Een nieuwe Bijbel in hedendaags Nederlands

Het Nederlandse taalgebied is alweer een moderne Bijbelvertaling rijker. Eind mei is een volledige herziening verschenen van de Nieuwewereldvertaling, een kosteloos verkrijgbare vertaling die sinds 1969 is uitgegeven door Jehovah’s Getuigen. Slechts vijftien van de 31.173 verzen bleven ongewijzigd, zodat beslist van een nieuwe vertaling gesproken kan worden.

De oorspronkelijke Nederlandse Nieuwewereldvertaling (NWT), die een totale oplage had van 1,1 miljoen gedrukte exemplaren, is misschien het meest bekend om het stelselmatig weergeven van de eigennaam van God in de Nederlandse tekst, waarbij de vier Hebreeuwse medeklinkers van deze naam, JHWH, leesbaar zijn gemaakt als “Jehovah”. Met het weergeven van de eigennaam werd stelling genomen tegen de meeste andere Bijbelvertalingen. Daarin wordt de godsnaam immers steevast vervangen door “Heer” of “He(e)re”. Ook in de herziene Nieuwewereldvertaling (NWT2017) komt de godsnaam vaker voor dan elke andere bijbelse naam. Sterker nog, de weergave van Gods naam wordt in een appendix over vertaalprincipes als eerste genoemd. “Een betrouwbare vertaling moet Gods naam heiligen door die zijn rechtmatige plaats in de Bijbel terug te geven” (blz. 1721). Dit criterium wordt onderbouwd door een verwijzing naar de bekende zinsnede uit het Onze Vader: “laat uw naam geheiligd worden” (Matteüs 6:9).

De overige vertaalcriteria liggen wel in lijn met andere recente Nederlandse vertalingen als de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) uit 2004. Er wordt gestreefd naar een nauwkeurige weergave die letterlijk mag zijn “als de woordenschat en zinsbouw van de doeltaal zo’n weergave van de oorspronkelijke tekst toelaten.” De herziene vertaling is dus geen parafraserende weergave (zoals de Bijbel in Gewone Taal uit 2014), maar moet wel “natuurlijke, makkelijk te begrijpen taal gebruiken die tot lezen aanmoedigt”. Voor die laatste doelstelling heeft het vertaalteam – dat anoniem wenst te blijven – intensief samengewerkt met jongvolwassen en oudere proeflezers uit Nederland, België en Suriname. Wat dit concreet oplevert is goed zichtbaar in Prediker 1:1-4:

NWT: De woorden van de bijeenbrenger, de zoon van David, de koning te Jeruzalem. „De grootste ijdelheid!”, heeft de bijeenbrenger gezegd, „de grootste ijdelheid! Alles is ijdelheid!” Welk voordeel is er voor een mens gelegen in al zijn harde werk waaraan hij hard werkt onder de zon? Een geslacht gaat, en een geslacht komt; maar de aarde staat zelfs tot onbepaalde tijd.

NWT2017: De woorden van de bijeenbrenger, de zoon van David, de koning in Jeruzalem. “Volkomen zinloos!”, zegt de bijeenbrenger, “volkomen zinloos! Alles is zinloos!” Wat heeft een mens aan al zijn harde werk, aan al zijn gezwoeg onder de zon? Een generatie gaat, een generatie komt, maar de aarde blijft altijd bestaan.

Aan de identieke eerste woorden zien we dat de vertaling bedoeld is als een herziening, maar de nieuwe versie is beduidend efficiënter geformuleerd: op de vier Bijbelverzen worden liefst tien woorden bespaard. (In totaal bevat de herziene versie zelfs 97.000 woorden minder!) De taal is moderner en archaïsche woorden als “ijdelheid” zijn vervangen. Hoe laat dit gedeelte zich vergelijken met andere moderne vertalingen?

GN: Groot Nieuws Bijbel: Hier volgen uitspraken van Prediker. Hij was een zoon van David en koning in Jeruzalem. IJl en vluchtig, zonder zin, nutteloos is alles, zegt hij. Volkomen zinloos is het leven. De mens zwoegt en tobt heel zijn leven lang, maar wat bereikt hij ermee? Generaties komen en gaan, alleen de aarde blijft.

NBV: Nieuwe Bijbelvertaling: Hier volgen de woorden van Prediker, zoon van David en koning in Jeruzalem. Lucht en leegte, zegt Prediker, lucht en leegte, alles is leegte. Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij heeft verworven, al zijn moeizaam gezwoeg onder de zon? Generaties gaan, generaties komen, maar de aarde blijft altijd bestaan.

De NWT (oud en nieuw) en de NBV laten de herhaling die ook in de grondtekst zit duidelijk uitkomen (3x ijdelheid/zinloos/leegte). De NWT2017 lijkt schatplichtig aan de GN voor de vondst “volkomen zinloos”, maar in de GN komt die treffende woordkeus pas als een verheldering na de woorden “ijl en vluchtig”. Verder onderscheiden beide versies van de NWT zich met het woord “bijeenbrenger”. Hoewel dit in de herziening niet gemoderniseerd is, wordt het Hebreeuwse woord qohelet er meer recht mee gedaan. Meer dan een “prediker” was Salomo immers, zoals ook uit de rest van het Bijbelboek blijkt, een verzamelaar van mooie dingen.

