Een treurig monumentaal bestaan

Het monument van Joan Derk van der Capellen tot de Pol (Rome; foto T. ter Bogt)

Joan Derk van der Capellen tot den Pol (1741-1784) wordt wel gezien als de grondlegger van de patriottenbeweging. Van deze Gelders-Overijsselse baron is onlangs een biografie verschenen, geschreven door Luc Panhuysen. Of hij daadwerkelijk een echte democraat was dan wel een typische vertegenwoordiger van de Verlichting laat ik hier maar in het midden: Panhuysen heeft daar zo zijn ideeën over (zo meldt de recensent van de NRC op 6 december j.l.) en ik heb nog geen tijd gehad om de biografie te lezen.

Van der Capellen is niet echt oud geworden: tweeënveertig jaar slechts. Na zijn dood (nog geen drie jaar na het verschijnen van het beroemde pamflet Aan het Volk van Nederland) werd hij begraven in een familiegraf in Gorssel, maar de Oranjeklanten namen alsnog wraak op deze patriot door eerst het familiewapen op het monument te vernielen, en daarna in de nacht van 6 op 7 augustus 1788 het hele grafmonument met buskruit op te blazen. De stoffelijke resten van Joan Derk en zijn echtgenote waren toen al in veiligheid gebracht: kennelijk rook de familie onraad nadat het familiewapen was gemaltraiteerd.

Lees verder “Een treurig monumentaal bestaan”

De Patriotten in Drenthe

Oproer te Meppel (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)

Op een vergadering van het college van Drost en Gedeputeerden, het dagelijks bestuur van de Landschap Drenthe, werd in de namiddag van 7 november 1785 een brief voorgelezen van Lucas Nysingh, schultes te Diever.

Drenthe had geen zitting in de Staten-Generaal, was niet één van de zeven provinciën, maar betaalde wel 1% van de generaliteitslasten, in verhouding tot het aantal inwoners en hun vermogen een bovenproportioneel aandeel. Anders dan de generaliteitslanden Brabant, Zeeuws-Vlaanderen en Westerwolde, had het in 1594, na de hereniging van Groningen met de Unie, wél zijn autonomie behouden. Stad en Lande van Groningen waren toen wel weer als volledig lid van de Unie geaccepteerd.

Lees verder “De Patriotten in Drenthe”

Het Victorielied (3): Pieter ’t Hoen, Burger van Frankryk

Pieter ’t Hoen

[Het laatste van Saskia Sluiters drie blogjes over de Patriottentijd. Het eerste was hier.]

Toets de naam ’t Hoen in op de website Wiewaswie en je vindt er honderden. Purmerend, Alblasserwaard, Rotterdam, Haarlem, Delft, Amsterdam: ’t Hoen, ’t Hoen en nog eens ‘t Hoen. Toch is er eigenlijk maar een die voor de “Burger van Frankrijk” in aanmerking komt, en dat is de Utrechtse patriot Pieter ’t Hoen. Ook hier ben ik weer schatplichtig aan iemand die diep in een aspect van ’t Hoens veelkleurige leven is gedoken: P.J.H.M. Theeuwen Pieter ’t Hoen en de post van den Neder-Rhijn (1781-1787). Een bijdrage tot kennis van de Nederlandse geschiedenis in het laatste kwart van de achttiende eeuw (Uitgeverij Verloren).

Pieter ’t Hoen

Pieter ’t Hoen werd op 18 oktober 1744 in de in Catharinakerk in Utrecht Nederduits Gereformeerd gedoopt. Zijn vader Reinier handelde in kruidenierswaren en kaas. Pieters moeder heette Johanna Hendrika Masman. Het gezin was niet onbemiddeld en Pieter kreeg een prima opleiding aan de Latijnse Hiëronymusschool. Het was de bedoeling geweest dat hij dominee zou worden.

Lees verder “Het Victorielied (3): Pieter ’t Hoen, Burger van Frankryk”

Het Victorielied van 1792

Het Victorielied

“Neem maar mee”, zei de vriend, terwijl hij me een mapje overhandigde. Er zat van alles in: deel twee van een vaderlandse geschiedenis voor het lager onderwijs van D. Prop, een lijst met koosjere producten uit de jaren vijftig van de vorige eeuw, een socialistische studie over de arbeidsverhoudingen tijdens het graven van het Noordzeekanaal uit 1976, een EHBO-boekje… Van alles en nog wat. Er zat ook een pamfletachtig geschriftje uit MDCCXCII bij. 1792. Dat had natuurlijk onmiddellijk een belletje moeten doen rinkelen. Maar zoals dat gaat: er waren ander zaken aan de orde en in de drukte van alledag kwam het mapje op een stapel te liggen. Daar kwam ik het onlangs weer tegen.

