
Ik heb eerder geschreven over de Barbarijse Staten en verteld dat hun reputatie als piraten eigenlijk onverdiend was. Ze deden wél aan kaapvaart, dus het in oorlogstijd beroven van vijandelijke koopvaardijschepen. Dat was lange tijd volkomen normaal; in een ander blogje schreef ik over de joodse kapers die tijdens de Spaanse Successieoorlog namens de Staten-Generaal de Caraïbische wateren onveilig maakten voor Spaanse schepen. Kaapvaart begon als er oorlog uitbrak, was gereguleerd met kapersbrieven en hield op zo gauw er een vredesverdrag was – en zo simpel was het.
Voor de Barbarijse leiders – de Ottomaanse pasja van Tripoli, de Ottomaanse bey van Tunis en de Ottomaanse dey van Algiers – was kaapvaart een verdienmodel, mogelijk doordat er altijd wel ergens een Europese oorlog was waarin men partij kon kiezen. Men beroofde schepen en zette de bemanning in als slaven, net zo lang tot die werden vrijgekocht. Een en ander paste bij het islamitische ideaal dat het geloof moest worden verspreid, maar deze religieuze motivatie was allang ondergeschikt aan de commerciële. Kaapvaart was voor de Barbarijse Staten overigens niet de belangrijkste economische activiteit. Soms leed men er zelfs verlies op, want goedkoop waren de kaapschepen niet, en handel was altijd profijtelijker. Algiers, met de agrarische rijkdom van de Hautes Plaines, leverde bijvoorbeeld graan aan Frankrijk, zodat de twee landen elkaar al in de achttiende eeuw goed kenden.

Veranderde spelregels
Alles veranderde in 1815, tijdens het Congres van Wenen. In zijn afgelopen zomer verschenen boek De laatste dagen van Barbarije vertelt de Utrechtse historicus Erik de Lange hoe in Wenen niet alleen een nieuw Europa werd geschapen, maar vooral een nieuw systeem ontstond om internationaal samen te werken tegen bedreigingen van de veiligheid. Zoals men samenwerkte om Napoleon, terug van Elba, weg te werken richting Sint-Helena, zo werkte men voortaan samen om piraterij te bestrijden. Zoals de piraten uit de Barbarijse Staten. En als u nu opmerkt “dat waren toch kapers?”, dan heeft u het probleem begrepen dat De Lange beschrijft. Het Congres van Wenen veranderde de spelregels.
Daarbij speelden diverse factoren. Eén daarvan was dat gewiekste diplomaten de bestrijding van de kaapvaart kaderden als onderdeel van de strijd tegen de slavernij. Een andere factor was dat na het Congres van Wenen nieuwe landen waren ontstaan, die meenden in vrede te leven met de Barbarijse Staten, terwijl men daar meende dat er nog sprake was van een oorlogssituatie. Wat de een beschouwde als kaapvaart, beschouwde de ander als geweld in vredestijd en dus piraterij. En er waren, zo meende men in de Maghreb, ook nog wat achterstallige betalingen, die de oorlogsvermoeide Europese landen niet wilden voldoen. En dus kwam het tot oorlog.

