
“Human beings are, necessarily, actors who cannot become something before they have first pretended to be it.” Aldus W.H. Auden in The Age of Anxiety. Geschreven in 1947. Audens tijdgenoot Charles de Gaulle zou het hebben begrepen. Op 17 juni 1940 kwam hij aan in Londen met niets meer dan de rang van brigadegeneraal en de status van voormalig staatssecretaris van Defensie. Daaraan voegde hij enkele dagen later, na de wapenstilstand van 22 juni, de overtuiging toe dat er geen legitieme Franse regering was. Hij zou moeten pretenderen de Franse regering te zijn tot hij de Franse regering was.
Dat bereikte hij op 9 september 1944, twee weken na de bevrijding van Parijs. In het Hôtel de Matignon opende hij de vergadering van de provisionele regering met de woorden dat de regering van de Franse republiek in gewijzigde samenstelling haar beraadslagingen vervolgde. De tussen 1940 en 1944 onderbroken geschiedenis van Frankrijk kreeg een vervolg, net alsof de regering van maarschalk Pétain in Vichy nooit had bestaan.
Het cruciale moment was 18 juni 1940, toen De Gaulle vanuit Londen een radiotoespraak hield, waarin hij constateerde dat de generaals die de Franse legers naar het debacle hadden geleid, een regering hadden gevormd die met de vijand onderhandelde over een wapenstilstand. Natuurlijk was Frankrijk door het Duitse militaire overwicht verslagen, maar dat was het laatste woord niet. Frankrijk was immers niet alleen (3x). Het had een imperium en had toegang tot de middelen van Amerika. Dit was een wereldoorlog, die niet op het grondgebied van Frankrijk werd beslist. Wie vandaag werd verpletterd door militaire macht, kon morgen méér militaire macht hebben. De Gaulle nodigde iedereen uit contact met hem op te nemen. Hij zou de volgende dag opnieuw spreken.

De Vrije Fransen
Hij sprak de volgende dag niet. De Britten probeerden nog een laatste keer Pétain tot andere gedachten te brengen en wilden even niet al te opzichtig de rebelse brigadegeneraal steunen. Het was het begin van een moeizame werkrelatie, waarbij Churchill meer dan eens De Gaulle hielp als hij zichzelf in de nesten had gewerkt. Die hield stug vol dat Frankrijk nog steeds een grootmacht was. Iets te stug: hij maakte weinig vrienden in het land dat hem steunde. Een mens moet echter pretenderen iets te zijn om het te worden.
En het werkte. Eerst sloot Frans-Equatoriaal-Afrika zich aan bij wat inmiddels “de Vrije Fransen” heette. Andere koloniën volgden. Jean Moulin bracht het Franse verzet samen en zorgde ervoor dat het De Gaulle erkende. Luitenant-generaal Philippe Leclerc wist vanuit het huidige Tsjaad via Sebha en Mizdah dwars door de Sahara op te rukken naar Tripoli, zodat een Frans leger deelnam aan de strijd in Tunesië. Frankrijk was geen verslagen natie meer, maar vocht mee. Uiteindelijk zouden de troepen van Leclerc ook Parijs bevrijden, waarna De Gaulle kon verklaren dat de regering van de Franse republiek in gewijzigde samenstelling haar beraadslagingen vervolgde. Aan het einde van de oorlog gold Frankrijk als een van de overwinnaars.
De Gaulle had echter – vanuit zijn perspectief – de ene schoffering na de andere moeten ondergaan. Zijn radiotoespraken werden door de Britten gecontroleerd. Er waren geen Franse troepen betrokken bij operatie Overlord en hij werd niet uitgenodigd voor de conferenties in Jalta en Potsdam. Na de Tweede Wereldoorlog vloog hij, als ongekozen president van Frankrijk, meteen naar Moskou om Churchill en Truman te tonen dat Frankrijk een eigen buitenlandse politiek voerde. Niet dat het bezoek aan Stalin veel opleverde maar een mens moet iets pretenderen om het te worden.

A Certain Idea of France
Het is een adembenemend verhaal, over bluf, bravoure, eigenzinnigheid, visie, moed en een onvoorstelbare hoeveelheid geluk. Ik heb het ademloos gelezen in A Certain Idea of France, de in 2018 verschenen biografie die Julian Jackson wijdde aan le général. Ik heb in vijf jaar geen betere biografie gelezen en verwacht ook de komende vijf jaar geen betere te lezen. Een fenomenaal boek. Ook, trouwens, om de portretten van De Gaulles medewerkers. Ik begrijp nu wat een held Jean Moulin is geweest.
Algerije
Het deel dat me het meeste boeide was echter niet dat over de Tweede Wereldoorlog, maar dat over De Gaulles staatsgreep in 1958. Na de oorlog had hij geijverd voor een ander type staatsinrichting, maar daarmee was hij aan de zijlijn geraakt, terwijl Frankrijk worstelde met de Dekolonisatie van Indo-China en Afrika. In 1958 werd De Gaulle teruggeroepen als degene die in staat zou zijn de Algerijnse kwestie op te lossen. Het hoofdstuk over de wijze waarop de aanhangers van De Gaulle, zonder dat deze ooit expliciet opdracht daartoe gaf, een situatie creëerden waarin de roep om een sterke man opklonk, is verbluffend – en iets te complex om hier samen te vatten. Lees dat boek maar.
Eén detail: de fameuze woorden “Je vous ai compris” hebben misschien een heel andere betekenis gehad dan er gewoonlijk aan worden toegeschreven. De Gaulle wilde in Algiers beginnen te spreken, kreeg uitgelegd dat de menigte eigenlijk voor iemand anders kwam, zei dat hij het had begrepen – en iedereen legde dat uit zoals ’ie wilde. Overigens zijn De Gaulles woorden dat men geen Voltaire arresteert vermoedelijk ook apocrief.

