Het lege graf

Het lege graf (Rabbula-codex)

Er zijn onderwerpen waarover historici weinig te zeggen hebben, zoals Pasen. De historicus kan alleen constateren dat het dubbele idee van Christus’ verrijzenis en diens lege graf heel oud moet zijn. Daar blijft het echter bij. Een lichamelijke wederopstanding is niet alleen in strijd met de natuurwetten maar ook zonder parallel. Zo’n gebeurtenis ligt buiten het bereik van wat een historicus weten kan. Er desondanks uitspraken over doen is net zoiets als zoeken naar de Alpenpas van Hannibal: je kunt het niet weten en moet gewoon aanvaarden dat er grenzen zijn aan je kennis.

Vier visies

Wat een historicus óók kan doen, is verschillen constateren in de berichten over het lege graf. Hier is het verslag volgens Matteüs.

Lees verder “Het lege graf”

De Paasdatum in Oost en West (3)

Christoph Clavius

[Dit is het laatste van drie blogs die Rob van Gent schreef over de Paasdatum. Het eerste was hier.]

De westerse kerken gebruiken de Gregoriaanse kalender, de oosterse kerken houden vast aan de Juliaanse. Hoewel deze kalenders inmiddels dertien dagen uit de pas lopen, kan het toch gebeuren dat de twee Paaszondagen samenvallen. Zoals dit jaar. Dit komt door de kleine verschillen in het berekenen van deze datum in beide kalenders.

Voor dit jaar is het gulden getal gelijk aan 12 en is de zondagsletter in de Juliaanse kalender gelijk aan F. De kerkelijke volle maan (luna XIV) valt dan in de Juliaanse kalender op donderdag 4 april (ofwel 17 april in de Gregoriaanse kalender) en de zondag hierna is dus op 7 april (Juliaans, dus 20 april Gregoriaans).

Lees verder “De Paasdatum in Oost en West (3)”

De Paasdatum in Oost en West (2)

Titelpagina van het grote werk van Christoph Clavius over de Gregoriaanse kalender

[Dit is het tweede van drie blogs die Rob van Gent schreef over de Paasdatum. Het eerste was hier.]

In de Middeleeuwen merkte men dat de op tabellen gebaseerde data voor zowel de zon als de maan, en dus de Paasdatum, steeds meer afweken van de werkelijkheid. Het begin van de astronomische lente schoof steeds verder terug ten opzichte van de nominale datum (21 maart), en ook de berekende nieuwe en volle manen verschilden een paar dagen met de aan de hemel zichtbare schijngestalten (hetgeen bij de maan gauw opvalt).

Een nieuwe kalender

Het zou tot 1582 duren voordat paus Gregorius XIII de kalender hervormde. Door tussen 4 en 15 oktober tien dagen weg te laten, viel de astronomische lente weer rond 21 maart. Ook de schrikkeldagregeling werd verfijnd, zodat het verschil tussen het astronomische en het kerkelijke begin van de lente niet langer kon optreden. Tot slot werd de maanrekening verbeterd: de gulden getallen werden vervangen door de zogenaamde epacta, de ouderdom van de maan bij het begin van het jaar. Die wordt uit het gulden getal bepaald met een correctie die in één of meerdere eeuwen constant is.

Een meer gedetailleerde beschrijving van de Gregoriaanse kalender en nieuwe paasrekening voert hier te ver, maar de materie wordt in veel publicaties over de geschiedenis van de middeleeuwse computus en de kalender besproken. In het Nederlands zijn er bijvoorbeeld de publicaties van Walter van Wijk, die een deskundige was op het gebied van de tijdrekenkunde.noot Walter Emile van Wijk. De Gregoriaansche kalender: Een technisch-tijdrekenkundige studie (1932); Walter Emile van Wijk, De late Paasch van 1943: Eene populaire verhandeling over de bepaling van den datum van het Paaschfeest (1943).

Lees verder “De Paasdatum in Oost en West (2)”

De Paasdatum in Oost en West (1)

De maand januari in het getijdenboek van Karel van Angoulême, met kolomsgewijs het gulden getal, de weekdagletter, de Romeinse dag aanduiding en de heiligendagen. Merk op dat een doorlopende nummering van de dagen zoals wij dat nu gewend zijn toen nog niet gebruikelijk was.

