Christenvervolging? (3)

rome_s_maria_s_minerva_carafa_02
In de hemel krijgen we geen harpen en vleugeltjes, meent Moss, die niet aangeeft wie zoiets dan gelooft.

[Dit is het slot van een beschouwing over Candida Moss’ boek The Myth of Persecution. Het eerste deel is hier.]

Zoals gezegd deel ik Moss’ zorgen over het dualisme in het Amerikaanse christendom maar heb ik enkele problemen met The Myth of Persecution. In de eerste plaats: Moss meent dat ze het Amerikaanse christendom kan veranderen door te tonen dat het anders geworteld is dan de gelovigen denken. Als er geen vervolging is geweest in het verleden, kan het dualistische wereldbeeld van hedendaagse christenen, die menen dat ze door andersdenkenden worden vervolgd, veranderen, bijvoorbeeld doordat ze gaan denken dat wie anders denkt óók gelijk kan hebben.

Dat lijkt me een overschatting én een onderschatting van de menselijke natuur. Het is een onderschatting, want mensen hebben geen geschiedenisles nodig om van mening te veranderen. Ze zijn slim genoeg. Slavernij is verboden, hoewel het was gelegitimeerd in de Bijbel en het Romeins Recht. In de negentiende eeuw is men er echter anders over gaan denken en dus verdween de slavernij (althans officieel). De ondergeschikte positie van de vrouw is op soortgelijke wijze gesloopt (opnieuw: althans officieel). Het verleden kan in dit soort discussies zowel als munitie voor als tegen een bepaalde stelling dienen en er gaat geen dwingende werking van uit.

Moss’ opzet veronderstelt tegelijk een overschatting van de menselijke natuur, want mensen zijn perfect in staat de meest logische redenering te negeren als het in hun straatje te pas komt. Meningen zijn immuun voor historische feiten.

Moss’ toon helpt haar zaak niet. Haar betoog zal geen dualistisch denkende christen overtuigen. Het heeft immers weinig zin de draak te steken met martelaren die in de hemel een harp en vleugeltjes krijgen of op te merken dat als Sint-Christoffel, de beschermheilige van de reizigers, niet heeft bestaan, honderdduizenden religieuze medaillons ineens zijn gereduceerd tot louter decoratie. Grappig, zeker, maar met een karikatuur van de geloofsopvattingen van je doelgroep win je geen steun.

Maar zelfs als een boek als dit mensen tot een andere manier van denken kan aanzetten, schiet haar argumentatie tekort. Zoals ik al aangaf, is het boek op zich niet slecht maar overdrijft ze. Een rustiger boek, waarin een Ignatius van Antiochië niet was weggemoffeld en waarin de auteur zich zou hebben onthouden van ondoordachte kritiek op een Tacitus of de verslaglegging in de martelaarsakten, zou hetzelfde, terechte punt overtuigender hebben gemaakt.

Ik denk dat Moss eigenlijk ook wel weet dat ze sommige puzzelstukjes nogal suggestief presenteert, net zoals ik vermoed dat de drie godsdiensthistorici waarmee ik dit stuk opende ook wel weten dat hun argumentatie niet deugde. En dat is wat ik het meeste tegen heb op Moss’ boek: ze is bereid haar wetenschappelijke oordeel ondergeschikt te maken aan haar politieke oordeel. Ik weet dat er in de Verenigde Staten complete culture wars woeden, waarin alles lijkt te zijn toegestaan, maar Moss hoeft de middelen van haar tegenstanders niet over te nemen.

Tot slot nog dit: niemand zal Moss kwalijk nemen dat ze zich ergert aan het dualistische christendom van haar landgenoten in de Verenigde Staten. Als die zich vervolgd voelen, zijn het aanstellers. Ik wijs er echter op dat er delen van de wereld zijn waar christenen wel degelijk worden vervolgd. Moss zou erop hebben kunnen wijzen dat de attitude van haar landgenoten alleszins reële problemen elders in de wereld trivialiseert.

16 gedachtes over “Christenvervolging? (3)

  1. droomloos

    Tja. Je hebt vervolging en je hebt vervolging:

    “Sydney’s Anthony Fisher warns same-sex marriage will create discrimination against religious believers and says government ‘has no business telling us who we should love.’

    Religious believers would be vulnerable to discrimination suits and some could lose their jobs, promotions, businesses and political careers if same-sex marriage is legalised, the Catholic archbishop of Sydney says.”

    Bron: https://www.theguardian.com/australia-news/2017/oct/15/catholic-archbishop-urges-no-vote-saying-state-should-keep-out-of-the-bedroom

  2. jacob krekel

    Oftewel: kèk naor je ège (Amsterdams voor argumentum ad hominem). Mooi voorbeeld, kan zo in de boeken. Die onthoofde Eriteërs hebben niets aan de bisschop van Sydney.
    Ik had kunnen vermelden dat vervolging van homosexuelen in deze wereld nog veel erger is, maar – zoals Jona Lendering terecht opmerkt – je hoeft wat algemeen bekend is niet altijd te vermelden. En dat was bovendien niet het onderwerp van deze blog.

