Zwart, maar

Mensen met een zwart uiterlijk waren populair in de antieke kunst. Dit kopje staat in het Archeologisch museum van Tarente.

‘Zwart ben ik, maar mooi,’ zegt de bruid van de koning in de bijbel, Hooglied 1.5. Althans volgens de christelijke traditie van West-Europa: Nigra sum sed formosa. Misschien hebt u de tekst gehoord in Monteverdi’s Mariavespers. In de bijbelvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap (1951) heet het: ‘Donker van huid ben ik, doch bekoorlijk.’

Dat is een vertaalfout, die eeuwenlang is meegegaan en die vanuit de gangbare visie op rassen blijkbaar noodzakelijk werd gevonden. Zwart is lelijk, maar in dit geval bij uitzondering een keer niet: zo zag men het.

Lees verder “Zwart, maar”