In dubio pro reo

cof

Het zal niemand zijn ontgaan dat Donald Trump momenteel zwaar wordt bekritiseerd om wat we eufemistisch zouden kunnen aanduiden als zijn vrijpostige omgang met vrouwen. Hij zal zich moeten verantwoorden bij de rechtbank en dat belooft dat het nare spektakel van de afgelopen weken nog wel even zal duren.

Er is hier iets wonderlijks aan de hand. Laten we ons verplaatsen in een historicus die in de toekomst op deze zaak terugblikt. Die zal constateren dat vijftien verschillende vrouwen zich publiekelijk hebben uitgelaten over Trumps wangedrag, en hoewel de historicus herkent dat er soms geen getuigen waren en het dan een situatie was van “haar woord tegen het zijne”, zal onze historicus een patroon herkennen. Hij krijgt een beeld van een bepaald type man – misogyn, in feite eenzaam – dat zich steeds opnieuw op dezelfde wijze gedraagt en zal concluderen dat de beschuldigingen kloppen. Eventueel kan hij in de psychologische literatuur bevestiging vinden voor zo’n interpretatie, bijvoorbeeld omdat Trumps menstype vaker voorkomt (zoals Jolanda Withuis onlangs documenteerde voor prins Bernhard).

Er blijft bij de historicus een stevig element van twijfel. Hij streeft er weliswaar naar vast te stellen hoe de feiten ooit hebben gelegen, maar weet dat dit nooit echt zal lukken. Er is immers – zelfs al heb je een compleet archief ter beschikking – nooit voldoende bewijsmateriaal. De historicus heeft nooit alle benodigde informatie. Daarom kan er ook debat zijn onder historici.

Dit is iets heel anders dan in de rechtbank. Als een rechter (of een jury) een oordeel moet vellen, kan deze zich niet baseren op argumenten waarbij wordt aangenomen dat dit type man onder dat type omstandigheden een bepaald type gedrag vertoont. Dat is te subjectief. Daarom zijn er ook verhoren, zodat de rechter alle informatie kan krijgen die hij nodig heeft. Als er desondanks geen duidelijkheid ontstaat, zal de rechter in dubio pro reo oordelen, “bij twijfel in het voordeel van de verdachte”.

Voor het bewijs voor zaken die mensen zelf zullen moeten ondergaan, gelden dus strikte regels: we streven ernaar dat niemand ten onrechte wordt bestraft. Voor iemands reputatie daarentegen – het beeld dat na zijn dood van hem zal blijven bestaan – gelden de soepelere regels van de historicus. Donald Trump zal (hopelijk) volgens alle juridische regels worden berecht, maar wie een prins Bernhard wil beoordelen, kan volstaan met een beroep op tekortschietende data. Wonderlijk eigenlijk.

12 gedachtes over “In dubio pro reo

  1. Manfred

    “historicus een patroon herkennen. Hij krijgt een beeld van een bepaald type man – misogyn, in feite eenzaam”

    Want historici zijn ook psychologen en relatiedeskundigen?
    Geen wonder dat dat vak niet serieus wordt genomen.

    1. Historici zijn geen psychologen en relatiedeskundigen, maar er wordt zeker ook historisch onderzoek gedaan naar personen op deze vlakken. Ik zie niet in wat daar mis mee zou zijn, mits natuurlijk er bronnen zijn voor zo’n onderzoek.
      Ook de conclusie dat het vak ‘niet serieus genomen wordt’ (door wie dan wel?) lijkt mij nogal subjectief.

  2. mnb0

    “wat we eufemistisch zouden kunnen aanduiden ”
    Taal kan grappig zijn. Vrijpostig is in Suriname beslist geen eufemisme.

    “Dat is te subjectief.”
    Dit is helemaal niet subjectief, dit is het omgekeerde van de drogreden die haastige generalisatie heet. Je kunt niet zomaar uit de kenmerken van een grote groep concluderen dat ieder lid van die groep ook die kenmerken heeft.

    Alle mensen zijn sterfelijk.
    Socrates is een mens.
    Socrates is sterfelijk.

    is logisch correct. Het sleutelwoord is “alle”. Het betekent hier “zonder uitzondering” en “altijd en overall”. In veel gevallen moet dat eerst aangetoond worden, ook in het geval van

    “dit type man onder dat type omstandigheden een bepaald type gedrag vertoont.”

  3. Geband van Joop

    Ik begrijp niet zo goed het verband tussen historisch onderzoek en rechtspraak: twee totaal verschillende dingen. Bovendien is de rechtspraak ook niet altijd even streng: het strafrecht is bijvoorbeeld veel strenger dan het civiel of bestuursrecht (daarom hebben bv. de nabestaanden van Natalee Holloway een civiele procedure opgestart toen Joran.strafrechtelijk werd vrijgesproken, want in het civiele recht zijn de bewijsregels een stuk soepeler dan in het strafrecht).

