
“Neem maar mee”, zei de vriend, terwijl hij me een mapje overhandigde. Er zat van alles in: deel twee van een vaderlandse geschiedenis voor het lager onderwijs van D. Prop, een lijst met koosjere producten uit de jaren vijftig van de vorige eeuw, een socialistische studie over de arbeidsverhoudingen tijdens het graven van het Noordzeekanaal uit 1976, een EHBO-boekje… Van alles en nog wat. Er zat ook een pamfletachtig geschriftje uit MDCCXCII bij. 1792. Dat had natuurlijk onmiddellijk een belletje moeten doen rinkelen. Maar zoals dat gaat: er waren ander zaken aan de orde en in de drukte van alledag kwam het mapje op een stapel te liggen. Daar kwam ik het onlangs weer tegen.
Het Victorie-lied voor Frederik Willem Koning van Pruissen en Ferdinand Hertog van Brunswijk door ’t Hoen, Burger van Frankrijk, is een doorlopend, sarcastisch hekeldicht van vierentwintig pagina’s – twaalf bladen dus – gevat in een pamflet van 13 x 20 x 0,2 cm en gedrukt op stevig lompenpapier. ’t Hoen gaat er met gestrekt been in:
Ik zing die helden, door wier magt
De snoode Vrijheid word verkragt;
Die moedig ’t recht in stukken rijten;
Die helden, die thans eene lijn
Met alle Troon-Monarchen trekken
En zweeren, dat de Burgers gekken
Of slaaven, ofwel beesten zijn
Hij noemt de Noord-Amerikanen (die de zon van “Groot Brittanje” deden tanen), hij heeft het over Dumourier (Dumouriez) en Thionville. Met Frederik Willem van Pruisen en Ferdinand van Brunswijk op het titelblad is het wel duidelijk: dit pamflet stamt uit de Nederlandse Burgeroorlog. Pieter ’t Hoen zette in zijn Victorie-lied de geschiedenis van de patriotse revolutie, die door ingrijpen van Frederik Willem van Pruisen was neergeslagen, op papier. Door zijn pennenvrucht in de Republiek der Nederlanden uit te geven hoopte hij misschien het vuur bij de daar nog verblijvende patriotten brandend te houden en ze een hart onder de riem te steken. ’t Hoen zelf was in 1787 met duizenden mede-patriotten naar Frankrijk gevlucht. 1792 was echter ook het jaar dat de Franse generaal Dumoriez de Zuidelijke Nederlanden binnenviel. In 1793 zou het Franse leger samen met de Nederlandse patriotten in ballingschap de Republiek binnenvallen, en in 1794 nog een keer onder leiding van Pichegru. Mogelijk was ‘t Hoens Victorie-lied eerder bedoeld om, in verband met de te verwachte ontwikkelingen, het smeulende patriotse vuur weer hoog op te stoken?
Nederlandse Burgeroorlog
Wat was die Nederlandse Burgeroorlog? Van school herinner ik me weinig meer dan Goejanverwellesluis; waarschijnlijk niet goed opgelet. En dat is jammer, want de patriotten en de burgeroorlog vormen een uitermate interessante episode in de Nederlandse geschiedenis. ’t Hoens Victorie-lied overbrugt 232 jaar en ik kreeg dit stuk geschiedenis letterlijk in mijn handen gedrukt. Wat het allemaal precies betekende heb ik uit moeten zoeken. De neerslag van die snuffeltocht vind u hier. Een snuffeltocht, want ik heb niets baanbrekends uitgezocht. Maar anderen wel. Literatuur o.a.: Olaf van Nimwegen, De Nederlandse Burgeroorlog (1748-1815) en Willem V. De laatste stadhouder van Nederland 1748-1806, beide een uitgave van Prometheus .
Waar ging het over? Over medezeggenschap en representatie. Een nieuwe constitutie, rechtvaardige instituties. De burgerij emancipeerde en eiste een stem. Die stem zou ze nog niet krijgen, maar er werd een fundament gelegd.
Men eischte, dat zij, die regeren,
Die eedle, grote en achtbre Heeren,
(o, welk een zinneloos bestaan)
Voortaan niet meer de lyftrawanten
Van Nederlands dierbre vorst, met wien zij ene lijn
Steeds trokken, maar representanten
Van vrye Burgers zouden zijn
Aan het volk van Nederland
De onvrede van de burgerij smeulde al veel langer. In 1781 verscheen een anoniem pamflet: het democratisch manifest Aan het volk van Nederland. Na de aanhef: “VOLK VAN NEDERLAND! WAARDE MEDEBURGERS!” gaf de schrijver, via zijn puntige visie op de nationale geschiedenis, breedsprakig een niet mis te verstane kritiek op het bewind van Oranje. De teneur: het Nederlandse volk wordt maar wat voorgelogen en de stadhouder en zijn kliek worden daar beter van.
Geloof me! het bedriegen en veinzen is de vorsten evenzoo eigen als het onophoudelijk streven naar meer en hooger macht.
De schrijver eindigde met een paar revolutionaire aanbevelingen:
Verzamelt U lieden in elk uwe steden en ten platten Lande in uwe Dorpen. Komt vreedzaam byeen, en kiest, uit het midden van U lieden, een maatig getal brave, deugdzame, vroome Mannen: kiest goede Patriotten, daar Gylieden op vertrouwen kunt. Zendt deze Ulieder Gecommitteerden naar die Plaatsen, daar de Staten van Ulieder onderscheiden Provintiën vergaderen, en beveelt hun, dat zij, zo dra mogelijk, bij elkander komen, om uit naam en op het gezag dezer Natie, met en nevens de Staaten van elke Provintie, een naauwkeurig onderzoek te doen naar de redenen van de verregaande traagheid en slaphartigheid, waarmede de bescherming van het Land, tegens eenen gedugten en vooral actieven vijand wordt behandeld. Beveelt hen verder, dat zy insgelyks met en nevens de Staten der byzondere Provintiën, eenen raad voor zyne Hoogheid kiezen, en hoe eer hoe beter alzulke middelen helpen beramen, en werkstellig maken, als tot redding van’t benaauwde Vaderland dienstig zullen geoordeeld worden. Laat uwe Gecommiteerden U lieden van tyd tot tyd door middel van drukpers, in het publiek en openlijk, verslag doen van hunne verrichtingen. Zorg voor vryheid van drukpers. Want zy is de eenige steun van Ulieder Nationale vryheid. Als men niet vrij tot zyne medeburgers kan spreken, nog hen bytijds waarschouwen, dan valt het de Onderdrukkeren des Volks zeer gemakkelyk hunne rol te spelen: hierom is het dat zy, wier gedrag geen onderzoek kan lyden, altyd zo tegen vryheid van schryven en drukken yveren, en wel gaarne zouden zien, dat niets gedrukt of verkogt wordt zonder permissie. Wapent U lieden allen, verkiest zelve dezulken die U commandeeren moeten, en gaat, even als het volk van Amerika, daar geen druppel bloed gestort is, voordat de Engelschen hen eerst zijn aangevallen, in alles met bedaardheid en bescheidenheid te werk, en JEHOVA, de God der Vryheid, die de Israëlieten uit de diensthuizen heeft geleid, en hen tot een vry Volk gemaakt, zal onze goede zaken ongetwyffeld ook ondersteunen.’
Was getekend: “Uwlieder getrouwe Mederburger”.

