Eise Eisinga (1)

Al eerder schreef Sandra Langereis prachtige biografieën over “dwarsdenkers” als de zestiende-eeuwse drukker Christoffel Plantijn en Erasmus. Mannen die hun eigen weg zochten in de woelige tijd waarin ze gezet waren, geen revolutionairen maar, inderdaad, “dwarsdenkers”.

Nu is er weer een prachtige biografie van haar hand over Eise Eisinga, de man die in het laatste kwart van de achttiende eeuw eigenhandig een planetarium bouwde in zijn woning, waarin ook zijn wolkammersbedrijf gevestigd was. En die, wat ik wellicht nog interessanter vind, een rol speelde in het denken over democratie in die late achttiende eeuw, en een rol speelde in de beweging van de patriotten. (En denk bij dit woord nu even niet aan Geert Wilders, maar aan een oprechte wens om alle mannen (!) invloed te geven op het bestuur van gemeente, provincie en land. Vrouwen kwamen pas veel later aan bod.)

Wolkammer

Eise Eisinga was een veelzijdig talent: een meester-handwerker in zowel het verven van de wol als het werken in hout, een goede ondernemer, een zeer intelligente doorvorser van de astronomie, en een man met grote belangstelling, eerder hartstocht voor de ontwikkeling van de democratie.

Eise is geboren in Dronrijp, halverwege Franeker en Leeuwarden, als oudste in het gezin van een meesterwolkammer. Een wolkammer kamt met warmgemaakte kamgereedschappen de schapenwol, nadat die als vacht zorgvuldig gewassen en gedroogd is. Daarna wordt de gekamde wol naar thuis-spinsters gebracht, die er een mooie draad van spinnen. Vervolgens wordt deze enkele draad weer in de wolkammerswerkplaats samengewonden, getwijnd, tot een tweedraads wolgaren. De getwijnde draad wordt tot slot geverfd met uit planten gemaakte verfstoffen.

En dan heb je “sajet”, geliefd als borduurgaren, en veelgevraagd. Maar nog meer gevraagd als grondstof voor laken, de stof in Europa waar vrijwel alle kleding van werd gemaakt. Naast linnen voor onderkleding en nachtgoed. Katoen was er nog niet.

Eise Eisinga werd dus geboren in het gezin van een meester-ambachtsman, welvarend en behorend tot de top van het gilde van wolkammers. Hij had de kostbare meesterproef afgelegd. En datzelfde zouden Eise en zijn jongere broer Jelte ook doen, met behulp van financiële ondersteuning van hun vader, beter: hij betaalde hun opleiding en de kosten van de meesterproef.

Bovendien was Eises vader een heel goed ambachtsman, die naast zijn vak in zijn vrije tijd ook zich bekwaamde in het vervaardigen van allerlei houten “toestellen” waaronder een klavecimbel en een kabinetorgel. Muziek werd er ook gemaakt. Thuis op het klavecimbel en later op het kabinetorgel. En in de kerk was Eises broer organist in de protestantse diensten.

School

Natuurlijk gaat Eise Eisinga naar school, waarschijnlijk al toen hij vier of vijf was, om te leren lezen en rekenen. Maar hij gaat ook lang naar school om echt goed te leren schrijven lezen en rekenen. Dat laatste leert hij vooral aan de hand van De cijfferinghe, de rekenhandleiding van de ook nu nog bekende Willem Bartjens. Hij is een van de eerste die met Arabische cijfers werkt, en niet met de Romeinse.

Gaandeweg blijkt Eise een soort rekenwonder te zijn. En dat heeft hij later bij zijn planetarium toegepast.

Als we mogen aannemen dat de toekomstige planetariumbouwer Eise, die in zijn wereldberoemd geworden tikkende tijdmachine de machtige omwentelingen van de planeten Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter en Saturnus met hun rond de zon getrokken rondes van 88, 223, 365, 687, 4333 en 10758 dagen tot op de seconde nauwkeurig wist om te rekenen naar de omwentelingen van tientallen met de hand vervaardigde eikenhouten tandwielen, die trapsgewijs in alsmaar oplopend tempo roteerden via één simpel koperen uurwerkje met een omwenteling van 80 tikken per minuut, dan mogen we aannemen dat  Eise als klein kind eerder bovengemiddeld dan doorsnee rekenkundig begaafd moet zijn geweest… (p.71)

Na zijn lagere school gaat hij nog jaren naar een rekenmeester, Willem Wytzes, waar hij eigenlijk een soort ingenieursopleiding krijgt, maar dan op praktische grondslag. Immers, de universiteit was niet de plaats voor Eise. Daar werd gedoceerd in Latijn en studeerde je voor predikant, jurist of dokter. En ondertussen gaat hij in de leer bij zijn vader, de wolkammer die hem kan opleiden tot meester-wolkammer.