Net als “bijeenbrenger” behoudt de NWT2017 ook enkele andere unieke weergaven, zoals “illustraties” i.p.v. het in de NBV gebruikte “gelijkenissen”. Sommige vernieuwingen verschenen wel al in de NBV, zoals “geduld” i.p.v. “lankmoedigheid” en “ontzag” i.p.v. “vrees”. In andere gevallen is gekozen voor een niet eerder gebruikt woord, zoals “correctie” i.p.v. “onderricht”. Waar de NWT2017 werkelijk alle eerdere vertalingen in voorbijstreeft, is dat Jezus’ intimi hun meester nu tutoyeren.

Als fysiek boek is de NWT2017 een flexibel geheel, bedoeld als duurzaam dagelijks gebruiksvoorwerp. De dundruk bladzijden met zilver op snee zijn stevig maar soepel ingebonden in een grijze kaft van polyurethaan die aanvoelt als zacht leer. De vertaling is net als in de NWT met hoofdstuk- en versnummering weergegeven in twee kolommen met daartussenin verwijsteksten. De bladzijden zijn gezet in een geheel nieuw en eigen font. Onderaan staan nieuwe noten met beknopte uitleg of een alternatieve vertaling. Daarmee is de uitgave behalve als leesboek beslist ook bedoeld als studiemiddel.

Dat is ook te zien aan de verdere pagina’s die deze herziening ondanks de besparing in woorden dikker maken dan de oude versie. Voorafgaand aan Genesis helpt een introductie de lezer om het antwoord op veelgestelde vragen in de Bijbel te vinden: “Wie is God?”, “Waarom lijden mensen?”, “Wat gebeurt er na de dood?”, “Hoe word je gelukkig?” Na Openbaring heeft de uitgave nog diverse andere hulpmiddelen: een Index van Bijbelwoorden, een Verklarende Woordenlijst en twee geïllustreerde appendices met informatie over tekstbehoud, vertaalkeuzes, tijdtabellen, diverse kaarten, tekeningen en plattegronden, gedeeltelijk in kleur.

De herziene Nieuwewereldvertaling kan gelezen en gedownload worden op www.jw.org. Op mobiele apparaten is de vertaling het best toegankelijk in een speciale app, JW Library. Op termijn komen ook audio-opnames beschikbaar, waarin de uiteenlopende personages door verschillende stemmen zullen worden voorgelezen.

[Een gastbijdrage van Alexander Smarius, leraar klassieke talen en Jehova’s Getuige. Hij heeft voor Livius.org gepubliceerd over vroegchristelijke martelaren.]

51 gedachtes over “Een nieuwe Bijbel in hedendaags Nederlands

  1. Gert Knepper

    Onbegrijpelijke omissie in bovenstaande recensie: De Nieuwewereldvertaling is geen vertaling vanuit de bronteksten (die in het Hebreeuws, Aramees en Grieks geschreven zijn), maar van de Engelse (en uiteraard eveneens uit de koker van Jehovah’s Getuigen afkomstige) New World Translation! Een vertaling van een vertaling dus.
    Dat scheelde natuurlijk een hoop werk, want dan hoef je niet eerst die moeilijke oude talen te leren: Dat die domoren die de Nieuwe Bijbelvertaling gemaakt hebben niet op dat idee gekomen zijn!
    Maar ja, om zoiets nou een “bijbelvertaling” te noemen…

      1. Gert Knepper

        Het Engels schemert dan ook regelmatig door de Nieuwe Wereldvertaling heen. Twee voorbeelden, gewoon genomen uit de recensie:

        1. “De NWT [onderscheidt] zich met het woord “bijeenbrenger”. Daarmee “wordt het Hebreeuwse woord qohelet er meer recht mee gedaan. Meer dan een “prediker” was Salomo immers, zoals ook uit de rest van het Bijbelboek blijkt, een verzamelaar van mooie dingen.”

        Vergeet het maar. Die ‘bijeenbrenger’ heet in de New World Translation -zoals te verwachten viel- een ‘congregator’. De vertaling uit het Engels is dus keurig gelukt. Dat in het Hebreeuws een Qohelet toch echt geen ‘bijeenbrenger’ is, doet blijkbaar niet ter zake. Dat Salomo een ‘verzamelaar van mooie dingen was’ zal waar wezen, maar daarmee wordt het woord qohelet op geen enkele (wetenschappelijke) wijze recht gedaan.

        2. “Net als ‘bijeenbrenger’ behoudt de NWT2017 ook enkele andere unieke weergaven, zoals “illustraties” i.p.v. het in de NBV gebruikte ‘gelijkenissen’.

        “Behoudt”, zeg dat wel. Want de New World Translation vertaalt -geheel in de lijn der verwachting- het Griekse woord παραβολαί (parabolai) met ‘illustrations’. Alweer: keurig behouden, ‘vertaalteam’. Dat jullie niet gezien hebben dat het Engelse ‘illustration’ een ruimere betekenis heeft dan het Nederlandse illustratie is dan wel weer jammer. Want helaas:
        een παραβολή is dus echt niet hetzelfde een (Nederlandse) illustratie.

        Best mogelijk dat er bij dit project classici en semitisten betrokken waren. Dan complimenteer ik ze hierbij met hun kennis van de Engelse taal.

