De triomf van Hercules

Hercules (Capitolijnse Musea, Rome)

Het bovenstaande standbeeld is ten tijde van paus Sixtus IV (r.1471-1484) in Rome opgegraven. Tussen de startboxen van het Circus Maximus en de Santa Maria in Cosmedin, om precies te zijn. Dat wil zeggen: op de plaats van een oude tempel van Hercules, waarvan u de resten nog onder de genoemde kerk kunt zien (de ara maxima). Het beeld is vrijwel zeker opgericht door de Romeinse generaal Scipio Aemilianus, die in 146 v.Chr. Karthago had verwoest. De appels van de Hesperiden die de halfgod in zijn hand heeft, zijn een verwijzing naar Afrika. Er is wel beweerd dat de Romeinen zich graag presenteerden als Hercules en hoewel ik daarvan niet overtuigd ben, ben ik er wel van overtuigd dat dit beeld de eindzege over de Karthagers moest gedenken.

Ik heb over de drie oorlogen tussen Rome en Karthago twee boeken geschreven: De vergeten oorlog, dat tevens probeert de Karthaagse cultuur te presenteren, en Hannibal in de Alpen, waarin ik het non-probleem van ’s mans route naar Italië benut om oudheidkundige methoden te tonen. U bestelt de twee boeken hier en daar. Ook heb ik naast deze blog een tweede, kleinere Karthago-blog bijgehouden, waar ik vandaag een punt achter zet. Er zijn grote artikelen, die eerder ook op deze blog zijn verschenen, en ook een hele batterij kleine stukjes. Hier is een overzicht.

Lees verder “De triomf van Hercules”

Het Forum Romanum

Er zijn maar een paar plekken op aarde die je écht, zonder marketing-hype, kunt aanduiden als werelderfgoed. Eén zo’n plek is het Forum Romanum in Rome. Hier – en hier in de omgeving – zijn dingen gebeurd die u en mij nog altijd raken en die ook betekenis hebben voor mensen in pakweg Rio de Janeiro, Manila of Nairobi. Niet per se positief, niet per se door iedereen benoembaar, maar wel reëel. Leuk is daarbij dat er volop onderzoek plaatsvindt. Of het nu gaat om de hoek achter de tempel van Vesta, waar in de jaren tachtig grote huizen uit de zesde eeuw v.Chr. zijn opgegraven, of om het huidige onderzoek voor het Senaatsgebouw, er is nog volop ruimte voor andere visies en nieuwe inzichten.

Stenen en stemmen

Onlangs publiceerden Guido Cuyt (wereldberoemd in Antwerpen) en Michiel Verweij hierover Het Forum Romanum. Stenen en stemmen. Simpel samengevat: een volledige en actuele beschrijving van een van de allerbelangrijkste archeologische sites in Italië. Ik zou liegen als ik zei dat het rijk geïllustreerd was, maar de illustraties zijn goed gekozen en gaan voor een deel terug op de maquette die Cuyt van het Forum Romanum heeft gemaakt.

Lees verder “Het Forum Romanum”

Twee Belgische praetorianen

Wijding door Julius Justus en Firmus Maternianus (Capitolijnse musea, Rome)

De stad Rome beschikte in de keizertijd over diverse organisaties om de openbare orde te bewaken. Er waren stadscohorten (een soort politie) en vigiles, die deels brandweer en deels politie was. Er waren praetorianen, die we kunnen beschouwen als een keizerlijke garde, en er was een bereden keizerlijke lijfwacht. Dan waren er vlooteenheden, die aan zee waren gestationeerd maar regelmatig dienden in de stad. Vanaf de late tweede eeuw lag het Tweede Legioen Parthica op de Albaanse Berg. Dat er zoveel verschillende soorten bewakers waren, was niet omdat Rome onrustig of opvallend gewelddadig was. Het bood de keizer, als hij twijfelde aan de loyaliteit van een van deze groepen, een mogelijkheid terug te vallen op de andere. De Romeinse vloot in Misenum was er niet om piraten te bestrijden maar om de praetorianen in de gaten te houden.

