1700 jaar Nikaia (5): de besluiten

Nikaia loste niet alle problemen op; er waren meer concilies nodig. In het Rila-klooster zijn ze allemaal afgebeeld.

Het is maar al te begrijpelijk dat de bisschoppen die aanwezig waren op het Concilie van Nikaia meenden dat de Heilige Geest hen in de juiste richting had geleid. Men was het vooraf oneens geweest over de relatie tussen God de Vader en God de Zoon, over de autonomie van de bisschoppen, over de paasdatum en over nog andere thema’s. De bisschoppen communiceerden in het Grieks, maar we moeten niet onderschatten dat de aanhangers van de twee grote scholen van Bijbeluitleg, de Alexandrijnse en Antiocheense, niet zelden dachten in het Egyptisch (Koptisch) en het Syrisch (Aramees).

Persoonlijke ergernissen speelden een rol. Wellicht waren er mensen die zich stoorden aan de rol van de keizer. We beschikken over een door hem bij een andere gelegenheid gehouden toespraak waaruit blijkt dat hij de theologische finesses niet geheel beheerste. (De auteurs van onze bronnen, die Constantijn positief presenteren, maken overigens geen melding van irritaties over zijn rol.) Ondanks alle moeilijkheden eindigde de vergadering met consensus. De keizer had met de ruziënde bisschoppen een enorm risico genomen, maar kon tevreden beginnen aan het regeringsjubileum, de vicennalia, dat hij kort daarna zou vieren. Zoals gezegd heeft de Kerk de ingreep door het wereldlijk gezag geaccepteerd omdat de Heilige Geest zo evident aanwezig was geweest.

Lees verder “1700 jaar Nikaia (5): de besluiten”

De Paasdatum in Oost en West (1)

De maand januari in het getijdenboek van Karel van Angoulême, met kolomsgewijs het gulden getal, de weekdagletter, de Romeinse dag aanduiding en de heiligendagen. Merk op dat een doorlopende nummering van de dagen zoals wij dat nu gewend zijn toen nog niet gebruikelijk was.

2025 is zo’n zeldzaam jaar waarin Paaszondag in de Gregoriaanse rekening, zoals aangehouden door de westerse kerken, gelijk valt met Paaszondag in de oude (Juliaanse) rekening, zoals aangehouden in de oosterse kerken. Hoe kan dit en hoe vaak gebeurt dit eigenlijk?

De berekening van de Paasdatum

Zoals bekend is Paaszondag de dag waarop christenen over de hele wereld de herrijzenis van Jezus Christus herdenken. Ook weet iedereen dat de Paasdatum niet vastligt maar elk jaar anders is. De datum wordt door middel van tabellen (of berekeningen) vastgelegd.

Lees verder “De Paasdatum in Oost en West (1)”

Babylonische astronomie

Zo begon de Babylonische astronomie: de maan boven een ziggurat

Ik had bij de vragen rond de jaarwisseling een stuk beloofd over de Babylonische sterrenkunde. Dat moest er toch eens van komen. Dus waarom niet vandaag? Ik denk dat we moeten beginnen met een citaat uit de Geografie van de Grieks-Romeinse aardrijkskundige Strabon, die een beschrijving geeft van de astronomen van Babylonië. Hij noemt hen Chaldeeën, wat eigenlijk, zoals Strabon ook aangeeft, de naam is van een bevolkingsgroep.

In Babylon is de verblijfplaats van de lokale filosofen. De Chaldeeën, zoals ze worden genoemd, houden zich voornamelijk bezig met astronomie, maar sommigen van hen, die door de anderen niet helemaal serieus worden genomen, beweren horoscopen te kunnen opstellen. (Er is ook een stam van de Chaldeeën, en een gebied dat door hen wordt bewoond, in de buurt van de Arabieren en van de zogeheten Perzische Golf.) Er zijn ook verschillende groepen Chaldese astronomen. Zo worden sommigen de Orcheni genoemd [die van Uruk], anderen de Borsippeni [die van Borsippa], en zo zijn er nog verschillende groepen met verschillende namen, alsof ze zijn verdeeld in verschillende sekten met verschillende dogma’s over dezelfde onderwerpen. De wiskundigen vermelden enkele namen van deze mannen, zoals Kidenas, Naburianus en Sudines.