        1. Gert Knepper

          En kijk nou toch eens welk bericht gistermorgen om 11.44u. verscheen op de https://www.rd.nl/kerk-religie/nieuwe-wereldvertaling-jehova-s-getuigen-herzien-1.1404691 (ja, dat is de site van het Reformatorisch Dagblad):

          Nieuwe Wereldvertaling Jehova’s Getuigen herzien

          Kerk & religie
          De Jehova’s Getuigen hebben zaterdag een volledig herziene Bijbelvertaling vrijgegeven. Dat meldde het hoofdkantoor.
          De tot dusver gebruikte Nieuwe Wereldvertaling dateerde uit 1969 en kende al minimale herzieningen. De nu vrijgegeven Nederlandse uitgave is een vertaling van de Engelse ”New World Translation of the Holy Scriptures” (2013).

              1. Gert Knepper

                Er is niets op tegen dat het ‘wij van WC-eend’ zijn die WC-eend adviseren. Maar bij WC-eend waren ze tenminste zo eerlijk om dat er zelf bij te zeggen en niet te wachten tot het ontdekt werd.
                Het zal overigens toch niet zo zijn dat de recensent zelf behoorde tot het “vertaal-team dat anoniem wenst te blijven”?

              2. Alexander Smarius

                Dag Gert, je hebt natuurlijk gelijk, Jona heeft die info op mijn verzoek toegevoegd. Nee, ik was niet betrokken bij het vertaalproces. Ik ben blij met deze nieuwe vertaling en heb Jona ervan op de hoogte gesteld.

            1. Nee, dat is geen gevalletje WC-eend. Er zijn geen financiële belangen, het is geen reclame. Het is gewoon een stuk informatie dat je krijgt.

              Het zou beter zijn geweest als ik erbij had gezegd “auteur is Getuige” maar die omissie is van mij, niet van Alexander, die geen geheim maakt van zijn overtuiging.

              1. Gert Knepper

                Je beweert dus met droge ogen dat een Jehovah’s Getuige geen belanghebbende is bij de uitgave van een nieuwe bijbel-‘vertaling’ die door zijn organisatie wordt uitgegeven? En het is dus volstrekt toeval, dat de recensent in kwestie werkelijk niet één kritische kanttekening kan bedenken, maar slechts één lange lofzang houdt op die “vertaling”? (Zelfs voor het uiterlijk van het boek schieten woorden tekort: ‘… De dundruk bladzijden met zilver op snee zijn stevig maar soepel ingebonden in een grijze kaft van polyurethaan die aanvoelt als zacht leer.’) En het is natuurlijk ook volkomen toevallig dat genoemde recensent dan ook nog “vergeet” te melden dat het niet om een echte Bijbelvertaling gaat, maar om een vertaling van de Engelse editie?
                Jona, ik heb inmiddels begrepen dat de betreffende WC-eend een vriend van je is – en juist daarom had je dit niet mogen laten gebeuren.

              2. Ik kan je gedachtegang volgen. Ik denk dat het zinvol was te vermelden dat A behoort tot het kerkgenootschap dat deze vertaling maakte, en dat heb ik nu gedaan.

                Ik vind ook dat je het wat scherp formuleert. De echte belangen zitten niet bij het informeren over een vertaling. Financiële belangen dienen altijd te worden vermeld. Bij een boekrecensie moet er een disclosure als je de auteur kent. Ik heb ooit meegemaakt dat een boek waaraan ik pro deo had meegewerkt, werd gerecenseerd door iemand die me kort daarvoor had bedreigd met een rechtszaak; dat zo iemand het boek in kwestie überhaupt recenseerde, vond ik onprofessioneel.

                Maar iemand informeren over een nieuwe vertaling? Ik neem het zelf zo hoog niet op.

              3. Gert Knepper

                Mijn punt is nu juist, dat het betreffende stuk een recensie lijkt, maar een advertentie is. Je toevoeging onder aan het stuk dat de recensent Jehovah’s Getuige, d.w.z. belanghebbende is, is inderdaad een noodzakelijke correctie, maar daarmee is het stuk niet ineens “informatie over een nieuwe bijbelvertaling” geworden: het blijft een -hoezeer ook als vriendendienst bedoelde- advertentie van en voor het Wachttorengenootschap.
                En verder zou ik het inderdaad vooral niet te hoog opnemen 😉

              4. Gert Knepper

                “In een krant noemen ze zoiets een ‘signalement’.

                In mijn krant noemen ze zoiets altijd een ‘ingezonden mededeling’. Zullen we het daar dan op houden? (En heb je soms financiële belangen bij die ‘unieke-goudschat-uit-de-vijfde-eeuw’?)

  2. Cor

    Het is een bekend gegeven, maar het kan niet genoeg herhaald worden:

    De weergave van de godsnaam met Jehova is beslist fout. Deze verbastering combineert namelijk de consonanten van de godsnaam (jod he waw he) met de klinkers van ‘adonay (heer), zodat je j(e)howa krijgt. Dat is echter niet de bedoeling. Er staat jhwh (oorspronkelijk wellicht uitgesproken als jahwe), maar men dient te lezen ‘adonay.

    In het Nieuwe Testament komt de godsnaam überhaupt niet voor, omdat de schrijvers van de NT-geschriften de Septuaginta volgden en kurios gebruikten. De ‘mainstream’ vertalingen in Nederland (en daarbuiten) volgen met de vertaling Heer dus niet de minste voorgangers.

