Halssnoer uit de zesde of zevende eeuw (Archeologisch museum van Catalonië, Barcelona)
[Tweede van vier blogjes over het Rijk van Toledo. Het eerste was hier en over de voorgeschiedenis leest u daar meer.]
In 586 besteeg Leovigilds zoon Reccared de troon en omdat zijn vader had gefaald in het apaiseren van de aanhangers van het Credo van Chalkedon, besloot de nieuwe koning zich maar bij hen aan te sluiten. Daarmee aanvaardde het Rijk van Toledo het christendom zoals het ook in het Byzantijnse Rijk bestond.
De kerk profiteerde ervan. Opgravingen (zoals deze recente) documenteren dat de kerkgebouwen bepaald geen nederige stulpjes waren. Tegelijk werd de kerk nu meer dan ooit een bestuursinstrument. Tot 704 vonden in Toledo achttien synodes plaats, die zijn te beschouwen als zowel kerkelijke als bestuurlijke landdagen. De vergaderingen hadden vérgaande wetgevende taken en de hier vastgestelde wetten lijken ook merendeels te zijn uitgevoerd. Ze beschrijven dus meestal reële situaties.
Ik heb in de voorafgaande blogjes al een paar keer verteld dat de handelingen (actae) van het Concilie van Nikaia verloren zijn gegaan en dat de deelnemerslijst (Synodikon) een reconstructie is. Die is bovendien overgeleverd in uiteenlopende talen en versies, wat ons confronteert met een uitdagend tekstkritisch probleem. We zijn voor onze informatie over de kerkvergadering aangewezen op andere bronnen. Gelukkig zijn die er.
Antieke geschiedschrijving
Om te beginnen is er het boek dat Eusebios van Caesarea veertien jaar na de gebeurtenissen publiceerde: het Leven van de zalige keizer Constantijn. Deze terugblik is een invloedrijke tekst, die ook ten grondslag ligt aan de legende dat Constantijn aan de vooravond van de veldslag tegen zijn rivaal Maxentius aan de hemel een lichtend kruis zou hebben gezien en zich na dat visioen tot het christendom zou hebben bekeerd.
Nikaia loste niet alle problemen op; er waren meer concilies nodig. In het Rila-klooster zijn ze allemaal afgebeeld.
Het is maar al te begrijpelijk dat de bisschoppen die aanwezig waren op het Concilie van Nikaia meenden dat de Heilige Geest hen in de juiste richting had geleid. Men was het vooraf oneens geweest over de relatie tussen God de Vader en God de Zoon, over de autonomie van de bisschoppen, over de paasdatum en over nog andere thema’s. De bisschoppen communiceerden in het Grieks, maar we moeten niet onderschatten dat de aanhangers van de twee grote scholen van Bijbeluitleg, de Alexandrijnse en Antiocheense, niet zelden dachten in het Egyptisch (Koptisch) en het Syrisch (Aramees).
Persoonlijke ergernissen speelden een rol. Wellicht waren er mensen die zich stoorden aan de rol van de keizer. We beschikken over een door hem bij een andere gelegenheid gehouden toespraak waaruit blijkt dat hij de theologische finesses niet geheel beheerste. (De auteurs van onze bronnen, die Constantijn positief presenteren, maken overigens geen melding van irritaties over zijn rol.) Ondanks alle moeilijkheden eindigde de vergadering met consensus. De keizer had met de ruziënde bisschoppen een enorm risico genomen, maar kon tevreden beginnen aan het regeringsjubileum, de vicennalia, dat hij kort daarna zou vieren. Zoals gezegd heeft de Kerk de ingreep door het wereldlijk gezag geaccepteerd omdat de Heilige Geest zo evident aanwezig was geweest.
[Dit is het laatste van drie blogs die Rob van Gent schreef over de Paasdatum. Het eerste was hier.]
De westerse kerken gebruiken de Gregoriaanse kalender, de oosterse kerken houden vast aan de Juliaanse. Hoewel deze kalenders inmiddels dertien dagen uit de pas lopen, kan het toch gebeuren dat de twee Paaszondagen samenvallen. Zoals dit jaar. Dit komt door de kleine verschillen in het berekenen van deze datum in beide kalenders.
Voor dit jaar is het gulden getal gelijk aan 12 en is de zondagsletter in de Juliaanse kalender gelijk aan F. De kerkelijke volle maan (luna XIV) valt dan in de Juliaanse kalender op donderdag 4 april (ofwel 17 april in de Gregoriaanse kalender) en de zondag hierna is dus op 7 april (Juliaans, dus 20 april Gregoriaans).
In de Middeleeuwen merkte men dat de op tabellen gebaseerde data voor zowel de zon als de maan, en dus de Paasdatum, steeds meer afweken van de werkelijkheid. Het begin van de astronomische lente schoof steeds verder terug ten opzichte van de nominale datum (21 maart), en ook de berekende nieuwe en volle manen verschilden een paar dagen met de aan de hemel zichtbare schijngestalten (hetgeen bij de maan gauw opvalt).
