Niet alle vertalingen zijn even goed

Het laatste nummer van Met andere woorden, het vriendelijke (en gratis) tijdschrift over de bestudering van de Bijbel, is geheel gewijd aan de NBV21. Die afkorting staat voor de revisie van de Nieuwe Bijbelvertaling. U leest nog eens na wat de vertaalprincipes zijn en verneemt diverse voorbeelden, zoals uitleg over Genesis 37. Er is een interview met een betrokken vertaler en uitleg van de wijze waarop de vertalers zijn omgegaan met lezersreacties.

Geliefde en correcte vertalingen

Lezersreacties op vertalingen zijn nogal eens terug te voeren op het verdwijnen van vertrouwdheid. Dat geldt niet alleen voor de vertaling van de beroemdste van alle antieke teksten of voor antieke teksten in het algemeen, maar voor alle teksten. Barber van de Pol heeft bijvoorbeeld nogal eens moeten uitleggen waarom ze de bekende beginregel van de Quichot (“een dorp waarvan ik me de naam niet wens te herinneren”) anders en correcter ging vertalen. Correct wilde voor haar zeggen: zoals een zeventiende-eeuwse lezer het had begrepen.

Lees verder “Niet alle vertalingen zijn even goed”

Heart of Darkness

Een transportschip zoals beschreven in Conrads Heart of Darkness (Afrikamuseum, Tervuren)

Ik las Heart of Darkness, de vermoedelijk beroemdste roman van Joseph Conrad, op het verkeerde moment. De dingen liepen in mijn leven niet zoals ze moesten en de afleiding die werk kan bieden was tijdelijk afwezig omdat ik redelijk goed bij kas zat en niet hoefde te werken. Ik kon me ongeremd storten in een depressie. En juist toen kreeg ik Heart of Darkness in handen.

Heart of Darkness, verschenen in 1898, biedt een verhaal in een verhaal. Terwijl een schip wacht tot het de Theems op kan varen, vertelt een van de opvarenden, Marlow, dat de rivier hem doet denken aan een rivier in Afrika. En zoals de Romeinen ooit de barbaren opstootten in de vaart der volken, zo gebeurt dat nu in Afrika. En dat, zo zegt Marlow, is geen prettige aanblik.

Lees verder “Heart of Darkness”

Het ongrijpbare antieke christendom (4)

Christus als zonnegod (Catacombe van Petrus en Marcellinus, Rome; eerste helft vierde eeuw)

[Ik was begonnen met een lijstje van verwachtingen die je kunt hebben vóór je begint aan onderzoek naar het vroegste christendom. Context hier, eerste deel daar.]

Verwachting 3: Monotheïsme

Zuiver monotheïsme heeft in de Oudheid nooit bestaan. Het jodendom heeft bijvoorbeeld een traditie gekend over een tweede godheid – ik blogde er al eens over – die weliswaar vanaf de derde eeuw na Chr. door het groeiende rabbijnse jodendom werd beschouwd als onorthodox, maar daarom nog wel heeft bestaan en die een denkkader bood waarin Christus paste als een hand in een handschoen. Hoe belangrijk deze traditie is geweest, is niet meer uit te maken omdat laatantieke rabbijnse kopiisten hun vingers aan dit soort teksten niet vuil maakten.

Lees verder “Het ongrijpbare antieke christendom (4)”

Waarom geschiedenis?

De Boog van Constantijn in Rome

Zomaar een vraag bij de mail: waarom zou je je bezighouden met geschiedenis? (Eigenlijk stond er “met de Romeinen”, maar ik neem het wat breder.) Het simpele antwoord is natuurlijk dat geschiedenis leuk is. Je kunt genieten van een boek, van een website, van een Napoleontisch Weekend in Archeon of van een bezoek aan een museum. Ik heb wel vaker de vergelijking gemaakt met een boswandeling, een concert, een computerspelletje, strandbezoek: niemand vraagt wat dáárvan het nut is.