Hier is een inscriptie van enkele praetoriaanse gardisten uit Gallia Belgica, die is gevonden halverwege de Maria Maggiore en het spoorwegstation. Dat is niet ver van de kazerne van de praetorianen. Bovenaan zien we middenin de oppergod Jupiter, herkenbaar aan zijn adelaar. Links van hem staat de oorlogsgod Mars, rechts herkennen we Nemesis. Zij is de godin van de vergelding, herkenbaar aan de maatstaf. Aan de zijkanten zijn Sol en Victoria afgebeeld, de Zon en de Overwinning. De tekst van deze inscriptie, die bekendstaat als EDCS-18900606, is op de foto wat moeilijk leesbaar:

Lees verder “Twee Belgische praetorianen”

Neplatijn

Inscriptie ter ere van Gaius Duillius (Capitolijnse musea, Rome)

De Eerste Punische Oorlog was de langste en (volgens historicus Polybios) grootste oorlog uit de oude geschiedenis. Zonder onderbreking duurde het conflict van 264 tot 241 v.Chr., een lengte die te verklaren is door het feit dat de Romeinen op land superieur waren en de Karthagers op het water. Een landmacht tegen een zeemacht: dat moet wel een ingewikkeld conflict zijn. Door gebruik te maken van enterbruggen slaagden de Romeinen er echter in de strijd op zee zó te veranderen dat ze leek op een landslag en konden ze de gevechten naar hun hand te zetten.

De Romeinse historicus Titus Livius schreef over de zeeslag bij Mylae, die plaatsvond in het jaar dat wij 260 v.Chr. noemen:

Consul Gaius Duillius vocht met succes tegen de Karthaagse vloot en vierde als eerste Romeinse veldheer een triomf na een overwinning ter zee. Om deze reden werd hem ook een blijvend eerbewijs toegekend: wanneer hij terugkeerde van een maaltijd werd hij voorafgegaan door een fakkeldrager en begeleid door fluitspel. (Periochae 17.2)

Lees verder “Neplatijn”

Oog op de Oudheid 2022

Oog op de Oudheid is een jaarlijkse serie presentaties en discussies over de bestudering van de oudheid, georganiseerd door het Rijksmuseum van Oudheden. Want de wereld van de Romeinen, Grieken, Kelten, Egyptenaren, Joden en Mesopotamiërs is fascinerend, maar de bestudering daarvan is dat eveneens. Onder het motto ‘geen weetjes maar wetenschap’ hoort u vier avonden lang wat onderzoekers nu eigenlijk doen. In 2022 is Oog op de Oudheid gewijd aan het thema propaganda.

  • data: dinsdag 15, 22, 29 maart, dinsdag 5 april 2022
  • tijd: 20.00 – 21.30 uur (zaal open vanaf 19.30)
  • locatie: Tempelzaal, Rijksmuseum van Oudheden (vooraf aanmelden verplicht) of thuis via livestream
  • kosten: gratis
  • hashtag: #OodO22

Elke avond begint om 20.00 uur, wordt ingeleid door en sluit af met een korte discussie onder leiding van presentator Richard Kroes. Om 21.30 uur is de sluiting.

 

Dinsdag 15 maart: Oog op antieke propaganda

De eerste bijeenkomst van Oog op de Oudheid is gewijd aan de wijze waarop moderne onderzoekers anders zijn gaan kijken naar antieke propaganda, meer in het bijzonder die van keizer Domitianus. Sprekers Nathalie de Haan (Radboud Universiteit) en Daniëlle Slootjes (Universiteit van Amsterdam) leggen uit hoe, zoals in de oudheidkunde altijd, nieuwe ideeën uit onze tijd zich vertalen in nieuwe perspectieven op antieke ideeën.

Dinsdag 22 maart: Oog op de stad Rome

In de propaganda (als men het zo wil noemen) van Romeinse heersers – of het nu ging om keizers, pausen of een fascistische dictator als Mussolini – speelde hun vormgeving van de stad Rome een grote rol. In aansluiting op de lezingen van 15 maart kijkt Ruurd Nauta (Rijksuniversiteit Groningen) hoe het bouwprogramma van Domitianus werd behandeld door de dichters van zijn tijd. Hij concentreert zich daarbij op de vraag waaruit de bijdrage van de literatuur precies bestond. Lucinda Dirven (Radboud Universiteit) kijkt naar de manier waarop het Romeinse bouwkundige verleden zelf als uithangbord diende in fascistisch Italië, als onderdeel van de mythe van romanita, romeinsheid.