  3. Tonni

    Catharina Nixey schreef een boek over een latere periode: De duistere eeuwen. Lijkt me lezenswaardig maar ook geschreven als kanon in de culture wars. Zijn er geen Europeanen die deze boeken schrijven? Of worden ze ondergesneeuwd in het Amerikaanse geweld?

    1. mnb0

      Elk boek over die latere periode die de term “duistere eeuwen” gebruikt dient vermeden te worden, want is bij voorbaat schuldig aan “wetenschappelijke oordeel ondergeschikt maken aan politiek oordeel.” De eerste alinea van JL’s link bevestigt dat meteen. Als christenen zich schuldig maken aan een volstrekt overbodige, onzinnige en onwaarachtige cultuuroorlog hoeven seculieren dat nog niet over te nemen. Dat gaat zelfs tegen de Verlichtingsidealen in die zij beweren te verdedigen.

  4. Ik heb het boek van Moss niet gelezen.
    Toch nog enkele opmerkingen en vragen:

    ‘In de negentiende eeuw is men er echter anders over gaan denken en dus verdween de slavernij (althans officieel).’
    Goed dat je eraan toevoegt: (althans officieel)
    De slavernij in de wereld schijnt weer toe te nemen (het zal natuurlijk nergens in de grondwet of welke wet dan ook staan). Denk maar aan de uitbuiting van Filipijnse meisjes in de Emiraten, de mensenhandel in de prostitutie, etc.

    Maakt Moss ook gewag van de beroemde, wat vleierige bief die Plinius Secundus aan het begin van de 2de eeuw C.E. aan zijn baas, keizer Trajanus schrijft over het feit dat hij niet goed raad weet met de christenen en het pragmatisch antwoord dat Trajanus hem hierop geeft. Nu zou men het misschien een ‘soft’ antwoord vinden. Dat leverde Trajanus tot in de middeleeuwen een goede waardering op. Maar in feite lag de bewijslast nog steeds bij de christenen.
    Zie:
    https://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/24937/keizer-trajanus-en-de-christenen.html
    In mijn Latijnse leesclub hebben we een paar jaar geleden deze brief gelezen.

  5. mnb0

    “In de negentiende eeuw”
    Kleine correctie: eind achttiende eeuw. Het eerste land dat de slavernij afschafte was het Frankrijk van de Revolutie (1794). Napoleon draaide de afschaffing weer terug, met volledige instemming van de RKK.
    Dit is een dualisme dat me fascineert. Aan de ene kant is er het afstotelijke christendom: onverdraagzaam, fanatiek, gewelddadig en daarmee een gewillige bondgenoot van allerlei militaristische regeringsvormen. Aan de andere kant is er het christendom (bv. bevrijdingstheologie) dat zich inzet voor sociale gerechtigheid en daarmee een geduchte tegenstander van voornoemde regeringsvormen.

  6. Dom boek. Inderdaad, teneinde de politieke mening te bevorderen mogen de feiten niet voor de voeten lopen, weg dus met de feiten.
    De ene onjuistheid na de andere. Deze is schokkend: de autoriteiten die de christenen vervolgen zijn des duivels, waartegen geweld toegestaan is. En als christenen eenmaal de macht hebben kan dat alle soorten geweld legitimeren.
    Ik zie geen spoor van haat in Ignatius, Polycarpus, of Justinus. Of in Origenes wiens vader vermoord werd. Het martelaarschap wordt aanvaard als deel of zelfs bekroning van hun religieuze beleving. Wat kan men aan verzoening nog meer wensen dan een Justinus die zich netjes maar krachtig tot de keizers richt om hen ervan te overtuigen dat de vervolgingen niet rechtmatig en niet in het belang van de staat zijn. Ook in de actes zie ik niet de minste legitimatie tot geweld van welke soort dan ook.
    Maar het slachtoffer moet dader gemaakt worden. Schijnt er ook bij te horen tegenwoordig. Naar ik verneem heeft Moss haar volgende boek al aangekondigd. ‘The Myth of the Progroms. How Jews Invented a Story of Persecutions’.
    (Voor een goede studie over het onderwerp, Lane Fox).

