Ernest Renan over godsdienst

Machnaqa

Toen de Franse keizer Napoleon III in 1860 een leger naar Libanon stuurde om daar de druzen en maronieten uit elkaar te houden, suggereerde de Franse geleerde Ernest Renan hem dat hij ook wat wetenschappers mee zou sturen. De eerste Napoleon had geholpen om van de egyptologie een echte wetenschap te maken, Napoleon III kon de fenicologie stimuleren. En zo reisde Renan naar Libanon. Ik heb al wel eens eerder naar zijn Mission de Phénice (1864) verwezen. Het is een fascinerend, speels boek.

Het volgende citaat toont een romantische geest aan het werk; je zou het zo niet meer schrijven. Maar Renan maakt duidelijk dat de christenen de Libanonbergen hebben gekerstend en daarbij niet iets volledig nieuws brachten, maar iets ouds aanpasten.

***

Veranderende culten

De culten in het Libanongebergte zijn zo oud als de wereld en hebben in de loop der jaren allerlei metamorfoses ondergaan, waarbij ze elementen leenden uit verschillende tradities. In de eerste eeuwen van onze jaartelling kregen ze echter een enorm belang. Byblos en de achterliggende hellingen werden een heilig land dat pelgrims uit vele landen aantrok …

Ooit hadden tempels de toppen van elke berg bekroond. De ruïnes daarvan duiden op gewelddadige verwoestingen, soms systematisch en virulent. De komst van het christendom in Syrië moet gekenmerkt zijn geweest door aanvallen op de talloze tempels.

Faqra

Deze bergen, een zeldzame verschijning in deze streken, zijn zowel majestueus als vriendelijk: het zijn vrolijke, bloeiende en geparfumeerde Alpen. De tempels droegen bij aan hun schoonheid, maar vormden een vervaarlijk, diep geworteld heidendom dat tot het einde voor zijn voortbestaan zou vechten.

Al in de geschriften van de joodse profeten vindt men op elke bladzijde de gruwel van de culten die op de hoge plaatsen en onder de groene bomen werden beoefend. In de verbeelding van de christenen zou Libanon het laatste toevluchtsoord zijn voor de misdaden van Atalja en Izebel; daarom haalden ze systematisch de bekronende tempels neer. Het verwoesten van de tempels gold als een prijzenswaardige daad; zo zien we dat de monniken in Antiochië en verschillende vrome mensen – de heilige Maron bijvoorbeeld – dit als hun missie beschouwen en het land doorkruisen in vernietigende ijver.

Antieke ruïnes, nieuwe kerken

Deze heilige plaatsen hebben allemaal dezelfde kenmerken. Een kapel heeft meestal de oude tempel vervangen; vaak is het gemakkelijk om in de wijding – voor medische of andere behoeften – een echo te herkennen van het oorspronkelijke doel. De eenvoudige en vriendelijke maronitische priesters geloven dat dit de eerste steen van hun kerk is, en dit is een gelukkige vergissing, want als ze wisten dat deze stenen er liggen ter nagedachtenis aan heidense goden, zouden ze ze vernietigd hebben, al was het maar om hun vreemde bewering te bewijzen dat Libanon nooit heidens is geweest. Het altaar is vaak de antieke bomos met zijn inscriptie. Elke stèle, beeldhouwwerk of ander overblijfsel van de antieke decoratie dat aan de vernietiging ontsnapt is, wordt tegenwoordig op het altaar geplaatst, naïef gerangschikt en zonder veel esthetisch besef.

De locatie van deze tempels is altijd bijzonder mooi. De landschappen van Libanon zijn nu eenmaal betoverend. Een eeuwenoude johannesbroodboom, bossen, vaak van eiken, en enkele oleanders geven schaduw aan deze ruïnes. In de omgeving zie je putten, waterreservoirs, poelen, graftombes die in de rotsen zijn uitgehouwen, stenen persen, molenstenen en troggen die in de steen zijn uitgehouwen.

Machnaqa

Continuïteit

De kapelletjes zijn vaak interessanter dan kerken, omdat ze ontsnappen aan het nauwlettend toezicht van latere geestelijken. Hun naakte muren dragen nog steeds de sporen van het antieke geloof. Sint-Joris en Sint-Elia, hun gebruikelijke beschermheiligen, en de profeet Jona (vooral aan de kust te vinden), hebben naar alle waarschijnlijkheid de plaats ingenomen van oudere godheden.

Ik ben ervan overtuigd dat de interieurs van veel van deze kapellen met hun offergaven, hun locatie, de wensen die men uitspreekt en de manier waarop men bidt, nauwelijks verschillen van hoe het zestienhonderd jaar geleden was. Vaak delen christenen en moslims dezelfde culten – vooral die met betrekking tot Sint-Joris en Jona. Nergens meer dan hier, in dit land, zou je kunnen zeggen dat de mensheid eeuwig op dezelfde plekken bidt.

Yanouh

***

PS

U hebt begrepen dat ik deze dagen extra blog over Libanon omdat het land, dat al rijk is aan problemen, er een oorlog bij krijgt. Mijn blogjes zullen de situatie daar niet verbeteren, maar u kunt dat wel. Als u wat kunt missen, doneer dan voor de zorg van de vluchtelingen: dit is een project van iemand die ik persoonlijk ken en vertrouw.

Deel dit:

7 gedachtes over “Ernest Renan over godsdienst

  1. Frans Buijs

    Even over de huidige situatie: er moeten in Libanon toch ook mensen zijn die Hezbollah het liefst met een enorme rotschop van het toneel zouden willen verwijderen?

    1. Reken maar dat die er zijn. En in Syrië hebben mensen op straat staan dansen toen Nasrallah bleek te zijn gedood. Wat misschien wat harteloos is, maar wel begrijpelijk.

      1. Ben Spaans

        ‘Wat harteloos, maar wel begrijpelijk.’
        Hezbollah heeft behoorlijk huisgehouden te hebben om Assad overeind te houden.

    2. FrankB

      Ongeveer alle niet-moslims, om te beginnen. Daarom is de strategie van Israel zo dom.
      De kracht van islamitische bewegingen als Hezbollah is de combinatie van geweldsmonopolie, vijanddenken en sociaal beleid voor de eigen groep.

  2. Ben Spaans

    Hezbollah laten dooretteren is geen optie meer.
    De christenen/Druzen kunnen sowieso niets met de afkeer van Hezbollah. Denken die te kunnen paaien om zo iets tegen Hezbollah te doen is een illusie. Het is niet anders.

Reacties zijn gesloten.