Watergate (1): Politieke spionage

President Nixon vóór Watergate hem tot aftreden dwong

Op een vrijdagavond in juni 1972 deed Frank Wills, de nachtwaker van het Watergategebouw in Washington DC, een vreemde ontdekking: het slot van een deur op de begane grond bleek te zijn afgeplakt met een stukje tape. Hij haalde het weg en noteerde het voorval in zijn logboek. Na een hamburger te hebben gegeten, besloot hij een extra ronde te lopen. Er was een paar weken ook al eens ingebroken en Wills wilde geen risico nemen. Tot zijn verbazing constateerde hij dat er opnieuw een stukje tape was aangebracht. Er waren insluipers.

Wills sloeg alarm. Het was inmiddels zaterdag 17 juni, kwart voor twee, vandaag tweeënvijftig jaar geleden. De politie was al min of meer ter plekke, omdat agenten in burger postten bij een groep demonstranten. Zo konden ze al een paar minuten na het alarm een vijftal inbrekers arresteren. Op de zesde verdieping, het Nationale Hoofdkwartier van de Democratische Partij. De scène was ronduit absurd: de agenten gingen gekleed als hippies, terwijl de dieven dure smokings droegen. En ze waren voorzien van afluisterapparatuur.

Van Watergate naar het Witte Huis

Het werd al snel vreemder. Vier arrestanten kwamen uit Cuba. De vijfde, James McCord, had gewerkt voor de CIA. Maar het vreemdste was dat in zijn adresboek het telefoonnummer stond van een zekere HH ofwel Howard Hunt: 202-456-2282. Het Witte Huis.

HH: WH 202-456-2282

Het leek verdacht veel op politieke spionage. En omdat het toch komkommertijd was, was de zaak voorpaginanieuws. De Washington Post zette Carl Bernstein en Bob Woodward op de zaak. Die ontdekten al snel dat de inbrekers waren betaald door het Committee for the Re-Election of the President (CRP), dat beoogde de republikeinse president Richard Nixon buiten diens partij om te steunen. De voorzitter ervan was John Mitchell, een vriend van de president en lange tijd minister van Justitie.

Verder ontdekten de twee journalisten dat het CRP op geheime bankrekeningen enorme bedragen zwart geld had staan. Ze konden dit allemaal ontdekken, omdat ze waren getipt door een informant die berucht is geworden onder de schuilnaam Deep Throat. Door diens toedoen werd denkbaar dat ook Nixon zelf betrokken was geweest bij de illegale campagnefinanciering en de inbraak.

James McCord, leider van de arrestanten

Daarvoor ontbrak echter alle bewijs, zodat het publiek de belangstelling voor de affaire verloor. Er was dan ook interessanter nieuws dan de mislukte inbraak.

Herverkiezing

In het voorjaar van 1972 had Nixon een onverwacht staatsbezoek gebracht aan Peking: de belangrijkste diplomatieke doorbraak sinds de oprichting van de NAVO, want de tweedeling tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten werd hiermee vervangen door een stelsel met drie supermachten.

Volgens Nixons veiligheidsadviseur Henry Kissinger, die de “opening op China” in het diepste geheim had voorbereid, bood driehoeksdiplomatie betere garanties voor vrede dan de polaire structuren van de Koude Oorlog. Niet veel later wandelde Nixon in Moskou over het Rode Plein, en in oktober 1972 kon Kissinger bekendmaken dat ook het einde van de Vietnamoorlog binnen handbereik was.

De binnenlandse politiek was die zomer niet minder fascinerend, want de democraten wezen George McGovern aan als presidentskandidaat. Een strategische fout, want deze radicale politicus was onaanvaardbaar voor de Amerikaanse middenklasse. Maar er was geen alternatief: de gematigde Edmund Muskie had de voorverkiezingen verprutst door op TV in huilen uit te barsten en door een buitengewoon rommelige campagne. Nixon won de verkiezingen op zijn sloffen.

***

Het schandaal rond Watergate maakte een halve eeuw geleden een einde aan het presidentschap van Richard Nixon. Ik herinner me de TV-beelden van het toenmalige NOS-journaal nog en ben er eigenlijk altijd gefascineerd door gebleven. Morgen het tweede van vier stukjes.


Het articulatiedebat

februari 19, 2024
Deel dit:

3 gedachtes over “Watergate (1): Politieke spionage

  1. Ben Spaans

    Op dit portret lijkt Nixon wel op de laatste Sjah, met dat strakke kapsel.

    ‘Deep Throat’ was de tweede man van de FBI, Mark Felt.
    J. Edgar Hoover was eerder dat jaar in het harnas gestorven na 48 (!) jaar hoofd van de FBI geweest te zijn, dus die organisatie bevond zich ook op nieuw terrein. Het nieuwe aangestelde FBI-hoofd Pat Gray deed ook aan lekken inzake de affaire. Er werd sowieso veel gelekt door instanties in deze affaire,, waardoor sommige historici “Deep Throat’ als mythe bestempelden (Stanley I. Kutler, auteur van de Wars of Watergate – midden jaren negentig nog heb ik hem deze stelling persoonlijk met veel stelligheid horen uitdragen tijdens een collegereeks aan de Leidse universieit), maar Mark Feltman maakte paar jaar hierna zelf bekend ‘Deep Throat’ te zijn geweest. (‘Follow the Money”).

    1. De identiteit van DT en zijn contact met de Washington Post is volgens mij niet het belangrijkste aspect. Zoals je zegt: er werd behoorlijk gelekt en de New York Times had ook zijn informatiebronnen.

      Veel interessanter vind ik de vraag wat de inbrekers echter zochten. De inbraak is vanaf de eerste dag geframed geweest als politieke spionage maar het is onzeker of dat feitelijk waar is.

  2. Ben Spaans

    Voor mensen met toegang tot HBO-max: de serie White House Plumbers https://www.vprogids.nl/cinema/series/lees/artikelen/2023/White-House-Plumbers–zeer-vermakelijke-HBO-miniserie-over-Watergate-schandaal-zit-vol-absurde-feiten.html
    Met Woody Harrelson (Howard Hunt) Justin Theroux (J. Gordon Liddy) en Lena Heady (Mevrouw Hunt)
    Over aanloop naar de inbraak etc. Gedramatiseerd, maar niet zo heel veel.

    Natuurlijk is de identiteit van Deep Throat (Mark Felt) wel van belang. Serieuze historici gingen geloven dat hij nooit bestaan heeft maar dat was dus wel zo. (Er wordt hier in de panelen toch altijd zo fel gereageerd op twijfel aan een zeker persoon van bijna tweeduizend jaar geleden…🤔).

Reacties zijn gesloten.