2025 is zo’n zeldzaam jaar waarin Paaszondag in de Gregoriaanse rekening, zoals aangehouden door de westerse kerken, gelijk valt met Paaszondag in de oude (Juliaanse) rekening, zoals aangehouden in de oosterse kerken. Hoe kan dit en hoe vaak gebeurt dit eigenlijk?

De berekening van de Paasdatum

Zoals bekend is Paaszondag de dag waarop christenen over de hele wereld de herrijzenis van Jezus Christus herdenken. Ook weet iedereen dat de Paasdatum niet vastligt maar elk jaar anders is. De datum wordt door middel van tabellen (of berekeningen) vastgelegd.

Lees verder “De Paasdatum in Oost en West (1)”

De voetwassing

Romeins waterbekken, zoals gebruikt bij een voetwassing (Saalburg)

Het is zondag, de dag waarop ik meestal blog over het Nieuwe Testament, en het is Pasen, dus het ligt voor de hand dat ik een passage behandel die daarbij aansluit. Het gaat om een scène uit het Johannesevangelie die, als ik helemaal correct bij de kalender had willen zijn, eigenlijk zou moeten zijn geplaatst op Witte Donderdag, als christenen het Laatste Avondmaal herdenken.

Het evangelie van Johannes bevat een scène die in de andere evangeliën ontbreekt: de voetwassing. Zoiets was destijds geen ongebruikelijke handeling. Wie gasten ontving, vroeg een slaaf om het stof van de reiziger af te kloppen en diens voeten te wassen.noot Bijv. Genesis 18.4.

Jezus stond tijdens de maaltijd op. Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen, en droogde ze af met de doek die hij omgeslagen had.noot Johannes 13.4-5; NBV21.

Lees verder “De voetwassing”

3500 jaar Sint-Joris (2)

Sint-Joris (Historisch Museum, Sofia)

In het eerste deel toonde ik hoe de legende van Sint-Joris via de legende van Sint-Theodorus teruggaat op het verhaal over Perseus. Maar het is ouder.

De groene man

Nog niet zo heel lang geleden waren er in het Midden-Oosten cultusplaatsen die werden gedeeld door christenen en moslims en soms ook door druzen en joden. Dat is niet zo vreemd. De grenzen tussen godsdiensten zijn niet overal en altijd scherp. In Libanon bestond lange tijd de gewoonte dat moslims, vóór de pelgrimage naar Mekka, de zegen kwamen vragen van de dorpspriester. Want waarom ook niet? Het had eeuwenlang reizigers beschermd, dus zo’n gebruik schaf je niet af. Moslims lieten zich ook weleens dopen, niet om christelijk te worden, maar omdat het doopsel kwade geesten op afstand hield. Ook dat was eeuwenlang goed gegaan, ook dat schafte je niet af. En in elk dorp waren de kinderen islamitisch ten tijde van het Suikerfeest en christelijk met Pasen. Je geloof is waar snoep valt te halen.

Lees verder “3500 jaar Sint-Joris (2)”

Het lege graf

De martelares Vibia wordt het Paradijs binnengeleid (Hypogeum van Vibia, Rome)

Historici zijn simpele zielen. Ze willen alleen vaststellen wat er is gebeurd. Ze ontlenen daaraan geen inspiratie, ze voelen – althans professioneel – geen aandrang er een oordeel over te geven. Dat laten ze over aan anderen en die zijn niet zelden diepzinniger in hun analyse. Simpele historicus die ik ben, beperk ik me in mijn reeks over het Nieuwe Testament tot een enkele vraag: ik wil slechts weten wat er feitelijk is gebeurd, gezegd of gedacht. Daarvoor benut ik enkele ingeburgerde criteria die een zekere mate van objectiviteit moeten garanderen.

Criteria

Een daarvan is de meervoudige attestatie: als iets in één bron staat, is dat minder betrouwbaar dan als het in diverse onafhankelijke bronnen staat. Zo bezien is het lege graf een interessante kwestie, want het staat in twee bronnen: de evangeliën van Marcus en Johannes. (Matteüs en Lukas zijn afhankelijk van Marcus.) Twee is meer dan één, zou je denken, maar je wil toch eigenlijk meer vermeldingen zien. Vandaar dat ik het meestal typeer als het punt waar de historisch-kritische methode op zijn grenzen stuit.

Lees verder “Het lege graf”

Witte Donderdag

Een vroegchristelijke muurschildering van een avondmaalscène (Callixtus-catacomben, Rome; late tweede eeuw)

Het is vandaag Witte Donderdag. Veel christenen herdenken vanavond het Laatste Avondmaal, morgen de executie van Jezus van Nazaret en zondag de opstanding. Wat daarvan de historische waarheid ook zij, het is na twee millennia nog altijd de meest-herdachte gebeurtenis uit de Oudheid en misschien wel uit de hele geschiedenis.