“Je kunt van het verleden genieten” is dus een prima antwoord maar het is wat lastig als er geld rondgaat. Als geschiedenis er immers uitsluitend was om van te genieten, zou financieel bezien de bizarre consequentie zijn dat u en ik betaalden om anderen te laten genieten, zoals de mensen van een universiteit, een gesubsidieerde stichting of een museum. Gelukkig is het zo bizar niet. We betalen omdat we er iets voor terug (zouden moeten) krijgen: inzicht.

Lees verder “Waarom geschiedenis?”

Wat stelt dat voorwerp voor?

Typemachine

Het is een bekend grapje: als iets kwaakt als eend, loopt als een eend en eruitziet als een eend, zal het wel een eend zijn. Dat heet gezond verstand. Maar kijk eens naar hierboven. Het ziet eruit als een typemachine, dus zal het wel een typema-… nou nee. Het is een plaquette van Nubische scarabee uit het museum in Khartoum, gevonden in Wad Ban Naga. Het plaatje is afkomstig uit een Frans boek waarvan ik de titelgegevens niet heb.

Nu ratelt dit ding niet als een typemachine en gaat er ook geen lade heen en weer zoals in een typemachine, dus de overeenkomst is niet zo groot als bij opgemelde eend, maar de vraag is hopelijk voldoende duidelijk: wanneer is iets eigenlijk hetzelfde? Het oeuvre van Von Däniken, die beweerde dat de goden kosmonauten waren geweest, biedt voldoende voorbeelden: als een antiek reliëf lijkt op een astronaut, dan stelt het bij Von Däniken ook een astronaut voor. Van deze redenatiewijze zijn meer voorbeelden en daarvoor hoef je niet te kijken bij pseudowetenschappers.

Lees verder “Wat stelt dat voorwerp voor?”

Zwarte Piet in een boerkini

piet

Wat me zo opvalt aan de discussie over boerkini’s is dat zoveel mensen er zo zeker van zijn dat het zwempak een symbool is van onderdrukking. Het kostuum is, zo weten velen, een aanpassing aan de islamitische normen en dus onderdrukkend. Een vrouw mag, in deze redenering, niet beslissen hoeveel van haar lichaam ze aan de wereld toont en is zo nog steeds het bezit van haar conservatieve vader of broer.

Welnee, zeggen anderen, het is andersom. Die conservatieve vader of broer wil het liefst dat vrouwen helemaal niet naar het strand gaan en die boerkini moeten we daarom beschouwen als emancipatoir, want nu kan die vrouw tenminste wél van huis en gaan zwemmen.

Lees verder “Zwarte Piet in een boerkini”

De joden van Simon Schama

De geschiedenis van de joden, ga er maar aan staan. De historicus die eraan begint, kiest voor een onderwerp dat drie millennia lang is, verspreid ligt over de landen van zes werelddelen en is gedocumenteerd in zo’n beetje alle menselijke talen. Het grootste probleem is echter niet de omvang van het onderwerp, maar de simpele vraag wat een jood is. Het is al een positiebepaling dat ik het woord hier schrijf met een kleine letter: ik leg daarmee de nadruk op religie, maar Joden zijn tevens een volk.

Het sociologische probleem wat iemand tot lid van een geloofsgemeenschap maakt, is serieuzer dan onze onpraktische spellingsregels. Er zijn ruwweg twee antwoorden. Het eerste is dat je de officiële criteria van de religieuze autoriteiten aanvaardt. Dan komt er echter een moment waarop je mensen die zichzelf rekenen tot een religie, moet beschouwen als afvalligen, assimilanten of ketters. Een voorbeeld zijn de huidige messiasbelijdende joden, die zichzelf omschrijven als joden die geloven dat Jezus de messias was, maar door slechts een enkele joodse autoriteit als geloofsgenoten worden erkend. Het tweede antwoord is dat je iemand als gelovige beschouwt als hij zichzelf zo ziet, maar dan loop je het risico dat de grenzen zo vaag worden dat er niets meer is wat de gelovigen alleen delen met elkaar en niet met buitenstaanders.

