
Wetenschap is er voor de samenleving. Voor alle doelgroepen dus. Zo simpel. En dat betekent dat wie wetenschap uitlegt, rekening moet houden met die doelgroepen. Dat heeft allerlei gezichten. Drie voorbeelden:
- Schrijven over Macedonië voor een Grieks publiek is lastig. De noordgrens van Griekenland is pas in 1911 vastgelegd en tijdens de Griekse Burgeroorlog en na 1991 stelden de noorderburen territoriale aanspraken.
- Het Griekse doulos en het Semitische abd betekenen beide zowel dienaar als slaaf, maar het scheelt nogal of je een Amsterdamse blogger bent met een overwegend autochtoon publiek of dat je de dominee bent van een “zwarte” kerk in de Amsterdamse Bijlmermeer waar veel gelovigen slavernij kennen uit de familiegeschiedenis.
- De uitleg van archeologie is heel anders in een museum dan wanneer je mensen moet uitleggen dat hun tuin voortaan valt onder de rijksmonumentenwetgeving. De Nijmeegse aquaductenaffaire is maar één voorbeeld van de stekels die het publiek kan opzetten.
Eigen en andermans eigenaardigheden
Kortom, het is zinvol na te denken over de gevoeligheden van je publiek. Dat probeer ik hier ook, maar het is soms lastig. Toen ik eens over oostelijk Turkije schreef voor een publiek waaronder nogal wat Nederlanders waren van Turkse afkomst, schreef ik over “wat in West-Europa de Armeense Genocide wordt genoemd”: een formulering waardoor mijn lezers de gruwelen erkenden, maar die mij kwam te staan op een knorrige reactie van een autochtone Nederlander die niet in de gaten had dat autochtone Nederlanders niet de enige lezers zijn van deze blog.
Niettemin, het kan geen kwaad als je, wanneer je wetenschap uitlegt, rekening houdt met je eigen en met andermans eigenaardigheden. Communicatie is niet slechts uitleg maar een dialoog. De dialoog vergroot het draagvlak voor je vak, helpt je contact maken met nieuwe bronnen van informatie, brengt je tot andere vragen en stelt je ook nog in staat je eigen aannames beter te doorgronden. Tel uit je winst.
Tot de dingen waaraan ik daarom probeer te denken behoort de afwezigheid van jargon. Ik druk me weliswaar preciezer uit als ik de delen van een tempelfundament aanduid als de stereobaat en de stylobaat, maar doorgaans zijn woorden als vloer, fundament of bodem voldoende duidelijk. Een enkele jargonterm is vanzelfsprekend onvermijdelijk en daarvoor is dan ook een woordenlijstje.
Complicaties
Tot zover is het makkelijk, maar er is meer. Je behoudt je lezers als je omstreden uitdrukkingen vermijdt, maar dat kan niet altijd. Degene die me bekritiseerde omdat ik de Armeense Genocide niet botweg de Armeense Genocide noemde, had wel gelijk. De gruwelen mogen onder Turken dan gevoelig liggen, een feit is een feit en als een overheid de vernietiging van een minderheid organiseert, organiseert een overheid de vernietiging van een minderheid. Ik heb voor deze kwestie – dat sommige uitdrukkingen slecht vallen – geen werkelijke oplossing. Behalve dan: geduldig uitleggen.
Waar ik ook weleens om denk: de spelling van namen. Eén regel is dat ik niet wil invisibiliseren. Er is geen enkele reden om het cultureel eigene van de Grieken weg te nemen door hun namen weer te geven in het Latijn. Homeros heet geen Homerus. Dit klinkt simpeler dan het is, aangezien er zoveel antieke talen zijn en sommige namen echt té ingeburgerd zijn. De beroemdste ingezetene uit het Romeinse Rijk staat bekend onder de Nederlandse weergave van de Latijnse spelling van de Griekse schrijfwijze van een Aramese bekorting van een Hebreeuwse naam. Een eenvoudige oplossing is er, opnieuw, niet.
Nog een complicatie: het wereldwijde web is meertalig. Het Babylonische Scheppingsepos zou in het Nederlands Enoema Elisj moeten heten, maar als ik het spel als Enuma Elish of Enuma Eliš, is het voor geïnteresseerden online makkelijker vindbaar. Ook dit is een punt van aandacht, maar opnieuw is het niet simpel. Ibn Ishaq is goed vindbaar, maar je zou bij deze spelling kunnen denken dat de s-klank een sjin is. De man heette echter Is-haq.
Doelgroepen
Kortom: wetenschapscommunicatie is communicatie en communicatie veronderstelt dat je luistert en rekening houdt met de aannames, de vooringenomenheden en de voorkennis van de doelgroepen. Doelgroepen die soms zeer fundamentele aannames niet blijken te delen, zoals de man die meende dat de Babylonische kleitabletten waren geschreven in het Koerdisch.
Ik heb wat complicaties genoemd. Een werkelijke oplossing heb ik ook hier niet. Maar het is niet verkeerd na te denken over de toegankelijkheid van informatie. Voor suggesties is de commentaarsectie open.