Dinsdag 29 maart: Oog op nationalisme

Tijdens deze bijeenkomst wordt gekeken naar hoe opvattingen over cultureel erfgoed gerelateerd zijn aan nationale identiteit, met name in landen in het Midden-Oosten. Wat is de relatie tussen de diaspora en landen van herkomst, als het gaat om restitutie van erfgoed in Europese musea? Een ander thema is hoe het (her)promoten van zionisme doorwerkt in het verzamel- en presentatiebeleid van archeologische opgravingen in Israël en in restitutieclaims door musea daar. De sprekers zijn Judy Jaffe-Schagen en Mirjam Shatanawi van de Reinwardt-academie.

Dinsdag 5 april: Oog op religie

Zowel Jodendom als christendom worden door hun monotheïstische levensbeschouwing vaak als uitzonderingen in de antieke wereld gezien. In deze sessie zullen Jürgen Zangenberg (hoogleraar antiek Jodendom en vroeg christendom) en Renske Janssen (oudhistorica en classica) deze aanname nuanceren. Daarnaast bespreken ze hoe deze ‘uitzonderingspositie’ voor beide groepen nog steeds relevant is.

Aanmelden livestream

Meld u aan voor de livestream

Iedereen kan Oog op de Oudheid thuis gratis volgen. U hoeft geen extra programma’s te downloaden of te installeren op uw computer. Na aanmelding ontvangt u een link, waarmee u via de browser op uw pc, laptop, tablet of smartphone alle presentaties (naar keuze) kunt volgen. De uitzending is vanaf een kwartier voor aanvang online.

Lees verder “Oog op de Oudheid 2022”

Domitianus (32): De Palatijn

Reconstructie van de troonzaal in Rome

De Palatijn! Mooi hè. Zo zag de troonzaal eruit in het paleis dat de Romeinse keizer Domitianus (r.81-96) liet bouwen op de centrale heuvel in Rome. Het groen basalten standbeeld links staat tegenwoordig in Parma met een ander beeld uit dezelfde reeks: een Hercules en een Dionysus. In de Romeinse sculptuur behoren deze macho’s, die zich evident hebben vergrepen aan de anabole steroïden, tot mijn persoonlijke favorieten.

Ergens in deze zaal hing de voorhang uit de tempel in Jeruzalem. Na een audiëntie deed rabbi Eleazar ben Yose verslag:

Ik heb de voorhang gezien en er zaten veel vlekken in van het bloed van de os en de bok van Grote Verzoendag.

De menora, eveneens afkomstig uit de tempel in Jeruzalem, schijnt te hebben gestaan in de door Domitianus’ vader Vespasianus gebouwde tempel van de Vrede.

Lees verder “Domitianus (32): De Palatijn”

Heinrich Dressel

Monte Testaccio

“Ik ben er zowat blind door geworden”: er zullen weinig oudheidkundigen zijn die zó ver zijn gegaan als Heinrich Dressel. Geboren in Rome in 1846 als zoon van een medewerker van de Pruisische diplomaat, groeide hij op in Italië. In 1868, kort voor de Italiaanse annexatie van Rome, week hij uit naar Duitsland. Eenmaal toegelaten tot de Berlijnse universiteit, studeerde hij in 1871 bij Theodor Mommsen af op de bronnen van de Epitome de Caesaribus van Aurelius Victor, waarna hij een prijs kreeg voor zijn studie naar de bronnen van de Etymologieën van Isidorus van Sevilla. Deze studie werd aanvaard als proefschrift, waarna Mommsen de achtentwintigjarige geleerde inlijfde als medewerker van het Corpus Inscriptionum Latinarum. Als u dat werk niet kent: het is een complete boekenkast vol lijvige boeken, waarin alle bekende Latijnse inscripties staan.

Rome en Berlijn

In 1877 keerde hij terug naar Rome om daar verder te werken aan het Corpus. Daar werd hij in het volgende jaar benoemd tot hoogleraar. Na lange aarzeling keerde hij echter weer terug naar Berlijn, als directeur van het Pruisische penningenkabinet. Dat is volgens mij de adembenemende collectie van het Bode-museum, maar ik kan ernaast zitten. Hij verwierf de beroemde gouden penningen uit Abukir (een, twee, drie, vier).

