
Een tijdje geleden nodigde ik u uit om te noemen wat u mooi vond. Dat had ik in 2015 al eens eerder gedaan, toen dit nog een kleiner blogje was, en ik was wel enigszins voorbereid op een respons die overeenkwam met de groei van de blog, maar de hoeveelheid schoonheid die u me toestuurde, was nogal overweldigend. Ik heb al geblogd over de mooie teksten waarmee u anderen bevoordeelde en over de mooie architectuur die we niet mogen vergeten. Vandaag een duik in de musea: welke sculptuur is een omweg waard?
Prehistorie
Die lijst kan alleen beginnen met een voorwerpje dat weliswaar veel te vroeg is maar ook behoort tot mijn favorieten: de Dame van Brassempouy in het museum in Saint-Germain-en-Laye (bij Parijs). Het is vijfentwintig millennia oud en gewoon prachtig. De volgende objecten uit de lijst zijn een stuk jonger: twee mensen noemden de beeldjes (“idolen”) die in het derde millennium v.Chr. zijn gemaakt op de Cycladen. Elk museum bezit wel een Cycladenidool, maar het grootste overzicht is het weinig bezochte Museum voor Cycladische Kunst in Athene.

Egypte en het Nabije Oosten
De Cycladenidolen vertegenwoordigen een vroege fase van Griekse kunst, in tijd gelijk met de vroegste kunst uit de Levant en Egypte. U noemde de Dame van Uruk, waarvoor een bezoek aan het helemaal niet zo onbereikbare Bagdad is vereist, en ook het groengeelzwarte stenen vaatwerk uit Jiroft, te zien in allerlei musea in het langzamerhand onbereikbare Iran. Een stuk makkelijker te bereizen is Parijs, waar in het Louvre de stèle staat van Koning Slang. Ook die dateert van rond 3000 v.Chr. Ik vind het zelf altijd weer opvallend dat de Dame van Uruk, Koning Slang en de bewoners van Jiroft tijdgenoten waren van onze hunebedbouwers.
Iemand noemde het hiërogliefenschrift (“in het algemeen, niet per se een bepaalde tekst”) als iets dat een eigen schoonheid bezat. Ik plaats het bij de sculptuur, al had het ook bij schilderkunst geplaatst kunnen zijn. Ook genoemd: het portret van Amenemhet III in het Louvre, het Kanaänitische reliëf van een leeuw en een hond in het Israël Museum in Jeruzalem, een reliëf van Ramses II in Beiroet en het standbeeld van de Nubische koning Senkamanisken dat te zien was op de Nubië-expositie in Assen. Het staat normaalgesproken in een museum in Boston.
Griekenland
Die Kanaänitische stèle is ongeveer even oud als de gehoornde minoïsche godheid die iemand noemde. Ik vermoed dat het gaat om een beeld uit het Cyprusmuseum in Nicosia. Verder de enorme collectie kouroi en korai, de statische beelden van naakte mannen en geklede dames, uit het Nationaal Archeologisch Museum in Athene. Dichterbij huis is de Dame van Auxerre, een korè die in – u raadt het al – Auxerre is gevonden en nu is te zien in het Louvre. Speciale melding was er voor de “Peplos-korè” en de “Kritios-jongen” in het Atheense Akropolismuseum.

Iemand noemde niet de gouden kroon maar de bronsjes uit de “schat van Hera”, waarvoor u op reis zult moeten naar het museum van Capocolonna, in de teen van Italië. Niet ver daar vandaan zijn de bronzen Krijgers van Riace in het museum van Reggio di Calabria (“het hele museum staat overigens vol met prachtige dingen”) en als u toch in de buurt van Sicilië bent, kunt u daarheen oversteken en op het westelijkste puntje in het museum van Motya het beeld bekijken van de Jongeling van Motya.
Vermoedelijk stelt dat beeld een wagenmenner voor, want het lijkt wel op de Wagenmenner van Delfi, die u kent uit het plaatselijke museum. Twee mensen noemden het reliëf van de “peinzende Athena” in het Akropolismuseum, iemand noemde de bronzen Athena in het museum in Peiraieus en iemand anders attendeerde op de Hermes in het museum in Olympia.