    Als je het oordeel over iemand die nog leeft wilt vergelijken met het oordeel van iemand uit het verleden, kun je m.i. beter geschiedkunde vergelijken met journalistiek want zoals historici gebeurtenissen uit het verleden beschrijven, zo verslaan journalisten die van het heden. En dan zien we dat de journalisten er lustig op los speculeren en allerlei personen, die nog leven, zwart maken zonder enig bewijs zoals nu met Trump gebeurt (en waaraan Jona vrolijk mee doet). Je mag hopen dat historici als zijnde academici iets minder politiek bedrijven dan de journalisten, maar ik ben bang dat dat vies tegenvalt: de winnaars schrijven nu eenmaal de geschiedenis en met name linkse mensen, dus ook linkse wetenschappers, zijn niet in staat hun politieke voorkeuren te vergeten bij hun ‘wetenschappelijk’ werk (er zit altijd een stukje politiek activisme bij zoals ook Jona hier toont met zijn voorbeeld over Trumps wangedrag – een obsessie van de linkse media – terwijl dat van Clinton veel erger lijkt en zij ook geopolitiek/wereldvrede – dus qua zaken die er echt toe doen – veel gevaarlijker is zoals zelfs de NRC moet erkennen: http://www.nrc.nl/nieuws/2016/10/26/neocons-dat-zijn-nu-democraten-5001783-a1528617).

    Er is ook geen sanctie bij het inkleuren van de feiten door je eigen politieke ideologie door journalisten en wetenschappers. Bij rechters is dat anders: neutraliteit is een wezenlijke opdracht aan de rechter. Het hele liberale idee van de rechtspraak is zelfs dat conflicten voor partijen alleen bevredigend kunnen worden opgelost als een onpartijdige derde de knoop doorhakt. Onpartijdigheid is dus eigenlijk het enige wat we vragen aan de rechter dus daarin mag hij niet falen. Voor een wetenschapper is die onpartijdigheid helemaal niet zo van essentieel belang en voor een journalist, in wiens verlengde de historicus werkt, al helemaal niet: we zijn in Nederland zelfs een verzuiling gewend waarin elke journalist ‘voor eigen parochie predikt’.

    Ik zou trouwens waar je ‘te subjectief’ zegt ‘te generaliserend’ zeggen (want het subjectieve ervan zie ik niet).

      1. Geband van Joop

        En het enige wat ik heb willen zeggen is dat dat verschil bestaat omdat een historicus nu eenmaal geen rechter is. 🙂

        Je lijkt te suggereren dat het verschil daarentegen wordt veroorzaakt doordat men over het verleden makkelijker oordeelt dan over het heden, hetgeen ik betwijfel. Ik gaf aan hoe makkelijk journalisten over het heden oordelen (wellicht noodgedwongen uit onmacht want niets is juist zo moeilijk als het heden duiden: de uilen van Minerva vliegen pas uit in de schemerval, wist Hegel, zodat historici een betere positie hebben dan journalisten om een goed beeld te schetsen van wat er is gebeurd). Omgekeerd zullen er ook historici zijn die al te makkelijke conclusies over prins Bernard verwerpen of nuanceren als die hen niet bevallen, zodat wat makkelijk leek toch weer moeilijk kan blijken.

    1. Manfred

      “kun je m.i. beter geschiedkunde vergelijken met journalistiek want zoals historici gebeurtenissen uit het verleden beschrijven, zo verslaan journalisten die van het heden”

      Een zijpad in deze draad, maar wel een heel interessante stelling: zijn historici journalisten die het verleden verslaan?

  4. Geband van Joop

    Trouwens, dat men in het strafrecht zo terughoudend is met veroordelingen dus met het geven van straffen heeft deels te maken met het utlitarisme – de diepe weerzin tegen het hele concept van straf als opzettelijke leedtoevoeging – dat ik eerder uitvoerig beschreef (en in welk verband ik al opmerkte dat de hervorming van het strafrecht een primair doel van de utilitaristen was).

  5. Kees

    Historicus, journalist, psycholoog of krantenlezer, het zal niemand meer ontgaan dat de meeste media dag in dag uit elke kans aangrijpen om Donald Trump aan te vallen met onbewezen beschuldigingen en de onbewezen beschuldigingen tegen Hillary Clinton zoveel mogelijk uit het nieuws houden.
    Een tweede “in geval van twijfel is voordeel voor de verdachte” zou zo kunnen beginnen:
    Het zal niemand zijn ontgaan dat Hillary Clinton momenteel zwaar wordt bekritiseerd om wat we eufemistisch zouden kunnen aanduiden als haar geheime verdwijntrucs van politiek geladen e-mails. De FBI gaat voor de tweede keer onderzoek doen. Zij zal zich moeten verantwoorden bij de rechtbank.
    Kritiek richt zich ook op de exorbitante zelfverrijking van de Clintons. Ze weten hun persoonlijke vermogen via de Clinton Foundation tot ongekende hoogten te laten stijgen. Een historicus die in de toekomst op deze zaak terugblikt, zal constateren dat Hillary Clinton ……… 🙂

