Faits divers (49)

De berg Nemrud

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: de reconstructie van het Proto-Indo-Europees, Anatolië, falend erfgoedbeleid en een tof proefschrift.

Medeklinkers

Ferdinand de Saussure, de beroemde taalkundige, debuteerde in 1879 met Mémoire sur le système primitif des voyelles dans les langues indo-européennes, waarin hij uitlegde dat het Proto-Indo-Europees drie medeklinkers moest hebben gekend die sindsdien waren verdwenen. De hypothese, die bekendstaat als de laryngaaltheorie, was omstreden maar werd bevestigd toen Bedřich Hrozný het Hittitisch ontcijferde, de eerste van inmiddels minimaal negen Anatolische talen. Aron Groot schreef een mooie uitleg.

Lees verder “Faits divers (49)”

Eise Eisinga (4)

Het Planetarium van Eise Eisinga

[Laatste deel van Truus Pinksters beschouwing over Sandra Langereis’ boek Machineman. De tijden van Eise Eisinga (2024). Het eerste deel was hier.]

Maar in de herfst van 1802 kwam aan al deze democratische ontwikkelingen plompverloren een einde: op bevel van consul Napoleon werd in Nederland de klok geheel teruggedraaid: de in 1795 naar huis gestuurde jonkers konden de oude oligarchie overal ongehinderd in ere herstellen.

Eise probeert zich dan, natuurlijk gedesillusioneerd, maar ondanks alles toch energiek nuttig te maken in de moeilijke wereld van de politiek. Hij keert terug naar het bestuur van zijn woonplaats Franeker. Nu niet gekozen, maar van hogerhand benoemd.

Lees verder “Eise Eisinga (4)”

Eise Eisinga (3)

Eise Eisinga (collectie Rijksmuseum)

[Derde deel van Truus Pinksters beschouwing over Sandra Langereis’ boek Machineman. De tijden van Eise Eisinga (2024). Het eerste deel was hier.]

En zo komen we bij die roerige jaren tachtig. Sandra Langereis begint dit deel van de biografie zo mooi:

De jaren tachtig van Eises eeuw waren mooi van lelijkheid. Alles begon te kieren en te scheuren in Nederland toen Engelse oorlogsschepen ervoor zorgden dat de overzeese handel vanuit de Hollandse havens onderuitging en Willem V als opperbevelhebber te land en ter zee weigerde daar iets aan te doen. (…) Zijn gedrag gaf vleugels aan de patriottenbeweging, die zich sterk ging maken voor inspraak van burgers in de politiek. De bodem viel weg onder de oude politiek in Nederland vanaf het moment dat in 1775 de grote indruk makende Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog uitbrak… (p.169)

Burgers roeren zich, men wil meer democratie in stads- provincie- en landsbestuur. En Eise was een van hen. En Franeker was een echte patriottenplaats. (Anders dan nu was patriot dus een aanduiding voor progressieve lieden, anti-orangisten, mensen die invloed wilden in hun stadsbestuur en de prins van Oranje, Willem V, weg wilden hebben.)

Lees verder “Eise Eisinga (3)”

Eise Eisinga (2)

Het planetarium van Eise Eisinga in Franeker
Het planetarium van Eise Eisinga in Franeker

[Tweede deel van Truus Pinksters beschouwing over Sandra Langereis’ boek Machineman. De tijden van Eise Eisinga (2024). Het eerste deel was hier.]

Het punt om zijn aandacht op te richten kwam met het verschijnen van een boekje met een voorspelling van het einde der tijden, geïnspireerd op het Bijbelboek Openbaring. Mensen werden er heel bang van. Zulke voorspellingen waren er wel vaker geweest, maar deze keer maakte het veel meer indruk omdat het boekje zei zich te baseren op Newtons natuurwetten. De aarde zou geheel gesloopt worden op 8 mei 1774, want dan kwamen Mercurius, Venus, Mars en de reuzenplaneet Jupiter op één lijn te staan en zo zou de aarde uit haar baan om de zon worden getrokken.

