Een gezonde geest

De hardloopbaan in Olympia

Over Laërtius Diogenes weten we nauwelijks iets, niet eens hoe hij precies heette. Tegenwoordig noemen we hem meestal Diogenes Laërtius, maar in literatuur van de Oudheid was de omgekeerde volgorde gebruikelijker. Soms heette hij daar trouwens ook gewoon Diogenes. Of Laërtes. Diogenes is een heel gewone naam, maar waar Laërtius vandaan komt weten we niet. Afgeleid van zijn geboorteplaats? Een familienaam? Hij leefde, misschien, aan het begin van de derde eeuw na Chr., en misschien in Klein-Azië.

Dat is het wel ongeveer. En, o ja: hij schreef in het Grieks. En niet zomaar wat. Van zijn hand bezitten we een tiendelig werk onder de titel Overzicht van het leven en de leer van filosofen (φιλοσόφων βίων καὶ δογμάτων συναγωγή, philosóphôn bíôn kai dogmátôn sunagôgé).noot Nederlandse vertaling: Diogenes Laërtius: Leven en leer van beroemde filosofen, door Rein Ferwerda.

Dat werk is een enorme verzameling biografische weetjes, anekdotes, uittreksels, citaten, spreuken en bons mots van en over in totaal tweeëntachtig filosofen, levend vanaf de zesde eeuw v.Chr. tot in (waarschijnlijk) Diogenes’ eigen tijd. Een waarlijke mer à boire voor de geïnteresseerde in de antieke filosofie. Maar wel de kritische geïnteresseerde, want Diogenes is zelf niet al te kritisch. Wat hij ons voorschotelt heeft hij kennelijk ergens gehoord of gelezen, maar aan bronnenonderzoek doet hij niet: dat zijn verhaaltjes sappig zijn lijkt hij vaak belangrijker te vinden. Over veel filosofen weten we alleen wat Diogenes over ze vertelt, en dat maakt hem een belangrijke bron – maar daarmee nog geen betrouwbare.

Thales

De eerste filosoof over wie Diogenes schrijft is Thales van Milete, levend in het begin van de zesde eeuw. Daaruit een fragmentje om een indruk te krijgen:

Thales stond op het standpunt dat er tussen leven en dood geen verschil was. “En waarom maak je er dan geen eind aan?”, vroeg iemand hem eens. Thales: “Omdat er geen verschil is.”

En op de vraag wat er eerder was, de dag of de nacht, antwoordde hij: ‘De nacht, één dag eerder’.”

Van diezelfde Thales levert Diogenes een spreuk over die antwoord geeft op de vraag: Wanneer is een mens werkelijk gezegend (of: gelukkig)? Thales:

Als je een gezond lichaam hebt, een vindingrijke geest en een leerbare natuur.

Juvenalis

Als u die laatste spreuk even onthoudt, maak ik intussen een stap van zevenhonderd jaar. We treffen elkaar dan omstreeks het jaar 100 na Chr. in Rome, ten huize van de Romeinse satiricus Juvenalis (ca.60 – ca.135). Juvenalis schreef een bundel van zestien Saturae, hekeldichten, in lengte variërend van zestig tot een paar honderd regels ).noot (Nederlandse vertaling: Juvenalis en Persius: Hekeldichten, door Piet Schrijvers. Daarin gebruikt hij zowel de mythologie als de geschiedenis om zijn maatschappijkritiek te onderbouwen.

In Satura 10 levert Juvenalis kritiek op medeburgers die de goden bidden om zaken als rijkdom, macht en schoonheid. Die zijn immers niet intrinsiek goed: of ze moreel goed (of slecht) zijn hangt af van de omstandigheden waaronder ze voorkomen of worden ingezet.

Maar ja, beklaagt Juvenalis zich, de burgers van zijn tijd zijn ook niet meer die van weleer:

Vroeger benoemde het volk de generaals, de ministers, de legioenen, alles… Maar nu beperkt datzelfde volk zich slechts tot die ene wens ‘brood en spelen’.

Juvenalis doelt op de gewoonte van degenen die naar politieke macht streefden om de bevolking voor zich te winnen door het verstrekken van gratis graan, en amusement (dat laatste in het theater of het stadion).

Wat Juvenalis over Thales wist, we weten het niet. Maar als hij in diezelfde Satura 10 een antwoord moet geven op de vraag: “Wat moet je dan wél aan de goden vragen?” lijkt hij aan Thales te denken:

Bid om een gezonde geest, in een gezond lichaam. Om een moedige geest, die niet bang is om te sterven en die een lang leven als onbelangrijk beschouwt, maar die tegenslagen kan verdragen en woede en begeerte op afstand houdt […]. Het gebed dat ik hier noem kun je zelf realiseren, want de enige weg naar een leven in vrede is de deugd.

Een gezonde geest in een gezond lichaam: Mens sana in corpore sano. Als ik het goed zie (maar misschien zie ik het niet goed) wordt die uitdrukking tegenwoordig toch vooral gebruikt om te betogen dat slechts een gezond lichaam kan leiden tot een gezonde geest, dus als een oproep tot sportieve activiteiten. Of die bewering nu juist is of niet, ik hoop maar dat ik heb kunnen laten zien dat Juvenalis iets totaal anders bedoelde en adviseerde. Of hoeven we niet te kiezen en is het allebei waar?

[Wie ook een gezond lichaam moet hebben is uw vaste blogger Jona Lendering, die een bezoek brengt aan het ziekenhuis. De gastauteurs nemen het over en vandaag was dat Gert Knepper. Bedankt Gert!]

Deel dit:

Een gedachte over “Een gezonde geest

  1. Dirk Zwysen

    “Mens sana in corpore sano” is de leuze in het logo van voetbalclub Anderlecht. Toch zullen heel wat mensen van mening zijn dat het professionele voetbal meer aanleunt bij “panem et circenses”.

Reacties zijn gesloten.