Het Victorie-lied voor Frederik Willem Koning van Pruissen en Ferdinand Hertog van Brunswijk door ’t Hoen, Burger van Frankrijk, is een doorlopend, sarcastisch hekeldicht van vierentwintig pagina’s – twaalf bladen dus – gevat in een pamflet van 13 x 20 x 0,2 cm en gedrukt op stevig lompenpapier. ’t Hoen gaat er met gestrekt been in:

Lees verder “Het Victorielied van 1792”

Eise Eisinga (4)

Het Planetarium van Eise Eisinga

[Laatste deel van Truus Pinksters beschouwing over Sandra Langereis’ boek Machineman. De tijden van Eise Eisinga (2024). Het eerste deel was hier.]

Maar in de herfst van 1802 kwam aan al deze democratische ontwikkelingen plompverloren een einde: op bevel van consul Napoleon werd in Nederland de klok geheel teruggedraaid: de in 1795 naar huis gestuurde jonkers konden de oude oligarchie overal ongehinderd in ere herstellen.

Eise probeert zich dan, natuurlijk gedesillusioneerd, maar ondanks alles toch energiek nuttig te maken in de moeilijke wereld van de politiek. Hij keert terug naar het bestuur van zijn woonplaats Franeker. Nu niet gekozen, maar van hogerhand benoemd.

Lees verder “Eise Eisinga (4)”

Eise Eisinga (3)

Eise Eisinga (collectie Rijksmuseum)

[Derde deel van Truus Pinksters beschouwing over Sandra Langereis’ boek Machineman. De tijden van Eise Eisinga (2024). Het eerste deel was hier.]

En zo komen we bij die roerige jaren tachtig. Sandra Langereis begint dit deel van de biografie zo mooi:

De jaren tachtig van Eises eeuw waren mooi van lelijkheid. Alles begon te kieren en te scheuren in Nederland toen Engelse oorlogsschepen ervoor zorgden dat de overzeese handel vanuit de Hollandse havens onderuitging en Willem V als opperbevelhebber te land en ter zee weigerde daar iets aan te doen. (…) Zijn gedrag gaf vleugels aan de patriottenbeweging, die zich sterk ging maken voor inspraak van burgers in de politiek. De bodem viel weg onder de oude politiek in Nederland vanaf het moment dat in 1775 de grote indruk makende Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog uitbrak… (p.169)

Burgers roeren zich, men wil meer democratie in stads- provincie- en landsbestuur. En Eise was een van hen. En Franeker was een echte patriottenplaats. (Anders dan nu was patriot dus een aanduiding voor progressieve lieden, anti-orangisten, mensen die invloed wilden in hun stadsbestuur en de prins van Oranje, Willem V, weg wilden hebben.)

Lees verder “Eise Eisinga (3)”

Eise Eisinga (1)

Al eerder schreef Sandra Langereis prachtige biografieën over “dwarsdenkers” als de zestiende-eeuwse drukker Christoffel Plantijn en Erasmus. Mannen die hun eigen weg zochten in de woelige tijd waarin ze gezet waren, geen revolutionairen maar, inderdaad, “dwarsdenkers”.

Nu is er weer een prachtige biografie van haar hand over Eise Eisinga, de man die in het laatste kwart van de achttiende eeuw eigenhandig een planetarium bouwde in zijn woning, waarin ook zijn wolkammersbedrijf gevestigd was. En die, wat ik wellicht nog interessanter vind, een rol speelde in het denken over democratie in die late achttiende eeuw, en een rol speelde in de beweging van de patriotten. (En denk bij dit woord nu even niet aan Geert Wilders, maar aan een oprechte wens om alle mannen (!) invloed te geven op het bestuur van gemeente, provincie en land. Vrouwen kwamen pas veel later aan bod.)

Lees verder “Eise Eisinga (1)”

De Europese canon (26-30)

De Capitolijnse Musea

Het zevende blogje in de reeks over de Europese historische canon behandelt het tijdperk van de revoluties, zeg maar de achttiende eeuw.

Het museum

Periode: 1734

De Capitolijnse Musea in Rome gelden als het oudste museum ter wereld, al waren er natuurlijk altijd rijke mensen met mooie verzamelingen, die ze graag aan anderen toonden. De collectie op het Capitool, waar het Romeinse stadhuis staat, gaat terug tot 1471, toen paus Sixtus IV een paar bronzen beelden schonk aan de stad. Daar kwam sindsdien een enorme collectie standbeelden en inscripties bij.

