Vitus, een vuurvaste heilige (5)

NN: Vitus waakt over vissers (twintigste eeuw, San Vito Lo Capo; ©Shutterstock)

[Dit is het laatste van vijf blogjes door Jos Hanou over Sint-Vitus. Het eerste was hier.]

Vitus de zorgverlener

Zichzelf respecterende heiligen bezitten hulpgerichte eigenschappen die ontleend zijn aan hun levensverhaal. Ook Vitus verleent als ervaringsdeskundige specialistische zorg aan mensen in nood, en bovendien beschermt hij beroepsgroepen. Oorzaak en gevolg zijn steeds te vinden in de Gulden Legende, parallelle varianten en latere toevoegingen. Daaruit afgeleide woord- en beeldassociaties spelen ook een rol.

Vitus’ ontsnapping per schip uit Sicilië resoneert in een vrome legende waarin hij vissers uit een storm redt. Een imposante beeldengroep in San Vito lo Capo bevestigt die nautische reputatie. Aan de haven, de plek van de jaarlijkse heropvoering van zijn aankomst per schip en het startpunt van een feestelijke processie, speurt hij met wapperend haar en samen met zijn waakzame honden de zee af. Kruis en palmtak geven spiritueel decorum aan zijn sportschooltorso.

Een Siciliaans bidprentje met minder mensvriendelijke viervoeters memoreert Vitus’ confrontatie met rabiate honden in de Italiaanse folklore en kwalificeert hem als temmer van hapgrage kuitenbijters. Mazara en andere steden vieren daarom jaarlijks het door plaatselijke apothekers en hondenbrokkenleveranciers gesponsorde I cani di San Vitofeest, met hondenzegeningen en hondenparades.

NN: Vitus beschermt tegen dolle honden (bidprentje, negentiende/twintigste eeuw)

Verschillende elementen uit de Gulden Legende komen hier samen. De symptomen van een rabiësbeet lijken op die van de door een demon bezeten zoon van de keizer: hallucinaties, spasmes en schuimbekken. Dat ziektebeeld correspondeert bovendien met wat slachtoffers van de middeleeuwse dansmanies ervoeren. De oorzaken van hun dwangmatige gehuppel zocht men in bovennatuurlijke krachten, tot een negentiende-eeuwse arts natuurlijke factoren zoals neurologische afwijkingen voorstelde. De wetenschappelijke benaming “Chorea van Sydenham” heet in de volksmond nog steeds Sint-Vitusdans, wat herinnert aan Vitus’ status als beschermer van epileptici en daarnaast van dansers en andere evenwicht zoekende beoefenaars van podiumkunsten.

Ook andere beroepsgroepen vallen binnen Vitus’ zorgpakket. De hittebestendige onderdompeling in Rome bezorgde hem het schutspatronaat van professionele gebruikers van ketels en vuur, zoals apothekers, herbergiers, wijnbouwers en bierbrouwers. Zijn met korenhalmen omzoomde beeltenis tooit nog steeds het etiket van een Duits tarwebier, wat een link legt naar Vitus de oogstbeschermer. Volksversjes herinneren aan dit specialisme:

O heiliger Vitus, regne nicht,
damit es uns nicht an Korn gebricht.
Hat der Wein abgeblüht auf St. Vit,
bringt er ein schönes Weinjahr mit.

Italië zoekt het soms in een druiventros als seizoengebonden attribuut, terwijl graan terugkomt in de Festa della panelle, met bakkers die op Vitus’ naamdag broodjes bakken in de vorm van een kruis. Een verband met de clibanus, de broodoven in de Latijnstalige Legenda Aurea is evenmin uitgesloten. Deze uit verschillende bronnen samenvloeiende verschijningsvormen zijn bovendien verenigbaar met Vitus als  christelijke opvolger van de Slavische vuur- en vruchtbaarheidsgod Svantovit en de Romeinse tuinman/bosgod Silvanus alias Pan.

NN: Processiebeeld Vitus met druiventros aan zijn gordel (Ischia)

De natuur produceert naast voedsel ook gevaren zoals aardschokken en vulkaanuitbarstingen. Door een aardbeving bevrijd uit de martelingen in Rome weet Vitus raad met deze fenomenen. In een negentiende-eeuws Siciliaans schilderij staat hij in eigentijdse kleding fier rechtop tussen neergevallen slachtoffers. De kunstenaar heeft een actieve rol gegeven aan kruis en boek, standaardattributen van het geloof. Het geheven kruis verbindt Vitus’ linkerhand met zijn aangelijnde, waakzaam meekijkende hond. Het boek ligt aan zijn voeten, zodat Vitus zijn vrije rechterhand onder supervisie van enkele engelen bezwerend kan uitstrekken naar een eruptie van de nabij de stad Macchia gelegen Etna. Het is een beeldrijm met zijn eerdere wapenfeit als exorcist, ditmaal met assistentie van Maria, patrones van het kerkgebouw. De lelies op het boek zijn haar attribuut. Het expressieve rood van Vitus’ mantel en van het vulkanisch geweld uit de caldera (krater, ketel!) steken scherp af tegen het asgrauwe duister dat de bedreigde plaats omhult.

