De behoefte aan moralisme

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei komt op het idee een jongen van vijftien een gedicht te laten voordragen bij de Dodenherdenking, waarin hij erop wijst dat zijn oudoom, als SS-er, een foute en onomkeerbare keuze heeft gemaakt. Ook die oudoom mocht niet worden vergeten. Misschien was het kortzichtig van het genoemde comité om dit gedicht te laten voordragen, want het vervolg was voorspelbaar. Er klonken protesten van het CIDI en het Auschwitzcomité, die vinden dat de Dodenherdenking eigenlijk een slachtofferherdenking moet zijn. Het resultaat is bekend: het gedicht werd teruggenomen.

Het relletje bewijst, om te beginnen, dat we nog steeds onze schouders niet ophalen over de gebeurtenissen, zelfs al liggen ze inmiddels zo’n zeventig jaar achter ons. Het is ook goed dat niemand de jonge dichter ook maar iets kwalijk neemt – de discussie gaat niet over hem of zijn gevoelens, die door alle partijen worden gerespecteerd. Dat is eigenlijk allemaal goed nieuws.

Wat me verder opvalt, is dat, zo gauw het CIDI en het Auschwitzcomité hun verontwaardiging hadden geuit, de discussie verliep volgens het door hen gebruikte sjabloon: een tegenstelling tussen daders en slachtoffers. Nu zijn er uiteraard groepen die uitsluitend daders waren en groepen die uitsluitend slachtoffers waren. Maar in de realiteit waren de grenzen niet zo scherp. Althans, dat heb ik gelezen; ik heb het immers niet meegemaakt.

Maar als ik de literatuur over de slachtoffers goed heb begrepen, dan zat het vernietigingssysteem zó in elkaar dat de slachtoffers zélf dader werden, zoals in de Joodse Raad en de ordedienst in Westerbork. Ik heb het idee dat de ambiguïteit van de rollen van slachtoffer en dader algemeen wordt erkend. Althans als het gaat om de slachtofferzijde.

Dat we er moeite mee hebben dezelfde ambiguïteit te erkennen aan de zijde van de daders, toont de kracht van het sjabloon. We blijven hardnekkig de twee polen zien en hebben even hardnekkig moeite met de grote middengroep. Tegelijk is het interessant dat we het slachtoffer-dat-dader-werd blijven rekenen tot de slachtoffers en dat we de dader-die-ook-slachtoffer-was blijven rekenen tot de daders.

Wat de hele discussie vooral toont, is hoe diep de menselijke behoefte is aan moraliteit. We zijn niet zo cynisch als we wel eens denken. Het zit, anders dan wel wordt aangenomen, redelijk goed met onze normen en waarden.

Een gedachte over “De behoefte aan moralisme

  1. arie Nieuwenhuizen

    Als Duitsland toen had gewonnen, waar dus een redelijke hoeveelheid Nederlanders van overtuigd waren (zeker in het begin) dan was de keus van de oom niet “fout geweest, maar “goed”.
    De uiteindelijke overwinnaar bepaald wat dan goed is of niet. Maar goed, uiteindelijk deed Nederland weer vrolijk zaken met Duitsland na de oorlog. De nieuwe “tegenstander” van ons, te weten Rusland die in principe zijn best had gedaan om ons te verlossen van het Duitse kwaad was door de Koude Oorlog dan ineens weer onze “foute” keus. Als je die keus weer maakte of aanhield, was je ook “fout”. En de anderen waren dan weer “goed”.

    Het blijft allemaal een kwestie van perspectief.

    In de Kousbroeklezing die in het blad De Gids (bijlage bij de Groene A’Dammer) staat een interessant deel: “…omdat er weinig inhoudelijks is overgebleven van die oude indentiteit…valt men steeds terug op historisch leed. Vandaar de onsmakelijke wedloop om het kampioenschap in het slachtofferschap, Holocaust, Armenie, slavernij, enz.”

    Fijne dag verder.

Reacties zijn gesloten.