Antieke voodoo

Pop uit een voodoo-ritueel (Landesmuseum, Hannover)

Wie kennismaakt met de klassieke wereld en religie, zal doorgaans eerst iets leren over de twaalf Olympische goden en hun mythen, en eventueel later met nog wat andere goden. Daar is niets mis mee; je moet ergens beginnen. Het is echter maar de vraag of de gemiddelde Griek of Romein het even belangrijk vond. Die Olympiërs, zou men hebben gedacht, dat waren staatsgoden, en op officiële feestdagen schoof je aan bij het feestmaal in de tempel, maar verder had je er niet mee te maken. Een Iberische boer die begon te zaaien, offerde aan de lokale vruchtbaarheidsgodin Ataegina en vroeg bij de oogst de zegen van een rabbijn – praktijken die nog in de christelijke tijd zijn gedocumenteerd.

En verder waren er allerlei magische rituelen, waar de chique auteurs van onze geschreven bronnen de neus voor ophaalden, maar die een zeer substantieel deel vormden van het geheel van antieke geloofspraktijken. Over de loden vervloekingstabletten (zoals uit Tongeren) heb ik vaker geschreven, vandaag iets wat ik maar een voodoo-pop noem.

Een beroemde, lange papyrus uit de derde of vierde eeuw na Chr.,noot Ook wel bekend als PGM 4, de vierde van de door Karl Preisendanz in 1929 uitgegeven Papyri Graecae Magicae (1929, 1973²). nu in de Bibliothèque Nationale in Parijs, geeft uitgebreide instructies over het maken van zo’n lemen poppetje, inclusief de namen en woorden die erop moeten worden geschreven. Met een draad waarin 365 knopen liggen, moet er een loden plaatje met een spreuk aan worden vastgebonden, en dat moet vervolgens worden begraven naast iemand die gewelddadig aan zijn einde is gekomen, waarbij je Abraxas aanriep. Het is verder zaak er bloemen bij te leggen.

Zo’n voodoo-poppetje kon met naalden worden doorboord. Als je bijvoorbeeld wilde bereiken dat een vrouw van je hield, maakte je twee poppen, mannelijk en vrouwelijk. Bij de mannelijke sprak je een vloek uit terwijl je er dertien naalden in stak, zodat rivalen zich goed ellendig zouden voelen, terwijl je bij het vrouwelijke poppetje zei “ik steek je in [lichaamsdeel] opdat je daarmee alleen van mij zult zijn”. En dat dus bij dertien naalden.

Zulke magie werkte geweldig! Althans, dat dacht men. Uit het feit dat hij impotent was, leidde de Romeinse dichter Publius Ovidius Naso af dat iemand met naalden aan het werk was geweest.noot Ovidius, Amores 3.7.27-29. Een ander verhaal is dat van een zekere Theofilos, een visser die vreselijke pijnen had aan zijn handen en voeten, maar (volgens een legende) gelukkig de heiligen Cyrus en Johannes tegenkwam. Die droegen hem op om gewoon te gaan vissen, en in zijn netten vond hij vervolgens een kistje waarin een poppetje lag dat op hem leek, met vier spijkers door de handen en voeten. Toen die eenmaal verwijderd waren, was hij genezen.

U begrijpt dat zulke effectieve religieuze gebruiken waanzinnig populair waren. Ik haalde de voorbeelden uit de Romeinse wereld, maar dit soort rituelen zijn bekend uit alle oude culturen. Het bovenstaande poppetje is gevonden in Beutow, niet ver van de Elbe, halverwege Hamburg en Maagdenburg. Welke Germaan hiermee iets hoopte te bereiken, en of ook hij Abraxas aanriep, zullen we wel nooit meer te weten komen, maar magische praktijken waren universeel.

[Dit was een voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

Deel dit:
Reageren is alleen mogelijk voor site‑leden.
Log in met je uitgenodigde account of vraag lidmaatschap aan bij de redactie.