De vele namen van Belgrado (3)

Het standbeeld van Karadjordje bij de Tempel van de Heilige Sava.

[Derde van de vier blogjes die Tim Frangias wijdde aan Belgrado. Het eerste was hier.]

Vuur en gramschap

Trots staat de Belgrade Victor op de Griekse zuil bij het Kalemegdan-fort, zoals aan de andere kant van de stad een beeld van de Servische leider Karadjordje heroïsch staat voor de Tempel van de Heilige Sava. Zoals ik eerder schreef is de stad met Griekenland verbonden door de lange schaduw van de oudheid. Het op de Griekse zuil staande beeld van Belgrade Victor herdenkt de Eerste Balkanoorlog (1912-1913), waarin de noordgrens van Griekenland verschoof tot voorbij Thessaloniki, terwijl een sterk Servië ontstond, gelegen tussen Oostenrijk-Hongarije en Griekenland. Deze gevechten versterkten de band tussen de twee orthodoxe landen.

Lees verder “De vele namen van Belgrado (3)”

De strijdbare Herman Schaepman

Herman Schaepman

Wie in Twente over de randweg van Tubbergen rijdt kan het haast niet missen: het meer dan levensgrote standbeeld van Herman Schaepman, dat even voorbij de afslag aan de weg van Tubbergen naar Almelo staat opgesteld. Reusachtig, somber: zo maar wat woorden die opkomen als er een beschrijving van dit beeld gegeven zou moeten worden.

Hoe anders is het wanneer je – na wat vriendelijke woorden te hebben uitgewisseld met een Zwitserse Gardist ter linkerzijde van de colonnade van het Sint-Pietersplein in Vaticaanstad en nadat je je tas of rugzak hebt laten controleren op explosieven – vlak langs de basiliek loopt en dan aan de linkerzijde de toegang betreedt van het zogenaamde “Campo Santo dei Teutonici e dei Fiamminghi”, waar belangrijke Duitstalige, Nederlandse en Belgische katholieken begraven zijn. Op dit overvolle kerkhof, dat letterlijk in de slagschaduw van het Vaticaan ligt, is het even zoeken maar dan ziet men de rechtopstaande steen tegen de achtermuur die memoreert dat hier diezelfde dr. Schaepman begraven ligt. Uit het verslag van de Limburger Koerier van 29 januari 1903:

Lees verder “De strijdbare Herman Schaepman”

Le Tour du monde en 80 jours

In 1870 maakte de Amerikaanse zakenman George Francis Train een wereldreis: van New York met de in 1869 voltooide transcontinentale spoorlijn naar Californië, over de Stille Zuidzee naar Japan, en vervolgens via Singapore naar de Indische Oceaan. Door het in 1869 geopende Suezkanaal bereikte hij de Mediterrane wateren, waarna hij in Parijs verstrikt raakte in het politieke geweld na de Frans-Duitse Oorlog, gevangen werd gezet en na bemiddeling door Alexandre Dumas (père) weer op vrije voeten kwam. Uiteindelijk kon hij via Londen terugreizen naar Amerika. Afgezien van de dagen in de gevangenis legde hij zijn reis om de wereld af in precies tachtig dagen.

Hij was niet de enige wereldreiziger. Heinrich Schliemann, die later beroemd zou worden als archeoloog, had in 1864 al eens zo’n reis gemaakt. Reisbureau Cook bood vanaf 1872 reizen rond de wereld aan. Maar er waren in die jaren natuurlijk slechts twee echte wereldreizigers: Phileas Fogg en Passepartout reisden van 2 oktober en 21 december 1872, zoals iedereen weet, in tachtig dagen om de wereld, plus één dag in de gevangenis. En Jules Verne heeft van hun denkbeeldige avonturen een geweldige roman gemaakt, die ik onlangs heb herlezen. Verne is de ideale auteur om je Frans op peil te houden.

Lees verder “Le Tour du monde en 80 jours”

Sint-Charbel

Sint-Charbel

De paus is op reis. Dat hoort sinds Johannes Paulus II tot de herderlijke core activities, dus veel nieuwswaarde heeft zo’n bezoek niet meer. Van de vorige paus zult u misschien hebben onthouden dat hij zich tijdens een van zijn reizen liet ontvallen dat het niet aan hem was over homoseksualiteit te oordelen zolang iemand van goede wil was, maar uit welk land hij toen terug kwam vliegen, zal u niet zijn bijgebleven.noot Ik moest het althans opzoeken. Het was Brazilië. Pauselijke reizen zijn geen nieuws meer.