Astronomie

Willem Wytzes leert hem niet alleen uitgebreide rekenkunde, maar ook veel verdergaande wiskunde en astronomie. Maar zijn studie daarvan is voor het grootste deel zelfstudie. Op 6 juni 1761 mag Eise Eisinga aanwezig zijn bij een unieke observatie. Wytze Foppes Dongjuma, ’s lands sterrenkundemeester, had een donkere kamer ingericht op de bovenverdieping van het hoge Leeuwarder Blokhuis. Daar werd de doorgang van het zwarte stipje Venus voorlangs de gigantische zon in de verduisterde binnenruimte haarscherp geprojecteerd op een twee bij twee meter groot spierwit scherm.

Om 4u0m43s5t verscheen in Leeuwarden de rijzende zon met een gestaag passerende Venus vol in het vizier. Om 8u59m36s5t werd Venus in het Blokhuis uitgeklokt. (p.103)

In de woorden van Sandra Langereis:

De zeventienjarige Eise leerde bij die enerverende proefondervindelijke samenkomst in het Leeuwarder Blokhuis op één ochtend van alles tegelijk. Empirie kon wetenschappelijke impact tot over de landsgrenzen hebben. Demonstratie kon op warme belangstelling rekenen. Sterrenkunde kon geld opleveren. Wetenschappelijke innovatie kon worden bewonderd en beloond. (p.105)

Eise Eisinga, wolkammer en sterrenkundige

Op zijn vierentwintigste is Eise Eisinga een volleerd wolkammer en in mei 1768 trouwt hij met Pietje Jacobs. Zijn vader had een prachtig huis voor hun gekocht, waarin Eise zijn eigen wolkammersbedrijf kon opzetten. In het centrum van Franeker, het huis waarin nog altijd het planetarium aanwezig is. Het heet De Ooievaar.

Maar in 1768 was dat er nog niet. In die eerste jaren van zijn huwelijk had Eise eigenlijk alleen maar tijd voor zijn bedrijf, de sajetfabriek. Wel keek hij dagelijks naar de ochtend- en avondhemel. En bovendien had hij zichzelf sinds zijn jeugdjaren aangewend om aan het begin van ieder kalenderjaar vooruit te berekenen wanneer en waar aan de horizon de planeten Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus van maand tot maand zouden opkomen en ondergaan, zodat hij de constant bewegende schijngestalten van die moeilijk te spotten “dwaalsterren” makkelijker kon naspeuren in de pikdonkere nachthemel boven vroegmodern Friesland.

Maar dergelijke waarnemingen onderscheidde hem niet van anderen. Planeten spotten deed echt iedereen met een beetje serieuze interesse in sterrenkijken. Wat Eise in die eerste jaren van zijn sajetfabriek miste, was een focus om zijn inmiddels indrukwekkende kennis op originele wijze te kunnen “kapitaliseren”.

[Wordt vervolgd. De gastauteurs van deze blog nemen deze dagen het stokje over. Vandaag dus een gastbijdrage van Truus Pinkster over Sandra Langereis’ boek Machineman. De tijden van Eise Eisinga (2024). Dank je wel Truus!]

Deel dit:

7 gedachtes over “Eise Eisinga (1)

  1. FrankB

    “Hij is een van de eerste die met Arabische cijfers werkt, en niet met de Romeinse.”
    Een nogal ongelukkige formulering. Dit was in India al in de zesde eeuw gebruikelijk. De eerste in Europa was Paus Silvester II in de tiende eeuw. De in wiskundige kringen niet geheel onbekende Leonardo van Pisa, oftewel FIbonacci was er in de dertiende eeuw al bij.
    Bartjens en Stevin namen het systeem in de zestiende eeuw over. Zij waren dus de eersten in de Nederlanden.

    https://www.math4all.nl/informatie/indiase-arabische-cijfers

    Dus de Nederlanden waren tot dan toe een achterlijk gebied in dit opzicht.
    Leuk stuk, zelfs inspirerend. Misschien ga ik uitzoeken sinds wanneer wiskunde en natuurkunde worden gedoceerd aan de Universiteit van Groningen. Iig was Johann Bernouilli er vanaf 1695 docent, dus als Eise had gewild en gekund was er best plaats geweest.

    1. Frans Buijs

      Ja, dat dacht ik ook: Arabische cijfers waren toch allang bekend?
      PS: ik dacht helemaal niet aan Geert Wilders bij het woord patriotten.

      1. Ben Spaans

        Volgens mij wordt bedoelt dat (het boek van) Bartjens ‘als eerste’ met Arabische cijfers werkte, niet Eisinga.

        (En Arabische cijfers zijn oorspronkelijk Indiase, ik weet het.)

  2. Robbert

    Leuk!
    Zijspoortje: “Katoen was er nog niet”. Was (ingevoerde) katoen alleen voor kleding van rijken?

Reacties zijn gesloten.