Antiek purper

Purperbeschilderde zijde (Archeologisch Museum, Deir ez-Zor)

Ik denk dat ik maar één keer antiek purper heb gezien. Het was gebruikt om Chinese zijde te verven, en de stukjes textiel lagen op een bovenverdieping in het museum van Deir ez-Zor. Of mijn herinnering klopt, weet ik niet en valt ook niet meer te controleren, omdat het museum is geplunderd in de jaren dat de zogenaamd Islamitische Staat in dit deel van Syrië haar schrikbewind uitoefende. Hoe dat ook zij: textiel, met purper beschilderd, is in het archeologisch databastand vrijwel niet aanwezig.

Logisch, want het was zeldzaam en kostbaar, omdat de productie extreem lastig was. Je leest weleens dat alleen de Romeinse keizer purper dragen mocht. Als die regel al echt heeft bestaan, is ze niet werkelijk toegepast (zie het textiel in Deir ez-Zor), maar gegeven de prijs zal het in de praktijk niet eens nodig zijn geweest om zo’n regel te formuleren.

Zeeslakken

Een Fenicische mythe, die we overigens alleen maar kennen in Griekse vorm, vertelt dat Melqart, de stadsgod van Tyrus, op een dag met zijn hond op het strand wandelde, en dat het dier een paarse bek kreeg toen het op een schelp had gebeten. Wat de hond binnenkreeg, was het slijm dat sommige zeeslakken afscheiden en dat kon dienen als kleurstof. Als ik het goed begrijp waren er drie tinten:

In de Oudheid nam men aan dat de beste slijm werd gewonnen op het moment dat aan de ochtendhemel Sirius (“de hondsster”) niet langer door de zon werd overstraald.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 9.133. Dat is rond het midden van de zomer en verklaart misschien de hond in de mythe. Het slijm, dat overigens bleekgroen is, bevatte een broomverbinding die de slakken hadden binnengekregen als ze algen aten, die het weer uit het zeewater haalden dat over sommige bodems spoelde. Daarom kwamen vooral de zeeslakken van de Levant en de Maghreb in aanmerking voor de productie van purper.

Huisje van een purperslak

Productie

De zeeslakken werden in vallen gevangen en vervolgens moest de slijm worden gewonnen. Dat kon gebeuren door de diertjes met stokjes te steken, zodat ze begonnen te spugen, maar ook was het mogelijk met een speciaal mesje de slijmklier uit te snijden. Het eerste was bewerkelijker, maar kon worden herhaald; de tweede methode was destructief maar leverde snel meer op. De stank schijnt afschuwelijk te zijn geweest. De Babylonische Talmoed staat vrouwen toe echtscheiding te eisen als hun man zich inliet met purperververij.noot Babylonische Talmoed, Kethuboth 77a. Overigens een interessante aanwijzing dat er in Tyrus Joden leefden.

Wat er na het winnen van het slijm gebeurde, is niet goed bekend. Een kleitablet uit Ugarit en een passage bij de Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere behandelen de purperproductie, maar bieden onvoldoende informatie. De vaak herhaalde claim dat 12.000 slakken nodig waren om anderhalve gram verfstof te produceren, voldoende voor de zoom van een kledingstuk, is een goedbedoelde slag in de lucht. (Trouwens, welk kledingstuk? Een tunica heeft een zoom van anderhalve meter, de zoom van een toga is vier keer zo lang.) De omvang van de berg slakkenhuisjes bij Sidon suggereert echter dat miljarden diertjes zijn gedood.

Kleitablet met een beschrijving van de purperwinning (Nationaal Museum, Damascus)

Een mogelijke procedure komt erop neer dat het slijm tien dagen lang in enorme, lichtdichte watervaten werd gelegd, samen met de as van verbrand hout, waardoor het vocht niet al te zuur werd. Daarmee ontstond een groene verfstof die, blootgesteld aan licht, veranderde in zijn complementaire kleur: paars.

Enfin. Het maken van purper was dus arbeidsintensief, tijdintensief en goor. En na alle werk was er nog maar weinig verfstof. Logisch dat het spul duurder was dan goud.

Deel dit:
Reageren is alleen mogelijk voor site‑leden.
Log in met je uitgenodigde account of vraag lidmaatschap aan bij de redactie.