Een ramp in opeenvolgende tonelen (4)

Skelet van een kat (Universiteitsmuseum Groningen)

[Laatste van vier blogjes van Han Borg over de academische collecties van de Rijksuniversiteit Groningen. Het eerste was hier.]

Met de brand (op 30 augustus 1906) van het tweede Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen (dat sinds 1850 op de plaats van twee vroegere conventen verrees) ging onder meer de complete verzameling zoölogie verloren: een neushoorn, een giraf en vele andere dieren gingen in het verwoestende vuur ten onder, mede omdat veel artefacten werden bewaard op sterk water, dat door de hitte ontplofte en het vuur zich razendsnel liet verspreiden. Dankzij de inspanningen van de president-curator van de RUG, burgers en studenten konden gelukkig de oude archiefstukken, de portretten van vroegere hoogleraren en studentenvaandels uit 1666 en 1830 gered worden, maar veel ging helaas ook verloren.

In het in 1909 geopende derde Academiegebouw werd vervolgens in 1949 een grote zolderruimte ingeruimd voor wél bewaarde zaken die vanaf 1934 te zien waren geweest in een historisch pand aan het Lopende Diep (het “Corps de Garde”), en die collectie bleef daar tot het nieuwe Universiteitsmuseum Groningen in 1987 geopend werd in het gebouw van de vroegere Universiteitsbibliotheek.

Lees verder “Een ramp in opeenvolgende tonelen (4)” →

Een ramp in opeenvolgende tonelen (3)

Etruskisch aardewerk (Universiteitsmuseum Groningen)

[Derde van vier blogjes van Han Borg over het Universiteitsmuseum Groningen. Het eerste was hier.]

Tijdens de uitoefening van diverse functies voor de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) mocht ik ook het genoegen smaken om universiteitsmusea van diverse klassieke Europese universiteiten te bezoeken. Er bestond bijvoorbeeld een verband van vier universiteiten, dat tot doel had intensieve samenwerking op brede wetenschapsterreinen te bevorderen. Van dit G4-verband waren destijds Uppsala, Gent, Göttingen en Groningen lid. Later werd dit G4-verband uitgebreid met o.a. de universiteit van Tartu (Estland) en Bratislava. Het netwerk heet nu “Enlight”.

Gent, Tartu, Uppsala en Göttingen hebben, net als Groningen, prachtige historische collecties die met trots aan het brede geïnteresseerde publiek worden getoond. Ik herinner me een bezoek aan het Gents Universiteitsmuseum, waarbij de Academisch Beheerder van de universiteit zijn enthousiasme over datgene wat Gent in het museum kon laten zien bepaald niet onder stoelen of banken stak.

Lees verder “Een ramp in opeenvolgende tonelen (3)” →

De laatste vragen aan Richard Kroes

Maar weinig mensen weten dat Richard Kroes onderzoek heeft gedaan naar antieke drinkhoorns.

[In de rubriek “zes vragen”, waarin oudheidkundigen vertellen wat zij nu eigenlijk doen, is het woord nu aan mijn goede vriend Richard Kroes, die archeologisch bureauonderzoek doet. Hij had zó veel interessants te vertellen over de wijze waarop momenteel in Nederland archeologie wordt bedreven, dat ik zijn antwoorden heb verdeeld over drie blogs. De eerste was hier.]

Hoe vergroot dit welk inzicht?
Dat weet niemand. Ik neem nu even ook het werk mee dat mijn collega’s in het veld doen nadat ik mijn bureauonderzoekshypothese heb opgesteld: de “gespecificeerde archeologische verwachting” testen. Ze zoeken eerst naar archeologische indicatoren om te beoordelen of iets überhaupt een vindplaats is. Het gaat dan om zaken als aardewerkfragmenten, huttenleem, houtskool, bot of vuursteen, die meestal worden opgespoord door booronderzoek. Vervolgens beoordelen ze wat een vindplaats “waard” is: wat zit er eigenlijk aan resten? hoe oud zijn die? zijn ze nog gaaf en goed geconserveerd? gaat het om iets zeldzaams? Dit is meestal proefsleuvenonderzoek. Daarna volgt het besluit over de wijze waarop waardevolle informatie behouden moet blijven. Lees: moeten we het opgraven of kunnen we het behouden door het plan aan te passen?

