
Je moet teksten nooit al te letterlijk nemen, want al snel lijkt het dan alsof er onzin staat. Hier zijn vier regels uit Vergilius’ Aeneis, het gedicht dat, in de vorm van een verhaal over de zwerftocht van de Trojanen naar Italië, de lof zingt van keizer Augustus.
[Augustus] super et Garamantas et Indos
proferet imperium. Iacet extra sidera tellus,
extra anni solisque vias, ubi caelifer Atlas
axem umero torquet stellis ardentibus aptum.nootTot voorbij de Garamanten en Indiërs zal Augustus
het imperium uitbreiden. Er ligt land buiten de sterren,
buiten de banen van jaar en zon, waar hemeldrager Atlas
op zijn schouder de as draait waaraan de fonkelsterren zijn bevestigd.
De eerste volzin is duidelijk: keizer Augustus zal de invloedssfeer (imperium) van de Romeinen uitbreiden tot voorbij de Garamanten in de Sahara en Indië. Van “voorbij de Garamanten” valt met enige goede wil nog wel chocola te maken: de Romeinen hadden namelijk contact met de Nok- en Sao-culturen van Subsaharaal Afrika, en dat Augustus die aan zijn gezag onderwierp, was geen ondenkbare gedachte. Uiteraard was het praktisch moeilijk uitvoerbaar. “Voorbij Indië” was echter noch uitvoerbaar, noch denkbaar: daar strekte zich, althans op Vergilius’ landkaart, eigenlijk alleen maar Oceaan uit. De bedoeling van deze passage, vreemd als ze is, is echter duidelijk: de Romeinse macht zou worden uitgebreid naar het zuiden en oosten.
De dichter voorziet ook westelijke expansie: de reus Atlas, die het hemelgewelf torste, werd geacht te leven in het verre westen, volgens een passage uit dezelfde Aeneis in de buurt van de ondergaande zon.noot De dichterlijke taal is op dit punt helemaal bizar: Augustus zal Romes invloed zelfs verspreiden tot het land “buiten de sterren”, tot voorbij de baan die de zon elke dag aflegt om de aarde en zelfs voorbij de baan die de sterren in de loop van een jaar afleggen om diezelfde aarde.
Vanuit ons heliocentrische wereldbeeld is dit absurd, vanuit Vergilius’ geocentrische wereldbeeld eveneens. Het is een beetje Platoons: in zijn Faidros schetst Plato een universum met een gat in het dak, waar de goden soms even naar buiten gaan, dus naar een wereld “voorbij de sterren”, waar ze de ideeën aanschouwen – zie de gravure van Camille Flammarion hierboven. Dat is de wereld van het transcendentale. Misschien bedoelde Vergilius dat, maar het lijkt me aannemelijker dat het een hyperbool is, zij het een nog hyperbolischer hyperbool dan “voorbij Indië”.
Overigens was keizer Augustus, toen Vergilius deze regels tussen 29 en 19 v.Chr. schreef, inderdaad actief in het westen: in 26 en 25 onderwierp hij Asturië in Noord-Spanje, met nog wat kleinere campagnes in de volgende jaren. Daarmee rondde Augustus de twee eeuwen durende verovering van Iberië af en bracht hij de grenzen van het imperium naar de Atlantische Oceaan. Voor de auteur van de Aeneis, waarin de westwaartse migratie van de Trojanen naar Italië centraal staat, was de verder westwaartse beweging richting Oceaan alleen maar logisch, en als je eenmaal stond aan de oevers van de wereldzee, kon je alleen maar fantaseren over expansie voorbij het westen, van de aardschijf af, over de grenzen van het universum.
Zelfde tijdvak
Opnieuw: de Ster van Betlehemjanuari 6, 2015
Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (1)februari 16, 2026
Bloedbad in Gomfoijuni 18, 2022

Log in met je uitgenodigde account of vraag lidmaatschap aan bij de redactie.