Zesmaal werelderfgoed: West-Turkije (2)

Het Karabel-reliëf

[Tweede deel van een stuk over antiek erfgoed in westelijk Turkije. Het eerste was hier.]

Smyrna

Vanuit Efese kun je via het orakel van Klaros en het belangrijke Karabel-reliëf uit de Late Bronstijd naar Izmir, het antieke Smyrna, met een mooi museum en een agora. Her en der verstrooid staan nog enkele Ottomaanse huizen, als herinnering aan de mooie stad die hier ooit moet zijn geweest voordat de stad door oorlog werd verwoest. De Grieken die de stad verlieten, hebben sculptuur meegenomen die nu in Athene is.

Lees verder “Zesmaal werelderfgoed: West-Turkije (2)”

Zesmaal werelderfgoed: West-Turkije (1)

De rotsachtige kust van Lycië

Ik kreeg de vraag voorgelegd wat je op een reis door Turkije kunt bekijken. Wat valt er zoal te zien? Simpel, denk je, maar het antwoord, oef, dat is lastig. Het probleem is dat Turkije asociaal veel erfgoed bezit. Elke antieke cultuur heeft er sporen nagelaten en vervolgens waren en de Byzantijnen, de Seljuken en de Ottomanen. Er is dus gewoon teveel om te bekijken. Ik zal daarom niet één maar vijf overzichten geven, waarbij ik aanteken dat mijn laatste bezoek aan dat mooie land alweer enige tijd geleden is. Achtereenvolgens: de westkust (vanmorgen en vanmiddag), het centrum (zaterdag), het oosten (volgende week woensdag) en Istanbul (donderdag). U krijgt in totaal vijftien maal werelderfgoed te zien. Fasten your seatbelts, here we go.

Lycië

Mijn eigen eerste bezoek aan Turkije begon op de luchthaven van Dalaman, waar we een auto huurden. Het is een mooi vertrekpunt voor een bezoek aan Lycië. Dat is het bergachtige zuidwesten van Turkije, met een rotsige kust en enkele havensteden, die bloeiden doordat er nauwelijks alternatieve aanlegplaatsen waren. Want de kust was dus rotsig. Beroemd zijn de Lycische rotsgraven.

Lees verder “Zesmaal werelderfgoed: West-Turkije (1)”

Het handboek als Zwitsers zakmes

De Apollo-tempel van Delfi

Ik constateerde al eerder dat De Blois en Van der Spek, de auteurs van Een kennismaking met de oude wereld, dicht bij de bronnen blijven als ze de politieke geschiedenis van de klassieke periode beschrijven. Traditioneel is het handboek niet alleen voor de Perzische Oorlog, de Archidamische Oorlog en de Dekeleïsche Oorlog. De paragraaf over de diverse Atheense bevolkingsgroepen (metoiken, slaven, vrouwen…) biedt weinig dat niet ook in 1970 zo geschreven zou zijn, al is me niet ontgaan dat de cijfers voor de bevolkingsomvang tussen de zesde en zevende druk zijn aangepast (en terecht).

Zwitsers zakmes

Ook als het gaat over kunst en religie, oogt het allemaal traditioneel. Zoals ik al eerder heb gezegd: dat is onvermijdelijk. Een handboek moet informatie geven waarover op college te discussiëren is. Het probleem heb ik ook al benoemd: terwijl je enerzijds moet vertrekken vanuit een algemeen bekende en dus traditionele basis, bied je zo wéér verouderde inzichten aan classici, archeologen en historici die zich niet specialiseren in de geschiedenis van de Oudheid. Ik weet de oplossing ook niet, maar het is wel alsof een student biologie die niet specialiseert in paleontologie nooit hoort hoe dankzij Lucy en het DNA-materiaal de menselijke stamboom is veranderd.

Lees verder “Het handboek als Zwitsers zakmes”

Karkinos

Grieks theatermasker (Archeologisch museum van Selçuk)

Onze kennis over de Griekse toneelschrijver Karkinos komt voornamelijk uit twee bronnen. En dan nog is het niet veel. De eerste bron is de Suda, een kolossale Byzantijnse encyclopedie uit de tiende eeuw na Chr. (Suda is Byzantijns Grieks voor ‘magazijn’, een opslagplaats voor wetenswaardigheden dus.) ‘Karkinos’ is in de Suda een van de 30.000 trefwoorden.

