
Schilder, die vormen van jou zijn maar diefstal. Het lukt je echter niet
een stem te roven, want je vertrouwt op pigment.noot
Dit Griekse epigram staat op naam van Lucianus van Samosata, die vooral bekend is om zijn satirische dialogen. Uit zijn eigen vermeldingen van schilderwerken kunnen we opmaken dat hij in de tweede eeuw na Chr. allerlei klassieke schilderwerken heeft bewonderd die geroemd werden om hun levensechte kleurschakeringen en overtuigende diepte-effecten. Alle kleurige prestaties op muren en panelen ten spijt, in het epigram hoont de dichter de schilder om de beperkingen van zijn kunst. Het gedichtje gaat echter niet over de onmogelijkheid een geluidsopname te maken. Tussen de regels door lezen we iets interessanters: de tijdloze stelling dat de schilder niet kan tippen aan wat de dichter vermag.
Het “palet” van de dichter
Het aardige is dat de originele tekst van het gedichtje zich leent als introductie tot de Griekse taal. Van de twaalf woorden zijn er liefst zes in de een of andere vorm terug te vinden in moderne talen:
| Ζωγράφε, τὰς μορφὰς κλέπτεις μόνον· οὐ δύνασαι δὲ |
| Zographe, tas morphas klepteis monon; ou dunasai de |
| Schilder, de vormen steel je slechts; niet ben je echter in staat |
| φωνὴν συλῆσαι χρώματι πειθόμενος. |
| phonen sulesai chromati peithomenos. |
| een stem te roven, op pigment vertrouwend. |
De eerste lettergreep van het woord voor “schilder”, zographos, komt terug in het Engelse woord voor dierentuin: “the zoo” is een plek waar je het leven in velerlei variëteiten kunt bestuderen. Graphos heeft alles te maken met “grafisch ontwerp”. Zographos betekent dan ook letterlijk “vastlegger van het leven.” In dit woord ligt feitelijk al besloten dat er bij schilderen sprake is van namaken, terwijl het woord voor dichter, poietes, letterlijk “maker” betekent.
Morphe, “vorm”, keert terug in ons woord “metamorfose”, een verandering van vorm. In veel Griekse mythen was de gedaantewisseling een straf voor wie de goden durfde te tarten.
De stam van klepteis, “je steelt”, kennen we van “kleptomaan”. In het verhalengoed van Griekse dichters zijn geen pathologische dieven bekend, maar wel enkele opmerkelijke gevallen van diefstal. Prometheus, bijvoorbeeld, hielp de mens technologisch vooruit door voor hen het vuur uit de hemel te stelen. Hij werd dan ook gestraft, zij het niet met een metamorfose.
Nu we het toch over technologie hebben, het is bij uitstek de Griekse taal die moderne technische begrippen heeft geleverd. Phone in regel 2, bijvoorbeeld, dat daar nog gewoon “stem” betekent.
Aan het voorlaatste woord van ons gedicht heeft Google Chrome zijn naam ontleend: dat chroma kleur betekent, is te zien aan het logo van deze webbrowser. Gecombineerd met het woord monon uit de eerste regel vormt het woord “monochroom” een alternatief voor “zwart-wit”.
De vroegste, meest eenvoudige schilderkunst werd ook in de oudheid al monochroom genoemd, omdat er “maar één kleur” is gebruikt. En dat geldt voor het overgrote merendeel van wat er nu nog over is van de Griekse schilderkunst. Grieks aardewerk is doorgaans met alleen zwarte verf beschilderd, soms aangevuld met één of een klein aantal kleuraccenten.

Alleen imitatie?
“Jij steelt toch ook,” zou een schilder tegen de dichter kunnen zeggen. En dan is hij in goed gezelschap, want volgens Aristoteles draaien zowel de beeldende kunsten als literatuur om nabootsing. Klassieke poëzie zit boordevol klanklandschappen en geluidseffecten. Onvervalste klanknabootsing vinden we bij Aristophanes, die het geluid noteert van vogels (torotorotorotorotíx) en kikkers (brekekekex kowax kowax).noot Echt aardig is het geluid dat deze komediedichter uit een lier nabootst: threttaneló.noot In de eerste lettergreep hoor je de gelijktijdige aanslag van vier of vijf snaren, zoals afgebeeld op de vaas bovenaan dit blogje, gevolgd door drie afzonderlijke noten waarvan de laatste de laagste lijkt.
