
Je bent ongeveer zeventien, je zit op het gymnasium en je hebt Latijn in je pakket. Dan ben je vanaf volgende week bezig met de voorbereiding van je eindexamen, en dat betekent dat je een hoop Cicero zult moeten lezen. Ik heb dat lange tijd een vervelende kerel gevonden. Oké, zijn toespraak ter verdediging van Caelius was onderhoudend, ondanks vrouwonvriendelijkheid zelfs grappig, en ik begreep dat zijn filosofische werken voor de West-Europese traditie belangrijk zijn geweest, maar dat was het wel zo’n beetje. Mijn belangstelling voor de wijsbegeerte is niet groot, wat ik weleens rechtvaardig met het gelegenheidsargument dat als je kijkt naar wat filosofen zoal over vrouwen hebben gezegd, je sceptisch wordt over verdere bedenksels. Dat is flauw, en ik doe er de blogs van Kees Alders mee tekort, en bovendien is het onaardig tegenover mijn neef, die al jong goed nadacht en inmiddels – zegt de trotse oom – staat ingeschreven aan Parijs VIII. Maar Cicero’s werken: ik heb ze in de kast staan, maar lange tijd weinig bekeken.
Een Romeinse dood
Te weinig. Mijn oordeel is gaan schuiven. Om te beginnen: Cicero’s dood. Hij had vijanden gemaakt en moordenaars kwamen met hem afrekenen. (Een ervan was ooit nog eens in een rechtszaak door Cicero bijgestaan.) Cicero hoopte in een landhuis bij de zee rust te vinden, ontdekte dat het daar niet veilig was en keerde terug naar het schip waarmee hij was aangekomen. Onderweg zag hij de moordenaars aankomen
en gaf zijn bedienden opdracht de draagstoel neer te zetten. Hij legde zoals hij gewoon was zijn linkerhand om zijn kin, keek zijn moordenaars strak aan, zijn gezicht vol stof en ongeschoren en verteerd van zorgen, zodat de meesten hun gezicht bedekten toen Herennius hem vermoordde. Hij stak zijn nek uit de draagstoel en kreeg de doodsteek, in zijn vierenzestigste levensjaar. noot
“Hij stak zijn nek uit”: hij presenteerde zijn keel, zoals een gladiator dat deed. Mira cómo muere un hombre. Cicero verliet het aards toneel zoals een Romein betaamde.
Een Romeinse elite-carrière
En vóór hij vertrok, had hij een opmerkelijke carrière: als eerste van zijn familie bereikte hij de hoogste bestuurlijke functies, hij sprak in enkele geruchtmakende zaken en hoewel hij zich liever als intellectueel presenteerde dan als militair, had hij frontervaring. Nadat de Romeinen in 53 v.Chr. in de slag bij Carrhae het leger hadden verloren dat de oostgrens moest verdedigen – dit was een grotere nederlaag dan die in het Teutoburgerwoudnoot – was Cicero een van de Romeinse generaals die Syrië veiligstelde. Ik heb de indruk dat moderne biografen dit niet helemaal op waarde hebben geschat, wat natuurlijk komt doordat Cicero’s intellectuele kant alle aandacht opeist.
Dat Cicero wist wat actie was, bleek tijdens zijn consulaat. Alexander Smarius maakte een mooi filmpje over de wijze waarop Cicero een putsch wist te verhinderen. Het toont ook de visuele mogelijkheden van artificiële intelligentie en hoe je die voor het onderwijs kunt benutten.
Wat Cicero hier deed, was hoe dan ook groots. Helaas wist hij dat zelf ook en was hij van mening dat er eens een geschiedschrijver moest opstaan die de loftrompet zou steken over zijn consulaat. Politieke inmenging in de geschiedschrijving: dat is een doodzonde, zowel voor de politici als voor degenen die er hun pen voor lenen. Ook dat was een reden voor mijn weerzin tegen Cicero.
Tegelijkertijd: als historicus uit Nederland sta ik natuurlijk wel in het beklaagdenbankje sinds collega’s een Nationaal Historisch Museum dat de Nederlandse identiteit moest versterken niet onverkort afwezen. Kort daarop volgde de Romeinse limes en gaven ook onze archeologen hun wetenschappelijke autonomie op. Als wij inmenging accepteren, kunnen wij de Romeinen inmenging niet verwijten.