    Het treft mij altijd als ironisch dat de groep die zo hamert op het gebruik van Gods eigennaam, een versie van die naam gebruikt die zeker te weten fout is. Hoe zou jij het vinden als mensen pretenderen je naam belangrijk te vinden, maar die vervolgens consequent fout uitspreken?

    1. Alexander Smarius

      Hoi Cor, over de punten die je aansnijdt kun je hier nalezen hoe de vertalers hun keuze voor “Jehovah” verantwoorden:

      https://www.jw.org/nl/publicaties/bijbel/nwt/appendix-a/tetragrammaton-gods-naam/

      Je retorische vraag zou ik als volgt beantwoorden. Als iemand met vriendelijke bedoelingen mij zou aanspreken als “Iskender” i.p.v. als “Alexander”, zou ik daar geen aanstoot aan nemen. Het is in elk geval minder afstandelijk dan “heer”.

      1. Cor Hoogerwerf

        Beste Alexander, de mensen van het Wachttorengenootschap hebben vast vriendelijke bedoelingen, maar ze maken wel een punt van die eigennaam. Ik heb liever dat iemand me meneer noemt dan dat iemand mijn naam hardnekkig verkeerd blijft uitspreken, ook al weet diegene dat dat niet de juiste manier is. Bovendien geven zij, voor zover ik weet, nergens toe dat de naam ‘Jehova’ eigenlijk op een misverstand berust.

        De vraag is natuurlijk ook of ‘adonay/kurios zo afstandelijk is. Er zijn aanwijzingen dat kyrios in de Septuagint gezien het lidwoordgebruik min of meer als een eigennaam fungeert. Het woord theos wordt daarentegen gebruikt als meer afstandelijke kenmerken van God aan de orde zijn. Een andere overweging is dat het vervangen van de godsnaam door ‘adonay/kurios niet zozeer voortkomt uit de behoefte afstand te scheppen, maar eerder uit een diep besef van heiligheid. Ik heb geleerd daarom bij het lezen van de Hebreeuwse Bijbel ‘adonay te lezen of een variant daarvan, gewoon uit respect voor de traditie.

  3. Cor

    En in aanvulling op wat Gert Knepper hierboven zegt. Ik ben wel benieuwd welke uitgave van het Griekse Nieuwe Testament gebruikt is voor deze herziening. Het is in elk geval niet de Editio Critica Maior, die inmiddels voor de katholieke brieven beschikbaar is en wetenschappelijk gezien de beste tekst is die er momenteel is.

      1. Cor Hoogerwerf

        Ik begrijp dat men is uitgegaan van Westcott & Hort, en daarbij recentere uitgaven heeft geraadpleegd en soms op basis daarvan correcties heeft toegepast.

        De vraag is dan waarom die keuze gemaakt is. Ik kan mij eigenlijk niet voorstellen dat er één nieuwtestamenticus is die op vakkunidige gronden zo’n werkwijze zou voorstaan. Doorslaggevende factor lijkt dus te zijn de keuze van het Wachttorengenootschap decennia geleden.

        Bovendien is, zoals ik al noteerde, geen gebruik gemaakt van de beste editie van het NT, de Editio Critica Maior.

  4. Theo van Dijk

    Ik heb er even mijn Naardense bijbel bij gehaald. Daar wordt qohelet vertaald met Verzamelaar, een veel Nederlandser woord dan het lelijke bijeenbrenger. Maar ik pakte die bijbel eigenlijk om iets anders te checken. Ik dacht namelijk dat ‘de koning in Jeruzalem’ in ‘de zoon van David, de koning in Jeruzalem’ terugsloeg op David. Daarom vond ik de ‘en’ tussen beide bepalingen in de twee andere genoemde vertalingen veel duidelijker. De Naardense bijbel heeft echter ook de komma tussen beide vertalingen. Maar omdat er, net zoals in GN en NBV, geen bepaald lidwoord wordt gebruikt, wordt de tekst toch duidelijk, mede gezien de context, de openingswoorden van het boek Prediker: ‘Woorden van Verzamelaar, zoon van David, koning in Jeruzalem.’ Over een efficiënte formulering gesproken, 9 in plaats van 13 woorden!

  5. mnb0

    De Willibrordvertaling uit 1975 doet Pre 1:1-4 zelfs nog efficienter. Wat we verder ook op de RKK aan te merken hebben, aan de deskundigheid terzake hoeven we niet te twijfelen. Naar verluidt was ene Reve bij de vertaling betrokken, dus stilistisch zit het ook wel goed.

  6. Knotwilg

    Tja, een bijeenbrenger … Daar gaat het jonge volkje natuurlijk helemaal van overstag.

    Het zou in deze ontkerstende maar moreel onzekere tijden doelmatiger zijn om het eens te raken over wat de “blijde boodschap” nu precies is en welke waarden werkelijk de kern uitmaken van het christendom, als men wenst dat de christelijke waarden nog of opnieuw de dienst uitmaken in onze maatschappij.

    Ooit legde ik de vraag voor aan een priester, met mijn eigen hypothese als antwoord, gebaseerd op de inzichten van Réné Girard. Hij was gecharmeerd door mijn interesse maar in de war door mijn interpretatie.

    Mij komt voor dat zelfs de “bijeenbrengers” van vandaag door alle woordenkramerij heen maar een zeer vaag idee hebben van de blijde boodschap. En als ze toch weten waarover het gaat, dan zijn de meesten maar matig in staat die blijde boodschap te brengen.