Het bijgeloof en de onrust onder de mensen zette Eise aan tot het bouwen van zijn prachtige planetarium, waarmee hij tot op de seconde nauwkeurig de trajecten van alle zichtbare hemelobjecten liet zien. En dat niet voor een bepaalde afgebakende periode maar tot in de eeuwigheid. Zo wilde hij de mensheid geruststellen dat God, de grote klokkenbouwer, het heelal zo vernuftig had geschapen dat het oneindig zou blijven voortbestaan.

Lees verder “Eise Eisinga (2)”

Eise Eisinga (1)

Al eerder schreef Sandra Langereis prachtige biografieën over “dwarsdenkers” als de zestiende-eeuwse drukker Christoffel Plantijn en Erasmus. Mannen die hun eigen weg zochten in de woelige tijd waarin ze gezet waren, geen revolutionairen maar, inderdaad, “dwarsdenkers”.

Nu is er weer een prachtige biografie van haar hand over Eise Eisinga, de man die in het laatste kwart van de achttiende eeuw eigenhandig een planetarium bouwde in zijn woning, waarin ook zijn wolkammersbedrijf gevestigd was. En die, wat ik wellicht nog interessanter vind, een rol speelde in het denken over democratie in die late achttiende eeuw, en een rol speelde in de beweging van de patriotten. (En denk bij dit woord nu even niet aan Geert Wilders, maar aan een oprechte wens om alle mannen (!) invloed te geven op het bestuur van gemeente, provincie en land. Vrouwen kwamen pas veel later aan bod.)

Lees verder “Eise Eisinga (1)”

Het verdronken klooster van Stavoren

Kaart uit 1853/56 van Stavoren, met links “De steenen” en rechts daarvan de begraafplaats.

Stavoren is een van de trotse elf steden van Friesland, of Fryslân zoals men ter plekke zegt, maar het hoge woord moet eruit: het is alleen een stad in de zin dat het middeleeuwse stadsrechten bezit. Tegenwoordig is Stavoren vooral een jachthaven, een aanlegplaats van de veerpont naar Enkhuizen en een tussenstop in de Elfstedentocht. Stavoren is een schaduw van wat het ooit is geweest.

Hanzestad Stavoren

In de Frankische tijd was het de hoofdplaats van Zuidergo en de naam, Oud-Fries voor “bij de palen”, zal betrekking hebben gehad op het grote palenscherm bij de vroegere haven aan de Vlie (de verbinding tussen de Waddenzee en de Almere). Door de golven te breken zorgde dit scherm ervoor dat schepen veilig konden aanmeren.

Lees verder “Het verdronken klooster van Stavoren”

De Chauken (1)

Greep van een mes in de vorm van een wagenmenner (Eenum; Gronings Museum, Groningen)

Ik heb weleens vaker geblogd (één, twee) over de beschrijving die de Romeinse auteur Plinius de Oudere gaf van de mensen die woonden op de kunstmatige heuvels langs de Waddenzee. De terpen of wierden verbaasden hem. Hoorde het gebied, onderworpen aan eb en vloed, nu bij het land of bij de zee? Wat waren dat van mensen, die de vrijheid zo lief hadden dat ze zich hadden teruggetrokken in armzalige boerderijen op die heuvels? Waren ze nu niet feitelijk, zo impliceerde hij, de gevangenen van een onbewoonbaar gebied?

Dat viel wel mee. Archeologen hebben het beeld van een armzalig en meelijwekkend volk sterk genuanceerd. Er was zelfs ruimte voor een vorm van politiek leven, gegeven het feit dat er in het noordelijke kustlandschap minimaal vier stamverbanden zijn aan te wijzen. Meestal houden we het erop dat twee groepen Friezen woonden aan weerszijden van de Vlie, dus in het huidige Noord-Holland en Fryslân. Wat oostelijker zouden dan twee groepen Chauken hebben gewoond, gescheiden door de Dollard, in wat nu Groningen en Ostfriesland is. Deze reconstructie is, zoals alle reconstructies van de antieke topografie, minder zeker dan men wel aanneemt, maar we zullen het ermee doen. Ik ga het hebben over de Groningse Chauken.

