
Als ik schrijf dat het 15 maart was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin onze held genoot van een late avondmaaltijd in het onlangs opgegraven Romeinse legerkamp pal aan de oever van de Rijn in Katwijk, en als ik dat voor u omreken naar “onze” Witte Donderdag, dan weet u dat dit een gedichtje is in de reeks “Wat deed J.C. vandaag precies 1985 jaar geleden?”.
Hierbij maak ik het verslag wereldkundig
Van het veelbewogen leven van J.C.
Ik sprak persoonlijk met de evangelist Judas Brutus Iskariot
En tekende zijn getuigenis op
Op mijn andere wang
Vandaag vertel ik u over J.C.’s verraad
Zo laat al, het is vreselijk
Hij wist toch dat hij thuis moest zijnHet was een lange reis
Van Zeeland naar Katwijk
Zijn vader is op zoek naar hemWaar houdt hij zich schuil
In welk hofje, in welke donkere kamer, in welk helwitte duin
Wie wijst hem aan, wie kust hemIemand moet het toch doen
Ook als niemand hem vindt
Ook als hij helemaal niet bestaat
[Als het gaat over Jezus van Nazaret, is er nogal wat kwakgeschiedenis en pseudowetenschap. Bijvoorbeeld dat Jezus eigenlijk Caesar was, en meer van dat fraais. Onze huisdichter Hans Koonings wijdde er een zevendelige gedichtencyclus aan. Het eerste deel was hier en het slot volgt daar.]

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.