De luchtbrug naar Berlijn (3)

De landingsbaan van Tempelhof, Berlijn

[Dit is het derde blogje over de Luchtbrug naar Berlijn. Het eerste blogje was hier.]

De zwarte markt in Berlijn

Hoewel de Luchtbrug dus etenswaren, kolen, hout en aggregaten binnenvloog, was het maandenlang onvoldoende. De hele winter door waren de rantsoenen te klein en de huizen te koud. Veel West-Berlijners zochten langs de rand van de stad naar brandstof, zoals hout, en voedsel. Daarvoor overschreden ze regelmatig de grens met de Sovjet-bezettingszone, waardoor deze hongertochten niet zonder gevaar waren. Agenten van wat later de DDR zou zijn, namen goederen in beslag en in de bossen lagen blindgangers. Er ontstond een levendige zwarte markt waar, omdat er drie soorten mark waren met voortdurend veranderende wisselkoersen, de sigaret de voornaamste rekeneenheid was.

Het grote plaatje

Berlijn was maar één plaats waar de confrontatie tussen de communistische en kapitalistische systemen werd uitgevochten. Vier dagen nadat de Sovjets de elektriciteit hadden afgesneden en de blokkade waren begonnen, verplaatste de Amerikaanse president Truman niet minder dan zestig B29-bommenwerpers naar West-Europa. Dat is, zoals u correct constateerde, het vliegtuigtype dat werd gebruikt bij het transport (en de inzet) van atoombommen. Stalin begreep hierdoor dat verdere escalatie te riskant was. De westerse geallieerden stelden ook een tegen-blokkade in door handel met de Sovjet-bezettingszone te verbieden.

Lees verder “De luchtbrug naar Berlijn (3)”

De luchtbrug naar Berlijn (2)

De instructies voor piloten, betrokken bij de Luchtbrug naar Berlijn

[Dit is het tweede blogje over de Berlijnse Luchtbrug. Het eerste blogje was hier.]

De blokkade van Berlijn, zoals gezegd rond 24 juni 1948 begonnen, trof vooral de arme bewoners hard. Dit was een fors deel van de bevolking, aangezien veel mannen nog in krijgsgevangenschap waren en lang niet elke vrouw kostwinner kon zijn. We moeten ons een stad voorstellen waarin vrouwen een voor die tijd heel grote rol in het openbare leven hadden, en daarnaast zorg hadden voor én hun kinderen én de armen: vluchtelingen, ouden van dagen, weduwen en wezen, mensen met oorlogswonden.

Hoewel er vrijwel onmiddellijk voedseluitdelingen kwamen, zat er voor arme West-Berlijners weinig anders op dan zich te registeren in het oosten. Dat je daarom in het westen met je nek werd aangekeken, namen de hongerenden maar op de koop toe. Erst kommt das Fressen dann die Moral. Zolang mensen met bonkaarten in de beter voorziene oostelijke winkels allerlei producten konden krijgen, was er feitelijk geen alternatief voor registratie.
Lees verder “De luchtbrug naar Berlijn (2)”

De luchtbrug naar Berlijn (1)

Henry Ries’ beroemde foto van de luchtbrug naar Berlijn

Een kleine twee jaar geleden was ik een paar dagen in Berlijn. Er was een expositie over Oezbekistan. Het hoogtepunt van de reis was echter de dag waarop we fietsen huurden en een tochtje maakten langs enkele locaties uit de Koude Oorlog. Iets wat ik al heel lang wilde. Vandaag dus een blogje over de Luchtbrug.

Terug naar 1945. De geallieerden hadden Duitsland verslagen, de Duitse industrie was kapotgebombardeerd, ook andere economische sectoren waren beschadigd en de Reichsmark was niets waard. Er was tekort aan levensmiddelen, aan brandstof en vanzelfsprekend aan woonruimte. Talloze mannen waren in krijgsgevangenschap en de wederopbouw verliep heel langzaam. U kent waarschijnlijk de filmbeelden wel van de Berlijnse vrouwen die de gebombardeerde stad aan het opruimen zijn.

Lees verder “De luchtbrug naar Berlijn (1)”

Watergate (4): Resterende vragen

Een van de onthullingen over Watergate. The Economist had het al in 1999 bij het juiste eind.