Lees verder “Heinrich Dressel”

Hermafroditos

Wandschildering van een hermafrodiet (Museo Barracco, Rome)

Ten westen van de haven van Halikarnassos (het huidige Bodrum) ligt de heuvel Salmakis, waar in de Oudheid een zoetwaterbron was. Hier leefde, volgens een plaatselijke mythe, de waternimf Salmakis. Het arme meisje werd verliefd op Hermafroditos, een jongen waarvan u al vermoedde dat hij de zoon was van Afrodite en Hermes. Met goddelijke voorouders kon hij niet anders dan een buitengewoon knappe verschijning zijn. De Romeinse dichter Ovidius vertelt dat Salmakis hem aanrandde, dat hij zich verzette, dat zij de goden smeekte om zich met hem te mogen verenigen en dat de twee wezens versmolten tot één, tweeslachtig wezen (Metamorfosen 4.285-388).

Hermafroditisme

De mythe diende om mensen met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken te typeren. Ons woord “hermafrodiet” komt er natuurlijk vandaan. Diodoros van Sicilië legt in zijn Wereldgeschiedenis 4.6.5 uit hoe men zulke mensen destijds zag:

Lees verder “Hermafroditos”

Domitianus (17): Piazza Navona

De Minotaurus van Myron (Capitolijnse Musea, Rome)

Zoals ik in het vorige stukje aangaf, zijn de gebouwen die keizer Domitianus neerzette op het Marsveld overbouwd. Dat begon al in de Oudheid. Keizer Hadrianus zette een nieuw Pantheon neer, met ostentatieve bescheidenheid voorzien van de naam van de oorspronkelijke bouwheer, Agrippa. Domitianus bleef onvermeld, hoewel hij toch ook een bouwfase op zijn naam had. Zijn naam was inmiddels taboe (al zouden er later nog twee keizers zijn die zich zo noemden). In de Middeleeuwen bleef het gebied bewoond, het leger van Karel V ging er in 1527 als een beest tekeer en wat er sindsdien staat dateert grosso modo uit de tijd van de Barok.

En toch is Domitianus niet helemaal verdwenen. De Piazza Navona in Rome, het mooiste plein van Italië, bewaart de contouren van het stadion dat de keizer er heeft laten aanleggen. Zelfs de naam van het langwerpige plein is een echo uit de Oudheid: het woord agon is herkenbaar, wat zoiets betekent als wedstrijd.

Lees verder “Domitianus (17): Piazza Navona”

Domitianus (15): Het Capitool

Lamp met afbeelding van de Jupitertempel op het Capitool (Allard Pierson, Amsterdam)

In het jaar 80 werd Rome getroffen door een grote brand. Cassius Dio schrijft:

Juist toen keizer Titus in Campanië was om de catastrofe in ogenschouw te nemen die dat gebied had getroffen, verspreidde een grote brand zich over grote delen van Rome. De vlammen verteerden de tempel van Serapis, de tempel van Isis, de Saepta, de tempel van Neptunus, het Badhuis van Agrippa, het Pantheon, het Diribitorium, het theater van Balbus, het theater van Pompeius, de Porticus van Octavia met alle boeken, en tempel van Jupiter op het Capitool en alle omliggende tempels. De ramp leek geen menselijke, maar een bovennatuurlijke oorsprong te hebben.

Dit keer geen vervolging dus van een groep menselijke zondebokken. Toen Domitianus een jaar later de macht van zijn broer overnam, erfde hij een verwoeste stad. Dat bood hem een mogelijkheid om een enorm deel van de stad te herbouwen. Het gaat om de vlakke zone binnen de bocht van de Tiber. Het heette destijds het Marsveld en is het deel van Rome dat altijd bewoond is gebleven. De gebouwen van Domitianus zijn allemaal vervangen door Barokgebouwen. (De meeste van de heuvels waarop Rome is ontstaan, zijn in de Middeleeuwen verlaten. Ze zijn pas weer in gebruik genomen toen na 1870 woonruimte nodig was voor de ambtenaren van het nieuwe koninkrijk Italië.)

Lees verder “Domitianus (15): Het Capitool”