Die anonimiteit was niet voor niets: de Overijsselse patriot Joan Derk van der Capellen tot de Pol was zijn leven niet zeker geweest als hij zijn naam eronder had gezet. Met de zin:
Gijlieden betaald hen uit Ulieder eigen, dat is ’s volks beurs; zij zijn dus in Uwlieder dienst zij zijn Ulieder dienaren en aan het meerdergetal van Ulieden onderworpen, en rekenschap en gehoorzaamheid schuldig
zette hij ook nog even zijn bijl aan de wortel van het politieke bestel van de Republiek. Wie betaalt bepaalt: dat was ook een van de argumenten geweest voor elf Noord-Amerikaanse staten, om zich in 1776 onafhankelijk van Engeland te verklaren. Het pamflet werd nog dezelfde dag verboden.
Kezen en Orangisten
Te laat natuurlijk: iedereen die ertoe deed, elke weldenkende burger had het gelezen. De latente frustratie en woede braken open. Overal kwamen vrijkorpsen op: gewapende patriotse schutterijen. Patriotten werden door hun tegenstanders ook Kezen genoemd. Daartegenover – vivat Oranien/Orangen! – stonden de getrouwen van de stadhouder: de Orangisten. Zij gunden elkaar het licht in de ogen niet en het geweld mondde uit in een burgeroorlog die velen het leven kostte. De patriotten waren niet alleen in de burgerstand te vinden: Van der Capelle was lid van de provinciale adel en ze waren er ook in regentenkringen. ’t Hoen was een koopmanszoon en daarmee een “echte” burger.

Hoe kwam het dat de verhoudingen zo waren gepolariseerd? Daar zal het volgende stukje over gaan.
[Wordt vervolgd; dit was een gastbijdrage van Saskia Sluiter, de auteur van het boek De Staalwoestijn. Dank je wel Saskia!]

De Marseillaise
De tawl
Hermes in Amsterdam
Dit soort sarcasme kan ik wel waarderen. Inderdaad is de Patriottentijd een ondergeschoven onderwerp. Omdat er een patroon is (zie bv. Koning Gorilla) zal de reden “kritiek op het bewind van Oranje” zijn. Als republikein (zij het te lauw om zelfs maar lid te worden van het Genootschap) boeien zulke onderwerpen mij. Ik vind het best leuk dat de Patriottische Revolutie eerder was dan de Franse.
Dus mijn dank en volledige aandacht voor deze serie!
Dank voor deze reeks die een gat in mijn kennis opvult waarvan ik me niet eens bewust was.
“Kezen” of “keeskoppen” is in Vlaanderen een weinig flatterende bijnaam voor Hollanders, waarmee we ook foutief iedereen ten noorden de grens aanduiden. “Patriotten” zijn belgicisten, “orangisten” slaat hier dan weer op zij die 1830 betreuren, toen en nu. Wat de patriot bejubelt als de onafhankelijkheid van België, bejammert de orangist als de scheiding der Nederlanden.