
Het kan verkeren. Weinig antieke auteurs zijn in de Oudheid zó populair geweest en in onze tijd zó vergeten als de Atheense toneelschrijver Menandros. U moet hem plaatsen in de tijd van Alexander de Grote en zijn opvolgers of, als u het precies wil weten, tussen 342 en 291 v.Chr.
In de hellenistische en Romeinse tijd zou het moeilijk zijn geweest iemand te vinden die hem niet bewonderde. Hij won acht keer de jaarlijkse Atheense toneelwedstrijden ter ere van Dionysos. Men prees het empathische vermogen van de blijspeldichter: hij kon zich inleven in de mensen die hij ten tonele voerde en presenteerde hun gevoelens geloofwaardig. Misschien is het wel omdat hij bevriend was met Theofrastos, de opvolger van Aristoteles als hoofd van het Lyceum én de auteur van een (overgeleverd) boek met karakterschetsen. De bewondering voor de levensechtheid van zijn toneelstukken ging zo ver dat men weleen speels vroeg of Menandros het leven nabootste of dat het leven een imitatie was van Menandros.
Men gaf eeuwenlang hoog op van de stijl van zijn 108 komedies. De bewondering vertaalde zich in een complete industrie van portretten, waarvan u er hierboven een prachtig voorbeeld ziet. Mozaïekleggers beeldden scènes uit zijn komedies af. Geleerden schreven commentaren op zijn toneelstukken. En hoewel het te ver gaat te zeggen dat Menandros tegenwoordig helemaal onbekend is, is er van zijn oude bekendheid weinig over.

Vertalingen en aforismen
Het is allemaal te wijten aan de vroege Byzantijnse geleerden. Die vonden Menandros’ taalgebruik niet bepaald inspirerend. En dat was een literair doodvonnis: kopiisten waagden hun zeldzame tijd niet langer aan zo’n inferieure auteur en opdrachtgevers vonden het zonde van hun geld. Na de zesde eeuw na Chr. vielen de teksten een voor een ten prooi aan de tand des tijds. We kennen Menandros’ werk daardoor vooral uit Latijnse vertalingen (die overigens voor ons gevoel vaak neerkomen op bewerkingen): denk hierbij aan de Romeinse komediedichters Titus Maccius Plautus en Publius Terentius Afer. Daarnaast waren er aforismen die men verzamelde in bundels, ongeveer zoals wij websites hebben met de beste quotes van deze of gene auteur.
Veel van die aforismen zijn spreekwoordelijk geworden. De apostel Paulus citeert Menandros “Slecht gezelschap bederft goede zeden” (1 Kor 15.33). Onze uitdrukkingen “blind toeval” en “noodzakelijk kwaad” komen uit aforismenbundels, net zoals het gezegde dat de ene hand de andere wast. “Geld maakt vrienden” en “je tweemaal aan dezelfde steen stoten” zijn eveneens van Menandros. “Wen die Götter lieben, der stirbt jung” is een Duits spreekwoord geworden, overigens via het Latijn van Plautus (“quem dei diligunt, adulescens moritur”), en “truth comes to light” werd een uitdrukking in het Engels. Sommige aforismen zijn weliswaar geen spreekwoord geworden, maar zouden het verdienen: “grijs haar is een uiting van ouderdom, niet van verstand”. Toen Julius Caesar de Rubico overstak, zei hij dat de dobbelsteen geworpen was.
Herontdekking
Pas in de twintigste eeuw kwam er een derde bron van informatie naast de vertalingen en de aforismen, en u raadt al dat dat papyri zijn. In 1907 dook de zogeheten Cairo Codex op, met gedeeltes uit Het meisje van Samos, Het kaalgeschoren meisje en Het scheidsgericht. Maar eerlijk is eerlijk, we hebben eigenlijk van slechts één komedie een beeld. Papyrus Bodmer IV, ontdekt in 1952, bevat de tekst van de Dyskolos, wat je kunt vertalen als “mopperpot” of “kankerpit”. Het gaat over de knorrige boer Knemon, die zijn dochter, die opmerkelijk genoeg geen naam krijgt, niet wil uithuwelijken maar dat uiteindelijk wel doet. Het is tenslotte een blijspel. De Nederlandse vertaling van Henk Schoonhoven heet Het stuk chagrijn.
