat en herwint de oudheidkunde draagvlak.

Als tweede laat ik archeoloog Wil Kuijpers aan het woord, die zich bezighoudt met Romeinse baggervondsten uit het Nederlandse rivierengebied. Daarbij staat de vraag centraal in hoeverre zulk materiaalonderzoek kan bijdragen aan de reconstructie van verdwenen Romeinse nederzettingen. Hij combineert vondstanalyses met landschappelijk onderzoek, historische bronnen en vergelijkingen met andere vindplaatsen langs de limes.

***

Wat bestudeert u?

Als burgeronderzoeker onderzoek ik archeologische vondsten uit onderspoelde Romeinse vindplaatsen in het Gelderse rivierengebied. Mijn bevindingen deel ik via publicaties en lezingen.

Lees verder “Zes vragen aan Wil Kuijpers”

Museum Kam

Museum Kam, Nijmegen

[Ik was een weekendje in Nijmegen en wijd er zes of zeven blogjes aan. Dit is het voorlaatste. Het eerste was hier.]

Het moet een halve eeuw geleden zijn dat mijn vader me meenam naar Nijmegen, naar Museum Kam, destijds het archeologische museum van de stad. De locatie kon niet beter: het stond op de rand van de Romeinse legerbasis op de Hunerberg. De graven van de legionairs en hun tijdgenoten zijn gevonden in de straat waar het museum werd gebouwd, die inmiddels Museum Kamstraat heet. Mijn vader en ik kregen uitleg van meneer Stuart, die mijn ontluikende liefde voor Romeins Nederland aanwakkerde met een mooi verhaal. (Voor de insiders die zich afvragen hoe het kwam dat een Zo Grote Naam Uit De Nederlandse Archeologie twee passanten kwam verwelkomen, voeg ik toe dat Peter Stuart de broer was van een collega van mijn vader.)

Museum Kam is eind jaren negentig gesloten. De collectie is overgebracht naar het Valkhof Museum, waarover ik gisteren blogde, en het gebouw is sindsdien in gebruik voor andere doelen. In de coronatijd is het ingericht als onderzoekscentrum met bibliotheek.

Lees verder “Museum Kam”

Het vernieuwde Valkhof Museum

Romeinse godinnen (Valkhof Museum, Nijmegen)

[Ik was een weekendje in Nijmegen en wijd er zes blogjes aan, of zeven, als ik ook dit stukje meetel. Dit is het vierde; het eerste was hier.]

Wie van Romeins Nederland houdt, houdt van het Valkhof Museum in Nijmegen. Het is echter – althans voor mij – een liefde die soms teleurstelt, zoals toen de directie verdwaalde in een tunnelvisie. Het museum was enige tijd gesloten, werd verbouwd en is onlangs heropend, en nu weet ik weer waarom ik er graag kom. Al vóór je binnen bent, zie je de verandering: het museumcafé bevindt zich nu aan de voorkant, zodat het gebouw veel opener is naar de buitenwereld. Ook het malle monument op het plein, een tegen de archeologische wetenschap opgeheven middelvinger in de vorm van een verzakte replica van een Romeins monument, is gelukkig verwijderd.

Kristalhelder thema

Feitelijk bestaat de nieuwe archeologische afdeling uit een heel grote C-vormige ruimte, met een kristalhelder thema: Nijmegen als onderdeel van een grotere wereld. Dit verhaal wordt strikt chronologisch verteld. Uit die keuze vloeit voort dat de verzameling nederzettingen die we aanduiden als “Romeins Nijmegen”, minder centraal staat dan vroeger. De eerste getoonde voorwerpen komen uit Bennekom, bepaald niet om de hoek.

Lees verder “Het vernieuwde Valkhof Museum”

Zes vragen aan Vincent Hunink

Drie beeldschermen en Vincent Hunink

Als er journalistieke aandacht is voor de Oudheid, gaat het meestal over archeologische vondsten, die nogal stereotiep worden gebracht (“schat”, “mysterie”). Verder zijn er altijd weer slecht onderbouwde parallellen tussen toen en nu (West-Europa wacht al twee eeuwen het veronderstelde lot van het Romeinse Rijk). Vandaag begint op deze blog een rubriek waarin ik de aandacht meer wil leggen op het eigenlijke wetenschappelijke proces. Als lezers weten wat onderzoekers feitelijk doen, begrijpen ze immers beter wat er op het spel staat en herwint de oudheidkunde draagvlak. Als eerste laat ik de Nijmeegse classicus Vincent Hunink aan het woord.

Sinds 1990 vertaalt hij met grote regelmaat teksten van klassieke en niet-klassieke auteurs. Recent werkte hij mee aan Ik en Rome, de grote uitgave van de verzamelde brieven van Cicero, en vertaalde hij de brieven van Plinius de Jongere. Zijn nieuwe vertaling is: Commodianus, Ik wijs de weg! een experiment uit het vroege christendom (Instructiones).