Paus Leo XIV is nu in Turkije en doet daar wat je verwacht: een ontmoeting met het staatshoofd, waarschuwen voor de stukje bij beetje uitgevochten Derde Wereldoorlog, voorgaan in gebed, oproepen tot verzoening, handen schudden met geestelijken uit andere kerkgenootschappen. Die delen de geloofsbelijdenis die 1700 jaar geleden in Nikaia is opgesteld. Ik heb al eens verteld hoe keizer Constantijn de Grote daarmee de toenmalige kerk eenheid opdrong.

Lees verder “Sint-Charbel”

Theodor Nöldeke over de Koran

Theodor Nöldeke

Ik vertelde in mijn vorige blogje dat ik het voornemen heb een boek te schrijven over het ontstaan van de islam, met name over de geleerden die het islamitisch recht hebben ontworpen. Dan ontkom je er niet aan te kijken naar de oudste islamitische tekst die we hebben: de Koran. (Dankzij enkele koolstofdateringen van manuscripten weten we dat het boek inderdaad zo oud is als de islamitische traditie stelt: lees maar hier.) De Leidse geleerde Marijn van Putten suggereerde me dat ik eerst Nöldeke eens zou gaan lezen.

Dat hoefde hij me geen tweemaal te zeggen. Theodor Nöldeke (1836-1930) is een van die grote Duitse geleerden die vorm hebben gegeven aan de historische wetenschappen – denk ook aan Droysen, Schliemann, Mommsen, Wilamowitz en uiteraard Weber. Hun publicaties zijn niet alleen grundlegend, maar vaak ook heel leesbaar; ze hebben eigenlijk altijd alle problemen herkend die rond een bepaald thema spelen, en hoewel hun antwoorden regelmatig achterhaald zijn, leer je nog steeds van de helderheid waarmee ze de problemen identificeerden. De verklaring zal wel zijn dat academici destijds minder publicatiedruk hadden en de mogelijkheid hadden een probleem werkelijk te doordenken.

Lees verder “Theodor Nöldeke over de Koran”

Emir Abd el-Kader

L’émir Abd-el-Kader, protégeant les chrétiens à Damas en 1860 (Jan-Baptist Huysmans)

In mijn boek over Libanon – inmiddels herdrukt – behandel ik ook de crisis rond het jaar 1860, toen de maronieten en druzen tegen elkaar ten strijde trokken. Diverse partijen raakten betrokken, waaronder soldaten uit het Ottomaanse leger, die partij kozen voor de druzen en op diverse plaatsen christenen doodden. In Damascus vielen 12.000 doden, waaronder de Nederlandse consul en de Massabki-broers, die door de maronieten tot op de huidige dag worden vereerd. De sultan greep bliksemsnel in en zond een generaal, die de rebelse soldaten standrechtelijk liet executeren en de druzische leiders veroordeelde tot de galg. Evengoed intervenieerde een Frans leger, dat feitelijk dus weinig te doen had.

Terwijl ik deze trieste gebeurtenis beschreef, stuitte ik op een emir Abd el-Kader, die in Damascus de vervolgde christenen had opgenomen in zijn paleis en had beschermd. Die naam kende ik, maar uit een heel andere context. In 2019 was ik in Sétif in Algerije, waar een Jardin d’ Emir Abd el-Kader was, die tjokvol Latijnse inscripties stond, die ik destijds fotografeerde en – tot mijn eigen verbazing – resulteerden in mijn eerste, enige en welbeschouwd hilarische wetenschappelijke publicatie. Ik vroeg me af of het ging om dezelfde man. De naam, “dienaar van de almachtige”, is niet zeldzaam, maar de Arabische rang van emir is dat in een Ottomaanse context wel, en de man uit Sétif en de man uit Damascus leefden allebei rond 1860. Hij was inderdaad dezelfde.

Lees verder “Emir Abd el-Kader”

Heldenstrijd om de polen

Een vriendin woonde lange tijd in de Franklinstraat in Amsterdam-West. Steeds als ik het straatnaambordje zag, moest ik denken aan John Franklins zoektocht naar de Noordwestelijke Doorvaart. Ooit hadden West-Europeanen gedacht dat Oost-Azië eenvoudig te bereiken was door noordelijk om Canada of Rusland te varen, maar het was al snel duidelijk geworden dat daar te veel ijs lag. De poolkap zou moeten smelten om de route economisch rendabel te krijgen. Desondanks vertrok Franklin in 1845. Er werd nooit meer van hem vernomen.