Lees verder “Babylonische astronomie”

Het Antikythera-mechanisme

Delen van het Antikythera-mechanisme (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

In het voorjaar van 1900 ontdekten sponzenduikers een scheepswrak bij het Zuid-Griekse eilandje Antikythera. Het zat tjokvol standbeelden. Een jaar later volgde wetenschappelijk onderzoek en al snel was er de theorie dat het schip was volgeladen met buit die de Romeinse generaal Sulla in 88 v.Chr. had meegenomen na de plundering van Athene. Dit bleek onjuist toen Jacques-Yves Cousteau in de jaren vijftig en de jaren zeventig munten opdook uit 67 v.Chr.

Wat de reden ook was om een schip vol sculptuur te laden en wanneer het ook gebeurde: de vondsten zijn er niet minder om. Naast een bronzen portretkop en een mooi bronzen beeld van een jongeling, waren er niet minder dan veertig marmeren standbeelden (waaronder Herakles met spillebenen). Daarvan zijn er negenendertig heelhuids boven water gekomen.

Lees verder “Het Antikythera-mechanisme”

Er is geen jaar nul (en dat doet ertoe)

Als keizer Trajanus net zo leergierig was geweest als Alexander de Grote had ik dit blogstukje vandaag niet hoeven schrijven. Toen Alexander de stad Babylon veroverde, liet hij zijn wetenschappelijk adviseur (vrijwel zeker Kallisthenes) inventariseren wat daar in de bibliotheken lag aan interessante informatie. Daarbij behoorde een grote hoeveelheid astronomische waarnemingen en de beste benadering van het zonnejaar die de wereld tot dan toe had gezien. Binnen een jaar had Alexander de Griekse kalenders laten aanpassen: ze waren niet langer gebaseerd op de Cyclus van Meton maar op die van Kallippos. Ook de Canon van Ptolemaios gaat op deze culturele roofbuit terug. En het idee van een wereldbibliotheek, zoals later toegepast in Alexandrië.

Trajanus was niet zo leergierig. Zo kwam het dat een belangrijke uitvinding die de Babylonische geleerden in de tussentijd hadden gedaan, de nul, niet bekend werd in het westen totdat Gerbert van Aurillac en Fibonacci die in de Volle Middeleeuwen introduceerden. Onze jaartelling, die vorm kreeg in de zesde eeuw na Chr., telt daardoor zowel vooruit (het jaar één, het jaar twee, het jaar drie…) als achteruit (één voor Christus, twee voor Christus…). De ellende is dat als je vlot wil rekenen, optellen en aftrekken dus, een jaar nul wel makkelijk zou zijn. Astronomen hebben dan ook een alternatieve jaartelling waarin ze wel een nul hebben. Het jaar dat u en ik kennen als één voor Christus is dus het astronomische jaar nul en het jaar 480 v.Chr. is min 479.

Lees verder “Er is geen jaar nul (en dat doet ertoe)”

Schrikkeldagen en schrikkelmanen (2)

Caesar (Archeologisch Museum, Palermo)

De invoering van de nieuwe kalender van negentien jaar, waarvan er zeven een schrikkelmaan hadden, waarover ik zojuist blogde, was een van de grootste wetenschappelijke doorbraken uit de geschiedenis, en dat werd destijds ook erkend. De Joden, die destijds ook in het Perzische Rijk woonden, namen de cyclus meteen over. 235 maanmaanden (6940 dagen) is inderdaad precies even lang als negentien zonnejaren. Deze schrikkelcyclus staat bekend als die van Meton, naar de Atheense astronoom die haar in de vijfde eeuw in Griekenland introduceerde.

Ondanks de bereikte precisie was er nog ruimte voor verfijning, en rond het midden van de vierde eeuw v.Chr. werd vastgesteld dat als je vier cycli van negentien jaar nam en er één dag uit weg liet, je nóg accurater was. Deze cyclus van zesenzeventig jaar, 940 maanden en 4×6940-1=27759 dagen is vernoemd naar Kalippos, maar de ontdekker is vermoedelijk de astronoom Kidinnu uit Babylon, een tijdgenoot van Alexander de Grote.

Lees verder “Schrikkeldagen en schrikkelmanen (2)”