
[Laatste deel van Truus Pinksters beschouwing over Sandra Langereis’ boek Machineman. De tijden van Eise Eisinga (2024). Het eerste deel was hier.]
Maar in de herfst van 1802 kwam aan al deze democratische ontwikkelingen plompverloren een einde: op bevel van consul Napoleon werd in Nederland de klok geheel teruggedraaid: de in 1795 naar huis gestuurde jonkers konden de oude oligarchie overal ongehinderd in ere herstellen.
Eise probeert zich dan, natuurlijk gedesillusioneerd, maar ondanks alles toch energiek nuttig te maken in de moeilijke wereld van de politiek. Hij keert terug naar het bestuur van zijn woonplaats Franeker. Nu niet gekozen, maar van hogerhand benoemd.
Alle democratische ontwikkelingen zijn stop gezet. Eerst werd Eise, zoals gezegd, van hogerhand benoemd. Op donderdag 5 juni begon Eise zijn werk als onderdaan van een koning (Lodewijk Napoleon). Op maandag 9 juli 1810 begon hij zijn werkweek als onderdaan van een keizer (Napoleon).
Eise was actief geweest als ontwerper van de allereerste parlementaire democratie die Nederland ooit gekend heeft. In het koninkrijk van Willem I had Eise geen stemrecht. Na de kroning van Willem I (1815) moesten patriotten zich namelijk volstrekt koest houden.
Geen patriot die zich nog langer vrijelijk kon uitspreken over het goeds dat zijn strijd voor een rechtvaardiger samenleving Nederland had gebracht (…) Iedere patriot had het prinsgezinde verwijt dat de Bataafse revolutie de Fransen en daarmee uiteindelijk ook Napoleon het land had binnengehaald in stilte verdragen. Om binnen het door edellieden en aristocraten bestierde monarchale Nederland toch nog mee te mogen doen in, bijvoorbeeld, de van hogerhand benoemde plaatselijke politieke besturen, diende elke patriot vanaf 1815 zich overdreven bedaard, bescheiden, eenvoudig, nederig, bedeesd en vooral niet al te mondig of openlijk ambitieus te presenteren. Onderbieden werd een patriotse overlevingskunst, in het koninkrijk der Nederlanden. Ook voor Eise” (p.275)
Oude dag
In 1796 kan Eise terugkeren naar de Ooievaar, zijn huis in Franeker. Het planetarium is ongeveer tien jaar gesloten geweest, maar alles wordt samen met zoon Jelte weer in de oude conditie gebracht.
Zolang Eise veel bestuurlijke werkzaamheden heeft, doet Jelte het planetarium, ook het geven van toelichtingen. En ook de wolkammerij. Die overigens door de verslechterde economische omstandigheden nooit meer de productie draait van voorheen. Maar dan sterft plotseling Jelte, in 1809, vijfendertig is hij nog maar. Eise is diep verdrietig.
Na enige tijd en enige aarzeling wellicht neemt de jongere zoon Jacobus de zorg over. Eise zelf spant zich in voor een eventuele aankoop van zijn planetarium door het Rijk. Na veel stiltes en oponthouden en nog meer stiltes is het eindelijk zover op 4 oktober 1826: hij verkoopt het planetarium voor 10.000 gulden, met als voorwaarde dat hij vrije woning behoudt en een jaarsalaris van 200 gulden voor het toezicht en het technisch onderhoud. Deze rechten zouden na zijn dood overgaan op zoon Jacobus.
Ondertussen houdt Eise al zijn werkzaamheden vol: besturen, wolverven en vooral kleuren en bezichtigingen en rondleidingen in het planetarium geven. Tot hij op 27 augustus 1828 in de vroege ochtend sterft, vierentachtig jaar oud.
Epiloog
Jacobus beheert het planetarium tot zijn dood in 1858. En dan onderneemt het Rijk (onder Thorbecke!!) een poging de financiële verantwoordelijkheid over te hevelen naar de provincie. Maar die wil niet. Vervolgens verkoopt het koninkrijk Nederland het planetarium voor een symbolisch bedrag aan de stad Franeker. Franeker zet onmiddellijk het jaarsalaris van 200 gulden voor het technisch onderhoud stop.
Maar de familie is trouw en zet door: kleindochter Sjoukje, oudste dochter van Jacobus, zet het werk voort. De stad is gierig en vraagt haar ook nog eens huur voor De Ooievaar. Dan volgt de jongere zus Jeltje haar op. Dankzij een bezoek van Victor de Stuers, die namens de staat kwam controleren of de stad Franeker wel aan haar zorgverplichting voor het planetarium voldeed, komt er eindelijk enig onderhoud aan het pand en het planetarium.
Maar op Jeltjes verzoek in 1893 om de huur eindelijk eens kwijt te schelden en de stopgezette jaarlijkse toelage van 200 gulden opnieuw uit te keren kwam nul op het rekest. Ze hield haar taken echter vol tot ze in 1908 overleed, vierenzeventig was ze.
Dan neemt Eises achterkleindochter Hiltje, dochter van Jeltje, het over. Zij heeft een succesvol verzoek ingediend om eindelijk eens vrij te mogen wonen, zonder huur,
aangezien ze in dat stadmonument zonder ook maar enig salaris werkte als conservator en educator. (p.292)
Hiltje houdt het vol tot 1922, dan lukt de zorg haar niet meer. En dan neemt direct een conservator het over, door de stad aangesteld en gesalarieerd. En wordt er op kosten van de stad elektriciteit aangelegd in het pand.