Lees verder “De laatste vragen aan Richard Kroes” →

Nog een vraag aan Richard Kroes

Richard Kroes (linksonder)

[In de rubriek “zes vragen”, waarin oudheidkundigen vertellen wat zij nu eigenlijk doen, is het woord nu aan mijn goede vriend Richard Kroes, die archeologisch bureauonderzoek doet. Hij had zó veel interessants te vertellen over de wijze waarop momenteel in Nederland archeologie wordt bedreven, dat ik zijn antwoorden heb verdeeld over drie blogs. De eerste was hier.]

***

Wat is de voornaamste hindernis bij uw onderzoek?
Heel mijn werk bestaat uit hindernissen. De zorg voor het erfgoed in de bodem is gebaseerd op het principe “de veroorzaker betaalt”. Die veroorzakers zijn particulieren, bouwers, projectontwikkelaars, MKB’ers, boeren, grote bedrijven, Rijkswaterstaat, provincies en gemeenten. Alleen die laatste twee zijn toegerust voor archeologisch onderzoek en de eerder genoemden zitten er meestal niet op te wachten. Archeologie is – zeg maar – een opgedrongen product, net als rijlessen.

Lees verder “Nog een vraag aan Richard Kroes” →

Twee vragen aan Richard Kroes

Dit is geen bureauonderzoek

De vaste lezers van deze blog kennen de rubriek “zes vragen”, waarin wetenschappers kunnen vertellen wat ze nu eigenlijk doen. Dat is namelijk niet altijd wat het publiek denkt. Vandaag is het woord aan mijn goede vriend Richard Kroes, een archeoloog die niet, zoals u wellicht zou denken, de hele dag staat te graven. Hij heeft zó veel interessants te vertellen dat ik de blog maar in drieën heb gesplitst.

***

Wat bestudeert u?
Ik bestudeer gebieden in westelijk Nederland waar particulieren, gemeenten, bedrijven en projectontwikkelaars iets willen bouwen of een andere ingreep in de bodem willen uitvoeren. Er staan dan wetten in de weg en praktische bezwaren: er worden voorwaarden gesteld opdat eventuele archeologische resten in de bodem behouden blijven of in ieder geval niet ongezien verdwijnen.

Lees verder “Twee vragen aan Richard Kroes” →

Haus der Geschichte, Bonn

Hitler (let op het armpje; Haus der Geschichte, Bonn)

Duitsland heeft nogal wat geschiedenis en daarom is het Haus der Geschichte der Bundesrepublik Deutschland in Bonn nogal groot. Sinds een half jaar heeft het een nieuwe vaste opstelling. Die vernieuwing is ook voor een Nederlander of Vlaming interessant, want een fors deel van de Duitse geschiedenis is wereldgeschiedenis. Los daarvan: in Nederland is de oprichting van het Nationaal Historisch Museum uitgelopen op een farce en in Brussel bestaat al een interessant Huis van de Europese Geschiedenis. Ik wilde eens weten hoe de Duitsers het geblunder uit Nederland hadden vermeden en hoe hun aanbod zich verhield tot dat in Brussel, dus ik ben er in Bonn vorige week eens langs gegaan.

Eerst maar even een vergelijking met de mislukking in Nederland. Die had natuurlijk alles te maken met de directie: kunsthistorici in plaats van historici. De minachting voor de geschiedwetenschap was er echter al eerder. Het doel van het Nationaal Historisch Museum was immers expliciet politiek: het versterken van de nationale identiteit. Wetenschappers – en dus ook geschiedwetenschappers – zijn er echter niet om de politiek te dienen. Het project had dus zelfs niet mogen beginnen, maar er waren genoeg Nederlandse historici die voor 200 miljoen hun wetenschappelijke autonomie wel wilden opgeven, en dus heeft de klucht bizar lang geduurd. Wat je verder ook mag denken van de in Bonn gemaakte keuzes: men heeft in elk geval niet de Duitse nationale identiteit willen versterken, en dat is alvast een geruststelling.

