Geliefd boek: Het goud van de zwendelaar

Bij stripboeken gaat het om de combinatie van beeld en verhaal. Stripboeken met een goed verhaal die – in mijn ogen – slecht getekend zijn, zijn voor mij onverteerbaar. Goed getekende strips met een slecht verhaal zijn iets beter te verteren. Maar de echt goede stripboeken combineren uitstekend tekenwerk met een sterk verhaal.

Het goud van de zwendelaar is zo’n parel. Het vertelt het verhaal van Pablos, een zwerver en zwendelaar uit het Spaanse Segovia, die rond 1625 in het koloniale Zuid-Amerika op zoek gaat naar rijkdom. In de cel van de Spaanse Alguazil (gezaghebber) van Cuzco vertelt Pablos zijn levensverhaal en zijn zoektocht naar de goudstad El Dorado. Om te zeggen dat het verhaal de Alguazil erg inspireert is een understatement: de man gaat spoorslags op pad. Jaren later vertelt Pablos het verhaal opnieuw en dan blijkt dat hij El Dorado inderdaad gevonden heeft, maar op een andere plaats dan je zou verwachten. Bij de lezer gaan er dan steeds meer puzzelstukjes in elkaar vallen.

Ondertussen schetst het boek in kleurrijke details het leven in het zeventiende-eeuwse Spanje en Peru. Een harde maatschappij waarin de sterken en rijken de zwakken en armen genadeloos onderdrukken en waar hypocrisie en eigenbelang de boventoon voeren. Toch is het ook een vrolijk verhaal in de traditie van de Spaanse schelmenroman en meer in het bijzonder van El Buscon van Francisco de Quevedo uit 1626, waar een Pablos uit Segovia ook de verteller is. Al houdt dat verhaal op als Pablos naar Amerika vertrekt.

De verhaallijn van Het goud van de zwendelaar is zorgvuldig opgebouwd. Het plot kent meerdere wendingen en het klopt, ook in de details van de tekeningen. Zo lijkt het uiterlijk van El Dorado in eerste instantie niet te kloppen, maar blijkt het later toch logisch. Je gaat het pas zien als je het doorhebt. Het is beslist een verhaal om meerdere keren te lezen.

Bij de tweede of derde keer lezen zie je nog steeds nieuwe dingen of zie je verbanden die je eerst niet wist te leggen. Bijvoorbeeld waarom de hond zo blaft op pagina 2 of waar het gekrompen hoofd vandaan komt.

Het tekenwerk is geweldig. De tekeningen zitten vol details en vertellen soms eigen verhaaltjes op de achtergrond, bijvoorbeeld over de bezigheden van Pablos’ moeder, die niet direct in overeenstemming zijn met de katholieke leer. Geregeld vertellen de tekeningen zelf het verhaal, zonder dat er tekst bij nodig is. In het midden van het boek zitten zelfs twaalf pagina’s zonder tekst, die probleemloos het verhaal vertellen. Er valt veel te genieten van de gezichtsuitdrukkingen, de details van kleding en gebouwen en de schitterende landschappen. En niet te vergeten de uitbundig aanwezige dieren: de lama’s waar Pablos het nodige mee te stellen heeft, de paarden die soms de emoties van hun berijders weerspiegelen, de cavia’s, ara’s en luiaards die de pagina’s bevolken.

Tekenaar Juanjo Guarnido heeft zijn schetsreizen naar Peru duidelijk niet voor niets gemaakt. Samen met scenarist Alain Ayroles heeft hij zo’n 10 jaar aan dit project gewerkt. Het resultaat laat zien dat die lange voorbereiding meer dan de moeite waard is geweest. Dat maakt Het goud van de zwendelaar tot aangenaam verplichte kost voor stripliefhebbers, visueel geïnteresseerden en voor degenen met belangstelling voor het zeventiende-eeuwse Spaanse Rijk.

[Op mijn uitnodiging aan de vaste lezers van deze blog om geliefde boeken te delen, ging Otto Cox voor de derde keer in. Dank je wel Otto!]

3 gedachtes over “Geliefd boek: Het goud van de zwendelaar

  1. Frans

    Bij mij is het juist andersom. Heel vaak heb ik een strip gekocht die prachtig getekend was, maar die ik niet uitlas omdat het verhaal maar niet op gang kwam, of de personages zo plat als een dubbeltje bleven. (Hoe dat bij deze strip is, weet ik niet, want ik heb ‘m niet.)

Reacties zijn gesloten.