Lees verder “Zes vragen aan Vincent Hunink”

The Odyssey, een recensie (2)

Bijna drie uur duurt ’ie: de film The Odyssey van Christopher Nolan. Uren vol met flashbacks, vooruitzichten, boodschappen, ontroering, hier en daar ook humor (een Nieuw-Grieks sprekende anonieme bewoner van een door Odysseus bezocht eiland), geweld, prachtige beelden. Een ‘totaal-ervaring’ dus, maar ook eentje waarvoor je je soms schrap moet zetten. Laat me beginnen met de meest kritische noot die ik kan verzinnen. Amerikaanse films hebben de neiging om moralistische boodschappen te laten klinken, en ook The Odyssey ontkomt daar niet aan. En dat terwijl de avonturen van Odysseus al meer dan genoeg materiaal vormen om zoveel tijd van je te vragen. Dat moralistische sausje had Nolan van mij weg mogen laten.

Dat geschreven zijnde kom ik op het waagstuk van Nolan, want ga er maar aan staan: een iconisch werk over een al even iconische held verfilmen. De regisseur is daarin volgens mij goed tot (hier en daar) zeer goed geslaagd. Hij koos acteurs (m/v) die bijna allemaal overtuigen. Landschappen waar je even stil van wordt. Scenes die beklijven, omdat ze zoveel spektakel bevatten. En ook weet hij geweld vooral te suggereren: afgezien van één hoofd (van een godenbeeld) rollen er nergens echte koppen, lijkt de camera te stoppen voordat het te erg wordt, kijk je eigenlijk nergens even weg omdat het geweld te heftig is of dreigt te worden. En de muziek in de film (soms heftige bombast, maar ja: dat is het verhaal zelf ook al) klopt met de beelden. Net als de andere geluidseffecten dat doen.

Lees verder “The Odyssey, een recensie (2)”

The Odyssey, een recensie (1c)

De shoot-out (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

[Dit is het laatste van drie blogjes die Nimue van Dijk wijdde aan de speelfilm The Odyssey. Het eerste was hier.] 

Odysseus heeft volgens de film inderdaad iets verschrikkelijks gedaan, en boetedoening in de vorm van zijn omzwervingen is noodzakelijk, maar hij vindt in zekere zin absolutie door zijn schulderkenning. Zijn directe en indirecte slachtoffers daarentegen blijven buiten beeld; hun verlies krijgt geen vergelijkbare afronding. Dit levert naar mijn mening iets van frictie op binnen een film die een punt maakt van de blijvende gevolgen van geweld, maar vooral de dader de catharsis gunt.

Het einde van de beschaving

Zo vind ik dat er meer van dit soort interne frictie is. Om weer terug te komen op de afrekening met de vrijers: dit wordt slim geframed als een soort omkering van de slachting in Troje, als Odysseus die het onkruid dat hij in Troje gezaaid heeft nu wiedt. Dat neemt niet weg dat de film ons door de vrijers te demoniseren manipuleert om van dit geweld te genieten, terwijl we het andere geweld dat we zien moeten veroordelen. Dan is er ook nog de sleutelscène aan het eind van de film, waarin Odysseus, vermomd als bedelaar, voor Penelope uit de doeken doet wat het innemen van Troje echt inhield. Hier wordt expliciet de link gelegd met het verbreken van Zeus’ Law en de toestand waar de beschaving in verkeert. “Our age of bronze is collapsing,” zegt Odysseus onheilspellend.

Lees verder “The Odyssey, een recensie (1c)”

The Odyssey, een recensie (1b)

De vrijers en Penelope (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

[Dit is het tweede van drie blogjes die Nimue van Dijk wijdde aan de speelfilm The Odyssey. Het eerste was hier.] 

Een ander element dat het zwaartepunt bij Odysseus’ psyche legt is de fysieke afwezigheid van de goden. Hun aanwezigheid is wel voelbaar, door rommelende donder en een woeste zee, maar ze verschijnen niet, wat je als kijker motiveert om goed op te letten. Odysseus zelf lijkt sceptisch over bovennatuurlijke krachten. “We can’t live by omens and sacrifices,” zegt hij tegen zijn vermoeide mannen. Athene, de enige godin die wel een rol speelt, blijkt het gezicht te hebben van een priesteres die Odysseus door de Grieken gegrepen heeft zien worden in Troje. Deze scène wordt gecontrasteerd met het hoofd van een standbeeld van Athene dat in haar tempel wordt afgehakt; de godin en de onschuldige vrouw zijn één geworden voor Odysseus. In deze gedaante achtervolgt ze hem tijdens zijn reis, en dit, naast de toevoeging van Sinon, suggereert dat hij gedreven wordt door zijn eigen geweten, niet door goddelijke interventie.

Oorlogsslachtoffers

Athene is, ondanks haar minimale schermtijd, een belangrijk figuur. Ze kan gelezen worden als symbool voor de onschuldige oorlogsslachtoffers van Troje, en het is binnen dit narratief niet toevallig dat ze een vrouwelijke godheid is. Ik kreeg zelf de indruk dat de film er, onder het oppervlak van de focus op Odysseus, naar hintte dat de slachtoffers van mannelijke oorlogszucht vaak vrouwen zijn. Het geschreeuw dat we in Troje horen is duidelijk vrouwelijk, en we zien expliciet hoe de Griekse soldaten vrouwen donkere hoeken in slepen. Terwijl de mannen die in Troje sterven grotendeels anonieme soldaten zijn, worden de brute gevolgen van de oorlog voor elk vrouwelijk karakter in de film duidelijk in beeld gebracht.

Lees verder “The Odyssey, een recensie (1b)”