MoM | Vertalen is moeilijk

Dit zijn dromedarissen en geen kamelen

Een dromedaris heeft één bult en een kameel heeft er twee. Hun Amerikaanse neefje lama heeft er geen. Een kameel komt uit Centraal-Azië, waar de winters koud zijn, en heeft daarom lange haren, dikke vetlagen en zo kort mogelijke poten. Zo bewaart ’ie zijn lichaamswarmte. De dromedaris woont daarentegen in het Nabije Oosten, waar het loeiheet is en daarom heeft het beest korte haren, lange poten en dunne vetlagen. Wat ik maar zeggen wil: het zijn verschillende dieren, levend in tegengestelde ecologische niches.

Het Nederlands maakt onderscheid. We hebben dat ontleend aan de Grieken, die de eenbulter in de zesde eeuw v.Chr. leerden kennen en begrepen dat de dromedarios, “renner”, een snelle loper was. De tweebulter leerden ze ruim twee eeuwen later kennen en daarvoor gebruikten ze kamelos, een Semitisch leenwoord dat voortleeft in het Arabische jamal. De Engelsen, de koloniale macht die ooit heerste over een half dozijn Arabische landen, heeft dit woord eveneens geleend: camel kan zowel slaan op een kameel als op een dromedaris. Zie daar de verklaring voor de dromedaris op het pakje Camel-sigaretten waar u als kind zo verbaasd over was.

Lees verder “MoM | Vertalen is moeilijk”

En het Woord was…

De Drie-eenheid op een zeventiende-eeuwse muurschildering uit Arbanasi (Bulgarije)

[Onlangs gaf ik hier ruimte aan Alexander Smarius, die schreef over de nieuwe Bijbelvertaling van de Jehovah’s Getuigen. Elke vertaling is keuzes maken en sommige daarvan vertellen nogal wat over de vertaler zelf. Zo is er de kwestie van de openingszin van het Johannesevangelie, die Smarius hieronder toelicht, want Jehovah’s Getuigen maken daar een significant andere keuze dan andere christenen. Ik kom er later vandaag ook nog op terug in “Methode op Maandag”.]

In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.

In de meeste Nederlandstalige Bijbels is dat de openingszin van het Evangelie van Johannes (Johannes 1:1). Verderop in de tekst wordt duidelijk dat met “het Woord” de Zoon van God wordt bedoeld, Christus. Minder duidelijk is hoe de lezer moet begrijpen dat degene die “bij God” was zelf ook “God” was. Volgens de gangbare Bijbelverklaring zijn de Vader en de Zoon samen één God, zoals twee lucifers één vlam kunnen delen.

Lees verder “En het Woord was…”

Een nieuwe Bijbel in hedendaags Nederlands

Het Nederlandse taalgebied is alweer een moderne Bijbelvertaling rijker. Eind mei is een volledige herziening verschenen van de Nieuwewereldvertaling, een kosteloos verkrijgbare vertaling die sinds 1969 is uitgegeven door Jehovah’s Getuigen. Slechts vijftien van de 31.173 verzen bleven ongewijzigd, zodat beslist van een nieuwe vertaling gesproken kan worden.

De oorspronkelijke Nederlandse Nieuwewereldvertaling (NWT), die een totale oplage had van 1,1 miljoen gedrukte exemplaren, is misschien het meest bekend om het stelselmatig weergeven van de eigennaam van God in de Nederlandse tekst, waarbij de vier Hebreeuwse medeklinkers van deze naam, JHWH, leesbaar zijn gemaakt als “Jehovah”. Met het weergeven van de eigennaam werd stelling genomen tegen de meeste andere Bijbelvertalingen. Daarin wordt de godsnaam immers steevast vervangen door “Heer” of “He(e)re”. Ook in de herziene Nieuwewereldvertaling (NWT2017) komt de godsnaam vaker voor dan elke andere bijbelse naam. Sterker nog, de weergave van Gods naam wordt in een appendix over vertaalprincipes als eerste genoemd. “Een betrouwbare vertaling moet Gods naam heiligen door die zijn rechtmatige plaats in de Bijbel terug te geven” (blz. 1721). Dit criterium wordt onderbouwd door een verwijzing naar de bekende zinsnede uit het Onze Vader: “laat uw naam geheiligd worden” (Matteüs 6:9).

Lees verder “Een nieuwe Bijbel in hedendaags Nederlands”

Prefect Pontius Pilatus

Moeilijk leesbaar, maar deze beroemde inscriptie uit Caesarea vermeldt in de tweede regel Pontius Pilatus en in de derde zijn functie, “praefectus”.

Ik heb al meer geblogd over de moeilijkheden van het vertalen van tweeduizend jaar oude teksten. De Bijbel, waarvan iedereen wel ruwweg weet wat erin staat, komt dan goed van pas. Je kunt aan de hand van bijbelse voorbeelden menig punt illustreren dat ook voor andere teksten opgaat, zoals het gebruik van een leenwoord in de te vertalen tekst of geografische complicaties.

Hoewel ik me beroepshalve niet primair bezighoud met het vertalen van Bijbelteksten, volg ik discussies over het vertalen van het heilige boek met belangstelling. Ik was daarom blij met het boek dat Karel Deurloo en Nico ter Linden hebben gewijd aan de Nieuwe Bijbelvertaling, Het luistert nauw (2008). Ze leggen in de eerste hoofdstukken enkele vertaalproblemen uit en illustreren die vervolgens aan de hand van talloze voorbeelden. Een leerzaam boek, dat u moet lezen als u geïnteresseerd bent in de vertaling van oeroude teksten, bijbels of niet.

Lees verder “Prefect Pontius Pilatus”