Tot slot: ik probeer deze blog zo open mogelijk te laten zijn, maar het is geen geheim dat de reageerpanelen vooral worden gebruikt door blanke/witte mannen van een zekere leeftijd. Die hebben natuurlijk ook alle recht van spreken, maar het zou voor iedereen fijn zijn als ook andere mensen het woord namen. Ook voor suggesties hieromtrent is de commentaarsectie open.
[Een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk proces, waarvan wetenschapscommunicatie die laatste fase is, vindt u daar.]

FrankB
“een feit is een feit”
Uiteraard en niets van wat ik ga schrijven verandert iets aan de gruwelen van 1915.
Je vergeet het juridisch aspect.
https://www.un.org/en/genocideprevention/documents/atrocity-crimes/Doc.1_Convention%20on%20the%20Prevention%20and%20Punishment%20of%20the%20Crime%20of%20Genocide.pdf
“In the present Convention, genocide means any of the following acts committed with intent to destroy, in whole or in part, a national, ethnical, racial or religious group,”
Het sleutelwoord is “bedoeling”. Die is vooralsnog niet bewezen. Denk aan “schrijf nooit aan kwaadaardigheid toe wat verklaard kan worden door stupiditeit.” Het is hetzelfde verschil als tussen moord en doodslag. “Bedoeling” kan wel bewezen worden voor Julius Caesar.
Nou noem ik in het dagelijks leven doodslag ook rustig moord, dus ik heb er geen bezwaar tegen als iemand Armeense Genocide gebruikt. Maar een juridisch feit is het niet.
“zou in het Nederlands Enoema Elisj”
In een aantal gevallen is er tot op zekere hoogte internationale consensus. Niemand schrijft nog Peking. Nou weet ik niet hoe het met het Babylonisch zit, maar ik weet wel dat het Nederlands een uitzondering is als het gaat om de uitspraak van de u-klank. Dus ik ben in dit geval geneigd Enoema te laten schieten.
Soms is er geen consensus. Russische namen zijn berucht. En de Russen die ik het heb gevraagd (bepaald niet representatief) kan het niet schelen hoe wij aanklooien. Mijn favoriete voorbeeld van deze dwaasheid is het Duitse Chruschtschow. Je wilt niet weten op hoeveel verschillende manieren de naam van de componist van het Zwanenmeer wordt gespeld met Latijnse letters. Dus voorlopig houd ik het op Tsjaikovsky.
Tenslotte zijn Ibn Is-haq en Ibn Is Hac even gemakkelijk te vinden, dus hier gaat je argument niet op.
Mijn suggestie in deze is zoals altijd: wees pragmatisch. Jede Konsequenz führt zum Teufel.
We zullen er wel nooit uitkomen. De invloed van het Engels is ook een pest voor de Nederlandse taal. Zo lees ik bijvoorbeeld steeds vaker Sudan in plaats van Soedan maar er staat nog wel gewoon Khartoem. En waarom moet Katar ineens met een Q? Peking kom ik af en toe ook nog tegen.
En dan heb ik het nog niet eens over politiek! Zo moet Kiev sinds de Russische inval ineens Kyiv heten.
Tyrus heet sinds kort Tyre. Dat irriteert me, want dit is een ingeburgerde naam… in een wereld waarin mensen de Bijbel kennen. Maar zo is het niet langer. Dus het woord is nu voor veel mensen onbekend. Het is zoals het is.
Kyiv is de Oekraiense spelling. Zoals ik al schreef ben ik pragmatisch – Kiev vind ik ook best en me aan spelling ergeren is totaal nutteloos.
‘Niemand schrijft nog Peking.’
Niemand krijgt ook overal de schuld van…
Daar is ooit een zekere Polyphemos mee begonnen.
In combinatie met -eend hou ik vast aan Peking. Onlangs nog gegeten in Taipei. Het werd in één stuk opgediend, waardoor ik plots besefte dat dat van eend gemaakt wordt!
Even teruggrijpen naar de Groene Waterman en het verschil in uitspraak tussen Vlaanderen (Ambiórix) en Nederland (Ambíorix): afgaande op de Latijnse uitspraakleer is het Ambíorix, met accent op de voorlaatste lettergreep aangezien de o kort is(<Langenscheidt). Wat de Eburonen en de man zelf zeiden, weet ik niet.
Gunst, ik heb altijd de Vlaamse uitspraak gehanteerd …
Inderdaad, de klemtoon is ook altijd zo’n dingetje.
Ik ook, al sinds ik mijn eerste Suske en Wiske las: Lambiorix.
Een dingetje, dat zeggen wij dan weer niet in Vlaanderen. Al komt “een ding” wel op, vermoedelijk allemaal afkomstig van over de plas. Letterlijk!
Maar ik zeg dus AmbiOrix. Vroeger zei ik ook VercingeTOrix. Nu VercinGEtorix.
Ik zei vroeger ook GEmelijk ipv geMElijk. Of ik las het zo toch hardop, want op de koer (speelplaats) moest je erg opletten met boekenwijsheid.
“Homeros heet geen Homerus.”
Dat klopt. Maar op ‘Homeros’ zou Ὅμηρος evenmin hebben gereageerd.