Objectief dom

De bovenstaande foto van onze oud-premier trof ik aan op Geenstijl: Balkenende met een T-shirt “fuck drugs”. Hoe dom kun je zijn?

Wie een taal wil beheersen, moet drie dingen kunnen:

  1. hij moet de grammaticaregels vlekkeloos beheersen,
  2. hij moet een stevige woordenschat opbouwen en
  3. hij moet de culturele achtergrond in de vingers krijgen.

Dat laatste is het moeilijkst. “Voor de problemen rond de synagoge zoeken we nog een eindoplossing” is grammaticaal correct en er staat geen enkel niet-bestaand woord in, maar de Apeldoornse ambtenaar die deze zin in de vroege jaren tachtig gebruikte in een nota over eenrichtingsverkeer, is daar nog lang op aangekeken. Je moet wat weten over de Nederlandse cultuur en geschiedenis om te begrijpen dat je het woord “eindoplossing” beter niet in een joodse context kunt gebruiken.

Die Nederlandse cultuur kenmerkt zich door een zekere directheid. Al in de zeventiende eeuw vonden buitenlandse bezoekers ons onbeleefd. Dat vormt op het eerste gezicht geen aanbeveling, al heeft de historicus Jonathan Israel er wel eens op gewezen dat het tevens een uiting is van een democratische samenleving waarin de feodale hiërarchie ontbrak. Zo heel slecht is het dus niet, maar een Nederlander maakt snel uitglijders als hij de culturele beleefdheidscodes van een vreemde taal negeert.

Het Engels heeft nogal wat van die codes. Waar een Nederlander in de bibliotheek geneigd zal zijn te zeggen “Can you give me that book?”, zal een Brit of Amerikaan het formuleren als “Excuse me, would you mind giving me that book?”, en daar vermoedelijk nog “please” aan toevoegen. Het taalgebruik is er verzorgder.

Tenzij je een hard-boiled cop speelt in een tv-serie, vermijd je straattaal. Vraag dat maar aan de Amerikaanse vicepresident Joseph Biden, die president Obama bij de ondertekening van de wet over de zorgstelselhervorming met de woorden “This is a big fucking deal” complimenteerde. Wat een prachtig mediamoment had moeten zijn, was voorgoed verprutst (meer).  Een politicus gebruikt het f-woord nooit, nooit, nooit. Ook “shit” is taboe.

Fuck en shit zijn inmiddels ingeburgerd als Nederlandse krachttermen, en juist dat maakt ze zo verschrikkelijk gevaarlijk. Een minister-president die wordt gefotografeerd met een t-shirt “fuck drugs”, is voorgoed beschadigd. Het is goed voor Nederland dat deze foto is gemaakt tijdens Balkenendes nadagen, want hij zou internationaal weinig potten meer hebben kunnen breken.

Balkenende kon buitengewoon handig zijn. Aan de Vrije Universiteit, waar ik vroeger werkte, werd wel eens gekscherend gesproken over “de Balkenendenorm”, waarmee was bedoeld dat je de lat in een tentamen zo laag legde dat alle studenten het haalden en je als docent geen hertentamen hoefde te vervaardigen. Hij (of zijn spindoctor Jack de Vries?) is er knap in geslaagd die betekenis te doen vergeten, en hoewel ik voor mij dat jammer vind – nu hebben we geen handig woord meer voor een reële academische misstand – kan ik daar bewondering voor hebben, zoals ik ook respect heb voor de slimme manier waarop Margaret Thatcher de scheldnaam “Iron Lady” in haar voordeel wist om te buigen.

Maar lopen met een t-shirt “fuck drugs” is onvergeeflijk. Als deze foto geen montage is, is Balkenende echt oliedom. Balkenende moet hebben geweten hoe Joseph Biden in opspraak raakte. Hij moet ook hebben geweten dat bij de publicatie van de Watergate-tapes alle “fucks” werden vervangen door “expletive deleted”. Ook iemand met weinig taalgevoel heeft het vermogen van zulke voorbeelden te leren. De minister-president heeft niet willen leren. Balkenende is dom, objectief dom.