We lezen daar, dat hij ‘op z’n akmê was tijdens de honderdste Olympiade’. Dat is een typische manier van Griekse historiografen om iemand te dateren: ‘akme’ betekent ‘toppunt’, ‘rijpheid’ en verwijst naar een leeftijd van ca. veertig jaar, als iemand geacht werd op het hoogtepunt van zijn creatieve vermogens te zijn. Karkinos’ akmê viel dus in de honderdste Olympiade, d.w.z. in het honderdste viertal jaren na de allereerste Olympische Spelen. Volgens de legende vonden die plaats in 776 v.Chr., en dat betekent dus dat Karkinos volgens de Suda ongeveer veertig geweest moet zijn in de periode 380-376/375 v.Chr. Verder memoreert de Suda dat Karkinos weliswaar 160 toneelstukken op zijn naam had staan, maar dat hij er slechts met één daarvan ooit een prijs won. Dat is aanzienlijk sneuer dan misschien lijkt, want Griekse toneelstukken werden altijd voor een wedstrijd geschreven en slechts in competitieverband opgevoerd.

Lees verder “Karkinos”

Do ut des

Gaius Julius Orios bedankt de hoogste god, die hem via een droom waarschuwde voor een groot gevaar (Archeologisch Museum, Thessaloniki)

Mijn eerste leraar Latijn zal ik nooit vergeten, want hij gaf me een 2 voor mijn eerste proefwerk. Niettemin of juist daarom: ik heb veel van hem geleerd. Inclusief dingen waarvan je denkt: waar haalde je dát nou vandaan? Bijvoorbeeld dat de Grieks-Romeinse godsdienst was gebaseerd op het principe van do ut des. Vertaald: ik geef opdat jij geeft. Anders gezegd: religie als ruilhandel. Ik offer wat aan deze of gene godheid, ik vraag d’r iets bij, en dan zorgt Venus of Silvanus of Mercurius wel voor de bezorging.

Mijn leraar was de enige niet die dit dacht. De Nederlandse Wikipedia vermeldt het zonder blikken, zonder blozen en zonder referentie. Alsof het zó algemeen bekend is dat het geen toelichting behoeft.

Terwijl je denkt: dat kan niet zomaar kloppen. Al was het maar omdat er niet één Romeinse godsdienst was. Er waren diverse religieuze praktijken en veel daarvan vallen niet onder opgemeld principe. Maar er wringt meer.

Lees verder “Do ut des”

De Peloponnesische Oorlog (2)

Inscriptie met de namen van gesneuvelde Atheners (Louvre, Parijs)

In het eerste stukje legde ik de hoofdlijn van de oorlogen tussen 431 en 387 v.Chr. uit. Wat opvalt in het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, is hoe traditioneel het is. De auteurs volgen Thoukydides, die de Archidamische en Dekeleïsche Oorlog samenneemt tot één conflict. De Korinthische Oorlog, die uitbrak na Thoukydides’ dood, behandelen ze afzonderlijk.

Voor wat samen hoort en wat niet, volgen ze dus het oordeel van hun bron. Daar ligt een reëel probleem, want het is denkbaar dat als Thoukydides langer had geleefd, hij alle drie oorlogen had beschreven. Er is namelijk een aanwijzing dat hij Athenes herstel nog heeft herkend, aangezien hij het ergens heeft over de onvermijdelijkheid waarmee dingen zich ongeveer herhalen zoals ze al zijn gebeurd. De discussie over de interpretatie daarvan is hopeloos complex en hangt samen met die over zijn sterfjaar.

Lees verder “De Peloponnesische Oorlog (2)”

De Peloponnesische Oorlog (1)

Het graf van Alkias van Fokis (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

In de reeks over het handboek waarover ik regelmatig blog, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, kom ik aan bij de reeks conflicten die samen bekendstaan als de Peloponnesische Oorlog. Ik heb er al vaker over geschreven. Mijn samenvatting zal kort zijn. Over een half uur diep ik het uit.

De Archidamische Oorlog (431-421)

Athene en Sparta waren al eerder ten strijde getrokken, van 460 tot 445. Dat was geëindigd met een verdrag dat bekendstaat als de Dertigjarige Vrede. Die begon echter al na een decennium te rafelen, toen de Atheners zich in de invloedssfeer van Korinthe mengden. Eén conflict betrof de stad Poteidaia, een ander de relatie tot Korfu. Ik blogde erover. Sparta koos uiteindelijk partij voor Korinthe en eiste dat Athene zijn bondgenootschap ontbond. Athene weigerde en de oorlog kwam.

