Aantekeningen uit Algerije

Algiers, Mémorial du Martyr

Zoals u misschien hebt gemerkt was ik in oktober twee weken in Algerije. Ik was er eerder geweest, toen er in 2019 verkiezingen waren, en nam me destijds voor naar dat interessante land een groepsreis te organiseren. Numidisch verleden, Romeins verleden, Berberverleden, Ottomaans verleden, kaapvaarders, emir Abd el-Kader, de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog, Charles de Gaulle en een complex recent verleden (“décennie noire”). Dat waren negen redenen om het land te laten zien aan anderen en ik ga dat, in samenwerking met mijn vaste agent V-incentive, zeker nog eens doen.

Destijds ontmoetten mijn vriendin en ik precies twee andere niet-Algerijnse toeristen. Dit keer stuitten we op een rumoerige groep Italianen, een groep uitgebreid lunchende Belgen, twee luidruchtige Amerikanen en een vriendelijke Belgische motorrijder. Iedereen bevestigde dus de vooroordelen die wij over deze volken hebben en ik betwijfel niet dat wij Hollanders ons hebben gedragen met karakteristieke plompverlorenheid, maar dankzij goede Algerijnse gidsen hebben we een fantastische tijd gehad. Hier zijn een paar aantekeningen, niets spectaculairs.

Diana (Archeologisch Museum, Cherchell)

Onderweg

Om te beginnen: dat we nu verschillende groepen tegenkwamen, suggereert dat de toeristensector groeit. Het eten is goed, de hotels zijn alleszins redelijk, maar de visumprocedure was een catastrofe. We hebben door de meest absurde hoepeltjes moeten springen, terwijl de procedure bij ons eerdere bezoek nog vrij eenvoudig was geweest. Iemand die een Algerijnse beambte zei dat dit toch geen manier was om toeristen aan te trekken, kreeg als antwoord “ach, we hebben olie”.

In een restaurant bij de haven van Algiers meende ik de bokser Imane Khalif te herkennen. Ik besteedde er geen aandacht aan, om de doodeenvoudige reden dat ik me niet kon voorstellen dat ze het werkelijk was. Een paar dagen later kwam ze toevallig ter sprake en vertelde iemand me dat ze het wel degelijk was geweest. Ik heb ooit een soortgelijke ervaring gehad met Henry Kissinger.

Qalat Beni Hammad

In Annaba, het antieke Hippo Regius, werd een nieuwe bisschop ingewijd. Voor de plaatselijke christelijke gemeenschap – ongeveer 1 op de 100 Algerijnen identificeert zich als christelijk en 1 op de 1000 als joods – was het ongetwijfeld een bijzondere gebeurtenis. Het misboekje bevatte teksten in een stuk of acht talen en eenkennig rooms-katholiek was men niet, want er zat een hymne bij uit de Syrische liturgie. De nieuwe bisschop, zo realiseerde ik me, is een opvolger van Augustinus Himself.

Dingen die me opvielen

Op veel muren zijn historische personages of gebeurtenissen afgebeeld. Soms gaat het om schilderingen, maar nog vaker zijn het tegeltableaus. Heel smaakvol. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit eerder zoiets zag.

Romeins mozaïek uit Lambaesis

In alle hotels waar we sliepen, leken de computerprogamma’s die moeten verhinderen dat alle liften tegelijk naar dezelfde verdieping gaan of alleen reageren op het laatst-ingedrukte knopje, wat vreemd te zijn afgesteld. Ik heb geen idee of dit werkelijk zo was maar we hebben opvallend vaak lang op liften moeten wachten, wat best onhandig is als je kamer is op de elfde verdieping. Overigens wel een verdieping met fenomenale uitzichten.

Een postzegel voor een Algerijnse ansichtkaart kost 25 dinar, ofwel €0,17. Er zijn dus nog landen waar de posterijen niet alleen functioneren, maar ook nog tarieven hanteren waarmee ze de klanten niet verjagen. (Als iemand van de Nederlandse posterijen dit leest: stuur eens iemand naar Algiers.)

Tipasa

Politie

Bij ons eerdere bezoek werden we regelmatig gevolgd door politie. Niet dat we ooit een werkelijk vervelende ervaring hebben gehad, maar we werden nogal eens in de gaten gehouden. Soms was dat handig, want je kon zo iemand altijd de weg vragen. We meenden destijds dat het te maken had met de verkiezingen, die namelijk gepaard ging met grootschalige demonstraties.

Niet dus. Als we nu met de groep op weg waren, reed er altijd een politiewagen voor ons uit. Opnieuw: handig. We zijn weleens door het rode licht gereden, tegenliggers weken snel opzij en ook reden we weleens over de vluchtstrook. Tegelijk was het wat gênant om zulke voorrechten te krijgen. En om eerlijk te zijn: teveel politie vind ik niet heel aangenaam, hoewel ik weet dat ik in Nederland net zo veel word gecontroleerd. Het gebeurt alleen minder opvallend. In elk geval heb ik ook dit keer in Algerije geen werkelijk vervelende ervaringen gehad.

Wat ik maar zeggen wil: ik ga zeker nog eens een groepsreis organiseren.

Deel dit:

6 gedachtes over “Aantekeningen uit Algerije

  1. Frans Buijs

    Waarom is die reis eigenlijk zo duur? Dat kan toch niet alleen maar aan het visum liggen en in Algerije kun je toch vast ook wel lokale restaurantjes met goedkope streekgerechten vinden?

    1. Ik weet het niet. Ik weet wel dat de Algerijnen inzetten op de hogere segmenten van de markt. Ze willen geen goedkoop toerisme. De toeristen die ooit Libië bezochten, wisten meestal binnen twee dagen wat een shot heroïne kostte (tenzij ze wel heel erg met de neus in de hoogte liepen). Dat soort bezoekers wil men in Algerije vermijden.

      1. Frans Buijs

        Begrijpelijk, maar dan nog… je wilt toch niet de hele tijd in dure hotels zitten… is er iets van een leven op straat met eetkraampjes?

Reacties zijn gesloten.