
Joan Derk van der Capellen tot den Pol (1741-1784) wordt wel gezien als de grondlegger van de patriottenbeweging. Van deze Gelders-Overijsselse baron is onlangs een biografie verschenen, geschreven door Luc Panhuysen. Of hij daadwerkelijk een echte democraat was dan wel een typische vertegenwoordiger van de Verlichting laat ik hier maar in het midden: Panhuysen heeft daar zo zijn ideeën over (zo meldt de recensent van de NRC op 6 december j.l.) en ik heb nog geen tijd gehad om de biografie te lezen.
Van der Capellen is niet echt oud geworden: tweeënveertig jaar slechts. Na zijn dood (nog geen drie jaar na het verschijnen van het beroemde pamflet Aan het Volk van Nederland) werd hij begraven in een familiegraf in Gorssel, maar de Oranjeklanten namen alsnog wraak op deze patriot door eerst het familiewapen op het monument te vernielen, en daarna in de nacht van 6 op 7 augustus 1788 het hele grafmonument met buskruit op te blazen. De stoffelijke resten van Joan Derk en zijn echtgenote waren toen al in veiligheid gebracht: kennelijk rook de familie onraad nadat het familiewapen was gemaltraiteerd.
Monument
Nadat Nederland was overgegaan tot een nieuw staatsbestel in de vorm van de Bataafse Republiek (1795-1806, onder Franse supervisie) werd er alsnog gewerkt aan een monument voor deze held der patriotten. Men besloot 45.000 gulden beschikbaar te stellen uit staatsmiddelen, en na een zoektocht naar een wijd en zijd vermaarde beeldhouwer kwam men uit bij de Italiaanse republikein Giuseppe Ceracchi. Deze Ceracchi had al heel wat werk op zijn naam staan toen hij deze opdracht verwierf: zo is er sprake van een buste van Winckelmann, waarvoor Johan Wolfgang von Goethe hem de middelen verschafte. Ook maakte Ceracchi tijdens reizen naar de Verenigde Staten bustes van o.a. Thomas Jefferson en George Washington. De opdracht voor een monument voor Van der Capellen leek dus bij hem in goede handen.
Hij beeldde de “staatsman” Van der Capellen af als een klassieke senator, en ook zouden o.a. Nederlandse leeuwen onze held vergezellen in de – in de Grote Kerk van Zwolle te plaatsen – imposante groep. Helaas ontbrak het aan de middelen om deze hele groep naar Nederland te verschepen: daar was bij het uit het Bataafse budget ter beschikking stellen van het genereuze honorarium aan Ceracchi niet aan gedacht. Het monument bleef dus in Rome, en Ceracchi verliet Rome om in Parijs opdrachten uit te gaan voeren.
Teleurgesteld in Napoleon, van wie hij nog vóórdat die zichzelf tot keizer had laten kronen een buste had gemaakt, nam hij deel aan een samenzwering en een aanslag tegen de net gekroonde Corsicaan, die jammerlijk mislukten. Ceracchi werd opgepakt en verloor – na een proces – in 1801 zijn hoofd onder de guillotine. Exit Ceracchi.
Villa Borghese
De beeldengroep voor Van der Capellen kwam terecht in het park van de Villa Borghese, zonder zicht op verscheping. Dat de groep daar belandde had zijn oorzaak in een financieel geschil tussen de familie Borghese en de familie van de zo jammerlijk aan zijn eind gekomen beeldhouwer Ceracchi. De Borgheses namen de groep als een soort van onderpand over en plaatsten het in het zogenaamde “Fortezzuola”, een eind achttiende-eeuwse, nogal benauwde replica van een ommuurde stad. In de twintigste eeuw werd dit “fortje” gewijd aan het werk van de Italiaanse beeldhouwer Pietro Canonica (1869-1959), die het aanvankelijk als atelier gebruikte. Het is nu een wat vergeten museum, gelegen in het weldadig rustige park van de Villa Borghese.
In oktober 2023 bezocht ik met een aantal gymnasiale klasgenoten van de “lichting 1974” van het Jacobuscollege te Enschede voor een derde reünie de Eeuwige Stad, waar we in 1973 met onze hele klas naartoe gereisd waren. Eén van ons kende dat verhaal over die beeldengroep, en vroeg aan het organiserend comité of er wellicht een mogelijkheid bestond een bezoek aan het Museum Pietro Canonica te brengen. Bij het museum aangekomen kostte het me best wat moeite om toegang te krijgen tot de achter het museum gelegen tuin, waar het monument voor onze Joan Derk en zijn leeuwen staat opgesteld.
Een ter plekke verzonnen verhaal dat we als een groep “Nederlandse professoren” buitengewoon veel belangstelling voor Joan Derk hadden, en dat dit de enige gelegenheid zou betekenen om het voor Nederlanders ‘enorm belangrijke’ werk van Ceracchi te bekijken, heeft uiteindelijk de custode van het museum overtuigd, en zo zagen we op een zonnige oktoberdag Joan Derk opgesteld, onder het wakend oog van een strenge zaalwacht, die ons via allerlei trappetjes en gangetjes naar de tuin had begeleid.
Er worden nog steeds pogingen ondernomen om de al aardig in verval geraakte groep alsnog naar Zwolle te halen, maar of dit gaat lukken is ongewis. Ze staat nu nog in weer en wind in die Romeinse tuin te verstoffen en af te brokkelen.
[Een gastbijdrage van Han Borg in het verlengde van de eerdere blogs van Saskia Sluiter over het Victorielied. Dank je wel Han!]

Gevelstenen
Eise Eisinga (1)
Hermes in Amsterdam
Het wordt hoe langer hoe mooier. Dank je wel Han!