Een nieuwe kalender
Het zou tot 1582 duren voordat paus Gregorius XIII de kalender hervormde. Door tussen 4 en 15 oktober tien dagen weg te laten, viel de astronomische lente weer rond 21 maart. Ook de schrikkeldagregeling werd verfijnd, zodat het verschil tussen het astronomische en het kerkelijke begin van de lente niet langer kon optreden. Tot slot werd de maanrekening verbeterd: de gulden getallen werden vervangen door de zogenaamde epacta, de ouderdom van de maan bij het begin van het jaar. Die wordt uit het gulden getal bepaald met een correctie die in één of meerdere eeuwen constant is.
De maand januari in het getijdenboek van Karel van Angoulême, met kolomsgewijs het gulden getal, de weekdagletter, de Romeinse dag aanduiding en de heiligendagen. Merk op dat een doorlopende nummering van de dagen zoals wij dat nu gewend zijn toen nog niet gebruikelijk was.
2025 is zo’n zeldzaam jaar waarin Paaszondag in de Gregoriaanse rekening, zoals aangehouden door de westerse kerken, gelijk valt met Paaszondag in de oude (Juliaanse) rekening, zoals aangehouden in de oosterse kerken. Hoe kan dit en hoe vaak gebeurt dit eigenlijk?
De berekening van de Paasdatum
Zoals bekend is Paaszondag de dag waarop christenen over de hele wereld de herrijzenis van Jezus Christus herdenken. Ook weet iedereen dat de Paasdatum niet vastligt maar elk jaar anders is. De datum wordt door middel van tabellen (of berekeningen) vastgelegd.
Bij gebrek aan afbeelding van een paasdatum geef ik u een ikoon. Heilig Kruis-klooster, Omodos.
Zoals ik al beschreef, kampen we met elkaar tegensprekende bronnen. Zoals altijd in de oudheidkunde. Dat is de gewoonste zaak ter wereld. We kennen ook twee elkaar uitsluitende verhalen over de Atheense tyrannendoders, we weten de namen van diverse verraders die de Perzen de weg om Thermopylai zouden hebben gewezen, we bezitten vier of vijf beschrijvingen van het visioen van Constantijn (al tijdens zijn leven), we beschikken over elkaar tegensprekende beschrijvingen van de slag bij Kadesj, we kennen uit de Griekse literatuur twee sterfdata voor Alexander de Grote (die allebei onjuist bleken) en zo voort en zo verder. Zoals bijna altijd is een beredeneerde hypothese in de oudheidkunde het hoogst haalbare.
In dit geval zijn er vooral praktische bezwaren tegen het verhaal van Marcus. Het is bijvoorbeeld niet bijster aannemelijk, denken we te weten, dat de Joodse leiders iemand konden arresteren, getuigen tegen hem konden oproepen, een verhoor konden organiseren en de gearresteerde konden uitleveren in de nacht waarop iedereen Pesach vierde. En denk eens aan die wonderlijke episode dat Pilatus de gewoonte heeft een gevangene vrij te laten en dat het volk kiest voor Barabbas. Als zo’n gebruik heeft bestaan – er is discussie over – had het uitsluitend zin zo’n kerel vrij te laten om hem in staat te stellen het paasmaal te gebruiken. Dat pleit toch echt meer voor Johannes dan voor Marcus.
Bij gebrek aan afbeelding van een paasdatum geef ik u een wandschildering van de doornenkroning (Praetextatuscatacombe, Rome)
Al tijden ligt er op mijn bureau een aantekening dat ik een fout moet herstellen die ik een tijdje geleden heb gemaakt. Ik ben er een paar keer op gewezen, moest er even rustig voor zitten om te doorgronden hoe het ook alweer zat en vervolgens vond ik die rust niet werkelijk. (Zo liggen er ook nog vier interviews te wachten en ruim honderd mailtjes.) Nu ik ziek ben, heb ik het betreffende blogstukje aangepast en dat was weleens tijd ook, want het ging om een fout die ik vorig jaar met Pasen heb gemaakt en die ik dus een jaar heb laten liggen.
Ik had destijds een reeks stukjes over het Lijdensverhaal en stelde in dit deel de vraag op welke datum Jezus stief. Was dat:
zoals de eerste drie evangeliën beweren, op Pesach (dus op vrijdag 15 nisan)?
zoals Johannesevangelie stelt, op de voorbereidingsdag voor Pesach (dus op vrijdag 14 nisan)?
Er zijn nog wat slagen om de arm, maar die zal ik u besparen. In het gewraakte stukje had ik het verkeerd uitgelegd. Nu dan even goed.
Reconstructie van een Romeinse kalender (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)
Het zal u niet zijn ontgaan dat het inmiddels officieel lente is. Afgelopen woensdag, 20 maart, kwam de zon, die zich de afgelopen zes maanden bevond onder het vlak van de hemel-evenaar, daar weer boven. De plaats waar de (ogenschijnlijke) baan van de zon de evenaar snijdt, heet het lentepunt of ook wel equinox, wat wil zeggen dat dag en nacht even lang duren. Inderdaad duren die allebei nu ongeveer twaalf uur.
Verder is u misschien opgevallen dat het afgelopen donderdag, 21 maart, volle maan was. En dat betekent dat het vandaag Pasen zou moeten zijn, want christenen vieren dat feest immers op de eerste zondag na de eerste volle maan na het begin van de lente. Toch moet u nog een paar weken wachten tot het zover is.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.