Het bombardement op Mortsel

Ravage van het bombardement op Mortsel (© P. K. Kropf, Antwerpen, MAS, Collectie Meathouse, AV.1943.031.033-106.)

Wanneer het gaat om bombardementen in de Lage Landen denkt men spontaan aan Rotterdam in mei 1940 of Antwerpen onder de V2-bommen. Minder bekend is het drama dat zich voltrok in Mortsel op 5 april 1943, vandaag tachtig jaar geleden.

Mortsel is dan een verstedelijkte gemeente net ten zuiden van Antwerpen. Er zijn verschillende scholen. Aan de rand liggen enkele fabrieken en het vliegveld van Deurne. Deze combinatie zal op een lentedag in 1943 uiterst dodelijk blijken.

Het vliegveld wordt door de bezetter vooral gebruikt om vliegtuigen te testen en te herstellen. Dat gebeurt in de nabijgelegen voormalige Minerva-autofabriek, die de Duitsers omvormen tot Frontreparaturbetrieb Erla VII. Een gedroomd doelwit voor een geallieerd bombardement.

Lees verder “Het bombardement op Mortsel”

Foto’s uit Beiroet

Raouche, Beiroet

Ik kom net aan in een hotelkamer in Beiroet. Overal op straat keken mensen voetbal en er stonden zoveel televisies aan dat het leek alsof ik in het stadion was. Naast me een fles Perrier en, omdat er in de avondwinkel geen brood was, brioche. Qu’ils mangent de la brioche!

Hier even wat foto’s uit Beiroet. Zomaar, omdat ik, als ik iets moois zie of iets leuks ontdek, mijn mond niet kan houden en het aan een anderen moet laten zien. Verwacht geen diepgravende commentaren. Dit is vandaag nog meer slechts een blog dan anders.

Lees verder “Foto’s uit Beiroet”

Elie Aron Cohen

Oorlogsmonument in Aduard

Een monumentje voor de gevallenen. Het staat in Aduard, even ten westen van Groningen. Het trof me door het opschrift: “Aduard gedenkt zijn gevallenen”, waarna niet alleen de mensen staan vermeld die in Nederland zijn gedood – wellicht verzetsstrijders – maar ook degenen die zijn vermoord in Auschwitz, Sobibor, Neuengamme en Malchow. Zo te zien richtte Aduard het monument al op vóór alle slachtoffers bekend waren, want drie namen zijn later toegevoegd.

Zoals gezegd trof het opschrift me. Het onderscheid dat je soms ziet, waarbij de joden een apart monument krijgen, ontbreekt. Ik heb daar altijd twee gedachten bij. Soms denk ik: wat de joden overkwam, was zo uitzonderlijk dat het een speciaal monument verdient. Dan weer denk ik: door de joden apart van andere Nederlanders een monument te geven, presenteer je ze als bijzonder en neem je het standpunt over van de bezetter. Ik weet niet goed wat ik ervan moet denken.

Lees verder “Elie Aron Cohen”

Oorlog in Nijmegen (10)

Muurschildering in Nijmegen ter herdenking van het bombardement

Nijmegen, voorjaar 1945

Vader en moeder zijn gaan kaarten bij vrienden. Ik zit een donkerblauwe wollen cloqué rok van zus B. korter te maken. We zetten radio Oranje aan. En dan vertelt “de Rotterdammer” met bewogen stem, dat in hotel De Wereld in Wageningen de wapenstilstand is gesloten tussen generaal Foulkes en generaal Blaskowitz, in aanwezigheid van prins Bernard.

We halen vliegensvlug de vlag van de zolder, maar hebben geen vlaggenstok meer. We volgen het voorbeeld van anderen en bevestigen de vlag aan twee kanten aan de gevel. Mijn zussen tillen mij daarvoor vanuit het raam op de erker. In het midden wordt de oranje wimpel om de vlag geknoopt. Er ontstaat een soort vlinder. Tijdens deze werkzaamheden klinkt er een knal. Mijn zussen rennen in een reflex richting kelder, maar keren gelukkig terug om mij naar binnen te tillen. Het was vuurwerk of een vreugdeschot.