    Mijn interpretatie: de kern van het N.T. is dat we het zondebokprincipe vervangen door dat van de universele naastenliefde en een zekere mate van zelfopoffering.
    Maar die botst met wat ik vaker lees als interpretatie: de kern van het N.T. is dat het volstaat te geloven in Christus en “alles komt in orde”. Hier ligt de nadruk op de vergeving van de zonden en het eeuwig leven.

    Ik ben niet per se van plan mijn gedrag te veranderen, afhankelijk van welke interpretatie nu veld wint. Maar als het Christendom in moderne tijden nog iets wil betekenen, zal het volgens mij zijn kernwaarden helder moeten voorstellen, eerder dan een oud boek voor de zoveelste keer te vertalen en de kernwaarden onvermijdelijk blijven versluieren in een getrouwheid aan oude gedachten in een oude taal.

    1. Cor

      Voor een interpretatie van de kern van het NT moet je denk ik bij nieuwtestamentici zijn.

      Die zullen over het algemeen eerst zeggen dat het NT tamelijk heterogeen is, en dat het dus onmogelijk is ‘de kern’ vast te stellen. Maar in grote lijnen valt er natuurlijk wel wat te zeggen.

      Als ik een poging zou wagen, zou ik het volgende zeggen:

      Breed gedeelde overtuiging van de auteurs in het NT is, dat in het optreden, de dood en opstanding van Jezus een nieuwe werkelijkheid aan het licht is getreden: het koninkrijk van God/Gods wereld/nieuwe schepping/Gods redding. De (mensen)wereld is over het algemeen in de macht van het kwaad (mythologisch voorgesteld als de duivel en zijn trawanten). De mensen verkloten de boel steeds. Jezus echter wordt in het NT neergezet als iemand die de boel niet verkloot, maar juist heling brengt, en aan God trouw blijft tot het einde van de beproeving. Met name in Paulus’ brieven wordt gezegd dat door geen ruimte te bieden aan de zonde Christus de kwade machten heeft ontmaskerd. Door weer op te staan (of: opgewekt te worden) in een onvergankelijk leven is bovendien de macht van de dood gebroken. ‘In Christus geloven’ wil dan zeggen ‘één met Christus worden’ om te delen in de door Christus bewerkstelligde doorbraak van de nieuwe schepping; niet om stilletjes af te wachten maar om verder te gaan met de strijd tegen het kwaad (waarover de overwinning al vaststaat).

  7. Misschien een zijstraatje: een paar jaar geleden heb ik een vertaling van het boek der Psalmen uitgegeven onder de titel Tot lof van God, vertaald door Frans Croese, ouderling van een Gemeente van Jehovah’s Getuigen. Een geheel eigen vertaling en bijzonder fraai vormgegeven, ook weer door een Getuige, en uitgegeven door een niet-getuige. Zijn vertaling is door theologen geprezen.

    Op mijn verzoek heeft de heer Croese een uitgebreide verantwoording geschreven waarom hij de Godsnaam zo heeft gebruikt. Op zijn site http://www.totlofvangod.nl informeert hij u verder. Frans Croese is nu ver gevorderd met een vertaling van het Hooglied. Via mijn site http://www.religiejournalist.nl kunt u zich laten informeren.

    1. Cor

      “…is door theologen geprezen.” Tja. Ik weet dat vele wetenschappers, als ze zoiets voor hun neus krijgen, een aardige reactie geven om er maar vanaf te wezen.

      Die verantwoording van Croese kan denk ik niet door de beugel. Hij ontkent stellig dat hij voor Jehova kiest op basis van gewoonte. Maar tegelijk ‘vergeet’ hij te vermelden dat Jehova sowieso fout is. Bovendien zijn de argumenten voor drie lettergrepen buitengewoon wankel: dat heeft te maken met ingewikkelde tekst- en literair-kritische problemen, en een veronderstelde metriek. Beide terreinen zijn zo omstreden, dat het veel te kort door de bocht is je oordeel daarvan af te laten hangen.

      1. Beste Cor,

        Op basis van het woord DENK IK mag ik veronderstellen dat je de uitleiding van Frans Croese nog niet hebt gelezen. MIsschien eerst even doen en dan oordelen?

        1. Cor

          Nee hoor ik heb de toelichting van Croese gelezen. “Denk ik” is een slag om de arm. Ik weet niet alles van de tekst van de Psalmen en metriek. Wat ik er wel van weet, stemt mij erg sceptisch over Croeses argumenten.

      2. Frans Croese

        Cor meent dat mijn verantwoording niet ‘door beugel’ zou kunnen. Hij voert twee redenen aan, die ik hieronder zal beantwoorden.

