De werken van Herakles (3)

Herakles en Hippolyte (Musée de Mariemont, Morlanwelz)

[Derde van vijf blogjes die Dieter Verhofstadt schreef over de traditie van de Twaalf Werken van de halfgod Herakles. Het eerste blogje was hier.]

Hellenistische mythografie

Een belangrijke schakel tussen de in het vorige blogje beschreven poëtische traditie over Herakles en de latere mythografie vormt de vijfde-eeuwse auteur Hellanikos van Lesbos. In zijn genealogische en chronografische werken, waaronder de Atthis (een geschiedenis van Athene), behandelde hij Herakles niet als epische protagonist, maar als een iemand die is ingebed in dynastieke en lokale geschiedenis. Hoewel Hellanikos geen expliciete lijst of systematische behandeling van de werken van Herakles biedt, documenteert hij varianten en afwijkende tradities, vooral in genealogische en regionale details. Deze manier van ordenen – zonder harmonisering – leverde latere mythografen het materiaal waarmee ze selecties en canonieke structuren konden vormen. Bovendien draagt Hellanikos bij aan een bredere geografische contextualisering van Herakles’ daden: spelen diens eerste werken zich nog af op de Peloponnesos, dan is de uitwijking naar omringende streken een teken van een verder uitdijende Griekse invloedssfeer.

In de derde eeuw v.Chr. verschijnt het hellenistische epos van Jason en de Argonauten, opgetekend door Apollonios van Rhodos. Bij hem vinden we verwijzingen naar de hydra, het zwijn, de gordel, de appels en de vogels.noot Hydra: 4.1393. Zwijn: 1.122. Gordel: 2.774. Appels: 4.1393. Vogels: 2.1074. Opvallend genoeg zijn dat, afgezien van de hydra, werken die in andere bronnen ontbreken. Herakles neemt in dit gedicht tijdelijk de leiding van de Argonauten op zich, maar verlaat hen spoedig weer om zich aan zijn echte taak te wijden. De twaalf werken dienen als achtergrond voor de Argonauten, als een zich parallel voltrekkende mythe.

Lees verder “De werken van Herakles (3)”

Een metafoor voor het verleden

Aristoteles (Huis van de Europese Geschiedenis, Brussel)

Zonder Aristoteles zouden we geen debat hebben gehad over de val van het Romeinse Rijk, schreef ik geen blogjes over de Eerste Tussenperiode en hoefden we ook de Zeevolkencrisis niet te bediscussiëren. Hadden wetenschappers daarentegen wat meer Ovidius gelezen, dan was ons een hoop bespaard gebleven. Helaas is het niet zo en nou zitten we dus met de brokken.

Groei, bloei en neergang

De moeilijkheid is te illustreren aan de hand van een van Aristoteles’ bekendste werken, de Poëtika, waarvan het overgeleverde deel is gewijd aan tragedies. (Een slothoofdstuk over komedies ontbreekt.) De auteur beschrijft hoe het genre zich stap voor stap ontwikkelde, tot het zijn eindvorm bereikte. Aristoteles gebruikt dus een botanische metafoor: de tragedie groeide steeds meer naar wat de filosoof beschouwde als natuurlijk einddoel.

Lees verder “Een metafoor voor het verleden”

Romeinse vondsten uit de Waal

Caesar met vondsten uit de Waal

Het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden bezit meer voorwerpen dan het kan exposeren. Tegelijk zijn er regionale musea die weleens iets anders willen tonen dan het gebruikelijke materiaal. Daarom is er een leuke en mijns inziens belangrijke reeks exposities Onder Ons, waarbij lokale musea het Leidse materiaal gebruiken. Ik heb al geblogd over de Vorst van Oss in Museum Jan Cunen in Oss, over de Etrusken in museum Wierdenland in Ezinge en over het laatantieke grafveld van Rhenen in het plaatselijke Stadsmuseum.

De Etrusken in Ezinge niet te na gesproken is het belang dit: een historische belangstelling begint plaatselijk; een kind ziet iets dat lokaal en herkenbaar is, maar ook anders; het ontwikkelt zo belangstelling voor het verleden. Door de voorwerpen te exposeren waar ze het meest aanzetten tot reflectie, gebruiken musea de culturele waarde van hun objecten het best. De Vorst van Oss dus in Oss, en het laatantieke grafveld van Rhenen in Rhenen.

Lees verder “Romeinse vondsten uit de Waal”

De Karolingische Renaissance (1)

Een Exodus-manuscript; het onderste deel is geschreven in Karolingische minuskels die tijdens de Karolingische Renaissance werden geïntroduceerd.