Lees verder “Oorlog in Nijmegen (10)”

Tisha b’Av

Tisha b’Av is de herdenking van de verwoesting van de joods tempel (Israel Museum, Jeruzalem)

[Dertiende deel van een reeks over de Joodse Opstand in 66-70 na Chr. Het eerste deel was hier.]

Op de honderdste dag van de belegering van Jeruzalem (plattegrond), 24 juli, waren de Romeinse belegeringsdammen zo dicht bij het tempelterras gekomen dat de Joden zelf een van de zuilengangen aan de vlammen prijsgaven. Drie dagen later volgde een tweede, maar het hielp niet veel. De Romeinen naderden gestaag, en op 8 augustus bereikten ze het tempelplein. Josephus meldt dat de hoogste officieren op de volgende dag met elkaar overlegden en dat Titus besloot dat de Romeinen de tempel niet in brand zouden steken. Maar op 10 augustus 70 gebeurde tijdens een gevecht het onvermijdelijke:

Zonder op een bevel te wachten en zonder zich te bekommeren om de gevolgen van zijn daad greep een soldaat, als door een bovenmenselijke hand gestuurd, een stuk hout. Hij klom op de schouders van een medesoldaat en slingerde het brandende projectiel tegen een gouden deurtje dat toegang verschafte tot de tempelvertrekken aan de noordkant. Zodra ze het vuur zagen oplaaien, steeg er onder de Joden een navenant geschreeuw op. Ze renden erop af om de zaak te redden zonder ook maar één moment aan het gevaar voor hun eigen leven te denken of hun krachten te sparen, nu ze zagen dat het gebouw dat ze altijd zo energiek hadden bewaakt, met verwoesting werd bedreigd.

Titus lag net in zijn tent uit te rusten, toen er haastig iemand naar hem toe kwam om hem het bericht vertellen. Hij sprong onmiddellijk op en rende naar de tempel om het vuur tot staan te brengen. (Josephus, Joodse Oorlog 6.252-254; vert. Wes/Meijer)

Dit verhaal, met de suggestie dat God de tempel in Jeruzalem zelf in brand zou hebben gestoken, is vrijwel zeker onwaar.

Lees verder “Tisha b’Av”

De eeuw van Gisèle

Je leeft maar twee keer: één keer zoals het feitelijk gebeurt en één keer zoals je je herinnert. Sommige mensen kunnen echter drie keer leven. Dat zijn degenen die hun herinneringen herorganiseren en een ideaalbeeld scheppen van hun leven. Ook al bestond dat natuurlijk gewoon uit sleur en herhaling, ze maken er een kunstwerk van en met wat geluk gaan anderen het nog geloven ook.

Dat is het verhaal van Gisèle van Waterschoot van der Gracht (1912-2013), aan wie Annet Mooij onlangs een biografie wijdde, De eeuw van Gisèle. Ze is niet de enige hoofdpersoon. De deuteragonist is Wolfgang Frommel (1902-1986). Allebei creëerden rond hun leven een persoonlijke mythologie, waardoor in Mooijs boek in feite vier levens dwars door elkaar heen lopen. Dat klinkt ingewikkelder dan het is: De eeuw van Gisèle is een onverwacht spannend boek, dat enerzijds gaat over de gebiografeerden als beeldend kunstenares en dichter en anderzijds over de wijze waarop zij ideaalbeelden van zichzelf schiepen.

Lees verder “De eeuw van Gisèle”

Dag Sanne

Sanne Deurloo (foto Kennislink)

Sanne Deurloo was een vrouw met een missie: kennis delen en wetenschapsjournalistiek maken tot een serieus genre. Niet iedereen zal vertrouwd zijn met haar werk voor het Chemisch Weekblad, maar Natuur en Techniek is al bekender en ze werkte vanaf 2007 bij het museum Nemo, dat u zeker kent. Ze was hoofdredacteur van Kennislink, want ze begreep als weinig anderen dat het internet nieuwe mogelijkheden bood. Ook was ze voorzitter van de VWN, een beroepsvereniging voor wetenschapsjournalistiek en -communicatie.

Sanne overleed vorige week zaterdag, veel te jong. Gisteravond was in Nemo een herdenkingsbijeenkomst, waar twee sprekers dezelfde herinnering bleken te hebben: als je niet wist waar in een straat het feest was, was de daverende lach van Sanne genoeg om de plek te vinden.