Met het afscheid van Eises achterkleindochter Hiltje op 4 april 1922 kwam er einde aan anderhalve eeuw onafgebroken volgehouden familiezorg door Eise en zijn afstammelingen, zijn zonen Jelte en Jacobus, zijn kleindochters Sjoukje en Jeltje en zijn achterkleindochter Hiltje. (p.292)
[De gastauteurs van deze blog nemen deze dagen het stokje over en dit blogje van Truus Pinkster over Sandra Langereis’ boek Machineman. De tijden van Eise Eisinga (2024), was het 6500e stukje op deze blog. Dank je wel Truus!]
Zelfde tijdvak
Het Victorielied van 1792december 14, 2024
Algiers 1808september 9, 2025
De Bijbel van Thomas Jeffersonseptember 4, 2011

Een fijne serie.
Ik heb veel respect gekregen voor die man en voor zijn familie.
Dit was heel erg interessant. Dank u wel!
Wat een mooie en boeiende serie.
Ik heb het planetarium ongeveer dertig jaar geleden bezocht. Ik vond het erg interessant, maar opvallend was dat de kinderen (toen 4-6 jaar) dat ook vonden en met name de raderwerken.
Ik wist wel iets van Eise’s leven, maar zijn republikeinse sympathieen kende ik niet – die namen mij zeer voor hem in. Ik ga het boek ‘Machineman’ zeker kopen.
Nogmaals dank voor de serie.
Dank je wel voor deze mooie boekbespreking, Truus!
“Tot hij op 27 augustus 18128 in de vroeg ochtend sterft, vierentachtig jaar oud.”
Hij zal flink oud worden 😉
Dat is een grote straf voor een tikfoutje: Eise stierf in 1828.
“En dan neemt direct een conservator het over, door de stad aangesteld en gesalarieerd. En wordt er op kosten van de stad elektriciteit aangelegd in het pand.”
Ja, dán kan het ineens wel. Er moeten een flink stel hatelijke lieden in Franeker hebben gewoond, al vanaf de late 18e eeuw. Wat een nare mensen.
Ach, ik zie maar weinig verschil met de politiek van tegenwoordig: het Rijk dumpt verantwoordelijkheden bij de gemeenten zonder daarvoor te willen betalen. Iedereen is voor cultuur en wetenschap, maar wel graag voor een koopje.
Los daarvan was dit een heel mooi inkijkje in het leven van iemand die ik natuurlijk al kende van het planetarium, maar van wie ik verder niks wist.
Bedankt! De gasten leveren echt een mooie bijdrage aan de blog.
Tja, koning Willem I was een despoot, maar vond het wel zijn taak de kunsten en wetenschappen te ondersteunen.
De Liberaal Thorbecke vond dat allemaal onzin, geen taak voor het Rijk.
Zo liberaal was Thorbecke dus niet, met zijn 3% stemgerechtigden.
Bedankt Truus Pinkster!
Ooit in Franeker geweest op het water, nooit aan de wal en als ik in hetzelfde levensjaar als Eise het loodje leg moet ik een beetje opschieten met een bezoek aan het planetarium.
Ik heb zelden met zoveel ontzag iets bekeken als het planetarium. Eigenlijk vind ik het Nederlands mooiste museum. Als je nagaat wat een rekenwerk nodig is geweest om alles uit te rekenen en wat een technisch vakmanschap om zoiets te construeren, dan is bewondering een woord dat we gebruiken bij gebrek aan iets sterkers. Bij sommige Nederlandse werelderfgoederen frons ik mijn wenkbrouwen, maar hier niet. Mooie serie. Aan de politieke activiteiten van Eise Eisinga wordt in mijn boek over het planetarium geen aandacht besteed, die kende ik niet. Maar ik vind ze ook niet half zo interessant als het planetarium.
Dit doet mij veel zin krijgen om bij een volgend weekendje uit naar het noorden te trekken. De Nederlandse politieke perikelen in de 18de eeuw gaan mijn petje te boven maar dat planetarium staat nu hoog op een lijstje. Bedankt!
Er is in 2021 ook een boek over Eise Eisinga geschreven door Arjan Dijkgraaf, De Hemelbouwer https://zenitonline.nl/de-hemelbouwer-een-boekrecensie/
Recensies (grondiger?) in De Volkskrant (door Govert Schilling) en het Parool achter vermaledijde betaalmuur.
De schrijver heeft een wiskundige achtergrond en weerlegde al veel mythevorming rond Eisinga in zijn boek, afgaande op de info online.
In hoeverre het een ander beeld geeft dan Sandra Langereis’ boek kan ik niet via de info online beoordelen.
Correctie: de auteur heet Arjen Dijkstra,
nog een keer de link naar bespreking https://zenitonline.nl/de-hemelbouwer-een-boekrecensie/
NL Wiki-pagina over Eisinga geeft de drie belangrijkste mythes die Dijkstra in zijn boek weerlegt https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Eise_Eisinga
Vooral die over de ‘paniek’ over het einde van de wereld en Eisinga’s reden voor het Planetarium: niet om iedereen gerust te stellen maar vooral om van ingewikkelde berekeningen af te zijn.
De tegenstelling tussen Eisinga en de ‘paniek’ dominee moet ook niet te groot gemaakt worden.
Eisinga lijkt ook geen harde ‘Deïst” geweest te zijn, hij was een gelovig kerklid.
Veel dank voor deze interessante serie over het boek van Sandra Langereis over Eise Eisinga.
Ik heb het museum 40 jaar geleden bezocht en stond perplex van het ingenieuze van deze onderneming. Mijn vrouw heeft het boek van mij gekregen en als zij het uit heeft ga ik het heel gauw lezen!
Dank je wel, Truus!