        1. Ik heb niet voor de weergave Jehovah gekozen op grond van gewoonte (…) dat is waar, alleen al vanwege mijn uitgebreide verantwoording. Cor meent dat weergave Jehova(h) fout zou zijn en hij verwijt mij dat ik dat ‘vergeet’.
        Dan heeft Cor toch te vluchtig gelezen, to put it mildly. Bijbels geven namen weer in een getranslitereerde of getranscribeerde vorm, die zijn dikwijls afwijkend van het origineel. Gaan we vertalers kapittelen omdat ze Ezechiël schrijven? Foei, dat zou toch Jechezqiél moeten zijn! Nee, we accepteren dat soort afwijkingen, zelfs in het dagelijkse leven – de TGV vertrekt naar Parijs, maar komt hopelijk aan in Paris, en niemand die zich beklaagt. Moet men dan aan de Godsnaam de unieke conditie verbinden dat die uitsluitend volgens de oorspronkelijke uitspraak mag worden genoteerd? Als dat niet het geval is, dan is de vraag, wat zouden we dan moeten noteren? In de loop der eeuwen gebruikte men veelal de naam Jehova(h).
        ((Het was pas rond 1939 dat er Nederlandse Bijbels verschenen die Jahwe hadden, een gebruik dat sinds de herziene Willibrord verdween.))
        Jehova(h) is veel langer de algemeen gebruikte vorm geweest. Alleen al dat algemene gebruik maakte dit tot een volstrekt acceptabele weergave. Nogmaals, dat staat los van de vraag wat er oorspronkelijk heeft geklonken.
        Dat de uitspraak Jehovah fout zou zijn, wordt door velen inderdaad beweerd. Ik denk op grond van onjuiste argumenten. Ik zal daar straks op ingaan …
        Zoals ook op de tweede uitspraak van Cor.

      3. Frans Croese

        Vervolg van mijn antwoord aan Cor:

        Over de stelling dat ‘jehova sowieso fout’ zou zijn.
        Die gedachte wordt door meerderen gehuldigd. Dan verwijt men degenen die de naam Jehovah hanteren dat ze zich niet realiseren dat de punctuatie eigenlijk een Qeré Perpetuum is. De vraag is of dat verwijt terecht is. Sterker nog, dat verwijt is niet van toepassing op het vertaalcomité van de NW en, in het verlengde daarvan niet op de organisatie van de Getuigen van Jehovah. In de jaren dertig namen die de naam Jehovah’s Witnesses niet aan omdat zij Jehovah de juiste uitspraak achtten. Nee, zij gebruikten in Noord-Amerika de American Standard Version, een solide, concordante vertaling, en die vertaling gebruikte zo’n zesduizend maal de weergave Jehovah. Het zou voor de lezers van de Bijbel grote verwaaring hebben betekend als zij zich Jahweh’s Witnesses hadden genoemd. Het verwijt van Cor verplaatst zich dus naar de vertalers van die Bijbel. Los daarvan, en decennia later, kwam de Revised American Srandard Version. Een verbetering? Dat is maar hoe je het bekijkt. Ze vervingen Jehovah niet door Jahweh, zoals men zou verwachten, gezien de tekstkritische benadering door Gesenius en anderen. Nee, het werd LORD. De Jehovah’s Witnesses betreurden dit sterk, omdat zij sterk gefocussed waren/zijn op de bekendmaking en heiliging van Gods naam. Dat is vervolgens de aanzet geweest tot het ontwikkelen van de New World Translation. Uit de verschafte toelichting viel van het begin af aan op te maken, dat die keuze een keuze was voor het vasthouden aan de destijds gebruikelijke uitspraak; het was geen standpunt inzake de oorspronkelijke uitspraak.
        Een geheel andere vraag is of de uitspraak Jehovah nu echt zo fout is als Cor en anderen willen doen geloven. Ik deel die mening niet, ook al veronderstelt Cor dat ik dat eigenlijk wel ‘weet’. De zekerheid omtrent de veronderstelde juistheid van de uitspraak Jahweh is inmiddels wel verdwenen. Het voert te ver om dit nu te behandelen, ik zou dat los hiervan moeten doen. Los van de Qeré-overwegingen is de uitspraak y.howáah bovendien niet onlogisch. Ik wijs, ten overvloede op de vele theoforische namen die beginnen met y.hoo-. Etc. etc.

        2. Dat Cor mijn vergelijkende studie rond het aantal lettergrepen van de Naam afdoet met een algemene verwijzing naar de complexiteit van de materie is een zwaktebod. Daarmee vermijdt hij een inhoudelijke respons. Zo’n verwijzing kan op iedere observatie worden toegepast, maar blokkeert een wezenlijk, eerlijk en objectief nadenken over wat er aan de hand is.

        1. Cor

          Ik houd mijn reactie kort, want ik vrees dat het weinig zin heeft.

          “De zekerheid omtrent de veronderstelde juistheid van de uitspraak Jahweh is inmiddels wel verdwenen.”

          Dit soort triomfantelijke praat hoor je ook altijd van creationisten over de evolutietheorie bijvoorbeeld.

          “Ik wijs, ten overvloede op de vele theoforische namen die beginnen met y.hoo-. Etc. etc.”

          Kwakwetenschap. Hieruit blijkt taalkundige onwetendheid. Bij Jeho- is de waw een o geworden, dus dat sluit Jehova uit omdat hier opeens een waw opduikt.

          Verder is de NWT natuurlijk kwakwetenschap omdat het een vertaling van een vertaling is, en dan niet eens gebaseerd op de beste brontekst. Ook de gewoonte om in het NT Jehova in te voeren is een miskleun, omdat men het zo beter denkt te weten dan de schrijvers zelf. Daarom wantrouw ik ook de ad-hocargumenten van ‘ja maar Jehova is een traditie blabla’, omdat men een nog veel oudere traditie afwijst, en men dus in het NT Jehova invoert, en zo ‘verbetert’. Het zaakje stinkt, zoveel is duidelijk.