Wat in 1734 nieuw was, was dat de stad het museum open stelde voor het publiek. Kunst was niet langer iets van de eigenaren, maar werd het gemeenschappelijk bezit van de mensheid. Het museum bestond ooit uit één vleugel naast het raadhuis, daar kwam al snel een tweede vleugel bij; in de twintigste eeuw annexeerde het museum een aangrenzend paleis en de laatste uitbreiding is een ondergrondse corridor onder het stadhuis. Het beroemdste stuk op het Capitool is de middeleeuwse wolvin.

Lees verder “De Europese canon (26-30)”

Vrijheid en filhellenisme

Befreiungshalle, Kelheim

Ik heb al een aantal keren geblogd over de grote geleerden van de late achttiende en vroege negentiende eeuw: Winckelmann en Gibbon natuurlijk, maar ook Wolf (over wie volgende week meer) en de politici van de Revolution von Oben die de nieuwe wetenschappelijke inzichten omzetten in een functionerende universiteit. Als het u vandaag, nu onze universiteitsmensen demonstreren voor onze toekomst, allemaal wat deprimeert, bedenk dan dat we twee eeuwen geleden de universiteit ook opnieuw hebben kunnen uitvinden en opnieuw een toekomst verwierven. Lees maar. Het veronderstelt wél dat de politiek begrijpt dat onderwijs, cultuur en wetenschap geen kostenposten zijn maar investeringen. Dat is nu vanzelfsprekend anders. Maar wie weet.

Romeinenliefde

Terug naar die wetenschappers van toen. Zij waren gefascineerd door het vrijheidsideaal en zagen dat belichaamd in de oude wereld. Dáár zochten ze aansluiting bij. Dat valt bijvoorbeeld op aan de  Amerikaanse Revolutie van 1776, aan de even revolutionaire Nederlandse Patriottentijd van 1780-1787 en aan het Frankrijk van 1789-1815. Steeds namen de vernieuwers de Romeinse tijd als model. De Verenigde Staten hebben een Capitool en een Senaat, de officiële architectuur was lange tijd gebaseerd op de Romeinse. Kijk in Amsterdam eens naar Felix Meritis. In Frankrijk heet de kunststijl van Napoleon (eerste consul, keizer) niet voor niets “Empire”. Denk aan het legioen van eer, aan de Arc de Triomphe, aan de Code Napoléon.

Lees verder “Vrijheid en filhellenisme”

Wij Batavieren (1)

Het traditionele beeld van de Oudheid, waarin veel aandacht was voor de Germanen, was nog dominant in de jaren negentig, toen Wim de Bie deze elpee maakte. Als Hagenaar kon hij zich even makkelijk associëren met het even verderop gelegen Romeinse Forum Hadriani, maar hij koos ervoor zich te zien als Cananefaat.
Het traditionele beeld van de Oudheid, waarin veel aandacht was voor de Germanen, was nog dominant in de jaren negentig, toen Wim de Bie deze elpee maakte.

Ik heb op deze kleine blog al een paar keer gewezen op het revolutionaire karakter van de aandacht die momenteel wordt gegeven aan de limes. Dertig jaar geleden had slechts een enkeling ervan gehoord. De Romeinse rijksgrens is “op de kaart gezet” – een cliché dat ik niet meer horen wil – met de Monumentenwet 1988 en vervolgens gecanoniseerd door de Commissie-Van Oostrom. Het gaat om een breuk met het traditionele beeld van de Nederlandse Oudheid, waarin vanouds niet de Romeinen centraal staan maar de Germanen. De Eburonen en de Bataven dus, en de Cananefaten, Chamaven, Friezen en Franken.

Hoewel ik de voordelen van het nieuwe geschiedbeeld herken, denk ik dat het niet zal beklijven. In de jaren tachtig ijverden de historici voor een soortgelijke aanpassing van ons beeld van de Patriottentijd, maar bij de recente herdenking van “tweehonderd jaar koninkrijk” klonk weer het aloude “de Patriotten waren de NSB-ers van Napoleon”. Tenzij de limes-organisaties gaan uitleggen waarom de limes een beter geschiedbeeld is dan het traditionele, kunnen we erop rekenen dat Nederland de limes over dertig jaar nog steeds niet zal herkennen als het eigen verleden en dat het project zal worden beschouwd als even nep als de visualisaties die momenteel aangeven waar ooit iets Romeins is geweest. De limessamenwerking zal eindigen met de reputatie een speeltje te zijn geweest voor projectontwikkelaars en werkverschaffing voor archeologen, die vaderlands verleden inruilden voor een Europees construct.

Lees verder “Wij Batavieren (1)”