Poëzie: Sappho

Sapfo, door de Brygos-schilder (Antikensammlung, Munchen)

Sappho

Zij was al kruik voor ik haar kende fameus
van Dionysische toetjes oermoeder
om wie gelachen werd in Zeeuws klaslokaal
tussen worteltrekken en windrichtingen

gehoond om gekuiste scherven
Sommigen noemen een stoet van ruiters voetvolk of schepen
het mooiste wat bestaat op de donkere aarde

bleef zitten maar bestelde zinnen
die smaakten naar diepte
met slotgracht waar uilen voorleefden
hoe je uit schatlijsten nabij kon komen

ellebogen vouwden uit schachten
floten vertaalde zuchten

flarden van huid die ik herkende
toen zij al boven mijn bed logeerde
in haar klapperende zwart wit-tuniek

tokkelde op een wijnvat in München
dertig jaar tot ik haar opzocht
eveneens moedertaal had gevonden
und noch so einiges mehr

[Een gastbijdrage van Masja Vrijland. Ze studeerde Taal- en Cultuurstudies in Tilburg en Nederlands in Nijmegen, en is actief op verschillende poëziepodia. Ze won het Dubdichtersfestival en publiceerde in literaire tijdschriften zoals Hollands Maandblad, Op Ruwe Planken, Ballustrada, Meander, Het Gezeefde Gedicht en De Optimist. Haar bundel Het huis kwam uit bij Consulaat der letteren.

Vrijland leest op zaterdag 4 april voor bij Reuring Dichters Alkmaar, op zondag 19 april is zij gastdichter bij café Eijlders in Amsterdam en op zaterdag 30 mei treedt ze op in Middelburg op het Midgard muziekfestival.]

Deel dit: