Cornelis de Bruijn (13) Het einde

Prinsengracht, Amsterdam; Cornelis de Bruijn leefde in het tweede, derde of vierde huis van links

Dit is het laatste stukje over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Reizen over Moskovie

Het lijkt erop dat Cornelis de Bruijn rusteloos was. In de volgende jaren woonde hij op diverse plaatsen in de Republiek. In 1709-1710 leefde hij in een huis aan de Hartenstraat in Amsterdam, waar hij onder meer zijn weldoener Nicolaes Witsen ontving en Gisbert Cuper, de man die hem het schilderij van Palmyra had laten kopiëren. Cuper en De Bruijn wisselden later brieven uit over het spijkerschrift uit Persepolis. Het is verder bekend dat de kunstenaar in 1711 woonde aan de Prinsengracht in Amsterdam; in 1712 woonde hij even buiten Haarlem.

Al deze tijd was De Bruijn bezig met zijn meesterwerk: Reizen over Moskovie, door Persie en Indie. Toen hij het in 1711 publiceerde, droeg hij het op aan een Duitse bibliofiel uit Frankfurt, Zacharias Conrad von Uffenbach (1683-1734). Dat is enigszins verrassend: Nicolaes Witsen had immers veel gedaan voor De Bruijn en stond erom bekend dat hij dit soort opdrachten op prijs stelde.

Lees verder “Cornelis de Bruijn (13) Het einde”

Een treurig monumentaal bestaan

Het monument van Joan Derk van der Capellen tot de Pol (Rome; foto T. ter Bogt)

Joan Derk van der Capellen tot den Pol (1741-1784) wordt wel gezien als de grondlegger van de patriottenbeweging. Van deze Gelders-Overijsselse baron is onlangs een biografie verschenen, geschreven door Luc Panhuysen. Of hij daadwerkelijk een echte democraat was dan wel een typische vertegenwoordiger van de Verlichting laat ik hier maar in het midden: Panhuysen heeft daar zo zijn ideeën over (zo meldt de recensent van de NRC op 6 december j.l.) en ik heb nog geen tijd gehad om de biografie te lezen.

Van der Capellen is niet echt oud geworden: tweeënveertig jaar slechts. Na zijn dood (nog geen drie jaar na het verschijnen van het beroemde pamflet Aan het Volk van Nederland) werd hij begraven in een familiegraf in Gorssel, maar de Oranjeklanten namen alsnog wraak op deze patriot door eerst het familiewapen op het monument te vernielen, en daarna in de nacht van 6 op 7 augustus 1788 het hele grafmonument met buskruit op te blazen. De stoffelijke resten van Joan Derk en zijn echtgenote waren toen al in veiligheid gebracht: kennelijk rook de familie onraad nadat het familiewapen was gemaltraiteerd.

Lees verder “Een treurig monumentaal bestaan”

De Europese canon (36-40)

Oscar Montelius (©Stockholms Stadsmuseum)

Met dit negende blogje in mijn reeks over de Europese canon bereiken we de tweede helft van de “lange negentiende eeuw”: Europa als wereldmacht én het einde daarvan.

De vooruitgangsgedachte

Periode: Tweede helft negentiende eeuw

De vooruitgangsgedachte is een thema waarover ik al meer heb geblogd. De filosofen van de Verlichting waren er zeker van dat de mensheid erop vooruitging. Ook geleerden als Turgot en De Condorcet waren daarvan overtuigd, maar ze deden weinig meer dan het presenteren van een hypothese. Die baseerden ze op de klassieke teksten en op de beste etnografische data van hun tijd, maar het idee dat de mensheid van primitieve aaseter via wildeman en barbaar was opgeklommen tot beschaafd mens, was welbeschouwd niets meer dan beredeneerd giswerk.

Het empirische bewijs kwam echter in de tweede helft van de negentiende eeuw, toen de eerste wetenschappelijke archeologen voldoende overzicht hadden van het diepe verleden om te kunnen vaststellen dat er een evolutie was geweest van Steentijd via Bronstijd naar IJzertijd. De samenleving, zo betoogde Oscar Montelius, was complexer geworden en welvarender. De twintigste eeuw toonde mogelijkheden en ethische keuzes die voordien ondenkbaar zouden zijn geweest.

Lees verder “De Europese canon (36-40)”

De Europese canon (21-25)

Het verdrag dat de Tachtigjarige Oorlog beëindigde (“Yo, el Rey”; Nationaal Archief, Den Haag)

Dit is het zesde blogje in de reeks over de Europese historische canon. We zijn aanbeland in de zeventiende eeuw.

Vrede van Westfalen

Periode: 1648

Alternatief: Vrede van Utrecht

Europa is nooit een religieuze eenheid geweest, en er zijn regelmatig conflicten geweest waarbij godsdienst een rol speelde. Maar nooit was het zo erg als in de eeuw na de Reformatie, een tijd die we weleens aanduiden als die van de godsdienstoorlogen. De Tachtigjarige Oorlog en de Dertigjarige Oorlog gingen echter niet alleen over religie. In dat laatste conflict intervenieerde bijvoorbeeld het katholieke Frankrijk aan de protestantse zijde. (Al eerder had de koning van Frankrijk, die zich omsingeld voelde door de Habsburgers, zich verbonden met het Ottomaanse Rijk.) De Tachtigjarige en de Dertigjarige Oorlog werden beëindigd met de Vrede van Westfalen in 1648.

Lees verder “De Europese canon (21-25)”

Een Europese canon

Cartoon, gezien in het Huis van de Europese Geschiedenis (Brussel)

Het is vandaag de Dag van Europa. Er zal ongetwijfeld wat officieels gebeuren dat me, ofschoon ik me wel degelijk verbonden voel met iets dat groter is dan Nederland, niet wezenlijk interesseert. Toch leek het me leuk er even aandacht aan te besteden – en wel door een lijstje te maken van zaken die de diverse mensen in Europa verbinden. Het is natuurlijk al eerder gedaan, door de onvergetelijke Pieter Steinz (Made in Europe), maar hij gooide een hele kaartenbak om en bood zo méér dan we konden behappen.

Uiteraard is Europa ondefinieerbaar, al liggen sommige thema’s voor de hand: het Vaticaan, de Académie des sciences, het Britse Parlement en de Preußische Kriegsakademie lijken me onbetwistbaar deel uit te maken van de institutionele kern. Turkije en Rusland liggen in de periferie maar horen er zowel geografisch als cultureel bij. Verschijnselen als stadsvorming, migratie en het neoliberalisme horen weliswaar bij Europa maar zijn ook daarbuiten te vinden. Ik zou niet zo snel een temporele afbakening kunnen geven, maar ik denk dat het moment waarop de eenheid van Latijnse taal en de Romeinse cultuur de pluriformiteit van de IJzertijdtalen en -culturen verving, een redelijk startpunt is.

Lees verder “Een Europese canon”

Het belang van de Oudheid(kunde)

Een I.D.O.H.Z.O.-tje toont het belang van de Oudheid niet

Wat is het belang van de Oudheid, van de oudheidkunde? Iemand vroeg me onlangs om het nog eens uit te leggen. Een nieuwe vraag is het niet. Toen het Gronings Archeologisch Instituut in 2017 een jubileum vierde, was een van de thema’s “Archeologie, voor wie doen we het ook alweer?” (Ik was een van de sprekers.) In 2019 hield David Fontijn een toespraak over dezelfde vraag. Ik heb het zelf uitgelegd in mijn laatste boek (blz.48-49). Het is opvallend dat de vraag, welbeschouwd eerstejaarsstof, terug blijft keren.

Antwoord 1: De Oudheid is leuk

Eerst het makkelijkste antwoord: inhoudelijk. Oudheidkundigen kunnen dingen vertellen over hoe het vroeger was. Dat is leuk. Ik houd me al veertig jaar met de Oudheid bezig en zie nog elke dag iets verrassends. Dat is waarom musea en parken als Archeon tienduizenden bezoekers hebben en publieksprijzen winnen. Zo simpel.

Lees verder “Het belang van de Oudheid(kunde)”

Hypothetische geschiedschrijving

Turgot, vertegenwoordiger van de hypothetische geschiedschrijving

Weinig denkers hebben zo’n grote invloed gehad op het wetenschappelijk denken als Isaac Newton. Zijn tijdgenoten waren danig onder de indruk van zijn methode, waardoor de wijsgeren van de achttiende eeuw, de Verlichtingsfilosofen, probeerden een vergelijkbare wetenschappelijkheid te betrachten bij hun analyse van het intrigerende verschijnsel mens.

Hypothetische geschiedschrijving

Ze beschouwden de Middeleeuwen als de tijd waarin was getoond hoe het niet moest. De mensen zouden onvrij zijn geweest, hun denken beheerst door autoriteiten en knellende dogma’s, met misère als gevolg. De Oudheid gold daarentegen als ideaal. Vrije burgers van vrije steden hadden toen de grondslagen gelegd van de beschaving en een welvarende staat. Deze bewondering betekende echter niet dat de Verlichters alles geloofden wat de classici, historici en antiquariërs beweerden. Vaak deelden ze de pyrronistische kritiek – een Voltaire publiceerde een Pyrrhonisme de l’histoire – en liever dan zich te verliezen in de details van de traditionele oudheidkunde, schiepen ze een alternatief: de hypothetische geschiedschrijving.

Lees verder “Hypothetische geschiedschrijving”

Het Huis van de Europese Geschiedenis

Toen in de negentiende eeuw de nationale staten – ik kan het populaire anglicisme “natie-staten” niet uit mij pen krijgen – vorm kregen, moest nog aan de mensen worden uitgelegd dat ze voortaan één volk waren in één staat. Koningsdag, het volkslied, een vlag, een taal van vreemde smetten vrij, feestdagen, monumenten voor nationale helden, een gestandaardiseerde geschiedschrijving en natuurlijk ook nationale historische musea. Hoe succesvol dit programma was, blijkt wel uit het feit dat we nauwelijks meer herkennen hoe artificieel de nationale staten eigenlijk zijn.

Nieuwe perspectieven

De Dekolonisatie bracht verandering. Wilden de Europese economieën het wegvallen van de voormalige koloniën compenseren, dan moest men een grotere interne markt scheppen. Dat is dan ook gedaan. Generaties politici hebben het wegnemen van belemmeringen als prioriteit gehad. Er ontstonden supranationale instellingen, met als bekendste voorbeeld de reeks EGKS, EEG, EG en EU, die begon als orgaan voor permanent intergouvernementeel overleg en inmiddels is te beschouwen als een semidemocratische semistaat.

Lees verder “Het Huis van de Europese Geschiedenis”

Hypothetische geschiedschrijving

Een van de vertegenwoordigers van de hypothetische geschiedschrijving was Condorcet (Parijs)

Weinig denkers hebben zo’n grote invloed gehad op het wetenschappelijk denken als Isaac Newton. Zijn tijdgenoten waren danig onder de indruk van zijn methode, waardoor de wijsgeren van de achttiende eeuw, de Verlichtingsfilosofen, probeerden een vergelijkbare wetenschappelijkheid te betrachten bij hun analyse van het intrigerende verschijnsel mens.

Hypothetische geschiedschrijving

Ze beschouwden de Middeleeuwen als de tijd waarin was getoond hoe het niet moest. De mensen zouden onvrij zijn geweest, hun denken beheerst door autoriteiten en knellende dogma’s, met misère als gevolg. De Oudheid gold daarentegen als ideaal. Vrije burgers van vrije steden hadden toen de grondslagen gelegd van de beschaving en een welvarende staat. Deze bewondering betekende echter niet dat de Verlichters alles geloofden wat de classici, historici en antiquariërs beweerden. Vaak deelden ze de pyrronistische kritiek – een Voltaire publiceerde een Pyrrhonisme de l’histoire – en liever dan zich te verliezen in de details van de traditionele oudheidkunde, schiepen ze een alternatief: de hypothetische geschiedschrijving.

Lees verder “Hypothetische geschiedschrijving”

Vrijheid en filhellenisme

Befreiungshalle, Kelheim

Ik heb al een aantal keren geblogd over de grote geleerden van de late achttiende en vroege negentiende eeuw: Winckelmann en Gibbon natuurlijk, maar ook Wolf (over wie volgende week meer) en de politici van de Revolution von Oben die de nieuwe wetenschappelijke inzichten omzetten in een functionerende universiteit. Als het u vandaag, nu onze universiteitsmensen demonstreren voor onze toekomst, allemaal wat deprimeert, bedenk dan dat we twee eeuwen geleden de universiteit ook opnieuw hebben kunnen uitvinden en opnieuw een toekomst verwierven. Lees maar. Het veronderstelt wél dat de politiek begrijpt dat onderwijs, cultuur en wetenschap geen kostenposten zijn maar investeringen. Dat is nu vanzelfsprekend anders. Maar wie weet.

Romeinenliefde

Terug naar die wetenschappers van toen. Zij waren gefascineerd door het vrijheidsideaal en zagen dat belichaamd in de oude wereld. Dáár zochten ze aansluiting bij. Dat valt bijvoorbeeld op aan de  Amerikaanse Revolutie van 1776, aan de even revolutionaire Nederlandse Patriottentijd van 1780-1787 en aan het Frankrijk van 1789-1815. Steeds namen de vernieuwers de Romeinse tijd als model. De Verenigde Staten hebben een Capitool en een Senaat, de officiële architectuur was lange tijd gebaseerd op de Romeinse. Kijk in Amsterdam eens naar Felix Meritis. In Frankrijk heet de kunststijl van Napoleon (eerste consul, keizer) niet voor niets “Empire”. Denk aan het legioen van eer, aan de Arc de Triomphe, aan de Code Napoléon.

Lees verder “Vrijheid en filhellenisme”