Gisteren bracht ik mijn verhaal over Watergate tot het welbekende einde: het aftreden van president Richard Nixon. Politiek en juridisch bezien was de affaire voorbij met het pardon dat zijn opvolger Gerald Ford hem korte tijd later verleende. Er resteren echter onbeantwoorde vragen, waarover we het nog even moeten hebben. Uiteraard ben ik oudheidkundige en geen contemporainist, maar gebrek aan kennis heeft nog nooit een Leids historicus weerhouden van het geven van een mening.

In de eerste plaats is er de identiteit van Deep Throat. Dat was lange tijd een mysterie, maar in 2005 wist Vanity Fair dat op te lossen. Het zou Mark Felt zijn geweest, de onderdirecteur van de FBI. Geen lelieblanke held, als u dat mocht denken: Felt was supervisor van COINTELPRO, het gedeeltelijk illegale programma om de burgerrechtenbeweging te verstoren. Hij is daarvoor veroordeeld.

Lees verder “Watergate (4): Resterende vragen”

Watergate (3): Nixons verdediging

Een vertrouwd beeld uit de tijd van het Watergate-schandaal

Ik begon eergisteren met een korte reeks over Watergate. Gisteren vatte ik het volkomen bizarre verhaal samen dat John Dean als getuige vertelde. Voor wie het duizelt is hier het organogram.

Het verhaal kwam erop neer dat John Mitchell, voormalig  minister van Justitie en voorzitter van het Committee for the Re-election of the President (CRP), zich door Gordon Liddy op sleeptouw had laten nemen. Mitchell zou volgens Dean allerlei fantastische plannen voor informatievergaring en intimidatie hebben goedgekeurd.Toen dit na de mislukte inbraak bekend was geworden, zouden Nixons stafleden Ehrlichman en Haldeman opdracht hebben gegeven tot de doofpot. Dean had daarop de FBI en CIA tegen elkaar uitgespeeld om de illegale acties te camoufleren.

Maar kon dit verhaal waar zijn? Het was te gek voor woorden. Dean leek echter te weten waarover hij sprak.

Lees verder “Watergate (3): Nixons verdediging”

Watergate (2): John Dean

De Watergatecommissie aan het werk; rechts voorzitter Sam Irving.

Ik vertelde gisteren over de inbraak in het Watergategebouw. Daarbij bleek het Committee for the Re-Election of the President (CRP) te zijn betrokken. Ook waren er aanwijzingen voor financiering met zwart geld. Die kwesties werden al snel vergeten, mede omdat Nixons minister van Justitie, Elliot L. Richardson, de zaak had toegewezen aan de grootste brekebeen van de rechterlijke macht, John Sirica. Er was geen rechter wiens vonnissen in hoger beroep zo vaak waren verlaagd. Waarschijnlijk zou dat ook met zijn Watergatevonnis zijn gebeurd, want Sirica legde de mysterieuze dieven absurd lange gevangenisstraffen op.

Niemand had echter verwacht dat de leider van de inbraak, James McCord, zou doorslaan. In ruil voor strafvermindering bevestigde hij wat in kranten al was geopperd: dat hij had gehandeld in opdracht van het CRP. De voorzitter daarvan, John Mitchell, was een persoonlijke vriend van Nixon én de voormalige minister van Justitie. Hij had zich er altijd op beroemd Nixons “Mister Law and Order” te zijn, maar leek nu zelf een loopje te hebben genomen met het recht. In mei 1973 stelde de Senaat een commissie in om de campagnepraktijken te onderzoeken. Die stond al snel bekend als de Watergatecommissie.

Lees verder “Watergate (2): John Dean”

Watergate (1): Politieke spionage

President Nixon vóór Watergate hem tot aftreden dwong

Op een vrijdagavond in juni 1972 deed Frank Wills, de nachtwaker van het Watergategebouw in Washington DC, een vreemde ontdekking: het slot van een deur op de begane grond bleek te zijn afgeplakt met een stukje tape. Hij haalde het weg en noteerde het voorval in zijn logboek. Na een hamburger te hebben gegeten, besloot hij een extra ronde te lopen. Er was een paar weken ook al eens ingebroken en Wills wilde geen risico nemen. Tot zijn verbazing constateerde hij dat er opnieuw een stukje tape was aangebracht. Er waren insluipers.