          1. Frans Croese

            Wie in antwoord op een redelijk argument, ook al is men het ermee oneens, de kwalificatie ‘kwakwetenschap’ van stal haalt, verstiert de gedachtenwisseling. Ook grossieren in negatieve kwalificaties van de ander is niet chic. Mij beneemt het de appetijt om er überhaupt op te reageren,
            Jona. Hetgeen mij spijt, want er zou genoeg te delen zijn.

  8. Robbert

    De Bijbel is, net als andere antieke teksten, lastig te lezen zonder uitleg. Van de diverse vertalingen die ik heb geeft alleen de Groot Nieuws Bijbel inleidingen voor de lezer, overzichten, hier en daar een plaatje en zeer veel verklarende aantekeningen. Er zou geen enkele nieuwe vertaling van een oude tekst meer moeten verschijnen zonder uitgebreide toelichtingen voor de geinteresseerde moderne lezer.

  9. Dirk

    Heel interessant allemaal. De kern van het christendom bijvoorbeeld. Ik hoor zo vaak mensen zeggen dat dat de Verrijzenis is. Ik weet het niet. Ik sta in de katholieke traditie, maar ik heb het best moeilijk met verrijzenis.
    Wat die vertaling betreft: “alles is zinloos” zal millennials vast meer aanspreken dan “alles is ijdelheid”, maar dat laatste vind ik net mooier omdat het voor mij de nadruk legt op de hoogmoed van de mens, de valse zekerheid waarmee we menen alles onder controle te hebben. Maar ik ken natuurlijk het oorspronkelijke Hebreeuws niet, en bij het teruggrijpen naar “vanitas”, bezondig ik me ook aan niet vertalen uit de brontekst.

    1. mnb0

      “Ik sta in de katholieke traditie, maar ik heb het best moeilijk met verrijzenis.”
      Het woord “maar” is misplaatst, want er is geen tegenstelling. Zij die niet in een christelijke traditie staan (zoals ik) hebben het helemaal niet moeilijk met de Wederopstanding. Zij die het er wel moeilijk hebben staan gegarandeerd wel in een christelijke traditie.

      1. Gert Knepper

        Ja, maar geloof in de verrijzenis maakt nu eenmaal deel uit van de christelijke traditie. Derhalve is er wel degelijk sprake van een tegenstelling, wanneer iemand te kennen geeft moeite te hebben met dat begrip.

        Wat logischer geformuleerd: Wie moeite heeft met de verrijzenis staat inderdaad in een christelijke traditie.
        Maar niet iedereen die in een christelijke traditie staat heeft moeite met de verrijzenis.

        1. mnb0

          “Derhalve …”
          Non-sequitur. U hebt slechts aangetoond dat iemand die niet in de christelijke traditie staat en twijfelt aan de verrijzenis een tegenstelling vormt. Dat wordt nog duidelijker in uw logischer en helderder formulering. Dit

          “Maar niet iedereen die in een christelijke traditie staat heeft moeite met de verrijzenis.”
          betekent immers ook dat er mensen zijn die in een christelijke traditie staan en moeite hebben met de verrijzenis – geen tegenstelling.
          Mijn commentaar is overigens niet bedoeld als taalkundig gezeur. Twijfel aan allerlei geloofszaken komt juist veel voor onder christenen.

          1. Gert Knepper

            De tegenstelling die Dirk bedoelt, is die tussen de christelijke traditie enerzijds, opgevat als systeem van geloofswaarheden waarvan de verrijzenis er één is, en anderzijds de moeite die hij, als iemand die binnen die traditie wil staan, heeft met één van die geloofswaarheden.

            Dat er binnen de christelijke traditie ook mensen zijn die een dergelijke moeite niet hebben (nl. omdat ze de verrijzenis als geloofswaarheid onderschrijven), doet niets af aan de geldigheid van de eerste zin van dit stukje.

            En nu stop ik.

            1. Dirk

              Inderdaad. Het feit dat we zo kunnen emmeren over het woord “maar” in een hedendaagse tekst in onze moedertaal, maakt nog maar eens duidelijk hoe moeilijk het vertalen van antieke teksten is.

    2. robbert

      Ik ook niet, ondertussen kwam ik tegen:
      Alles is: ijdelheid; (volkomen) zinloos; nutteloos; ijl en vluchtig; zonder zin; lucht, leegte; vluchtigheid; vanite; Dunst en vanzelfsprekend zijn er nog veel meer interpretaties van de vertalers van een hebreeuws woord dat, als ik goed ben geinformeerd, letterlijk damp betekent.
      Meer: vluchtig en ongrijpbaar dan iets als hoogmoed.
      Zinloos is erg negatief geinterpreteerd, Dunst is letterlijk vertaald.
      Lucht en leegte, alles is leegte (NBV), vind ik wel mooi.

  10. Ik begin deze discussie vrij saai te vinden. Als voormalig katholiek, nu agnost, met een matige kennis van de Bijbel, dat ik wel een interessant boek vind, net als alle andere heilige boeken van de diverse religies, moet ik toch afhaken. Dat ligt uiteraard aan mezelf en betekent niet dat ik de kennis en de deskundigheid van de deelnemers niet bewonder of respecteer, Maar voor mij (Hebreeuws-onkundige) wordt dit een vrij onbegrijpelijke interpretatiestrijd van het het woord ijdelheid/zinloosheid/leegheid en alle andere mogelijkheden gaat die bvb. Robbert opsomt.
    Ik dacht ook dat de blog van JL over archeologie en oude geschiedenis ging en niet over Bijbelexegese of christelijke theologie. Overigens ben ik het absoluut eens met de tweede paragraaf van Knotwilg.