De vaasschildering en het dichterlijk citaat lijken hier dezelfde beperking te hebben. In hun uitbeeldingen van snarenspel komen schilder en dichter niet verder dan imitatie.
En toch schuilt er iets van waarheid in de bewering dat een schilder “alleen maar steelt” en niet meer dan dat. Anders dan een schildering, een enkel product waarvan de kleuren vervagen en de ondergrond vergaat, is een gedicht als een partituur die eindeloos kan worden gekopieerd of uit het hoofd geleerd. Die kan niet het geluid van de originele première weergeven, maar wel aanzetten tot een nieuwe voordracht, waarin de bedoelingen van de dichter of componist steeds opnieuw tot leven worden gebracht. Zo weet de dichter keer op keer “een stem te roven”, en dat krijgt geen schilder voor elkaar.
[De gastauteurs van deze blog nemen deze dagen het stokje over. Vandaag Een gastbijdrage van Alexander Smarius. Dank je wel Alexander!]
Zelfde tijdvak
Het Aramees: de eerste wereldtaalapril 14, 2021
Christenvervolging? (3)december 26, 2017
Bulla Regiaapril 1, 2025

Tja, in den beginne… Dat spreekt vanzelf.
Ik houd wel van dit soort humor – bespotten wat je bewondert.
‘Pen versus penseel’
Deed mij denken aan een gezegde van de Griekse dichter Simonides (volgens Plutarchus dan):
Schilderkunst is stille poëzie,
Poëzie is sprekende schilderkunst.
ζωγράφος is vgls woordenboek: hij die naar het leven schildert, schilder.
Van γράψω = schrijven.
Niet vastleggen, ofschoon door het schrijven het wel vastgelegd wordt, zoals het spreekwoord zegt: scripta manent.
In deze blog van vandaag overigens een mooie zwartfigurige kylix met Atlas en Prometheus, waarbij opgemerkt zij dat een beeld van Atlas, die de hemel draagt, de zgn Atlas Farnese, is weergegeven in de NKV Imago kalender 2025.
Interessante blog!
‘En toch schuilt er iets van waarheid in de bewering dat een schilder “alleen maar steelt” en niet meer dan dat. ‘
Ik heb in de jaren 90 van de vorige eeuw een aantal cursussen gevolgd over filosofie bij de OU en een jaar filosofie gedaan aan de Universiteit Utrecht. Toen heb ik mij verdiept in Plato en veel van zijn dialogen gelezen. Veel is al weggezakt, maar zijn merkwaardige aesthetica is mij bijgebleven. Hij keek neer op de beeldende kunsten (imitatie van een imitatie van een imitatie) en met dichters had hij nog minder op. Enfin, dit is bij velen bekend en u weet er ongetwijfeld veel meer van. Zijn radicale opvattingen gingen zelfs zo ver dat hij voor dichters geen plaats in de maatschappij zag. Alleen filosofen telden. Alleen het goede kon schoon zijn voor Plato.
Het artikel in de Stanford Encyclopedia over zijn aesthetica laat zien dat zijn opvattingen toch misschien iets ingewikkelder lagen: https://plato.stanford.edu/entries/plato-aesthetics/
Ik vind de laatste paragraaf van uw blog heel interessant.
Het is inderdaad zo dat bijvoorbeeld een klassiek muziekstuk minder ‘steelt’ omdat het misschien minder een imitatio is en vaak een emulatio.
Anderzijds zou men misschien hetzelfde kunnen zeggen van een schilderij. Een Kruisafneming van Rubens is voor een deel ‘gestolen’ maar is toch weer anders dan die van schilders die het eerder geschilderd hebben.
Ik zou graag uw mening hierover willen weten.