De Lange noemt diverse operaties, zoals het bombardement dat de gecombineerde Nederlandse en Britse vloot in 1816 uitvoerde op Algiers. Hij beschrijft ook hoe handig Hussein Dey van Algiers er enkele jaren later in slaagde een Nederlands-Spaans verdrag kapot te spelen.
Algiers 1830
Ook besteedt De Lange veel aandacht voor de Franse aanval op Algiers in 1830. Ik noemde vorige week al dat de plannen al klaar lagen sinds 1808, maar koning Karel X implementeerde ze, zich opwerpend als beschermer van de hele Europese koopvaardij en bestrijder van de slavernij. Daarbij profiteerde hij ervan dat de diverse Ottomaanse vloten, en dus ook die van de Barbarijse Staten, ten onder waren gegaan ten tijde van de Griekse Onafhankelijkheidsoorlog. Het eindresultaat was de annexatie van Algerije – geen kolonie maar een overzees gebiedsdeel van Frankrijk, maar weer wel een raar overzees gebiedsdeel omdat 90% van de inwoners was ontrecht.
De bey van Tunis en de pasha van Tripoli kregen eveneens te maken met de Franse kanoneerbootpolitiek. Voor eerstgnoemde was dat extra zuur, want die presenteerde zich al langer als Europese bondgenoot. Er waren allerlei Europeanen in zijn stad, zoals Jean-Emile Humbert, de Nederlandse kolonel die Karthago identificeerde. De bey zou overigens pro-Europees blijven in de zin dat Tunis als een van de eerste landen ter wereld de slavernij voorgoed buiten de wet stelde.

Wie tegenwoordig door de regio reist, kent de gebouwen wel waar de gebeurtenissen uit De Langes boek zich hebben afgespeeld: het “rode kasteel” van de pasja van Tripoli, de slavenmarkt en de residenties van de bey van Tunis, de paleizen van de dey en de rais van Algiers. Ze zijn er allemaal nog. Wat er ook nog is, is het idee dat kaapvaardij in strijd is met het internationaal recht.
- Erik de Lange, De laatste dagen van Barbarije (2025; €24,99)
Zelfde tijdvak
Oudheidkunde en oudheidkundesjuni 24, 2019
Misverstand: Platte aardemaart 19, 2020
Friese geveltekensaugustus 27, 2018

“Het Congres van Wenen veranderde de spelregels.”
Het resultaat: honderd jaar later werden vijandelijke koopvaardijschepen naar de kelder gejaagd ipv opgebracht. Lang leve de Vooruitgant!
Hmmm, de vergelijking gaat m.i. mank.
Kaapvaart (piraterij) is gericht op individuele schepen met als doel eigendommen (lading, schip en bemanning) te onteigenen en daarmee financieel voordeel te behalen. Met als bijkomend effect dat de (voormalige) eigenaar er financieel op achteruit gaat.
In het geval dat kaapvaart in een oorlog werd ingezet (Piet Hein) is het schip als makkelijk verworven transportmiddel natuurlijk ook interessant.
Het tot zinken brengen van schepen en hun bemanning (bijvoorbeeld in 2 wereldoorlogen in de 20ste eeuw) had als doel de toevoer van wapens en grondstoffen te stoppen en de transport middelen (schip en mens) te vernietigen.
Het vernietigen van productie en transport middelen in een staat/tijd van oorlog is geen uitvinding uit de 20e eeuw; dat middel is (veel) ouder dan de weg naar Rome.
Een overzicht van piraterij in onze contreien is “Piraten van de Noordzee” van Alban van der Straten. Het boek mikt niet op diepe historische inzichten maar legt wel goed uit dat de rollen visser-handelaar-kaapvaarder-piraat in elkaar overliepen en als etiket vooral door de ander werden toebedeeld.
Een gevolg van Barbarijse operaties – het einde van Cornish? Uit de hoogtijdagen in de zeventiende eeuw https://youtu.be/gBcEwepkTJ8?si=qSVlSJXOFLFzKBEY
En uit de hoogtijdagen in de zeventiende
eeuw: Lutherse predikant geeft ooggetuigenverslag en is zelf slachtoffer van de Barbarijse overval op IJsland in 1627.
Let ook op de rol van Europese ‘Renegaten’ bij dit soort operaties https://youtu.be/M2EJChRdxL0?si=3RMtJ5xpj2PZv2K9
Met Nederlanders in een prominente rol. Zoals Simon de Danser.
Claes Compaen uit Oost-Zaan, alleen werd hij een ‘echte’ Barbarijse piraat, of maakte hij gebruik van de vrijhavens voor zeeschuimers aan de Barbarijse kust (voor Claes vooral Salé).