    1. Geband van Joop

      Ik geloof niet dat historici later uberhaupt erg geïnteresseerd zullen zijn in het seksleven van Trump. Het is bijna een gegeven dat machtige mannen bij uitstek de kans hebben om hun seksuele fantasieën uit te leven en dat weinigen die verleiding kunnen weerstaan (denk bv. ook aan Dominque Strauss-Kahn of John F. Kennedy). Terzijde: ik heb altijd wel sympathie gevoeld voor het romantische idee dat genialiteit is gekoppeld aan een hoog libido: in beide gevallen gaat het immers om scheppingsdrang, al dan niet gesublimeerd in kunst/wetenschap. En politiek en kunst hebben weer met elkaar gemeen dat de kunstenaar/politicus het aangetroffene willen ordenen naar de eigen wil; een zucht de omgeving te overheersen, een wil tot macht: daar komt een hoop testosteron bij kijken…

      Ik wil dus maar zeggen: het zou eerder de aandacht moeten trekken als een presidentskandidaat niet elke vrouw zou bespringen (en dat maakt de schijbaar zo libidoloze Mark Rutte ook zo’n mysterie: wat doet zo’n lulletje rozewater op het hoogste ambt?). Dat men nu Trump zo aanvalt op zijn nogal klunzig en puberaal ogende omgang met vrouwen heeft alles te maken met de feminiem-feministische en politiek-correcte cultuur, die alle mannelijkheid en testosteron tot het Kwaad heeft bestempeld en die zeker in de hogere geledingen zoals de media opgeld doet, en natuurlijk met het feit dat we in een presidentswedstrijd zitten waarbij het kamp Clinton alles aangrijpt om Trump zwart te kunnen maken (en vice versa).

      Wat de historici wel zal interesseren is dat het geen toeval is dat de Amerikanen nu de keuze hebben tussen twee ‘monsters’: Clinton en Trump. Clinton is als lid van de Clinton-oligarchie bij uitstek de vertegenwoordiger van de gecorrumpeerde, internationalistische elite die in visie en belangen volledig is losgezongen van het volk en Trump de vuilbekkende populist die een gooi naar de macht doet door zich voor te doen als de ‘stem van het volk’ die zich immers niet meer gehoord weet bij de beroepspolitici van de gevestigde orde. Daarbij is dat volk – de ‘witte man’ die de schuld zou zijn van alle onrecht in de wereld; de ‘laagopgeleide’ die zijn mond moet houden – precies die dagelijkse vernedering door de elite en de politiek-correcte media zo beu dat het inmiddels op elke nar stemt die de gevestigde orde kan sarren, schofferen, in verlegenheid brengen en straffen.

      Dit laat het einde van de moderne democratie zien: de volksvertegenwoordigers vertegenwoordigen het volk niet meer en het volk is (door de marxistische indeling van onderdrukker vs. de onderdrukte) te gepolariseerd om nog met één mond te kunnen spreken. Zoals de vorstenhuizen elkaar beter verstaan (ja, zelfs letterlijk meer elkaars familie zijn) dan hun ‘eigen’ volk, verstaan de machthebbers nu elkaar ook beter dan dat ze het eigen volk verstaan: zelfs in ons kleine parlement zien we dat bv. Roemer en Rutte elkaar beter begrijpen dan dat ze hun eigen achterban begrijpen. Politiek is geen strijd meer tussen ideologieën of klassen, maar nog slechts tussen beroepspolitici. Als er nog strijd is, dan is dat nota bene een strijd tussen de klasse der beroepspolitici enerzijds en het volk anderzijds (zoals we dat bij elk referendum weer mogen zien)…

      1. Kees

        Om er nog een paar “echte mannen” te noemen: Francois Mitterand, Valéry Giscard d’Estaing, Jacques Chirac, Nicolas Sarkozy, Silvio Berlusconi, Anthony Weiner, Jerry Springer, Boris Jeltsin, Ruud Lubbers – de rij is eindeloos. Hoe preutser het land des te groter het probleem voor buitenechtelijk actieve politici.
        Waarom trekt de Republikeinse bestuurselite zijn handen af van Trump? Waarom blijft de klassieke rechtse pers, en niet alleen in Amerika, Trump aanvallen? Omdat klassiek rechts overal aan de kant van de machtselite staat. Trump evenwel wil geen TTIP, hij staat voor de Amerikaanse middenklasse en de kleine bedrijven die ondergraven worden door de globalisering, hij wil betere afspraken met Rusland (geen boycot) en met China dat nu de VS leegzuigt. Trump wil een einde aan massa-immigratie, militaire terugtrekking uit het Midden-Oosten. Bij al deze punten staan de Democraten èn Republikeinen tegenover Trump.
        De Amerikaanse politici en de politieke partijleiders, rechts of links maakt niet uit, staan tegenover het volk, tegenover democratie, en daarom vóór globalisering. Ze werken altijd samen, ook als ze – voor de bühne, elkaar bestrijden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s