Het is daarom mijn gewoonte erover te bloggen maar de waarheid gebiedt te zeggen dat ik een beetje door mijn stof heen ben, al hoop ik zondag nog even iets over de Grafbasiliek te vertellen, waar de laatste jaren onderzoek is gedaan. U hoeft overigens niet te verwachten dat de resultaten van dat onderzoek nieuw licht op de gebeurtenissen zullen werpen.

Lees verder “Witte Donderdag”

Het pro-actieve Paasstukje

De kruisiging van de historische Jezus was gruwelijker dan op deze middeleeuwse afbeelding (Keulen, St. Maria im Kapitol).

Binnenkort is het Pasen, journalisten willen daar dan iets mee doen en zoeken iets nieuws. Daar is niets mis mee, maar er zit kaf tussen het koren; zie onderaan deze pagina voor een overzicht van enkele paashoaxes. Wetenschappers staan er bovendien niet boven om journalisten voor hun karretje te spannen: toen Harvard door het stof moest voor een wetenschapsfraude, bracht de universiteit kort voor Pasen een misleidend persbericht naar buiten. Op deze pagina heb ik wat populaire misverstanden op een rijtje gezet.

1 Judea was politiek onrustig

Populair gemaakt door Jesus Christ Superstar en later Fik Meijer. Gebaseerd op kritiekloos gebruik van de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus, die een nogal aparte visie had op de aanloop naar de grote oorlog tussen Joden en Romeinen van 66-70. Volgens hem was de oorzaak gelegen in een “vierde filosofie” die “aan het Jodendom vreemd” was, waarmee hij de Sicariërs bedoelde. Deze streed aan het begin van de jaartelling tegen de Romeinen en speelde zestig jaar later opnieuw een kleine rol. Josephus claimt continuïteit en om die te bewijzen noemt hij allerlei opstandelingen, maar die dateren uit de tijd tussen 36 en 66. Over de daaraan voorafgaande periode, waarin Jezus leefde, weet hij domweg geen rebellen te noemen. Die continue onrust in Judea bewijst hij dus niet. De wetenschappelijke consensus komt overeen met de inschatting van de Romeinse schrijver Tacitus, die de situatie typeert met één woord: quies.
Lees verder “Het pro-actieve Paasstukje”

De paasdatum in het jaar 30 (2)

Bij gebrek aan paas-ikoon geef ik u een ikoon die goede vrijdag voorstelt. Heilig Kruis-klooster, Omodos.
Bij gebrek aan afbeelding van een paasdatum  geef ik u een ikoon. Heilig Kruis-klooster, Omodos.

Zoals ik al beschreef, kampen we met elkaar tegensprekende bronnen. Zoals altijd in de oudheidkunde. Dat is de gewoonste zaak ter wereld. We kennen ook twee elkaar uitsluitende verhalen over de Atheense tyrannendoders, we weten de namen van diverse verraders die de Perzen de weg om Thermopylai zouden hebben gewezen, we bezitten vier of vijf beschrijvingen van het visioen van Constantijn (al tijdens zijn leven), we beschikken over elkaar tegensprekende beschrijvingen van de slag bij Kadesj, we kennen uit de Griekse literatuur twee sterfdata voor Alexander de Grote (die allebei onjuist bleken) en zo voort en zo verder. Zoals bijna altijd is een beredeneerde hypothese in de oudheidkunde het hoogst haalbare.

In dit geval zijn er vooral praktische bezwaren tegen het verhaal van Marcus. Het is bijvoorbeeld niet bijster aannemelijk, denken we te weten, dat de Joodse leiders iemand konden arresteren, getuigen tegen hem konden oproepen, een verhoor konden organiseren en de gearresteerde konden uitleveren in de nacht waarop iedereen Pesach vierde. En denk eens aan die wonderlijke episode dat Pilatus de gewoonte heeft een gevangene vrij te laten en dat het volk kiest voor Barabbas. Als zo’n gebruik heeft bestaan – er is discussie over – had het uitsluitend zin zo’n kerel vrij te laten om hem in staat te stellen het paasmaal te gebruiken. Dat pleit toch echt meer voor Johannes dan voor Marcus.

Lees verder “De paasdatum in het jaar 30 (2)”