Lees verder “De Chauken (1)”

De Friese vrijheid

Een blijde (Fries Museum, Leeuwarden)

De drie maanden die ik in 2018 doorbracht in Friesland behoren tot de gelukkigste van mijn leven. Ik heb er een zwak aan overgehouden voor het Fries Museum in Leeuwarden. En omdat ik de Middeleeuwen interessant vind zonder er heel veel van te weten, was ik blij dat er een expositie was over de Friese landen in de Late Middeleeuwen: Vrijheid, Vetes, Vagevuur. Voor het goede begrip: de Friese landen grensden rond 1000 in het zuidwesten aan de Rijn en in het oosten aan – naar keuze – de Dollard, de Jade, de Elbe of de Deense istmus. Het gaat in elk geval om het gebied langs de Waddenzee.

De Karolingen hadden de regio onderworpen en gekerstend, maar ze behield een zekere onafhankelijkheid. Echte onderwerping van het gebied zal voor de Ottoonse, Salische en Staufische vorsten ook weinig prioriteit hebben gehad. Het gebied lag perifeer. Bovendien grensde het aan zee, konden de bewoners zich betrekkelijk eenvoudig verplaatsen en had je er weinig aan de ruiterlegers die destijds het voornaamste instrument waren om gezag af te dwingen. Het zal keizer Sigismund niet heel zwaar zijn gevallen om in 1417 de de facto Friese vrijheid in een oorkonde ook de iure te erkennen. Een iets jongere tekst, het Fivelgoër handschrift, zegt het poëtisch:

De Friezen zijn vrij, zowel de geborenen als de ongeborenen, zolang de wind van de wolken waait en de wereld bestaat.

Lees verder “De Friese vrijheid”

Vragen rond de jaarwisseling (5)

Een van uw vragen leidde naar de schat in het Haarlemmermeer (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Stuur uw vragen maar in, schreef ik, en wie weet of ik ze beantwoorden kan rond oud en nieuw. Eerdere afleveringen hier, hier, hier en hier.

22. Vraag via de mail: Vaak stuit ik op de zin “Frisia non cantat”, en die wordt dan aan een Romein toegeschreven – Tacitus, meestal – maar ik kan die zin zelf nergens vinden. Is het een verzinsel van later datum?

Ja, dat is een verzinsel. De regel is inderdaad niet te vinden bij Tacitus, die wél de Friese Opstand noemt. De beschrijving daarvan eindigt met de opmerking dat sinds deze revolte de naam der Friese naam vermaard is.

Het Latijnse gezegde dat Friesland niet zou zingen, duikt op in de achttiende eeuw. Riemer Reinsma heeft het voor tijdschrift Onze Taal uitgezocht en zijn conclusies vindt u hier.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (5)”

De gelukkige klas

De gelukkige klas

Wij waren alfa’s, schopten lawaai
vulden schoolkrant en lokalen
schreeuwend van verlangen
naar de grote uitwedstrijd

K ging het verst, doelbewust
aanvallend om te scoren
als vroeger in elk tussenuur
viel hij door kogels in El Salvador

H zag de oorlog jong, het was
iets met Japanners, Indië, een kamp
op één nier leefde hij jarenlang
voor twee – en stierf in bed

Wij komen niet veel verder dan
de eerste letter van het alfabet
weerklank van een verwondering
te groot voor onze talen.

  • Koos Hagen

Het is vandaag veertig jaar geleden dat journalist Koos Koster (de “K” in dit gedicht) werd vermoord. De foto hierboven toont de tekst van dit gedicht, zoals te lezen voor het Beyers Naudé-gymnasium in Leeuwarden, waar Koos Koster en dichter Koos Hagen naar school gingen.