
Ik begon mijn reclameblogje van gisteren met de opmerking dat we leven in een wereld waarin we informatie als met een brandspuit in het gezicht gespoten kregen. We raken afgemat, schreef ik, door die aanhoudende stroom van feiten, interpretaties, reclame en columnistenmeninkjes. Dat informatieoveraanbod is een gegeven, maar we hoeven ons daar niet bij neer te leggen. Althans in het onderwijs.
Ik verzorg cursussen en werk als reisbegeleider, en ik denk dat ik iets weet over de manier waarop informatie het beste kan worden overdragen. Het is namelijk niet zo dat een docent zendt en de student ontvangt. Het is een wisselwerking: de persoon vóór de klas ziet aan de gezichten van de mensen in het lokaal of ze het begrijpen. Daaraan past de docent het tempo aan. Anders dan in ons dagelijkse leven, waarin de informatie op u wordt afgevuurd, is in een goede les het tempo aan u aangepast.
Online-onderwijs?
Dat is de reden waarom ik geen online-onderwijs verzorg. Misschien verander ik in de toekomst nog van mening, maar op dit moment zie ik er heel erg weinig heil in. Ik heb het weleens gedaan, maar ik zie dan op een beeldscherm allerlei piepkleine gezichten voor me (tenzij mensen hun camera uit hebben en ik naar een zwart vlak sta te kijken). Ik kan het tempo niet aan u aanpassen.
Wellicht zijn andere docenten daarin handiger en beschikken ze over een empathie die geen visuele herkenning behoeft, maar ik kan het in elk geval niet. Vandaar dat ik geen online-onderwijs verzorg.
Ouderwets onderwijs
Wat ik wel te bieden heb: klassiek, ouderwets onderwijs. In een zaal. Met medecursisten en een pauze met koffie of thee. Vanaf september sta ik op zaterdagmiddagen in Amsterdam te praten over de geschiedenis van het Midden-Oosten. Het is op een boogscheut van station-Zuid, dus ijs en weder dienende en NS rijdende is het superbereikbaar. Ik spreek over het ontstaan van de islam in Bussum (op woensdagmiddagen) en in Schagen (op donderdagmiddagen). In Gouda verzorg ik op zaterdag 12 oktober een cursus over de sji’ieten.
In Zoetermeer verzorg ik op zaterdagmiddag 16 november een verhaal over de instorting van het Bronstijdstelsel, ook wel bekend als de Zeevolken. Woont u in de Zaanstreek, dan kunt u op donderdagavond 29 augustus voor een korter praatje over datzelfde onderwerp terecht bij boekhandel Stumpel in Krommenie (gratis). In Haarlem verzorg ik op woensdagavonden een cursus over de historische Jezus, in Wormerveer praat ik op donderdagmiddagen over Alexander de Grote, en op dinsdagavonden spreek ik in Dronten over heldendichten.
Tot slot: voor HOVO-Utrecht zal ik op dinsdagmiddagen een achtdelige cursus verzorgen over de wijze waarop het Europese beeld van het oude Griekenland de afgelopen drie eeuwen voortdurend is veranderd.
Cursussen en lezingen genoeg. Maar online-onderwijs? Nee. Anderen kunnen het misschien, maar ik doe het liever niet.

Online-onderwijs is prima te doen, maar het vereist wel meer aktie van de cursist. In plaats van uilig te kijken, moet hij mondeling (of met handjes) aangeven dat hij iets niet snapt. En je moet zelf actiever om terugkoppeling vragen. Bij een heel passief publiek gaat het je niet lukken, bij een groot publiek ook niet, maar bij een beperkt aantal enthousiaste in-de-oudheid-geïnteresseerden zou het geen probleem moeten zijn. Kwestie van wennen, ook oudheidkundigen moeten met hun tijd meegaan 🙂
Ik heb veel ervaring met vele vormen van onderwijs. Een rumoerig hoorcollege vond ik vaak zwaar. Maar zoals Duitse collega’s van van interactieve werkgroepen zeiden: dat is je ware Knocherarbeit. Een sprekende taal dat Duits,
Ik snap je punt als docent.
Tijdens Corona heb ik bij Addisco online Latijn gevolgd. Ging prima. Anders was ik dit nooit gaan doen. Er is immers geen cursus Latijn in Leiden die ik kan volgen (op het tijdstip dat mij uitkomt; een ook geen methode Orberg). En ik ben nu niet in staat om de cursus in Hilversum te volgen.
Ik kom nooit in Schagen, Amsterdam, Zoetermeer, Haarlem, Bussum, enz. Dus ik kan nooit bij je cursus zijn. Online had ik het waarschijnlijk wel kunnen volgen.
Met het online aanbieden van een cursus (of de mogelijkheid om later terug te kijken) heb je mogelijk wel een groter publiek. Terugkijken is wel een uitkomst voor mensen die aan zelfstudie willen doen. Wat dat betreft zie ik dus geen verschil met een podcast (wat terugkijken betreft).
Dit is in musea ook een probleem: audiotours en andere ingeblikte stemmen. Idealiter neem je als bezoeker zijnde in je eigen tempo informatie tot je, maar door audiopresentatie moet je dat doen in andermans tempo.
Over de dynamiek in de zaal heb ik het niet: iedereen schuifelt in hetzelfde tempo verder, iedereen moet meeluisteren.
Daarom neem ik ook nooit zo’n audiotour.
Op vakantie in Normandië heb ik onlangs een audiotour gedaan toen ik het Borduurwerk van Bayeux ging bekijken. Ik moest wel zo’n ding tegen mijn oor zetten, want zonder uitleg had ik er maar weinig van begrepen. Inderdaad vond ik het tamelijk ergerlijk dat ik de boel niet in mijn eigen tempo kon bekijken. Ik was de enige in mijn gezelschap die de pornografische scenes rond afbeelding 5 had opgemerkt.
Gelukkig maakte de tentoonstelling veel goed.
In het Rijksmuseum van Oudheden zijn momenteel twee exposities: een over Paestum en een over Romeinse villa’s in het Nederlandse deel van Limburg. Die laatste begint met een geluidsfragment waarover de mensen in de Paestum-expositie klagen.
Geef mij maar een blogstukje met mogelijkheid tot reageren. Ik ben een beter lezer dan luisteraar. Van Teams en Zoom heb ik sinds de recente vleerpestcrisis schoon genoeg, laat staan dat ik op onderwijs online zit te wachten.