  11. Dorthy Ariaens

    Eeuwen van mondelinge overlevering en dan ooit eens door iemand opgeschreven, en nog eens door een ander persoon ….. . Het nieuwe testament: leven van Jezus na tientallen jaren genoteerd door de evangelisten die niet (niet altijd) oog- en oorgetuigen waren. De brieven van de apostelen, misschien zijn die (deels) origineel nog beschikbaar. Destijds sprak men ook een in levende taal, net zoals nu. Zijn bij het optekenen de woorden gebruikt die op dat moment gangbaar waren of de woorden waarvan men dacht dat die vroeger gebruikt zouden zijn? Dacht men dat Jezus (of eerder God zelf) met gangbare woorden van een levende taal sprak of extra deftig zoals koningin Wilhelmina of koningin Beatrix recenteliijk deden?
    Wat hebben jullie meningen en de meningsverschillen van jullie, discussianten, nog te maken met de bedoeling in grote lijnen van deze geschriften? Heilsleer-verkondiging dacht ik, dat het was. Tenminste: voor hen die geloven. Kunnen jullie de terminologie van je heilige boeken niet wat met relativerende ogen beschouwen?

    Lees eens een boek over het betrouwbaarheidsgehalte van hedendaagse getuigenverklaringen in het strafproces en dan slaan jullie allemaal aan het wankelen! En dan gaat het alleen nog maar om de inhoud van de verklaringen en nog niet eens om de bewoordingen.

  12. Robbert

    Hallo Rutgerius en Dorthy,
    Voor mij is de Bijbel geen heilig boek maar een verzameling van zeer interessante antieke teksten. Bij het lezen daarvan is oudheidkundige toelichting nodig. En bij het lezen van een vertaling is uitleg over de wijze van vertalen en de gekozen kernwoorden handig. Dat moet je wel leuk vinden maar zo kan ik als moderne lezer me een voorstelling proberen te maken van de bedoelingen van de schrijvers. Bij een religieus geschrift als de Bijbel kunnen latere theologische discussies daarbij hinderen. Met hoeveel relativerende vraagtekens de oorspronkelijke bedoelingen van antieke teksten zijn omgeven wordt ons van tijd tot tijd door onze blogschrijver uitgelegd.
    Ik las eens Livius en achteraf realiseerde ik me dat ik veel kennis eromheen miste. Het was leuker geweest na voorstudie en dan lezen met veel verklarende noten, het liefst direct bij de betreffende tekst!

    1. Hallo Robbert,

      Dank voor je reactie. Ik zie de Bijbel ook niet als een heilig boek, maar voor een groot aantal orthodoxe christenen vervult het juist wel die rol (denk maar aan sommige politieke partijen en aan de Scholen met de Bijbel). Ik ben het helemaal met je eens, dat wil je de Bijbel op zijn oudheidkundige en interessante inhoud waarderen, uitgebreide toelichting zeker van groot belang belang is. Maar het hoeft voor mij niet een bijbelexegese te worden of een theologische discussie. Dat vind ik minder interessant, want ik ken geen Hebreeuws noch Aramees. Ik ben trouwens momenteel begonnen aan Nieuwtestamentisch Grieks via internet.
      Ik heb ook de Bijbel gelezen in de nieuwe vertaling. Ik vind het een interessant boek. Ik heb trouwens veel respect voor JL’s kennis van de Bijbel gekoppeld aan zijn kennis van de Oudheid.

      Wat Livius betreft, ik heb de Grieks-Latijnse Humaniora gedaan en Livius gelezen in een uitgave van A.Geerebaert, S.I. met aantekeningen in een apart boekje. Dezelfde Geerebaert van wie de classici in Leuven nog steeds de grammatica gebruiken en waar wij ook in de Humaniora gebruik maakten. Sinds 2007 zit ik in een Latijnse leeskring o.l.v een zeer ervaren classicus. Waar wij eerst bloemlezingen gebruikten, maken we sinds enkele jaren gebruik van de boeken die de laatstejaars gymnasiasten hier in Nederland voorbereiden op het eindexamen. Vergeleken met mijn Livius-boeken uit 1958 zijn dit juweeltjes. Toch hadden we goede leraren die naast de aantekeningen voldoende achtergrondinformatie verschaften, maar je was als scholier meer geconcentreerd op de vertaling zelf dan op het grote geheel.

      Vriendelijke groet,

      Roger

    2. Dorthy Ariaens

      Robbert, dank voor je reactie.
      Ik denk dat theologische discussies zoals gevoerd naar aanleiding van de nieuwe bijbelvertaling de boodschap aan de theologen verbergen. Jij noemt het hinderen. Ik meen dat het geen zoeken naar verheldering van de boodschap is, maar het scherpslijpen op taalverschijnselen, het aftroeven van mede-theologen om te zien wie het beste woord kan vinden. Het genoegen van de liefhebber van talen en van vertalingen, heeft maar indirect met de heilsverkondiging van doen.
      Kijk ook eens naar het stuk van Ewoud Sanders in de NRC van vandaag, achterpagina. Overigens is het helemaal niet verkeerd om taal- of vertaalliefhebber te zijn. Maar onder de dekmantel van vorsen naar de boodschap van god zou men dat niet moeten doen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s