In de Glyptothek in München is de grafstèle van Mnesarete, “dochter van Sokrates”. Uit dezelfde tijd, namelijk de vierde eeuw v.Chr., stamt een beroemd beeld van Artemis met een hinde, waarvan diverse Romeinse kopieën bestaan, zoals de “Diana van Versailles” in het Louvre. Ook genoemd: het beeld van Hypnos in het Kunsthistorisches Museum in Wenen.
Tot slot: iemand noemde “Bacchus, Dionysos, Pan, Silenos, Priapos, satyrs en zelfs de thyrsus. Kortom alle onbetamelijke liederlijkheden, smeerlapperij, geiligheden en mateloos gezuip”. Over een wonderlijk voorbeeld uit Dresden blogde ik hier.

Hellenisme
Ik denk weleens dat we het hellenisme zouden moeten aanduiden als “internationale stijl” omdat echt alles door elkaar heen gaat lopen. De Dame van Elche vertoont bijvoorbeeld Iberische, Griekse en Etruskische invloeden. Deze wonderlijke urn is te zien in het museum in Madrid. Andere beelden zijn dan weer heel Grieks in stijl, zoals de Apollo van de Belvedere in de Vaticaanse Musea. En waar die heel strak, bijna sereen is, is de even oude Alexandersarcofaag (in de archeologische musea van Istanbul) een barok feest.
U noemde de “Knöchelspielerin” in het Altes Museum in Berlijn, die heel Grieks is, net als het beeld van de muze Polyhymnia in de Centrale Montemartini in Rome. In beide gevallen gaat het overigens om Romeinse kopieën van hellenistische originelen. Het internationale karakter van deze periode komt weer tot uiting in het beeld van de Stervende Galliër in de Capitolijnse Musea en het prachtige portret van – vermoedelijk – de Baktrische koning Euthydemos I (in de Torlonia-collectie).

Ook genoemd: de energieke Ruiter van Artemision in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene en het ontroerende Meisje van Beroia in de Antikensammlung in München. In de Capitolijnse Musea in Rome zijn ook nog de zogenaamde Brutus, het beeld van Amor en Psyche, de Doornuittrekker en de Esquilijnse Venus te zien. Eén van de kenmerken van de sculptuur van het hellenisme is dat ze extremen opzoekt: soms superklein, soms juist supergroot. Deze sectie kan niet anders dan eindigen dan met de reusachtige beelden op de Nemrud Daği.
Rome
“Romeinse portretbustes zijn vaak prachtig”, schreef iemand, “bijvoorbeeld die van Julius Caesar”. En iedereen viel hem bij, met de portretbuste van Agrippa in het Kunsthistorisches Museum in Wenen,noot de portretbuste van Caligula in de Ny Carlsberg Glyptotek in Kopenhagen, de portretbuste van een oudere Romein in de Zwinger in Dresden, het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius en de buste van Commodus (allebei in de Capitolijnse Musea) en portretbustes van gewone (nou ja, rijke) Romeinen, bijvoorbeeld in Trier of het Altes Museum in Berlijn.

Als we het in een volgend blogje hebben over schilderkunst, komen ook de mummieportretten langs. Maar niet alles is portretkunst. Iemand noemde
een torso in het museum van Vaison-la-Romaine, waaraan letterlijk handen en voeten (en ook het hoofd) ontbreken. In Pentelisch marmer uitgevoerd, begin tweede eeuw na Chr. gemaakt en waarschijnlijk Hadrianus’ liefje (maar voor wie dat fijner vindt klinken: gunsteling) Antinoüsvoorstellend. Alles wijst erop dat dit één van de vele uit de Oudheid overgeleverde beelden van deze zo tragisch omgekomen jongeling is, maar helaas: het valt niet onomstotelijk te bewijzen.
Ook de inscripties in klassieke Romeinse letters werden genoemd, “vanwege het lettertype”. (Ik reken het ook maar even tot de sculptuur, zoals ook de hiërogliefen hierboven.) Dichter bij huis attendeerde iemand op de wijdingen aan Nehalennia in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Ik was blij dat iemand de Bokser van het Quirinaal noemde, die staat opgesteld in een bijvertrek van het Nationaal Museum in Rome. Eigenlijk is ook dat een portret, of althans een karakterstudie. En gek genoeg is dat ook waar voor het laatste beeld: de Tetrarchen op het San Marcoplein Venetië. Vier identieke koppen, die alle vier het onverzettelijke karakter uitdrukken waarmee de machthebbers rond 300 na Chr. zich presenteerden.
Wonderlijk genoeg noemde niemand iets uit het British Museum, waar toch best aardige sculptuur is te zien.

Geen Venus van Milo?