Romeinse Burgeroorlog
Wat mijn mening over Cicero écht deed veranderen, was een terloopse opmerking in een van zijn brieven. De Tweede Burgeroorlog was uitgebroken, Caesar liep Italië onder de voet, Cicero verweet de republikeinse leiders incompetentie en aarzelde: hij wist wel voor wie hij moest vluchten maar niet naar wie. In zijn correspondentie herken je zijn gemoedswisselingen, zijn bezorgdheden, zijn verontwaardiging en een glimp van zelfspot. Op 14 april in het jaar waarin Claudius Marcellus en Cornelius Lentulus het consulaat bekleedden, 23 februari 49 v.Chr., typeerde hij zijn brieven als het “wanhopige gejammer” waaraan hij zich elke dag overgaf. In de vertaling van Hetty van Rooijen: “ons dagelijkse geklaag”. De Nederlandse constructie is beknopter dan het Latijn, maar dat maakt niet uit: Cicero lijkt te herkennen dat zijn gejeremieer de zaak niet helpt.noot
Misschien lees ik er te veel in, maar het trof me. Sinds ik een paar jaar geleden de blogreeks over de Tweede Burgeroorlog maakte, ben ik anders naar de brieven gaan kijken. Onlangs verscheen Cicero’s integrale correspondentie in Nederlandse vertaling. De titel, Ik en Rome is raak: ze illustreert ’s mans ijdelheid. Een mooi boek!
De noodzaak van het project is me overigens niet duidelijk. Het lijkt meer academisch “zenden” dan dat er een publieksvraag wordt beantwoord, wat weer de vraag oproept waarom het resultaat is verzonden in boekvorm, en niet gewoon online staat, waar mensen informatie zoeken, waar veel meer context geboden kan worden, waar teksten doorzoekbaar zijn en waar informatie valt te actualiseren. Het geld kon doelmatiger besteed.
Dat gezegd zijnde: dit boek is natuurlijk ideaal voor een late bekeerling als ik. Ik heb al een paar highlights gelezen en het smaakt naar meer. Het idee is om de ruim 1200 bladzijden systematisch door te nemen en er regelmatig over te bloggen. Het zal nog even duren voordat ik daarmee kan beginnen, want een paar andere boeken liggen al langer op me te wachten. Voor het moment kan ik u alvast zeggen: Cicero is interessant en het brievenboek eveneens.
- Cicero, Ik en Rome. Alle brieven (2025; €125,00)
Zelfde tijdvak
Keizer Augustus in Hamburgjanuari 12, 2023
Romeins Tunesië en Algerijemaart 20, 2020
Parthische koningenmei 4, 2019

Benieuwd. Als amateur classicus heb ik ook steeds dergelijke aarzelingen gehad bij de latere Cicero. Maar je kunt er niet omheen.
Ik heb het boek inmiddels uit. Niet alle brieven zijn even interessant, maar het is wel fascinerend om zo dichtbij Cicero te komen, een ijdeltuit maar ook een enorme twijfelaar. Ik verheug me al op je blogjes.
Als er over 2000 jaar nog iets bestaat dat lijkt op een gymnasiumopleiding, welke hedendaagse politici zullen dan behoren tot het curriculum? Zwoegen eindexamenkandidaten anno 4026 op bewaard gebleven redevoeringen van Thierry Baudet die ze naar het Klingon moeten vertalen? En spugen ze er soms op, en niet eens alléén omdat Klingon nu eenmaal een taal is die je spreekt met consumptie?
Of zijn ze dan nog steeds blijven hangen bij Cicero, omdat ze vinden dat er daarna niets beters meer kwam?
Dit kan natuurlijk niet onbeantwoord blijven 😉
Je doet echter mij met je opmerking niet tekort, want mijn blogs zijn natuurlijk goed óndanks dat ze over filosofie gaan :). Maar je doet de filosofie wel heel erg tekort, en dat voor iemand die zijn blog geregeld volkalkt met wetenschapsfilosofische inzichten.