In eerdere blogjes heb ik het gehad over mensen als Cassiodorus en de Ierse monniken die, in de tijd na de desintegratie van het Romeinse staatsapparaat in West-Europa, antieke teksten bleven kopiëren. Er is een beeldspraak – ik weet niet van wie – dat zij bij de stadspoort stonden en de West-Europese mensen, die de Oudheid verlieten en op reis gingen naar de Middeleeuwen, nog iets te lezen meegaven. Ik heb dat altijd een mooi beeld gevonden. Het stond me voor de geest toen ik LiviusOrg maakte.

Hoe ging het verder? Ik schreef al over de Europese monniken die de door Cassiodorus en de Ierse monniken begonnen kopieeractiviteit voortzetten. Eigenlijk is dat de culturele analogie van de wetgevingsactiviteit van de post-Romeinse vorsten. Voor een koning was het uitvaardigen van wetten core business; het overschrijven van teksten was dat niet en werd overgelaten aan de kerk. Dat begon te veranderen met de “Karolingische Renaissance”.

Lees verder “De Karolingische Renaissance (1)”

De hop

Hop (Zoo, Antwerpen)

Vroeger heette het milieu en tegenwoordig leefomgeving, maar evengoed verandert Nederland in een dystopie. Een doodenkele keer is er echter goed nieuws en keert zomaar een verdwenen diersoort terug. De otter, de zeearend, de bever, de wolf, de hop.

Het enige exemplaar van die wonderlijk gekuifde vogel dat ik in onze contreien ooit zag was in de Antwerpse dierentuin – zie boven. In het Midden-Oosten heb je meer kans het grappige beestje te zien en we kennen het dan ook uit allerlei antieke teksten. De Egyptenaren vereerden het dier omdat het voor zijn ouders zorgdenoot Horapollon, Hiërogliefen 1.55., terwijl de Joden deze vogel nou juist beschouwden als weerzinwekkend. noot Leviticus 11.19. Dat wil zeggen dat het noch rein, noch onrein was, maar niet paste in de categorieën en dus helemaal verontrustend was.

Lees verder “De hop”

Faits divers (20)

Een deel van de Elgin Marbles (British Museum, Londen)

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks “faits divers”, met ook deze keer een veelvoud aan onderwerpen. We gaan meteen van start.

Barry Kemp

In de eerste plaats: Barry Kemp is overleden. Hij heeft bijna een halve eeuw – zevenenveertig jaar, om precies te zijn – gewerkt in Amarna, de hoofdstad van Egypte ten tijde van koning Echnaton. Zoals de meeste oudheidkundigen van de vorige generatie lag zijn belangstelling in het laatste kwart van de vorige eeuw vooral bij de gewone mensen. Over de grote mannen en vrouwen was al te veel geschreven. Dat weerhield hem overigens niet om de monumentale architectuur van Amarna te conserveren, wat toch wel bij uitstek elitebouwwerken waren. Ook was hij, zoals zo veel archeologen, van mening dat onderzoekers wat meer tijd moesten besteden aan de materiële cultuur en wat minder aan de historische vragen. Kemps betekenis oversteeg dan ook de egyptologie. Voor iedereen die zich verdiept in de Oudheid, of dat nu Egypte betreft of een andere deel, en of dat nu gaat om archeologie of niet, is zijn boek Ancient Egypt. Anatomy of a Civilisation verplichte literatuur. Kemp werd vierentachtig.

Lees verder “Faits divers (20)”

Culturele toe-eigening

Monet, La Japonaise

Culturele toe-eigening: ineens was die term er, althans voor mij, twaalf jaar geleden, toen een Nederlandse zangeres een Indiaanse verentooi wilde dragen bij het Eurovisie-songfestival. Ze zou zich iets hebben toegeëigend uit een cultuur die niet de hare was. Het was een soort klacht waarvan ik nooit eerder had gehoord.

Daar zijn verklaringen voor. De eerste is: er zijn machtige en minder machtige culturen en omdat ik behoor tot een wat machtigere cultuur, ben ik er minder op gespitst dat het verkeerd is als iemand uit een machtige cultuur iets toe-eigent uit een minder machtige cultuur. Vandaar dat ik er nooit van had gehoord. Met die verklaring neem je de constatering serieus, maar ik vind het wat makkelijk aan te nemen dat machtigere culturen per se insensitief zijn. Makkelijk vind ik ook een andere verklaring voor mijn onwetendheid: dat je zegt dat het overnemen van dingen uit andere culturen het wezen is van beschaving. Dan maak je je met een dooddoener af van het verwijt. Dat is dus ook wat al te gemakkelijk.