Schilders bootsen na, fotografen leggen een werkelijkheid vast, schrijvers en dichters gebruiken bestaande taal.
Nou en? Moeten we dat echt met het woord ‘stelen’ aanduiden? Onzin. Kunstenaars gebruiken bestaande elementen maar de manier waarom ze dat doet maakt hun werk tot kunst. Dat heeft niets met ‘stelen’ te maken.
Sorry, Robert. Zie mijn reactie hieronder. weer eens de verkeerde verticale lijn.
Veel dank voor de reacties. Dat van Simonides is een welkome, noodzakelijke aanvulling. Γράφω (krassen) kan in de vorm van figuren of van letters, met een scherp voorwerp of met een gekleurde substantie. Dat werkwoord kan dus zowel tekenen, schilderen als schrijven betekenen. Wie dat doelbewust doet wil een indruk achterlaten, of op zijn minst iets registreren.
Wat mij in dit epigram trof is dat een kunstenaar met enkele eenvoudige halen zijn doelgroep langdurig aan het werk weet te zetten, als met luttele, trefzekere zweepslagen. De rest blijft impliciet.
Hetzelfde gebeurt op niet al te groot Grieks aardewerk of in de schetsen van Picasso. Het is aan de kijker/lezer/luisteraar om een context aan te vullen, zijn verbeelding de vrije loop te laten. Ik ben fan van de dichter, tekenaar of schilder die een ander creatief maakt.
γράψω = schrijven
volgens het Beknopt Grieks- Nederlands woordenboek 6de druk van 1954, bezorgd door dr J.H. van Thiel.
Schoonschrift en hanepoten vallen allebei onder schrijven.
Maar om het schrijven krassen te noemen is een foute vertaling en ontmoedigend voor wie nog het schrijven moet leren.
https://logeion.uchicago.edu/γράφω
Het krassen van letters in een scherf aardewerk kun je moeilijk schrijven noemen, hoor.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Ostrakon
Overigens holt in het algemeen de kwaliteit van het schrijven achteruit door het gebruik van het toetsenbord, net zoals er mensen zijn die geen analoge klok meer kunnen aflezen. Dat is iets dat het onderwijs zich mag aanrekenen.
NB: Het inkrassen (van schrift) in een medium (= graveren) is iets anders dan het beschrijven van een medium.
Robert, ik heb het woord ‘stelen’ niet gebruikt! Ik heb het n.a.v. wat er in de blog stond en m.n in de laatste paragraaf. Ik ben het net als jij niet eens met het woord stelen. Ik zet het dan ook telkens tussen aanhalingstekens. Ik reageer alleen op de laatste alinea van deze blog.
Als je mijn reactie goed leest dan zie je dat ik het ironisch bedoel, dat zgn. stelen. Schilders zijn geen kopiïsten! Je lijkt wel geïrriteerd naar mij toe. 😉
Hallo, Alexander,
Zou je ook mijn vraag nog willen beantwoorden? Tenzij het een domme vraag is, maar die schijnen niet te bestaan. 🙂
En nogmaals bedankt voor je leuke blog!
Dag Roger,
Bedankt voor uw feedback. Eerlijk gezegd heb ik niets noemenswaardigs te zeggen over Rubens. Wat betreft imitatio en aemulatio in de 17e eeuw heb ik me hoofdzakelijk verdiept in Bernini en Borromini. Heb ik uw vraag zo beantwoord, zij het misschien niet bevredigend?
Groeten van Alexander
Hartelijk dank! Vraag voldoende beantwoord!
Ad: Alexander Smarius, https://logeion.uchicago.edu/%CE%B3%CF%81%CE%AC%CF%86%CF%89
Hartelijk dank voor deze verwijzing naar een online woordenboek van het onvolprezen Oriental Institute in Chicago
https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Oriental_Institute_(Chicago)
Het instituut is letterlijk en figuurlijk eenvoudig toegankelijk. Het is ongelooflijk, wat het op egyptologisch gebied online heeft gezet, in de reeks Oriental Institute Publications, OIP.
Kwaliteit en eenvoud: het lijkt wel een Dopers instituut.