Je argument is niet alleen flauw, het is ook twee drogredenen ineen, die je mede dankzij Aristoteles had kunnen herkennen. 1. Niet alle filosofen zijn vrouwonvriendelijk, sommigen zijn zelfs vrouw. 2. Dat iemand iets onverstandigs zegt over het een betekent niet dat hij ook gelijk iets onverstandigs zegt over andere dingen. De eerste is een generalisatiefout en de tweede een vorm van een ad hominem. Confucius parafraserend: zelfs de grootste idioot kan nog wel eens een verstandige opmerking maken en daarom moet je nooit stoppen met luisteren naar mensen – een nogal belangrijk inzicht in onze wereld waarin we al te vaak zaken maar vooral mensen indelen in goed en kwaad.
Als we nu eens beter naar deze twee heren luisterden, dan zouden we als mensen toch minder domme fouten maken. Dat zowel Aristoteles als Confucius nu juist twee treffende voorbeelden zijn van filosofen die waanzinnig domme dingen zeiden over vrouwen zullen we ze dus maar vergeven, en afdoen als niet relevant in deze …
Cicero wordt als filosoof als niet belangrijk beschouwd. In overzichtswerkjes van de filosofie wordt hij meestal genoemd maar verder niet inhoudelijk behandeld. Jammer, want ik vind zijn eclecticisme wel interessant en heb het in mijn boek en hier dan ook een plaats trachten te geven. Waarin Cicero echter wel belangrijk wordt geacht, is door het vertalen en doorgeven en populariseren van de filosofie, voor zijn tijdgenoten als wel voor alle generaties na hem.
Een leuk filosofisch argument geeft hij overigens tegen Epicuristen die vinden dat deugdzame mensen zich maar beter kunnen terugtrekken in hun tuinen en zich beperken tot de omgang met goede vrienden. Zich meer herkennend in de Stoa die de maatschappelijke plichten benadrukt merkt de ambitieuze Cicero op dat als de Epicuristen erin slagen alle deugdzame mensen zich te laten terugtrekken en het regeren zodoende overlaten aan mensen die van deugd en logica niets begrijpen, het wel snel gedaan zal zijn met de rust in hun tuintjes.
Ik ben ergens blij dat ik nooit naar het gym ben gegaan en ik al die jongens niet via het vertalen van oorspronkelijke teksten heb leren kennen … want filosofen zijn mijns inziens slechts met de goede vertaalslag ook relevant voor ons. Maar dan toch veel meer relevant dan de meeste saaie politici en krijgsheren die dingen instelden en veroverden die al lang verloren zijn gegaan en meestal zonder sporen zijn? Ik ben dus wel benieuwd naar de stukken over Cicero! 🙂
Klinkt allemaal zeer interessant tot je de prijs ziet.
Dat ik er zelf veel plezier en profijt aan heb, maakt me niet blind voor het feit dat het een gek project. Zelfs met subsidie is het feitelijk een onbetaalbaar boek. Ik heb mijn exemplaar netjes gekocht, want ik steun het project, maar als ik de subsidie mocht verdelen, zou ik het niet hieraan hebben uitgegeven. Online is efficiënter en het geld zou daar beter zijn besteed.
Op de boekenmarkt in Dordt verkocht van Oorschot het boek al voor 65 Euro…
Ooit heb ik mijn toenmalige partner intensief geholpen bij haar studie filosofie. Dat je de dingen an, auf, hinter, neben, in, über, unter, for und zwischen sich begreifend verstehen soll, raakte m.i. kant noch hegel en ik nam mij voor de filosofie voortaan links te laten liggen. Kees Alders zette de deur weer op een kier met zijn interessante blogjes, maar een gang naar Damascus zit er vooralsnog niet in (te ver, te heet, te onveilig en ik rij geen paard).