Lees verder “Dag Sanne”

Oorlogsmonument

Oorlogsmonument bij Dronten

Bezuiden de rivieren was Nederland bevrijd maar doordat de geallieerden de slag om Arnhem niet hadden kunnen winnen, was het noorden van het land nog in handen van de Duitsers. De hongerwinter stond op het punt te beginnen toen in de nacht van 27 op 28 november 1944 een Britse mosquito, op weg naar Neuss, neerstortte in het IJsselmeer. De reden van de crash is niet bekend.

Eén van de bemanningsleden, M. Williamson, werd krijgsgevangen genomen. De andere inzittende, A.E. Kitchen, kwam om het leven. Zijn lichaam werd pas drie maanden later, op 4 maart 1945, geborgen.

Lees verder “Oorlogsmonument”

Luchtoorlog in Friesland

Zoals de trouwe lezers van deze blog zich wellicht herinneren, heb ik deze zomer drie maanden in Friesland gewerkt en gewoond. Omdat Tresoar, mijn werkplek, ineens een avondsluiting kende, had ik onvoorzien nogal wat lege avonden en ik heb tientallen kilometers gefietst over het vlakke Friese land, waarbij ik op een gegeven moment belandde in IJlst, waar vlakbij het station een monumentje was voor twee Canadese vliegeniers die daar waren neergestort. Ik blogde erover.

Op een bordje stond zeer kort stond samengevat wat er was gebeurd. Het sprak me erg aan omdat ik niet houd van de van alles roepende strijdbare opschriften op oorlogsmonumenten, terwijl ik ontroerd ben als men het beperkt houdt tot het eigenlijke drama, dat al erg genoeg is.

Het monumentje was in een samenwerking met een lokaal comité geplaatst door de Stichting Missing Airmen Memorial Foundation (SMAMF) en ik had daarover in Leeuwarden een gesprek met bestuurslid Douwe Drijver. Hij vertelde me dat de stichting probeert “de overledenen een naam en een gezicht terug te geven”. Tijdens de oorlog zijn in Friesland en omliggende wateren zo’n 500 vliegtuigen neergestort, waarbij vliegeniers zijn omgekomen die lang niet altijd konden worden geïdentificeerd. De SMAMF probeert nu met locatie- en archiefonderzoek te achterhalen wie zijn omgekomen, probeert foto’s van de overledenen te verwerven en dan een gedenkteken te laten oprichten. Zoals in IJlst.

Lees verder “Luchtoorlog in Friesland”

De Armeense genocide: Het begin

Monument voor de Armeense genocide in Ejmatsin

[Derde deel van een serie van zes; het eerste is hier.]

De grote Europese mogendheden hadden in de negentiende eeuw de wereld verdeeld. Het was een handige manier om onderlinge conflicten af te leiden: er was altijd wel ergens een stukje planeet om aan de verliezer te geven, zodat die wat wisselgeld kreeg en geen al te groot gezichtsverlies leed. Probleem was wel dat er steeds minder planeet te verdelen viel. Nadat in China invloedssferen waren uitgetekend, was de Balkan het laatste stukje dat nog viel te verdelen, en de twee Balkanoorlogen hadden ook daaraan een einde gemaakt. Toen in Sarajevo de Oostenrijks-Hongaarse kroonprins werd doodgeschoten, was er geen uitlaatklep meer en de Derde Balkanoorlog escaleerde tot een wereldoorlog.

Het verbaasde niemand dat de Ottomaanse overheid partij koos voor de Centrale Mogendheden, aangezien de generale staf al voor een deel bestond uit Duitse militaire adviseurs met intrigerende namen als Colmar von der Goltz Pasha en Otto Liman von Sanders Pasha. Er zal ook weinig verbazing zijn geweest dat de drie Ottomaanse leiders – Talaat, Enver en Cemal – ervoor kozen af te rekenen met de “binnenlandse vijanden”. De aanleiding was de vernederende nederlaag bij Sarikamish – tegenwoordig een wintersportdorp ten oosten van Erzurum – in de winter van 1914/1915. De Ottomaanse commandant, Enver Pasha, gaf bij zijn terugkeer in Constantinopel de schuld aan zijn Armeense eenheden, die hem een dolk in de rug zouden hebben gestoken.

Lees verder “De Armeense genocide: Het begin”