Provocaties
Toen De Gaulle eenmaal de grondwet had geschapen die hij hebben wilde, en hij op zijn lauweren zou hebben kunnen rusten, zocht hij ernaar Frankrijk weer tot een wereldspeler te maken. Zijn tactiek bleef dezelfde. Hij bleef op het provocerende af op zijn Franse strepen staan, wilde grandeur uitstralen en hoopte zo de erkenning te krijgen voor de Franse aanspraken. Aanvankelijk lukte dat ook. Tijdens zijn tweede ambtstermijn wisten de mensen echter dat ze hem in z’n sop moesten laten gaar koken. Zijn provocaties moesten steeds driester worden.
Dit wil niet zeggen dat alles maar pretentie-om-iets-te-worden was. De vriendschap met Konrad Adenauer is een maar al te reële verdienste. Er zat een visie op de postkoloniale wereld achter, waarin Frankrijk met zijn erfvijand samenwerken moest. En omgekeerd: De Gaulle had een diepgevoelde afkeer van zijn bondgenoot Groot-Brittannië, dat geen deel kon uitmaken van het Verenigd Europa. De Gaulle zag scherp hoe problematisch Israëls zege in de Zesdaagse Oorlog zou uitpakken. Hij was niet onder de indruk van het communistische karakter van de Sovjet-Unie. Hij kreeg nogal eens gelijk.
Modernisering
Frankrijk moderniseerde tijdens De Gaulles presidentschap. In een kort hoofdstuk legt Jackson uit hoe het traditionele platteland, zo vol kleine boeren, in korte tijd grote veranderingen onderging. En De Gaulle meende oprecht dat er voor arbeiders en andere burgers meer mogelijkheden tot sociale participatie – een vage term – dienden te komen. Het referendum dat hiertoe meer taken gaf aan de regio’s, verloor hij echter, en daarom trad hij af.
De slothoofdstukken over de meirevolte en het uiteindelijke vertrek uit de Franse politiek vormen misschien wel het spannendste deel van Jacksons boek. Ik denk dat als u A Certain Idea of France gaat lezen, en ik adviseer het, u zult denken dat u met de Tweede Wereldoorlog het hoogtepunt hebt gehad, maar dan komt dus de Algerijnse crisis, waarover Jackson nóg boeiender vertelt, en daarna komen dan nog De Gaulles jaren als president. Ik kan eigenlijk niet wachten om eens naar het inmiddels als museum ingerichte huis in Colombey-les-Deux-Églises te gaan.

Zelfde tijdvak
Vierwindstrekenbrugdecember 29, 2017
Het bombardement op Mortselapril 5, 2023
Marky Ramone (1)juni 2, 2015

Er waren wel wat Franse troepen actief op D-day: 177 commando’s en 32 para’s, en ook nog piloten en marine personeel https://www.cheminsdememoire.gouv.fr/en/french-6-june-1944#:~:text=On%206%20June%201944%2C%20Operation,several%20hundred%20sailors%20from%20warships.
Dat kan ik worden opgemaakt uit de film The Longest Day, de scène van de Franse commando’s bij het casino die de nonnen zien aan komen lopen.
Er is ook Operation Dragoon, waarvan het belang nogal eens wordt onderschat.
Dank je wel.
Het Franse leger in 1940 zou ook meer krediet gegeven moeten worden dan nog vaak gebruikelijk is https://www.youtube.com/live/bQZDBbn184k?si=3QCGpS55AzWI8Bwm
Historici zijn het daar wel over eens: niet het Franse leger heeft gefaald, maar de Franse legerleiding. Had De Gaulle in mei 1940 zijn zin gekregen dan waren de Pantsers van Guderian, Rommel en Hoth zwaar in de problemen gekomen.
De Gaulle heeft in 1940 zijn zin gekregen: de Fransen beschikten over tanks en zetten die ook in. De Gaulle, die zelf een pantseraanval leidde, moest echter ontdekken dat ook luchtsteun onontbeerlijk was. We moeten zijn vooruitziende blik dus niet overschatten. Zijn eerdere pleidooi voor ontwikkeling van het tankwapen was (zo papegaai ik Jackson na) weinig concreet. Maar het was inderdaad beter geweest als hij zijn zin had gekregen in 1935 en de Fransen meer ervaring hadden kunnen opdoen. En het was inderdaad de legerleiding die faalde, niet de Franse soldaat of burger.
Nee hoor. De noordelijke flankaanval (vanuit wat later de Duinkerken ketel zou worden) was halfslachtig en slecht getimed. De essentiële luchtsteun ontbrak. De Gaulle besefte het belang van beide.
Zijn minpunten waren in deze periode trouwens ook al duidelijk.
En dit is nu weer zo’n stukje dat maakt dat ik de MB zo graag lees. Het hoeft niet altijd over de Oudheid te gaan om leuk te zijn en het enthousiasme spat ervan af! Dank je, Jona, ik zal het zeker lezen. Maar eerst Oudheidkunde is een wetenschap!