Lees verder “Haus der Geschichte, Bonn” →

De Arabische wereld na 1970

Protesten in Algiers (2019)

[Dit is het tweede blogje n.a.v. Roel Meijers vorig jaar verschenen Een moderne geschiedenis van de Arabische wereld. Het eerste blogje was hier.]

Na de dictatuur

Niet alle Arabische landen zijn republieken: Marokko, Jordanië, Saoedi-Arabië en de Golfstaten zijn monarchieën. Het sociaal contract in deze landen is met één woord te typeren: paternalisme. Koningen kunnen flexibeler opereren en zeker in de rijke Golfstaten hebben de overheden de mogelijkheid het klassieke sociale contract in stand te houden. Toen de Arabische Lente in 2011 aanbrak, kon die worden geabsorbeerd.

Voor de republieken lag dat anders. Als reactie op het falen van de autoritaire stelsels ontstond hier een nieuw islamitisch sociaal contract. Dit islamisme was geen terugkeer naar het oude pact, maar was gericht op het overnemen van het in de twintigste eeuw gegroeide staatsapparaat. Daarbij onderscheidt Meijer een maximalistisch programma en een liberaler, minimalistisch programma. Intrigerend is zijn observatie dat islamistische bewegingen zich ervan bewust waren dat ze de façadedemocratieën alleen konden omzetten in een beter systeem met westerse hulp.

Lees verder “De Arabische wereld na 1970” →

Frankenstein in Bagdad

Ik hoorde vertellen – en ik denk dat het waar is – dat een jaar of twintig geleden bij een dorp in het noorden van Irak een massagraf werd gevonden waarin allerlei losse lichaamsdelen lagen. De slachtoffers waren onherkenbaar, maar met enige moeite vielen ze te herleiden tot acht mensen. In dat dorp waren echter tien mensen vermist. Van twee doden ontbrak alles wat identificeerbaar had kunnen zijn. De dorpelingen besloten daarop de ledematen te verdelen over tien kisten, zodat er tenminste tien begrafenissen konden zijn.

Frankenstein

Iets soortgelijks is de premisse van Frankenstein in Baghdad van de Iraakse auteur Ahmed Saadawi. Een man neemt na een bomaanslag waarbij een vriend om het leven komt, allerlei lichaamsdelen van gewelddadig gestorven mensen, naait ze aan elkaar om er één lichaam van te maken om de autoriteiten te dwingen te erkennen dat een volledig mensenleven kapot is gemaakt. Het schepsel komt echter tot leven en begint aan een wraakcampagne: hij doodt degenen die verantwoordelijk zijn voor de dood van degenen uit wier lichaamsdelen hij is samengesteld.

Lees verder “Frankenstein in Bagdad” →

Archeologie en neoliberalisme

Archeologie als city marketing (©Beleidsnota Archeologie Cuijk, 2019)

De hoge kwaliteit van de Spaanse archeologische musea merk je pas goed in de museumboekhandels. Zo zag ik in januari in Alicante een in 2016 verschenen boek Archaeology and Neoliberalism, onder redactie van Pablo Aparicio Resco. Wie begrip, vertrouwen en steun voor een wetenschap wil bewaren, moet openlijk spreken over sterke én zwakke punten, en blijkbaar is daar in Spanje ruimte voor. Natuurlijk spreken ook Nederlandse archeologen over dingen die beter kunnen, maar dat gebeurt vooral binnenskamers. Zelfs de overzichtstentoonstelling over een kwart eeuw Nederlandse archeologie, onlangs in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, kwam er onvoldoende aan toe. Die benadrukte vooral de mooie kanten.

Het archeologisch bestel

Voor een overzicht van enkele minder mooie kanten kunnen we terecht in het artikel “Caught in a Business Scenario: Implications of Neoliberalism on Archaeological Heritage Management in the Netherlands” van de Leidse archeologe Monique van den Dries, te vinden in het genoemde boek. Ik vond het artikel ietwat somber, maar het zette wel aan tot nadenken.

Lees verder “Archeologie en neoliberalisme” →