Giuseppe Zacco: Vitus beschermt de stad Macchia tegen de lava (1828, Chiesa Madre, Macchia)

Bodemtrillingen en evenwichtsverlies leiden ook naar de epileptische symptomen van Diocletianus’ bezeten zoon. Slachtoffers van toevallen en krampen kunnen daarom op Vitus’ voorspraak rekenen. Het is zelfs zijn specialisme binnen de Veertien Noodhelpers, een gezelschap heiligen dat collectief optreedt tegen allerlei ziektes en aandoeningen. Net als bij Vitus is hun specifieke werkterrein gerelateerd aan ieders beroep, eigenaardigheden uit hun vita of attributen. De groep ontstond in 1445 na een verschijning in Zuid-Duitsland van het kind Jezus met veertien heiligen. De enorme belangstelling voor deze bijna allesomvattende zorgpolis resulteerde plaatselijk in een bedevaartkerk en talrijke aan de Noodhelpers gewijde altaren elders. Op de rechtervleugel van een Duits retabel portretteerden de samenwerkende houtsnijder en schilder Vitus als goed doorvoed jongetje met de haan als attribuut, hoog tussen zijn volwassen collega’s Hubertus en Christoffel. Nog hoger lijkt het kind Jezus op de schouders van buurman Christoffel vooral te willen spelen met Vitus’ krullen.

NN: De veertien noodhelpers (1498; Münster, Heilsbronn)

Hoewel kinderen zich soms gedragen als Satans handlangers op aarde, zullen door de duivel bezeten middeleeuwers zich in deze Vitus niet snel herkend hebben. Toch is er een symptomatisch verband, want haperende spierbeheersing veroorzaakt bedplassen bij jonge kinderen. De kraaiende haan fungeert in dit geval als plaswekker die gezet wordt door het uitspreken van een rijmpje:

Heilige St. Veit
Wech mich ja bei Zeit
Wech mich ja zur Stund
Wann mir’s pissen ankummt

Met Vitus als jongetje keert deze Europese rondreis terug naar de Gulden Legende als ankerplek van orale en schriftelijke tradities. Jacobs hagiografie van Vitus als moreel voorbeeld inspireerde kunstenaars en hun opdrachtgevers tot een visueel repertoire dat verder ging dan een strikt tekstgetrouwe weergave. Tussenstops in verschillende tijden en landen verrijkten het met actuele inzichten, culturele adaptaties en nieuwe betekenislagen. Onderweg verzamelde het Siciliaanse senatorszoontje een bont patroon aan verschijningsvormen: van wonderkind tot rijksheilige, van slachtoffer tot dieren- en mensenvriend en van vuur- en schokvrije martelaar tot standvastige verzetsstrijder. Die creatieve veerkracht doet eer aan Jacobs etymologische uitleg, want 1700 jaar na Vitus’ dood is zijn naam nog altijd springlevend.

[Dit was een gastbijdrage van kunsthistoricus Jos Hanou. Dank je wel Jos!]

Deel dit:

3 gedachtes over “Vitus, een vuurvaste heilige (5)

  1. En we zijn rond. Van die laat-Romeinse heilige blijft werkelijk geen greintje realiteit over. Wat mij wel benieuwd maakt, was het alleen maar een losse naam van een volkomen vergeten persoon, waar latere ‘vereerders’ uit eigenbelang hun fantasie op konden prikken?

  2. Philip

    Die huppel- en dansmanie werd in Birmingham blijkbaar breed geïnterpreteerd, als we Bill Ward mogen geloven. Als kleuter was hij zo vaak meubels aan het betikken en bekloppen, dat zijn moeder het voor de aandoening St. Vitus Dance hield. Later, toen hij in een groepje drumde, bracht hij de naam aan als titel voor een nummer over een jaloerse zenuwlijder. Goed nummer wel van Black Sabbath.

    https://www.allaboutjazz.com/bill-ward-from-jazz-to-black-sabbath-part-1-2-bill-ward-by-jack-gold-molina

    1. Jos Hanou

      Van enkele heiligen staat wel vast dat ze niet bestaan hebben, zoals Christoffel. Erg belangrijk is dat eigenlijk niet, in tegenstelling tot zijn wel degelijk relevante symbolische functie. De latere uitwassen in het volksgeloof rond Christoffel waren wel iets waar Erasmus al de draak mee stak.
      Vroegchristelijke martelaren zoals Vitus hadden in de eerste plaats een voorbeeldfunctie; ze gaven gelovigen moed in gevaarlijke tijden. Ik vind het wel begrijpelijk dat latere gelovigen weer extra eigenschappen op een al bestaande heilige projecteerden.
      Is dat een keuzemenu uit eigenbelang? Je zou het ook waarachtige behoefte aan steun kunnen noemen.
      Heeft Vitus echt bestaan? Daar is net zo min bewijs voor als voor het tegendeel. De oudste bronnen zijn in de mist der tijden verdwenen orale tradities en zijn vaak pas honderden jaren later, met alle gevolgen van dien op schrift gesteld.

Reageren is alleen mogelijk voor site‑leden.
Log in met je uitgenodigde account of vraag lidmaatschap aan bij de redactie.