De Archidamische Oorlog duurde van 431 tot 421 v.Chr. Sparta slaagde er niet in zijn oorlogsdoelen te bereiken en we kunnen dus zeggen dat Athene, dat zijn imperium niet hoefde ontbinden, de oorlog won. Vrede was het echter niet.

Lees verder “De Peloponnesische Oorlog (1)”

Plato & daarna

Een tempeltje bij de faraonische graven in Saqqara zal niet de eerste plek zijn waar je een standbeeld van Plato verwacht. Het bewijst zijn invloed in hellenistisch Egypte.

[Dit is de laatste aflevering van een reeks over de Atheense filosoof Plato, die veel mensen vooral kennen om zijn zogenoemde ideeënleer, om de Platonische liefde en om zijn ideale filosofenstaat. Dat is echter wat misleidend. Plato’s filosofie was, zoals we in deze reeks hebben gezien, breder en gaat dieper.] 

Zoals eerder ter sprake kwam is Plato de meest invloedrijke filosoof uit de Oudheid gebleken. Een van de redenen is ongetwijfeld dat zijn filosofie zo goed in elkaar zit. Alle aspecten van zijn denken hangen samen. Plato’s kritiek op verschillende politieke systemen loopt parallel met zijn kritiek op de menselijke psyche. Plato’s ideale psyche hangt weer samen met zijn beeld van de vrijgemaakte geest. En de veronderstelde onsterfelijkheid van de geest correspondeert op zijn beurt met Plato’s denken over een hogere abstracte werkelijkheid.

Plato als inspiratiebron

Talloze ideeën van Plato vonden hun weerklank in de latere westerse beschaving. Zo werd zijn idee van de ziel als gekooid door het lichaam geadopteerd door de kerk.

Lees verder “Plato & daarna”

Plato (15): De ideeënleer, of vormenleer

Plato (Altes Museum, Berlijn)

[Dit is de vijftiende aflevering van een reeks over de Atheense filosoof Plato, die veel mensen vooral kennen om zijn zogenoemde ideeënleer, om de Platonische liefde en om zijn ideale filosofenstaat. Dat is echter wat misleidend. Plato’s filosofie is breder en gaat dieper.] 

Wat betreft de onsterfelijkheid van de ziel meende Plato een rationeel bewijs te hebben gevonden. Zijn argumentatie gaat ongeveer als volgt:

Wat maakt dat wij een mens als een mens zien, een paard als een paard, en een tafel als een tafel? Iedere individuele verschijning verschilt toch wel iets van het beeld dat we van die dingen bij ons dragen? En toch herkennen we al die voorwerpen meteen als dat wat ze zijn.

Lees verder “Plato (15): De ideeënleer, of vormenleer”

Plato (14): De grot

[Dit is de veertiende aflevering van een reeks over de Atheense filosoof Plato, die veel mensen vooral kennen om zijn zogenoemde ideeënleer, om de Platonische liefde en om zijn ideale filosofenstaat. Dat is echter wat misleidend. Plato’s filosofie is breder en gaat dieper.] 

Plato vergelijkt de levende mens met een persoon die geketend in een grot naar een schaduwspel op de diepste rotswand kijkt. De schaduwen zijn afspiegelingen van vormen die eeuwig en onveranderlijk zijn. De schaduwen zijn imperfect, omdat ze worden vervormd door het flakkeren van het licht achter de personen, dat de schaduwen werpt. Het probleem is dat de meeste mensen denken dat de door hen waargenomen schaduwen een accurate weergave van de werkelijkheid zijn.

Wij moeten volgens Plato onze zintuigen continu wantrouwen. De filosofie is er om mensen te helpen hun ketenen af te werpen en zich niet tot de verschijnselen te richten (de schaduwen op de rotswand), maar tot de abstracte ideeën zelf, en het licht daarachter dat de projecties veroorzaakt. Dit licht staat symbool voor het Goede, het Hogere. Alleen door zich daarop te richten komt een mens tot ware kennis die niet vluchtig is, zoals de verschijnselen, maar onveranderlijk en vast als abstracte ideeën, vormen.

Lees verder “Plato (14): De grot”