Wills sloeg alarm. Het was inmiddels zaterdag 17 juni, kwart voor twee, vandaag tweeënvijftig jaar geleden. De politie was al min of meer ter plekke, omdat agenten in burger postten bij een groep demonstranten. Zo konden ze al een paar minuten na het alarm een vijftal inbrekers arresteren. Op de zesde verdieping, het Nationale Hoofdkwartier van de Democratische Partij. De scène was ronduit absurd: de agenten gingen gekleed als hippies, terwijl de dieven dure smokings droegen. En ze waren voorzien van afluisterapparatuur.

Lees verder “Watergate (1): Politieke spionage”

De Europese canon (46-50)

De luchtbrug naar Berlijn

Vandaag rond ik mijn reeks af over de Europese canon. We bereiken onze eigen tijd en zoals u al kon raden: het is nauwelijks nog Europese geschiedenis. Het oude werelddeel is meer dan ooit opgenomen in een grotere wereld.

De Koude Oorlog

Periode: Vanaf 1948

Alternatief: De Muur

De Verenigde Staten, met een kapitalistisch systeem, en de Sovjet-Unie, met een communistisch systeem, hadden in de Tweede Wereldoorlog de Europese democratieën gered. Italië was van partij gewisseld en bleef autonoom, maar Duitsland en Oostenrijk kwamen onder curatele. Een curatele die moeizaam was doordat de twee supermachten het vaak oneens waren. Eén van de punten waar de fricties konden escaleren was de gedeelde Duitse hoofdstad Berlijn.

Lees verder “De Europese canon (46-50)”

De Europese canon (41-45)

De Eerste Balkanoorlog

Overmorgen zijn de Europese verkiezingen en met het oog daarop blog ik deze week over de Europese canon. Vandaag vijf onderwerpen vol geweld, met ergens op de achtergrond de doorbraak van het modernisme. De Eerste Wereldoorlog werd gewonnen door de partijen die het meeste innoveerden, en vernieuwing werd het toverwoord van de twintigste eeuw.

De instorting van het Europese systeem

Periode: 1911-1922

Alternatieven: Eerste Wereldoorlog, Vrede van Versailles

Tussen de Europese mogendheden waren altijd fricties en spanningen, maar zolang er koloniën te verdelen waren, was er een bliksemafleider. Toen het verkeerd begon te gaan, was dat dan ook op het laatste stukje wereld dat nog niet was verdeeld: op de Balkan. Het Ottomaanse Rijk was verzwakt, Italië viel het aan in Libië (1911) en in het jaar erop vielen ook Servië, Montenegro, Griekenland en Bulgarije aan. Dat was de Eerste Balkanoorlog. Die duurde bijna acht maanden; de Ottomanen verloren vrijwel al hun Europese bezittingen. De vrede duurde één maand. Toen brak de Tweede Balkanoorlog uit, waarin Servië, Montenegro, Griekenland en het Ottomaanse Rijk zich keerden tegen Bulgarije.

Lees verder “De Europese canon (41-45)”

De tawl

Jaren, jaren, vele jaren geleden had ik contact met een Amerikaan die me vertelde te wonen in Harlingen, in het meest zuidelijke puntje van Texas. Hij had Nederlandse voorouders. Je denkt natuurlijk “o wat leuk, een Nederlandse stad aan de grens met Mexico”, want je hebt weleens gehoord van Holland in Michigan, maar dat blijkt dan een misverstand. Zijn voorouders waren in de tijd van de Amerikaanse Burgeroorlog uit Albany, ten noorden van New York, naar het zuiden getrokken. En niemand weet waarom Harlingen Harlingen heet. Het is in elk geval nooit overdonderend Fries of Nederlands geweest.

Mijn correspondent wist te vertellen dat ergens in Albany, het voormalige Fort Oranje, een plek was die naar zijn familie was genoemd. Ook wist hij met welk schip zijn voorouders naar Nederland waren gekomen en wist hij dat ze daarvoor in Amsterdam hadden gewoond. Ik kon in het gemeentearchief voor hem zijn stamboom met een paar generaties verlengen en terugvoeren naar het dorp in Overijssel waaraan zijn familie blijkbaar de naam dankte. En toen ik dat allemaal had uitgezocht, werd het vreemd stil. Hij wilde zijn familie kennen, maar een vriendschappelijke contact met een Nederlander was blijkbaar niet zijn doel. Ik had graag meer over Texas van hem gehoord.

Lees verder “De tawl”