  7. Jaap-Jan Flinterman

    Dank voor deze bespreking, Jona, naar aanleiding waarvan ik het boek van Moss, dat ongelezen in mijn kast stond, maar weer eens tevoorschijn heb gehaald. Ik was vooral geïntrigeerd door je bespreking van Moss’ suggestie dat de christenvervolging onder Nero in het jaar 64, waarvan Tacitus melding maakt (Annales 15.44), “may not have happened” (Moss 2013, 262 n. 4). Haar voornaamste argument lijkt hier te zijn dat in 64 n.Chr. “followers of Jesus weren’t even identified as Christians” (Moss 2013, 139). In de begeleidende eindnoot (Moss 2013, 277 n. 8) stelt ze dat “the title ‘Christian’ (…) seems to have emerged at the end of the first century and become common usage by the beginning of the second.” Voor ‘more information of the development of the term’ verwijst ze dan naar een artikel van David G. Horrell, ‘The label Χριστιανός: 1 Peter 4:16 and the formation of Christian identity’, Journal of Biblical Literature 126 (2007), 361-381. Hoewel Moss het niet met zoveel woorden stelt, blijft bij de lezer de indruk achter dat Horrell haar mening deelt dat Tacitus’ “use of the term ‘Christian’ is slightly anachronistic” (Moss 2013, 139). Toch maar eens even het artikel van Horrell nageslagen. Het is de moeite waard te citeren wat hij te melden heeft over het gebruik van de term bij Tacitus (Horrell 2007, 166):
    “Tacitus’s famous remarks about Nero’s punishment of the Christians (Ann. 15.44), following the fire of 64 C.E., do provide, as Harold Mattingley notes, evidence that the term Christiani was known in Rome at this time. Although Tacitus’s account was written later (early second century), he clearly makes the point that, back at the time immediately after the fire, the populace were already referring to the members of this new superstition as Christiani (quos … vulgus Christianos appellabat). It is possible that Tacitus is guilty of anachronism here, but his rather deliberate statement, combined with the evidence from Acts (…) and the other indications that the name was known across the empire by the end of the century, seems to support the conclusion that the name was indeed used by, or before, 64.”
    Het is natuurlijk heel wel mogelijk dat Moss op basis van hetzelfde materiaal tot andere conclusies komt dan Horrell. Maar dan was het wel prettig geweest als ze open kaart had gespeeld, had toegegeven dat de verwijzing naar Horrell niet kan dienen om haar eigen twijfel over de Tacituspassage te ondersteunen, en de moeite had genomen haar eigen visie over de geschiedenis van de term beargumenteerd uiteen te zetten. Wat ze nu levert is gewoon ‘sloppy scholarship’.
    Zelf was ik wel gecharmeerd van Moss’ openlijke stellingname tegen de opvatting die G.W. Bowersock heeft verkondigd in Martyrdom and Rome (Cambridge 1995), 5, namelijk dat het christelijke martelaarschap ‘something entirely new’ was. Wat dat betreft zijn Moss’ hoofdstukken over ‘Martyrdom before Christianity’ en ‘Christian borrowing of Jewish and pagan martyrdom traditions’ de moeite waard, zoals ook jij aanstipt.

  8. Theo Joppe

    Maar… het is toch al heel lang bekend dat Christenvervolgingen in de eerste twee eeuwen AD incidenteel waren? Ik zie het nieuwe in deze discussie niet. Zie het bekende rescript van Trajanus aan Plinius: het was niet de bedoeling actief naar Christenen te zoeken; en als er een beschuldiging kwam, mocht die zeker niet anoniem zijn. De straf was natuurlijk de dood (maar dat gold ook voor Joodse rabbijnen die na Bar Kochba waagden in het openbaar te leren: daar zijn ook bronnen over). Je kunt je niet voorstellen dat een kerkleraar als Tertullianus (ca. 200) decennialang ongemoeid zijn gang had kunnen gaan als er actieve repressie was geweest.
    De systematische vervolgingen begonnen pas echt onder Diocletianus en zijn opvolgers (Galerius met name, dus plm. 290-310). Allicht moeten we de belangstelling voor die vroege martelaarsakten in het licht van die tijd zien.

      1. Ik begrijp van je dat Moss zich niet tegen kerkelijke propaganda van een eeuw geleden richt, maar tegen politieke tegenstanders in een actuele culture war. Mijn indruk is dat je nog heel erg mild geweest bent. Alleen de titel al. De vervolgingen zijn een ‘mythe’ die door vroege christenen ‘uitgevonden’ werd –om zoiets te bewijzen zullen de feiten geweld aangedaan moeten worden. Andere boeken belandden wel voor minder op de plank ‘kwakgeschiedenis’, en terecht.

  9. Robert

    Dank voor de boekbespreking. Ik heb nooit gehoord van die Moss en heb na deze kritiek ook geen enkele behoefte aan een nadere kennismaking; dank Jona!
    Ik wil wel van deze gelegenheid gebruik maken om Paula Fredriksen te promoten en wel haar voortreffelijke studie “Augustine and the Jews”. Ik heb hieruit o.m. geleerd, dat in de begintijd (1ste/2de eeuw) er twee grote groepen christenen waren: joodse christenen (besneden) en ‘gentile’-christenen (onbesneden,wier grote voorstander Paulus was). In Rome waar zowel Petrus (voornamelijk joodse christenen) en Paulus (voornamelijk niet-joodse christenen) hun werkterrein hadden, bestond een min of meer aanzienlijke groep “christenen”. Waar haalt Moss haar wetenschap vandaan ?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s