Ik scheef zojuist dat we van maar één komedie een beeld hebben. Zelfs dit toneelstuk kennen we niet helemaal. Weliswaar hebben we de tekst van de acteurs, maar we beschikken niet over de koorliederen. Dus zelfs hier hebben we maar een gedeeltelijk toneelstuk. Maar het kan verkeren: doordat Menandros de Romeinse auteurs Plautus en Terentius beïnvloedde, beïnvloedde hij ook alle toneel in de Renaissance.
Zelfde tijdvak
Migratie in de Arabische wereldmaart 11, 2023
Alexandrië in Brusselnovember 13, 2022
Achaimenidisch Perzië (6)oktober 14, 2023

Ik had er nog nooit van gehoord.
Het prachtige kleinood “Karakterschetsen” van zijn vriend Theofrastos (verschenen bij Athenaeum uitgeverij) kan ik iedereen aanraden! een hoogst aangenaam en herkenbaar staaltje van typering van de verschillende “karakters” in de Atheense samenleving
“Maar eerlijk is eerlijk, we hebben eigenlijk van slechts één komedie een beeld”.
Nee hoor, dat is gelukkig te somber. De Epitrepontes mag dan niet in z’n geheel zijn overgeleverd, het overgrote deel ervan is wel bewaard (de uitgave in de Oxford Classical Texts heeft 1131 regels, terwijl de Dyscolus er 969 heeft), en er worden trouwens ook nog steeds regelmatig nieuwe fragmenten van ontdekt. Met geringe aanvullingen is het stuk goed speelbaar, en blijkt Menander inderdaad een uitstekende toneelschrijver. Uit (lees- en speel)ervaring kan ik de hedendaagse lof beamen: het stuk is “one of the gems of ancient light drama” (https://blogs.nottingham.ac.uk/ancientdrama/2012/12/06/from-mount-sinai-to-michigan-the-rediscovery-of-menanders-epitrepontes-part-4/).
Aanvullingen zoals deze van de heer Knepper hierboven maken deze blog nog eens zo waardevol! Wat ik nog mooier vind, is dat dit ‘debat’ hier op humane, niet ‘verkankerende’ wijze wordt gevoerd… Of iemand het al dan niet eens is met de stelling, uit zich niet in schuttingtaal, maar in onderbouwende argumenten… Jammer genoeg een zeldzaamheid in de open riool die het internet ook wel kan zijn!
Ik wou even ook nog iets kwijt over “Oudheidkunde is een wetenschap” dat ik met plezier las in het weekend na de verschijning; ik heb het boek gelezen en er veel inzichtelijk genot aan beleefd!
Aan regelmatige lezers van deze blog zal de teneur van het boekje zeker niet onbekend zijn, en sommige thema’s werden ook al aangehaald in “De klad in de klassieken”… het “probleem van de hyperspecialisatie” is tot op zekere hoogte niet enkel een probleem van de geesteswetenschappen; ook in tal van andere takken van de wetenschappen doet zich dit voor, dus is mss niet enkel de duur van de opleiding een probleem, maar lijkt het structureler te zijn, een ‘systeemfout’ die hiertoe leidt…
Ik wou even nog een klein erratumpje vermelden in de voorts voortreffelijke en vlekkeloze redactie van het boek, zij het dat ik het hier niet bij heb; uit het hoofd dan maar: ongeveer rond blz 50 staat een illustratie van een artikel over Sponsianus waarin in het onderschrift verkeerdelijk als bron “De Standaard” wordt aangegeven, terwijl dit m.i. VRTNWS moet zijn… mss iets voor een herdruk… 😉
Ik hoop eigenlijk oprecht dat een aantal (oud)historici dit boekje oppikken en het in werkcolleges bespreken, de opzet leent zich hier perfect toe!