Lees verder “De joden van Simon Schama”

Heidendom in de Late Oudheid

cameron_pagans

Bacurius was een generaal in het Romeinse leger in de late vierde eeuw. De kerkhistoricus Rufinus noemt hem een christen en kan gelijk hebben: de twee hadden elkaar ontmoet. Bacurius’ penvriend Libanios beschouwt hem echter als een heiden. Interessanter dan de vraag wie gelijk had, is de vraag wat oudhistorici hadden gedacht als alleen Rufinus’ geschiedwerk overgeleverd zou zijn geweest. Ze waren dan beslist niet op het idee gekomen dat de informatie mogelijk onjuist was en zouden Bacurius zonder meer als christen hebben getypeerd.

Dit voorbeeld illustreert het kernprobleem van de oudheidkunde. Er zijn te weinig teksten, zodat onderzoekers de kwaliteit van hun informatie moeilijk kunnen evalueren. Conflicterende bronnen zijn daarom een buitenkans: dan komen problemen aan het licht en kan worden beredeneerd welke informatie waarom de voorkeur verdient.

Lees verder “Heidendom in de Late Oudheid”

Gelijkenissen

meier_parables

Anderhalf jaar geleden verscheen mijn boek Israël verdeeld, waarin ik het jodendom schetste zoals het bestond vóór de tempel in Jeruzalem werd verwoest. Ik beschreef de diverse halachische discussies, legde uit hoe vooringenomen de beschrijvingen van Flavius Josephus waren en wijdde ook een hoofdstuk aan het optreden van een charismatische, genezingen verrichtende, eigen halachische opvattingen verkondigende profeet die het naderende Einde der Tijden aankondigde. Later hebben ze rond Jezus van Nazaret nog een religie gesticht, maar daar ging mijn boek niet over.

Een onderwerp waaraan ik weinig aandacht besteedde, was Jezus’ gebruik van gelijkenissen. Het zijn mooie verhalen, daar niet van, maar geschiedschrijving is niet het navertellen van mooie verhalen. Je noteert wat belangrijk is en solide kan worden onderbouwd. Dat laatste is bij Jezus nogal lastig, aangezien in onze voornaamste bronnen, de evangeliën, feit en fictie door elkaar lopen. Wetenschappers van allerlei pluimage – historici, theologen, archeologen, filologen, sociale wetenschappers – zijn al een eeuw of twee bezig met het zoeken naar wegen om die twee categorieën te scheiden, laverend tussen de Skylla van de al te grote goedgelovigheid en de Charybdis van de hyperscepsis. Welgedefinieerde criteria spelen hierbij een belangrijke rol. Wat hieraan voldoet, wordt beschouwd als authentiek en toegeschreven aan “de historische Jezus”; wat hieraan niet voldoet, geldt als onbeslist. Wie de Bijbel wat letterlijker wil nemen, mag dit materiaal aanvaarden; wie sceptisch is, kan het negeren; maar dat wat de toetsing doorstaat, zou – als het onderzoek in orde is – door iedereen moeten worden beschouwd als betrouwbaar. De gelijkenissen, zo had ik al snel in de smiezen, vallen niet in deze categorie.

Lees verder “Gelijkenissen”

Het lot is altijd dwarser

shiraz_tomb_hafez_10

Shiraz is de stad van de rozen, van de liefde, van de Iraanse dichters en dan heel in het bijzonder van de Perzische dichter Hafez ter sprake. Hij leefde in de veertiende eeuw in een stad die miraculeus had weten te ontsnappen aan de grote invasies van de Mongolen. Hafez’ liefde voor zijn vaderstad is voor een deel te verklaren door het simpele feit dat buitenlandse reizen onveilig waren.

Zijn poëzie heeft de vorm van liefdesliedjes, en vaak gaat het inderdaad over liefde. Ook kroegen en drank worden bezongen, en het is zonder meer mogelijk de gedichten van Hafez te lezen als lof van Wein, Weib & Gesang. Het is echter wel Perzische poëzie, waarin het vaak een spel is dingen zó te zeggen dat ze lijken op iets anders.

Lees verder “Het lot is altijd dwarser”