Op zoek naar Franklin

Nieuwe expedities volgden, niet om alsnog te leren hoe je snel naar Japan of China kon varen, maar om te ontdekken wat Franklins lot was geweest. Op een zeker moment waren elf Britse en twee Amerikaanse schepen actief, plus twee expedities die zochten vanaf het land. Ondanks deze inzet ontstond pas in 1854 duidelijkheid toen Inuit vertelden dat een groep zeelieden het Canadese vasteland had bereikt en zuidwaarts was getrokken, hongerend en uiteindelijk terugvallend op kannibalisme. Dat het werkelijk ging om leden van de Franklinexpeditie, werd bewezen toen de speurders een stuk hout aantroffen waarop “Erebus” stond, de naam van een van Franklins schepen.

Lees verder “Heldenstrijd om de polen”

De opgraving van Alesia

De melding van de eerste vondsten uit Alesia (klik=groot)

De opgraving van Alesia is terecht beroemd, en om de juiste reden: de plek staat symbool voor de Romeinse onderwerping van Gallië. In zijn Aantekeningen bij de Gallische Oorlog presenteert Julius Caesar de belegering en de gevechten als beslissend, en hoewel daar kanttekeningen bij zijn te plaatsen, is begrijpelijk dat voor de Fransen Alesia een echte lieu de mémoire is geworden. Maar er is nog een andere reden waarom Alesia zo’n belangrijke site is: hier is de militaire experimentele archeologie ontstaan, de hedendaagse nabootsing van antieke technieken om de opgegraven militaire objecten beter te begrijpen.

De ontdekking van Alesia

De opgravingen begonnen in 1860 toen bij drainagewerkzaamheden een Keltisch wapendepot werd aangetroffen. Zie de afbeelding hierboven. Het depot dateerde uit de vroege Hallstatt-periode, acht eeuwen te vroeg, maar het was duidelijk dat Alise-Sainte-Reine, zoals de plaats heet, waarschijnlijk de plek was waar Caesar legionairs de Gallische soldaten van Vercingetorix hadden verslagen.

Lees verder “De opgraving van Alesia”

Alexandre Yersin in Vietnam

Alexandre Yersin

Koloniën die onafhankelijk zijn geworden willen meestal liever niet te veel herinnerd worden aan hun vroegere overheersers. Straten en steden krijgen nieuwe namen. Batavia wordt Jakarta bijvoorbeeld. Ook in Vietnam zijn de meeste Franse namen uit het straatbeeld verdwenen en vervangen door Vietnamese namen (die voor de reiziger niet altijd even makkelijk te onthouden zijn). Maar er zijn een paar uitzonderingen en wel voor wetenschappers. Er zijn nog steeds Pasteur- en Yersin straten en vooral die laatste naam is onlosmakelijk verbonden met Vietnam.

Louis Alexandre John Emile Yersin werd op 22 september 1863 geboren in het Zwitserse Lavaux en studeerde medicijnen in Parijs, waar Louis Pasteur baanbrekend werk verrichtte op het gebied de bacteriologie. Pasteur rekende definitief af met het vooroordeel (of de kwakwetenschap) dat ziekten werden veroorzaakt door slechte lucht of iets dergelijks en de ene na de andere microbe werd ontdekt, tyfus in 1880, tuberculose in 1882 enzovoort.

Lees verder “Alexandre Yersin in Vietnam”

Prinses Marianne in Palestina

Prinses Marianne was een dochter van de Nederlandse koning Willem I en zijn echtgenote Wilhelmina. Rond haar twintigste trouwde ze met Albrecht van Pruisen, maar het huwelijk liep op de klippen en ze ontweek haar echtgenoot door vaak op reis te gaan. In juli 1849, kort na de dood van haar broer Willem II, vertrok ze weer eens, ditmaal naar Sicilië, Egypte en het Heilig Land. Reisgenoten hebben dagboeken bijgehouden en brieven geschreven, die door Kees van der Leer en Marieke Spliethoff zijn gebruikt om een mooi, pas uitgekomen boekje te maken, Op reis met prinses Marianne. Ik pik er wat krenten uit.

De negentiende-eeuwse en antieke Levant

Maar eerst wat context. Vanaf 1831 was de Levant bezet geweest door troepen van Muhamad Ali, de naar onafhankelijkheid strevende bestuurder van Ottomaans Egypte. De bezetter had het gebied in revolutionair tempo gemoderniseerd, wat had geleid tot grote onrust. In 1840 was weliswaar een einde gekomen aan het Egyptisch gezag, maar de onvrede was gebleven; ik citeerde Gérard de Nerval al eens. Traditionele leiders, die het vertrouwen van de bevolking hadden, waren verdwenen, en konden niet langer bemiddelen. Dit zou in 1860 leiden tot een geweldsuitbarsting zoals het Midden-Oosten al heel lang niet had gezien.

Lees verder “Prinses Marianne in Palestina”