Lees verder “Culturele toe-eigening”

De Kerkopen van Paestum

De Kerkopen van Paestum

Nee, helaas, het bovenstaande reliëf. dat momenteel te zien is op de Paestum-expositie in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden, is nep. Het is een afgietsel van een reliëf dat ooit deel uitmaakte van een tempel, gewijd aan de Griekse godin Hera, te vinden bij de monding van de rivier de Sele. (Voor de liefhebbers: het is een metope, een onderdeel van het fries op de dwarsbalk van in Dorische stijl gebouwde tempel.) Het reliëf stelt Herakles voor, die de twee Kerkopen meeneemt.

Wie zijn dat nou weer?

In de klassieke traditie verrichtte de halfgod Herakles twaalf min of meer canonieke werken, maar er waren destijds veel meer verhalen in omloop. Eén van de oudste betrof twee kobolden, broertjes, die allerlei kattenkwaad uithaalden. Er was weinig waar ze bang voor waren, al had hun moeder hen gewaarschuwd voor een zekere Melampygos. Toen Herakles op een dag lag te slapen in de schaduw van een boom, probeerden ze zijn wapens te stelen, maar de mannetjesputter werd wakker en hing ze ondersteboven aan een juk over zijn schouders. Zie boven. Terwijl hij ze zo wegvoerde, herkenden ze zijn donkere billen (Grieks: melampygos), waarover ze allerlei grapjes maakten. Daar moest Herakles zo om lachen, dat hij ze maar liet gaan. Sindsdien heet een mannetjesputter in het Grieks een zwartbilman.

Lees verder “De Kerkopen van Paestum”

Faits divers (15)

Een astrolabium (Wetenschapshistorisch museum, Samarkand)

In de reeks Faits Divers deze keer: eerst wat voor de hand liggend gemopper en daarna gelukkig ook leuk nieuws.

Alwéér een petitie

Vorige week hadden we de vierde petitie tegen de aangekondigde sluiting van een oudheidkundig instituut in 2024, deze week de vijfde. Dit keer is Latijn aan de Goethe-universiteit in Frankfurt de bedreigde partij. De petitie is hier. (Het jaar is nog geen drie maanden oud.)

Korte inhoud van het voorafgaande: vorige week was het dus oude talen in Cardiff en u kunt daar nog tekenen. In februari waren de geesteswetenschappen in Kent aan de beurt, in januari betrof het archeologie in Helsinki en klassieke talen in Kingston, in december ging het om de sluiting van de archeologische opleiding in Leipzig en het museum van Ename, in november wist een petitie problemen rond het schoolvak Grieks in Vlaanderen te voorkomen, in september was er politieke druk op het Egyptisch Museum in Turijn en in juni dreigde sluiting voor het museum Ermelo (maar dat blijft vooralsnog open).

Lees verder “Faits divers (15)”

Hero en Leandros

De Hellespont tussen Sestos (L) en Abydos (R)

Het verhaal is eigenlijk vrij simpel. In Sestos, aan de Europese kant van de Dardanellen (de antieke Hellespont), leefde Hero, priesteres van de godin Afrodite. Op de Aziatische oever, in Abydos, leefde haar geliefde Leandros. Die kon zijn vriendin alleen in de nacht bezoeken en daarom zwom hij elke nacht de zeestraat over. Hero stak altijd een fakkel aan, zodat Leandros wist waarheen hij moest richten. Op een keer woei de fakkel uit en raakte de zwemmer de weg kwijt. De volgende ochtend ontdekte Hero het levenloze lichaam van haar verdronken minnaar en sprong ze van een toren af, dood.

Het zou zomaar echt gebeurd kunnen zijn. De stromingen hier zijn berucht. Van de Griekse auteurs Polybios en Strabon weten we dat zelfs schepen onmogelijk rechtstreeks van de ene naar de andere oever konden varen. Bovendien valt Sestos niet rechtstreeks vanaf de tegenoverliggende kust te bereiken omdat de stroming van de haven af stroomt en zich richt op een punt even verderop. Op de aanlegplaats stond een toren, die voor schippers een noodzakelijk oriëntatiehulpmiddel was. In de Romeinse Keizertijd was dit baken vervangen door een vuurtoren.

Lees verder “Hero en Leandros”