Dat heertje met zijn witte das

HaverSchmidt

Piet Paaltjens, die eigenlijk François HaverSchmidt heette, was vanaf 1859 tot 1862 predikant in het Friese Foudgum, dat ten noordwesten van Dokkum ligt. U leest er hier meer over en zijn woonhuis ziet u daar. Het lijkt erop dat hij hier het centrale gedeelte heeft geschreven van het Oera Linda Boek.

Bij de kerk waar hij voorging staat een klein monumentje met een mooi gedicht dat hij in september 1865 schreef.

Dat heertje met zijn witte das
was eertijds een minnezanger;
doch sinds het die witte das aanheeft,
minnedicht het niet langer.

Nu preekt het en doet huisbezoek
en voor de variatie
houdt het ’s winters, driemaal in de week,
lidmatencatechisatie.

Ik bezweer u, mijn allerliefste vriendin!
de draak hier niet mee te steken.
Er zit wezenlijk zo iets aandoenlijks in,
dat een hart er wel van mocht breken.

12 gedachtes over “Dat heertje met zijn witte das

  1. Otto Jongmans

    Leuk stuk over Piet Paaltjens. Het gat nergens over, maar wanneer je doorzoekt op het leven van PP en terechtkomt in zijn Leidse studententijd, kom je tenslotte op een vermelding van “het Bierhuis van Vader Müller. “Vater Muller” komt voor in de Immortellen, gedicht LX, waarin drie werkelijk bestaan hebbende Leidse neringdoenden worden genoemd. De kapper Knaap, de kleermaker Jongmans en Vater Muller.
    Die kleermaker Jongmans is een rechtstreekse voorvader van mij, mijn betovergrootvader Adriaan, en ik heb geschilderde portretten van hem en zijn vrouw, door de sociëtyschilder Sangster, in mijn bezit. Hij was gevestigd in de Breestraat 93, later op Rapenburg 6, het latere Prytaneum.
    Nogmaals, het gaat nergens over, maar ik vind het gewoon leuk!

      1. Nee leuk juist!!
        Nog best lastig te vinden, een afbeelding van werk van die Sangster, ik had nog nooit van hem gehoord. Ik neem aan dat het Hendrik Alexander betreft? (Uw voorvader was kennelijk niet de eerste de beste kleermaker…of misschien juist wel…)

        1. Otto Jongmans

          Mijn voorvader kwam uit een familie in Den Bosch, zijn vader was een hoedenmaker. Van zijn motieven om zich in Leiden te vestigen is niets bekend. Maar dat hij zich in de Breestraat kon vestigen, betekent dat hij over ruime middelen kon beschikken. Hij was bekend als kleermaker voor studenten, die toen allemaal uit de adel of de rijke bourgeoisie kwamen. Busken Huet schrijft over hem: “als aankomend student liet je je een ijzersterk kotspak aanmeten, dat bestand was tegen alle kroegjool. Dat hij kon verkassen naar het Rapenburg no. 6 laat zien dat het hem zeer voor de wind is gegaan. Studenten betaalden lang niet altijd even goed, maar hij hield ze als clientèle na hun afstuderen, Vertegenwoordigers van hem reisden per trein naar hun diverse adressen in Nederland, met stalen van nieuwe stoffen, en platen van nde nieuwe mode, en maten een of meer pakken aan. Daarna kwamen ze nog twee keer terug om te passen.
          Van Sangster heb ik nog meer informatie gehad, maar die kan ik nu even niet vinden. Maar hij staat in het algemene overzicht van Nederlandse schilders. Handen kon hij niet echt goed schilderen, en dat is te zien ook. otto.jongmans1106@gmail.com

          1. Beste meneer Jongmans,
            Als je voorvader letterlijk te boek staat als de vervaardiger van ‘een ijzersterk kotspak dat bestand was tegen alle kroegjool’ en je hebt nog geschilderde portretten ook, wat ben je dan op een fantastische manier verbonden met het verleden. U bent bevoorrecht!

  2. Roger van Bever

    De schrijfwijze van zijn naam intrigeerde mij, maar de verklaring vond ik al meteen in Wikipedia. Het gaat om een duidelijk voorbeeld van een camelcase.
    Zie: https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/e/ef/CamelCase.svg/640px-CamelCase.svg.png?1533722279272

    Zijn grootvader heeft zijn naam laten veranderen, dus die zou zo moeten blijven. In zijn handtekening gebruikt Piet Paaltjens dezelfde schrijfwijze: https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/a/a8/Handtekening_François_Haverschmidt_%281835-1894%29.jpg?1533721432027

    Er zijn een aantal straten naar hem vernoemd, o.a. in Den Haag en in Rozendaal waar Haverschmidt gebruikt wordt. De camelcase schijnt vooral in de ICT gebruikt te worden.
    In NL ken ik weinig namen die op die manier geschreven worden, VerLoren van Themaat is er eentje. De uitgeverij door Thijs VerLoren van Themaat heet wel gewoon Verloren!
    Wie kent er nog meer van dit soort namen?

Reacties zijn gesloten.