Arjen schildert een interessante hypothetische situatie. Mij lijkt dat de historici en archeologen elkaar anno 4026 nog steeds de schedel zullen inslaan over vragen die ons nu onwezenlijk voorkomen, niets nieuws dus. Voorbeeldjes: bewijzen de in 4023 opgegraven fundamenten van het ijzeren gordijn dat James Bond echt heeft bestaan? Volgens de 41ste eeuwse Tommus Ollandus wel. Deze zelfbenoemde deskundige beweert zelfs dat de personen Cicero, Aalders en Confucius verschillende namen van één en dezelfde filosoof zijn, een bewering die hem en hoongelach en veel geld bezorgen. Gender issues zijn van alle tijden en ook daar zal wel weer ruzie over worden gemaakt, bijvoorbeeld of de beroemde 21ste eeuwse Jona l’Enderinque a.k.a. Jano ‘Ziggy’ Al Endrink een vrouw was of niet.
U merkt het, mijn fantasie slaat weer op hol. Waarom zegt u er niets van?
Ik ben heel benieuwd. Na in de 2e klas Caesar, de derde klas Ovidius en de vierde Livius gelezen te hebben, lazen wij beta’s in de 5e en zesde klas Cicero en Seneca. En als je zoveel Latijn hebt gelezen kun je het inderdaad redelijk lezen. In een onbewaakt moment vroeg de leraar op te schrijven wat wij eigenlijk van Cicero dachten. Nou, wat de klas van EE 1961 opschreef was niet mals. De ijdelheid en het zichzelf promoten waren voldoende reden om de man helemaal af te slachten. Hopelijk betrekken we dat ook nog in ons oordeel over de huidige generatie politici.
Maar er waren ook toen al lichtpuntjes. Cicero’s zich in dienst stellen van de publieke zaak, of althans mijn idee daarvan, heb ik in mijn loopbaan bij de overheid altijd bij mij gehouden.
“Tegelijkertijd: als historicus uit Nederland sta ik natuurlijk wel in het beklaagdenbankje sinds mijn collega’s geld aannamen voor een Nationaal Historisch Museum dat de Nederlandse identiteit moest versterken. ”
Nonsens. Sowieso ben je als historicus niet ‘medeschuldig’ als een paar individuen een slechte keuze hebben gemaakt. Maar ook is ‘collectieve schuld’ tegenwoordig een veel te gemakkelijk (non)argument om een lekker tekeer te gaan en te proberen je gelijk te halen.
Ik denk dat je het wat zwaar aanzet, maar ik wilde het punt dat de Nederlandse historici en archeologen politieke inmenging toestaan, wel eens maken. Denk ook aan de minister die een herziening van de canon wilde met meer aandacht voor de zwarte pagina’s uit ons verleden (daar gaat de minister niet over) en de kamerleden die het stoffelijk overschot van Oldenbarnevelt wilden opgraven (daar gaan kamerleden niet over).
Gelukkig niet! Met de grilligheid van de huidige politiek zit er straks misschien een minister die vindt dat er te veel aandacht is voor de zwarte pagina’s en dan kun je die canon om de paar jaar aanpassen.
Stel je voor, minister Baudet van Onderwijs.
“We staan hier bij het standbeeld van Jan Pietersz Coen, de oprichter van de VOC.”
De neerlandici (sommige althans) willen hun canon elke vijf jaar herzien.
https://neerlandistiek.nl/2026/08/de-literaire-canon-blikt-terug-op-een-jaar/
Noem het een top-50. Die wijzigt en dat mag.
Hoe zit het met de overleving van de laatste momenten van Cicero? Redelijk betrouwbaar? Gaat terug op die Herennius? (Plutarchus en Kleopatra’s laatste momenten….)
Fijn dat de MB begint over de ‘betere’ AI filmpjes. Nog niemand eerder op gewezen hier….
En het moet gezegd dat de MB wel heel hoog van de toren aan het blazen is over collega’s. Dat past in een groeiende indruk dat de MB zich wel heel dwingend over onderwerpen uit…
Het feit dat Ploutarchos geen “mooie laatste woorden” kent voor Cicero, suggereert dat er weinig is toegevoegd aan de anekdote.
Blaas ik hoog van de toren? Ik weet het niet. Iemand moet blijven zeggen dat wetenschap autonoom behoort te zijn en dat de historici en de archeologen de politiek te weinig weerwoord hebben gegeven.
Van de andere kant: misschien ben ik ook wel door de hitte bevangen en uit ik me nogal bozig. Van de andere andere kant: we moeten net doen alsof het normaal is.